Wim Distelmans leert de mensen sterven

| 1 reactie

Alsof ze dat niet vanzelf zouden kunnen.

Het is lang geleden dat ik de grote historici van het sterven gelezen heb, en dan denk ik op de eerste plaats aan Philippe Ariès en Michel Vovelle. Zij schreven in een tijd dat het sterven niet meer mocht bestaan, dat het als het ware weggedrukt werd in achterafzalen van de ziekenhuizen, sterven was immers iets ontstellend obsceens. Erger dan seks.

Zelf herinner ik mij het tegendeel nog. Ergens in de jaren vijftig – ik was nog geen tien – ging ik een nieuw, pas verschenen album van Nero halen bij Tomassetti, de enige kranten- en papierwinkel in het dorp. Ik werd bediend door iemand anders, die fluisterend sprak en vroeg of ik meneer Tomassetti nog eens wou zien, hij was aan ’t sterven. Hij lag in de kamer daarnaast in bed, met heel wat volk rond zich, waaronder de priester die hem waarschijnlijk pas het heilig oliesel had toegediend.  Veel meer herinner ik me er niet meer van.

Zo wordt vandaag waarschijnlijk niet meer gestorven, zelfs niet in de dorpen. Maar of het nu beter is, weet ik niet. Waarschijnlijk vooral anders. Want het is een kleine minderheid, nog steeds, die thuis sterft.

Zogenaamde Artes moriendi waren in de Middeleeuwen – en waarschijnlijk nog lang daarna – een tamelijk ruim verbreid genre in onze katholieke contreien. Katholieken waren immers bang voor een plotse dood. Stel je voor dat al je zonden niet gebiecht waren, dat je je Pasen niet gehouden had enz.! Vandaag zullen de meeste katholieken zelfs al niet meer weten waar ik het over heb. Wat ook helemaal niet erg is.

De twee boeken van oncoloog Wim Distelmans die ik las zijn: Een waardig levenseinde (Uitgeverij Houtekiet, Antwerpen, 2017 (elfde geactualiseerde druk)) en Palliatieve sedatie, trage euthanasie of sociale dood? (Uitgeverij Houtekiet, Antwerpen, 2018). Je zou ze gerust kunnen beschouwen als moderne geseculariseerde Artes moriendi, want dat is inderdaad wat de beide boeken doen: leren hoe je op een manier kunt sterven die zo waardig en zo pijnloos mogelijk is, zeker gelet op de therapeutische hardnekkigheid (misschien kun je beter zeggen: het therapeutisch sadisme) die nog vaak heerst.

Distelmans mag dan al vrijzinnig zijn (verbonden aan de VUB), toch is hij erg begripvol en tolerant voor katholieken (en straks de opvolgers ervan), die tenslotte nog steeds het gros van de ziekenhuizen in Vlaanderen in handen hebben. Slechts af en toe haalt hij iets scherper uit, en dan probeert hij nog de kool en de geit te sparen. Misschien is dat nodig, ik weet het niet. Ik herinner me dat ik ooit een gesprek had met Leo Apostel, en ik hem zei dat het boek Pluralisme en verdraagzaamheid dat hij samen met Marcel Bots geschreven had in mijn ogen té verdraagzaam was voor katholieken. Hij twijfelde, maar ging er niet verder op in. Zelf ben ik nog steeds van mening dat je tegenover godsdiensten, en zeker monotheïstische godsdiensten, niet radicaal genoeg kunt optreden. Jacques-René Hébert is wat mij betreft daarin nog steeds een voorbeeld.

Maar bon, sinds Hébert is heel wat water door de Zenne gevloeid en het klopt dat België één van de vooruitstrevendste wetgevingen heeft wat betreft palliatieve zorgen én euthanasie, dank zij – à tout seigneur tout honneur – de liberalen.

