Neurologie

| Geen reacties

Wanneer je ooit zelf een TIA (Transient Ischemic Attack – een tijdelijke afsluiting van een bloedvat in de hersenen) of iets dergelijks hebt gehad, kun je de neiging gaan vertonen je kop verder in het zand te steken, of je kunt nieuwsgierig worden en je gaan verdiepen in de disciplines die met je ‘zaak’ te maken hebben. Niet dat je, zoals in mijn geval neurologie zou gaan studeren; nog afgezien van het feit dat ik weinig aanleg heb voor min of meer exacte vakken (hoe boeiend ze verder ook voor me mogen zijn) zou dat twaalf jaar studie vergen, en tegen dan ben ik er tweeëntachtig; meer wellicht als het curriculum inmiddels uitgebreid is.

Maar ook daarzonder zou ik onderhavig boek wellicht gelezen hebben, want lang voor die TIA interesseerde me dat alles al en las ik erover, vaak in die goede en goedkope aula-boeken uit de jaren zestig en zeventig.

Er zijn dus gelukkig goede neurologen die boeken schrijven die ook door een leek in het vak zonder veel moeite gelezen en begrepen kunnen worden. Zo las ik alweer enkele maanden geleden een boek van de Nederlander Dick Swaab, waar ik nogal wat kritiek op had, maar dat me ook zeer veel heeft bijgeleerd, vooral op het gebied van de feiten: wat er allemaal mis kan gaan in de hersenen en wat daar de gevolgen van zijn. Swaab is een duidelijke reductionist: alles speelt zich af in de hersenen en omgevingsfactoren spelen geen enkele rol. Het tegenovergestelde dus van de psychiaters uit mijn studententijd (Laing, Cooper, Foudraine, Szasz…) voor wie de hersenen amper bestonden en voor wie letterlijk alles terug te voeren was tot omgevings- en opvoedingsfactoren.

Twee erg eenzijdige visies dus.

Wat dat betreft neemt de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Eric Kandel (De gestoorde geest. Wat ongewone hersenen ons vertellen over onszelf, Uitgeverij Atlas-Contact, Amsterdam, 2018) duidelijk een middenpositie in. En terecht, denk ik, ook al ben ik geen liefhebber van ‘le juste milieu’. Wellicht heeft dat te maken met het feit dat Kandel niet enkel neuroloog en fysioloog is, maar dat hij ook psychiater is, die begon als psychoanalyticus in goede Freudiaanse traditie. Wie Freud echt gelezen heeft (en dat hebben de Maarten Boudry’s van deze wereld duidelijk niet), weet dat hij ervan uitging dat vele zaken in de toekomst op een neurologische wijze zouden kunnen worden benaderd, dat het hersenonderzoek dus heel belangrijk was in zijn ogen, en dat zodoende in diezelfde toekomst vele psychische problemen chemisch, d.w.z. door geneesmiddelen opgelost zouden kunnen worden.

Dat is inmiddels ook gebeurd en mensen als Eric Kandel hebben daar een grote rol in gespeeld. Misschien moet je echt én psychiater én neuroloog zijn om onbevangen tegen de hele problematiek aan te kijken, die Kandel in zijn boek aansnijdt, ontvouwt, uitlegt en waarvoor hij verdere onderzoekspaden voor de toekomst aangeeft. Want één zaak is wel duidelijk: over de hersenen en hun werking, over de invloeden van buitenaf erop weten we nog veel te weinig.

In tegenstelling tot Swaab, die het brein volgde vanaf het ontstaan in de baarmoeder tot het bittere einde, legt Kandel de focus op de belangrijkste afwijkingen of geestesziekten; die onderzoekt hij, en dat laat hem in overeenstemming met zijn ondertitel toe om ook conclusies te trekken over ‘normale’ hersenen en ‘normaal’ gedrag.

Op pagina 273 van zijn boek staat een illustratie, waarin de verschillende door Freud onderscheiden delen van het bewustzijn zijn weergegeven; het is geen toeval dat dit schema in het hoofdstuk over het bewustzijn staat; zelf noemt hij dat ‘het laatste grote raadsel van de hersenen’.

