Hoe de Zwarten in de Hemel kwamen

| 3 reacties

(21)
Nu Michaël, het vlammend zwaard getrokken,
zijn intree deed, keek ’t jodendom vol schrik.
“Geeft alles weer, dieven en galgenbrokken”.
’t Verkoren volk en gaf noch kik noch mik.

Zoals deze strofe wezenlijk niets nieuws toevoegt aan de vorige strofen, zo kan ook ik mij beperken tot nog enkele opmerkingen.

Daar is vooreerst natuurlijk Michaël; opvallend is dat De Pillecyn van hem een uitgesproken christelijke figuur maakt, terwijl hij nota bene in het jodendom veel belangrijker is. In het Oude Testament komt hij nl. regelmatig voor, in het Nieuwe Testament niet. Zelfs in de Koran komt hij voor, maar slechts op één plaats. Impliciet wordt zodoende de absolute scheiding die de auteur maakt tussen jodendom en christendom, verder doorgetrokken.

Michaël is o.a. de patroon van de wapendragers, wat goed past bij de soldateske figuren en passages die we in de loop van het gedicht al tegenkwamen. In de iconografie wordt hij inderdaad vaak met een zwaard afgebeeld, zoals ook de dichter hier doet.

Hij roept de ‘dieven en galgenbrokken’ die de joden blijkbaar zijn, op het gestolene terug te geven, maar daar komt geen reactie op. Bij die ‘dieven en galgebrokken’ mogen we misschien ook denken aan de diensten van het sekwester (die, het weze herhaald, op geen enkele manier met joden iets te maken hadden, of onder hun bevel stonden); vele zwarten werden inderdaad ook veroordeeld tot het betalen van soms reusachtige sommen aan de Belgische staat, waarvoor soms nog kinderen en kindskinderen moesten instaan. Het spreekt vanzelf dat dit tot zeer veel ressentiment, tot haat- en wraakgevoelens geleid heeft, en dat dit mede ervoor gezorgd heeft dat tot op vandaag het Vlaams-nationalisme zo sterk is in Vlaanderen.

oo00oo

Hiermee zijn we bijna aan het einde van het gedicht gekomen; de pleidooien zijn voorbij, en de machthebbers in de hemel, zijnde Christus, en zijn aartsengel Michaël hebben duidelijk partij gekozen voor de zwarten, die nu dus tot de hemel zullen worden toegelaten.

Dat gebeurt in de drie afsluitende strofen; zoals bij de vorige gedeelten kunnen we hier twee afdelingen onderscheiden: twee strofen beschrijven de triomfantelijke intocht van de zwarten, en in de laatste strofe richt de auteur zich rechtstreeks tot de lezer om de uiteindelijke boodschap van het gedicht samen te vatten.

(22)
Luid juichend en omringd door cherubijnen,
zingend het lied : “Een volk zal niet vergaan”,
zagen zij d’hemel aan de kim verschijnen,
en flink op stap zijn zij er heen gegaan.

Na de laatste woorden van Michaël aan het adres van de joden zet de stoet van zwarten zich in beweging en trekt naar de hemelpoort.

In de hiërarchie der engelen vormen de cherubijnen de tweede groep, na de zgn. serafijnen. Ook hier weer de ongewilde ironie: in het Oude, en dus joodse Testament komt die categorie veelvuldig voor, maar in het christelijke Nieuwe Testament helemaal niet. Het optreden van dergelijke engelen is dus een uitsluitend joods verschijnsel, dat slechts naderhand door de christenen gerecupereerd werd, samen met het hele Oude Testament.

Het koor van cherubijnen, zwarten en hun heilige aanhang zingt blijkbaar het volkslied van de Vlamingen, de zgn. ‘Vlaamse Leeuw’. Ofschoon de auteur ook hier een steekje laat vallen: het juiste citaat is immers: ‘een volk zal nooit vergaan’. Geen groot verschil, inderdaad, maar toch een verschil.

Hoe dat ook zij, alle twijfel is inmiddels opgeheven, en er wordt gemarcheerd dat het een lust is, de ‘Vlaamse Leeuw’ is immers een marslied. Waarmee we voor de laatste keer een impliciete verwijzing naar het soldatendom krijgen.

In de volgende strofe wordt de hemelpoort bereikt, en stromen de zwarte scharen de hemel binnen.

(23)
De hemel riep : “Zijt welgekomen, zwarten;
alleen voor dapp’ren zijn hier plaatsen vrij,
voor zuiv’re handen en voor trouwe harten”.
En helder klonk der eng’len melodij.

Veel voegt deze strofe niet meer toe aan al hetgeen vooraf ging. De zwarten hebben hun einddoel bereikt, en worden in de hemel opgenomen.