Beide boeken overlappen elkaar grotendeels. Beide beginnen met een kort historisch overzicht over het ontstaan eerst van palliatieve zorgentiteiten in het VK en daarna elders; en over het ontstaan en de ontwikkeling van wetgevingen over euthanasie. Daarbij vergeet Distelmans één heel belangrijk iemand, die weliswaar na Morus’ Utopia schreef, maar die wel de eerste moet geweest zijn om een bijna modern en hedendaags pleidooi te houden voor euthanasie, en dan nog wel gesteund op een theologische argumentatie. Ik heb het natuurlijk over de grote dichter John Donne en zijn Biathanatos ( volledige titel: Biathanatos: A Declaration of That Paradox or Thesis That Self-Homicide Is Not So Naturally Sin, That It May Never Be Otherwise; het werd geschreven in 1608).

Maar dat is in het kader van de betreffende boeken een detail. Die gaan immers op de allereerste plaats over de praktijk van het sterven. De auteur legt in beide boeken het verschil uit tussen palliatieve zorg en euthanasie. Volgens mij, als ik goed gelezen heb dus, is dat verschil eigenlijk maar miniem: het komt erop neer dat voor euthanasie voorwaarden gesteld worden waaronder het uitdrukkelijk en herhaald verzoek van de patiënt. Voor palliatieve sedatie is dat niet vereist, dat gebeurt meestal op initiatief van de arts en enkel van hem. Vandaar dat artsen die eigenlijk geen euthanasie willen uitvoeren, vaak misbruik maken van palliatieve sedatie. Zo moeten ze immers aan geen enkele commissie iets melden.

Distelmans pleit ervoor om ook bij palliatieve sedatie een meldingsplicht in te voeren, quasi net zoals bij euthanasie.

Ik heb daar wel bedenkingen bij. Het is nu al zo moeilijk om euthanasie te krijgen als je dat wil, en zeker als je je niet op de hoogte kunt stellen, om welke reden dan ook. Voor palliatieve sedatie zal dat dan even moeilijk worden. En daar staat volgens mij geen enkel praktisch voordeel tegenover, enkel nog wat meer bureaucratie. Vermoedelijk zit niemand daarop echt te wachten.

Boeiend is eigenlijk hoe de auteur het hele stervensproces haast op de voet volgt en telkens beschrijft welke maatregelen genomen kunnen worden. Zijn voorbeelden zijn bijna steeds kankerpatiënten; Distelmans is tenslotte oncoloog. Maar bij andere ziekten zal het wel niet veel verschillen. Enkel bij dementie natuurlijk, wat doe je daarmee!? In het eerste van de twee boeken vermeldt hij in een lange bijlage ook alle mogelijke middelen die gegeven of genomen kunnen worden in allerlei praktische sterfomstandigheden. Dat bewijst mijns inziens dat het boek op de eerste plaats geschreven en gepubliceerd werd voor artsen. Ook het vakjargon dat hij vaak gebruikt (in het tweede boek toch iets minder) wijst daarop.

Daar is overigens niks mis mee. Op pagina 325 vermeldt hij zelfs een ‘euthanasiedrankje’. Kwestie is natuurlijk dat je ofwel zelf de middelen bij elkaar zult moeten zoeken of een dokter vinden die het je wil voorschrijven. Misschien is een ander boek, van Dr. Philip Nitschke & Dr. Fiona Stewart, Handboek de vredige pil (Exit International, Haarlem, 2018 of online editie) dan heel wat beter, want daar vind je alle mogelijkheden in terug om er zelf een einde aan te maken, mét de manier waarop aan de nodige middelen te komen of die zelf te fabriceren enz. Je hoeft niet eens echt een grote klusser te zijn om dit toe te passen. In de Angelsaksische wereld en in het Duits bestaat dit handboek al langer, dit is de eerste Nederlandse vertaling en uitgave.

Ooit heb ik voor mezelf besloten dat ik maar in twee gevallen de hand aan mezelf zou slaan: in het geval van een pijnlijke en ongeneeslijke ziekte. Die is er nog steeds niet; niet dat ik erop zit te wachten natuurlijk, ik stel enkel maar vast. En in het geval een nieuwe wereldoorlog in Europa imminent zou worden.

Delen:
Share

Eén reactie

  1. Mooie tekst alweer, geheel en al passend bij het uitdoven van een jaar! Ik zou zeggen, een stevig en gelukkig nieuwjaar, en gezond weer op, Peter!

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.