Het is duidelijk dat hij bovenstaand Freudiaanse schema aanvaardt. Filosofen als Boudry (en waarschijnlijk ook Vermeersch) aanvaarden dat niet; zij zijn hyperrationalisten en voor hen bestaat enkel het bovenste gedeelte van het gele gebied, al de rest beschouwen zij als onzin en niet bestaande. Zou het kunnen, heb ik al gedacht, dat dat in hoofde van die personen gewone afweermechanismen zijn? Om die andere belangrijke term van Freud te gebruiken. Dat zij angst hebben voor iets dat in hen aanwezig is, angst dat ze het niet meer zouden kunnen controleren? Angst voor het ‘es’? Als het al zo is, dan weten zij het zelf niet, want dergelijke processen spelen zich uiteraard op onbewust niveau af.

Volgens Kandel bestaat dat onbewuste dus wel degelijk, maakt het deel uit van het grote geheel, maar weten we gewoon nog niet goed hoe dat alles werkt, vandaar het woord ‘raadsel’. Hij gaat er wel van uit dat het zuivere bestaan van het onbewuste (en aanverwante) wel degelijk bewezen is. Maar eigenlijk is dat al zo sinds minstens de jaren vijftig. Ik herinner me uit mijn jeugd de lectuur van boeken van Vance Packard (de bekendste titel in dit verband is wellicht The hidden persuaders), waarin deze, mede op grond van toenmalige psychologische studies, aantoonde hoe de reclame rechtstreeks op dat onbewuste inwerkte, door in beeldreeksen beelden in te lassen die te kort waren om zich ervan bewust te worden, maar die door het brein toch werden opgenomen en zodoende invloed uitoefenden op het gedrag van mensen. Ook Kandel heeft het over dergelijke mechanismen. Die, dat voeg ik erbij, zeer gevaarlijk kunnen worden in een politieke context; en dan denk ik niet enkel aan beelden, maar bv. ook aan woorden als die maar lang genoeg herhaald worden, liefst op een onopvallende, bijna achteloze wijze. Onze politiekers zijn voor zoiets meestal veel te dom, maar ze hebben wel volk in dienst, dat die zaken wel grondig beheerst. Echte glibberige slangen, die je amper ziet, omdat ze liefst vanuit het duister werken.

Naast dit probleem van het ‘bewustzijn’ (over het ‘zelf’bewustzijn heeft hij het niet; zou het kunnen dat dat gewoon hetzelfde is wat aard en functie betreft?) heeft hij het dus vooral over de bekendste stoornissen, zoals autisme, schizofrenie, depressie, dementie… Wat me daarbij opvalt is dat er sinds Freud inderdaad (zoals hijzelf voorspeld had) genetische afwijkingen gevonden zijn die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de ziekte in kwestie. Dat is nooit een zaak van één oorzaak één gevolg, maar van meerdere oorzaken voor eenzelfde gevolg. Vooral bij schizofrenie lijkt het zo te zijn dat er een heel aantal genetische afwijkingen in het spel zijn.

Hoe die afwijkingen ontstaan zegt Kandel amper; maar hier laat hij wel een opening voor omgevingsfactoren, waarin triggers kunnen spelen, die die genetische afwijkingen kunnen genereren. Wat me eigenlijk een beetje verbaast (maar blijkbaar is het een bewezen feit) is dat zelfs een gewone gesprekstherapie tot veranderingen in de hersenen kan leiden. Als dat inderdaad zo is (en wie ben ik om eraan te twijfelen), tot welke veranderingen moeten bepaalde omgevingsfactoren in de heel vroege jeugd dan niet voeren? Ik vind het een beetje jammer dat hij hier niet dieper op ingaat; maar anderzijds is dit natuurlijk het gebied waarop je je het snelst op glad ijs waagt, omdat hier amper iets proefondervindelijk vastgesteld kan worden, laat staan dat je experimenten zou kunnen uitvoeren.

Maar de afwezigheid van enig rationalistisch of ander reductionisme is op zich al een grote verdienste. En wie zelf last heeft van depressies weet uit ervaring dat de context inderdaad een grote rol speelt, ongeacht de genetica, waarvan inmiddels vaststaat dat ze mede aan de basis ligt van depressies. Maar toch, ook hier weer stel ik maar de vraag: wat was er eerst, de kip of het ei?

