Lucebert en het hoernaille

| 1 reactie

Ze hebben weer iets gevonden, de kletsmeiers van de pers. De kwaliteitsstrontkranten uit Vlaanderen, De Morgen en De Standaard lopen voorop met titels over duistere geheimen en maskers die vallen. Weekbladen heb ik (nog) niet gezien, en naar kletsprogramma’s op teevee in de aard van De wereld draait door kijk ik niet; maar ik kan me de hoeveelheden speeksel wel voorstellen die daar geproduceerd gaan worden.

En een biograaf die kotst van sommige uitspraken van zijn onderwerp doet mij dan weer kotsen, én neigen om die biografie dan maar niet te kopen en niet te lezen.

Niks geen geheimen inderdaad, en niks geen maskers. Jan van der Vegt publiceerde in 1995: Hans Andreus, biografie (Uitgeverij De Prom, Baarn). Geen enkele van de huidige scribenten heeft zelfs maar de moeite gedaan daarnaar te verwijzen. Nochtans kun je daarin met zoveel woorden lezen (pp. 84 e.v.) dat Johan van der Zant (de latere Andreus) samen met zijn jeugdvriend Bertus Swaanswijk naar de Dam in Amsterdam ging om zich aan te melden voor de SS. Jawel, de SS (bedoeld is wel de Waffen-SS). Van der Zant tekende, Swaanswijk niet. Wellicht had hij toch een beetje schrik gekregen.

Maar hij ging dus wel vrijwillig naar Duitsland in het kader van de zgn. Arbeitseinsatz. Ook dat was geweten.

Waarom doet iemand zo iets. Onvrede thuis en een avontuurlijkheid die wellicht eigen is aan adolescenten zal zeker een rol hebben gespeeld. Maar er moet ook sympathie geweest zijn voor het Duitse naziregime, dat kan niet anders.

Iedereen die dat wou weten, kon het dus weten. Alle hoernalistieke heisa van vandaag is enkel een storm in het spreekwoordelijke glas water. Blijkbaar zijn hedendaagse hoernalisten zo dom, dat ze enkel nog in staat zijn non-events op te blazen tot onmetelijke proporties; dat ze daarbij zaken ‘vergeten’ klopt natuurlijk niet: ze weten doodgewoon niks, en ze zijn te lui of te onbekwaam om iets na te checken.

Ook dat is om van te kotsen. Niet die idiote uitspraken van Swaanswijk in enkele brieven.

Je zou vergeten dat er ook nog een biografie is van ongeveer duizend bladzijden waar hopelijk wat meer en wat interessanter in staat dan deze rabiate opgeblazen onzin, die hoogstens een bladzijde waard is.

Moest het dan onvermeld blijven? Nee, zeker niet. Want het kan toch wel een beter begrip bijbrengen voor sommige gedichten. Neem bv. het zeer bekende gedicht ‘As alles’:

“as alles
melasse alles
van meethand melasse alles
mara made in moab
kaïn naphtali barrabas rothschild reich
noömi made in mara
melasse alles

wel 6 kop gerst werd op haar hoofd gezet
maar gestalte alleen geeft de auslade eisenwucht noemer en naam
of de sephiroth zwaait
maten van de metaphoon
mara made in moab
noömi made in mara
maar alles is melasse
en alles is as”

Het onderwerp van dit gedicht mag als bekend worden verondersteld, en zelfs bij een eerste lectuur is het duidelijk. Maar nu we weten dat Lucebert in zijn jeugd anti-joods was, kan het gedicht wel in een bredere psychologische context worden geplaatst. Het lijkt me duidelijk – dat blijkt ook uit andere gedichten uit die vroege tijd – bv. ‘ballade van de goede gang’ – dat Lucebert geschokt en verbijsterd is geweest toen hij de aard en de omvang van de judeocide van de nazi’s leerde kennen. Dat zal in zijn geval zeker geleid hebben tot schuldgevoelens, die wellicht geheel of gedeeltelijk verdrongen werden. Dat kan – mede – een verklaring zijn voor sommige hermetische gedichten, en dan denk ik op de eerste plaats aan ‘as alles’ – maar er zijn er meer.

Lucebert las ik voor het eerst op mijn zeventiende, en hij is steeds een van mijn lievelingsdichters gebleven, ook nu nog.

En laat de zwetsaards verder maar lullen!

P.S.: ik merk dat in mijn exemplaar van Van der Vegts biografie van Andreus een zestal besprekingen aanwezig zijn, mooi uitgeknipt uit kranten en weekbladen. Ze zijn alle bijna voorbeeldig te noemen: geen enkel spoor van sensatie, en dus ook geen krankzinnige titels zoals nu bij Lucebert. Dat geldt ook voor de twee Vlaamse kranten; de recensie in De Morgen was trouwens van de hand van Herman de Coninck. Nochtans: ook van Andreus was niet geweten dat hij aan het Oostfront geweest was, en Lucebert, toen nog in leven, herinnerde zich niets meer. Ik neem dat zelfs aan, je verdringt dat gewoon.

De pers is in die kwarteeuw dus wel degelijk grondig veranderd, en alles behalve ten goede. Je kunt enkel nog vaststellen dat het rioolhoernalistiek geworden is vandaag, en de hoernalisten zelf de rioolratten uit dat bekende vroege gedicht van Lucebert.

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Eén reactie

  1. Even het laatst genoemde gedicht herlezen; daarin is sprake van ‘rijmratten’ en niet van ‘rioolratten’. Maar zelfs rijmen kunnen de hoernalisten niet.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


tien + zeventien =