Over het vroegste werk van Maurice Gilliams

| 7 reacties

Voor Michel, na 35 jaren.

Maurice GilliamsIn 1932 publiceerde Maurice Gilliams Het Maria-leven, de eerste van zijn bundeltjes die integraal bewaard zouden worden tot in de laatste bij zijn leven nog uitgegeven versies van zijn verzameld werk, Vita Brevis [1] Eén jaar later verscheen de eerste verzamelbundel, Het verleden van Columbus. Daarmee maakte de dichter voor het eerst een balans op van zijn jeugdwerk, van wat hij behouden wilde en wat hij verwierp. Deze verzamelbundel bevatte 39 gedichten van vóór Het Maria-leven; in de tweede druk, uit 1938, zouden er dat nog slechts 22 zijn, en in latere verzamelingen, o. a. Vita Brevis, 26.

Geen omvangrijke oogst dus, ware het niet dat dit slechts een kleine fractie is van wat Gilliams geschreven en gepubliceerd heeft. Van bij zijn eerste verzamelbundel toonde hij zich dus al een meester in het wieden en schrappen. Inderdaad, vóór die eerste verzamelbundel publiceerde Gilliams niet minder dan acht boeken, waarvan drie onder schuilnaam en vier onder zijn eigen naam. Van de vier eerste daarvan is helemaal niets overgebleven, van de drie volgende een beetje, en, zoals gezegd, Het Maria-leven bleef helemaal bewaard, en kan daarmee beschouwd worden als een scharnierbundel in Gilliams’ werk.

Des te meer valt het op dat in de toch ruime secundaire literatuur over Gilliams, over dit vroege werk zo goed als niets geschreven werd; vaak wordt het niet eens genoemd. Het is duidelijk dat de vorsers in deze Gilliams’ wensen hebben uitgevoerd, want deze verwierp deze jeugdwerken expliciet. Martien de Jong bv., die toch heel wat over Gilliams geschreven heeft, gaat er nooit op in. Ook in het recente Gilliams-nummer van De Parelduiker [2] is dit werk afwezig. Toch is Gilliams’ houding wat dit betreft eerder ambivalent: de mede onder zijn leiding tot stand gekomen Proeve van bibliografie van en over de dichter Maurice Gilliams van Firmijn Vander Loo [3], neemt de publicaties onder schuilnaam niet op, maar vermeldt, los van elkaar, wel de drie boektitels, en de schuilnamen waaronder die verschenen, of waaronder in tijdschriften nog andere publicaties verschenen. De lezer die dat wil kan in gespecialiseerde bibliotheken dus alles gaan opzoeken.

De enige die dat bij mijn weten tot nog toe gedaan heeft is Geert Buelens, die in zijn magistrale overzicht Van Ostayen tot heden [4] ook aan dat vroege werk enkele bladzijden wijdt, en zich daarbij in een voetnoot rechtvaardigt tegenover Gilliams en diens afkeer van filologen [5]. Mijns inziens is een dergelijke rechtvaardiging totaal overbodig. Het werk is er, los van de auteur en zijn intenties, en zelfs al is de intrinsieke literaire waarde ervan inderdaad niet groot of zelfs helemaal onbestaande, dan nog kan bestudering ervan een licht werpen op de ontwikkeling van Gilliams, die immers niet in één keer de vormvaste, strenge dichter geworden is van bv. Bronnen der slapeloosheid.

In dit opstel wil ik iets grondiger ingaan op deze vroege publicaties van Gilliams, zuiver chronologisch, en daarbij zal ik zo veel mogelijk proberen te achterhalen hoe de latere Gilliams in dit vroege werk reeds aanwezig is of aangekondigd wordt.

A) Floris van Merckem.