De laatste jaren zijn er ook andere problemen opgedoken die met de werking van de hersenen te maken hebben. Voordien waren die problemen er ook al, maar kwamen ze om allerlei, vaak godsdienstige of ideologische redenen in de maatschappij niet aan bod. Terwijl ze voor de rechtstreeks en onrechtstreeks betrokkenen toch even ingrijpend zijn. Ik heb het dan over bv. verslaving en genderidentiteit, waaraan hoofdstukken gewijd worden.

In zekere zin beschouw ik mezelf eveneens als een rationalist, net zoals Vermeersch en Boudry; maar daarmee bedoel ik enkel dat de ratio het meest voor de hand liggende instrument is om problemen waar individuele mensen of de mensheid zich voor ziet gesteld op te lossen. Koel en zakelijk analyseren, ook wat betreft de oplossingen die zich aanbieden, controleren op haalbaarheid en dat dan ter kennis brengen van…politiekers jammer genoeg, die met rationele analyses niets aankunnen, omdat ze volledig gedreven worden door irrationele zaken, door emoties zeg maar; en datzelfde geldt voor het merendeel van de mensheid. En dat betekent dat er aan problemen eerder niet dan wel gewerkt wordt, tot er, een keer per eeuw of per twee eeuwen, erupties plaatsvinden met de kracht van vele vulkanen. Vooral uit het hoofdstuk over ‘de wisselwerking tussen bewuste en onbewuste emoties’ heb ik voor mezelf wel enkele conclusies kunnen trekken.

De mens is geen rationeel wezen, jammer genoeg wellicht. Maar dat is een conclusie waaraan niet te tornen valt, na lectuur van dit wetenschappelijke boek nog meer misschien dan vroeger. Maar zelfs rationeel denkende wezens kunnen hun rationalisme in dienst stellen van totaal abjecte doeleinden: zo waren er in de tijd van Bush hoogleraren in de rechten te vinden die perfect sluitende argumentaties konden opstellen om martelingen (waterboarding) goed te praten; zo zijn er in elk leger ter wereld psychiaters aan het werk, die hun kennis ten dienste stellen van moordpartijen (en dan denk ik echt niet aan Karadžić), van het klaarmaken van soldaten om hun ‘werk’ verder te zetten edm.

Tenslotte is er nog een hoofdstuk dat me nauwer aan het hart ligt dan andere, omdat het over creativiteit en kunst gaat. Kandel neigt ertoe de overigens al oude stelling te omarmen dat er inderdaad een verband is tussen een belangrijke creativiteit en hersenstoornissen. Lombroso (die door Kandel genoemd wordt) moet zowat de eerste geweest zijn om dat verband min of meer grondig uit te spitten. Ik lees graag biografieën van schrijvers en andere kunstenaars, en wanneer je dat veel doet, dan moet je inderdaad tot de conclusie komen dat bij de meesten wel een of meerdere vijzen loszitten. Gelet op de schoonheid die eruit voorkomt is dat helemaal niet erg. Maar een beetje verbazingwekkend blijft het voor mij toch. Dat geldt overigens waarschijnlijk niet enkel voor klassieke kunstenaars, maar ook voor wiskunstenaars. Hoevelen daarvan in de twintigste eeuw zelfmoord pleegden bv. is toch erg opvallend; en degenen die het niet deden leden soms aan depressies of zelfs schizofrenie. Het belette hen niet om geniaal te zijn én gek, om de titel van Lombroso’s bekende werk even boven te halen.

Over dit aspect bestaat er een lang artikel, dat overigens door Kandel geciteerd wordt; hier is de link, voor geïnteresseerden: “Secrets of the Creative Brain” (Nancy C. Andreasen)

Het boek is doorlopend geïllustreerd (in kleur) en goed geschreven (en/of vertaald); ook door leken kan het zonder problemen gelezen worden, want Kandel is één van die wetenschapsmensen die vulgariserend kunnen schrijven zonder aan wetenschappelijkheid te verliezen. En zo blijf je op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen in dit belangrijke vakgebied. Een aanrader dus.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.