Onder deze naam publiceerde Gilliams in 1917 drie boekpublicaties: een dichtbundel, een afzonderlijk gedicht en een bundel prozaschetsen. De naam zelf wordt behalve door Buelens, ook nog genoemd door Marnix Gijsen en, recent, door Luc Decorte. Deze laatste stelt het zo:

“Gilliams debuteerde in 1917 (…) onder de schuilnaam Floris van Merckem met werk (…) dat later, op verzoek van de auteur, niet in zijn bibliografie is opgenomen.” [6]

Ook Decorte zelf neemt het niet op in zijn bibliografie [7] . Toch zijn deze publicaties allesbehalve oninteressant voor een goed begrip van Gilliams’ latere werk. Ik zal de drie boeken in volgorde van verschijnen bespreken.

Delen:

7 reacties

  1. Goedenavond geachte schrijver,

    1) Wie is toch de schrijver van dit mooie opstel over het vroege werk van Gilliams

    2) de noten zijn weggevallen; wilt u die aan me mailen.

    3) zie http://www.mysitehome.com/mauricegilliams

    Met vriendelijke groet,
    Hans Kleiss

  2. Geachte Heer Kleiss,

    Normaal gezien zouden de voetnoten er nu opnieuw op moeten staan. Overigens bedankt voor de tip. Mijn vrouw-computerdeskundige heeft zonet geprobeerd het op te lossen, ikzelf ben daar niet toe in staat. En het was net op tijd, want morgen vertrekt ze voor drie weken naar de Himalaya.

    Wie die schrijver is ? Ik ben dat, wat dat ook moge betekenen. ‘Wie is’ vraagt naar een soort essentie, en die bestaan niet: ‘je est un autre’. Op concretere vragen kan ik desnoods concretere antwoorden geven.

    Overigens bedankt voor de appreciatie.

    Met vriendelijke groet,

    Peter Bormans

  3. Goedenavond Meneer Bormans,

    Ik ben op zoek naar het restant van een kwatrijn van Maurice Gilliams. Ik weet de volgende regels:

    Van vragen zonder antwoord nooit genezen
    Van overal weer thuis nog niet bewezen.

    Kunt u mij verder helpen?
    Alvast bedankt.

    Marjet Hamel

  4. Goedemorgen Mevrouw Hamel,

    Tot mijn spijt moet ik u teleurstellen. Bij Gilliams heb ik niets in die aard gevonden, noch in zijn weinige kwatrijnen noch in andere gedichten. Ik heb ook elders gezocht, omdat het eerste vers me vreemd vertrouwd in de oren klonk. Maar nergens heb ik iets gevonden dat er van verre of van nabij op lijkt. U zult het dus aan iemand anders moeten vragen. Maar dat het niet van Gilliams is, lijkt me bijna zeker.

    Met vriendelijke groet,
    Peter Bormans

  5. Geplaatst op 5 mei 2008 at 11:40 am

    Het antwoord aan Marjet Hamel is het gedicht “Vae Soli” van Maurice Gilliams, dat luidt als volgt:

    Van vragen, zonder antwoord, nooit genezen;
    Van overal weer thuis, werd niets bewezen.
    Men neemt de dingen nog voor wat ze zijn.
    De rest is waan, – om niet alléén te wezen.

    Met vriendelijke groet,
    Hans Kleiss

  6. Tentoonstelling
    In het stadhuis van Damme (bij Brugge) stel ik een belangrijk deel van mijn collectie Maurice Gilliams tentoon van donderdag 5 mei t/m zondag 8 mei ; dan is er in Damme een lang boekenweekend.

    Programma op donderdagavond 5 mei (Hemelvaartsdag) om 19.30 – in het stadhuis te Damme

    (Voorlopig) programma:
    – Hans Kleiss : lezing over de dichter Maurice Gilliams

    – Vraaggesprek met Frans Boenders

    – Peter Holvoet-Hansen leest gedichten van hemzelf en van Maurice Gilliams

    U bent van harte welkom.

    Vriendelijke groet,

    Hans Kleiss

  7. Er zijn intussen al wel wat artikels verschenen over de Gilliams van voor de Tweede Wereldoorlog. Filip de Ceuster werpt een heel interessant licht op die vroege Gilliams.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


elf + 7 =