Wel moet ik nog even ingaan op de omschrijvingen die De Pillecyn gebruikt voor de verschillende protagonisten die in zijn gedicht optreden. In deze voorlaatste strofe worden de zwarten ‘dapper’, ‘zuiver’ en ‘trouw’ genoemd, drie epithetoi die volledig positief zijn. Ook in de rest van het gedicht worden de zwarten en hun medestanders in de hemel in totaal positieve bewoordingen aangeduid. Vlaanderen is ‘hemels’, Borms is ‘vurig’ en ‘onversaagd’, de stoet van zwarten in zijn geheel is ‘zeer vast besloten’. Ook de hemelse troepen van Christus zijn ‘dapper’, en Sint Michaël draagt een ‘vlammend zwaard’.

Daar staan dan de negatieve omschrijvingen tegenover. Drie keer wordt sarcasme gebruikt, nl. wanneer hij het over de ‘rechtvaardige rechters’ heeft, een tweede keer met ‘de fine fleur van het jodendom’, en een laatste keer met ‘verkoren volk’. Een dergelijk sarcasme ontstaat vaak uit bitterheid, en dat lijkt me ook hier het geval.

De zuiver negatieve epithetoi zijn minder in aantal. De brief van de overheden zorgt ervoor dat Sint Pieter ‘knorrig en zonder vreugd’ is, Satan is ‘droef’, roden zijn ‘loeders’, de zwarten worden door de joden ‘kaal gestolen’.

Deze vaststellingen bevestigen enkel maar wat ik al eerder zei: het hele gedicht vertrekt vanuit een zwart-wit-standpunt, waarbij welke tint van grijs dan ook nergens te bespeuren valt. Het gedicht werd niet lang na de septemberdagen, tijdens De Pillecyns internering geschreven, en dus is een dergelijke zienswijze begrijpelijk. Maar onjuist.

(24)
Verneemt dan, allen die dit boekje lezen,
dat zwart uit schijndood weer is opgestaan,
uit moord en onrecht is hun ziel verrezen,
en nimmer zal hun offermoed vergaan.

Amen !

Het tweede deel van wat je als het slotakkoord van het gedicht zou kunnen omschrijven, omdat slechts één enkele, de laatste strofe. Het is een oproep tot de lezer.

Er blijkt dat de zwarten slechts schijndood zijn geweest, en dat zij weer zijn ‘opgestaan’ – weer een impliciete verwijzing dus naar het lijdensverhaal van Christus, met name het positieve einde daarvan, de opstanding. En impliciet wordt gezegd dat zij slachtoffers waren – van ‘moord en onrecht’ – en dus onschuldig, begrijp: zij kunnen verder doen waar ze gestopt waren en de draad weer opnemen waar hij hun uit handen werd gerukt.

Ook de inleider, Eyck/Depauw eindigde op identieke, maar wel veel scherpere en bijna dreigende tonen:

“En daar zijn ze nu, de vele zwarte heiligen en zij waken over het zwarte Vlaanderen, dat fanatiek verder vecht.”

Fanatisme was in de fascistische en volks-nationalistische ideologieën van het interbellum en nog daarna een deugd, en moest dus positief gewaardeerd worden. Over het algemeen is de korte inleiding van Eyck/Depauw trouwens fanatieker van toon, de bitterheid moet bij hem nog sterker geweest zijn dan bij De Pillecyn zelf, wiens gedicht toch ook gemilderd wordt door de licht ironische ‘plot’ en setting. De Pillecyn gebruikt ook geen woorden als ‘afgeslacht’ (door de weerstand), als ‘krepeerden’ (Van Os en Van Assche), ‘kapot kreeg’ ‘met helse plagerijen’ (Timmermans en Van der Hallen).

Het laatste woord is het woord waarmee een gebed eindigt. Misschien heeft ook dat ermee te maken dat hij wat milder lijkt dan zijn inleider? Een soort berusting? Men denke hierbij ook aan de inderdaad berustende toon van zijn verhaal De man Job en zijn laatste roman, Aanvaard het leven, waarin een collaborateur zich inderdaad neerlegt bij wat toch onvermijdelijk is. Schuldbesef komt daarbij overigens evenmin kijken als in dit gedicht.

00OOo0

Daarmee is het gedicht van De Pillecyn gelezen en geanalyseerd. Tijd nu om samen te vatten en conclusies te trekken.

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

3 reacties

  1. Een romancier buiten categorie waar in Vlaanderenland weinig over gesproken wordt is Louis-Ferdinand Céline.

    L-F Céline wordt genoemd als lichtend voorbeeld voor tal van mensen die groot of klein hebben geschreven, toch vraag ik me af wordt hij links of rechts door Mieke en Jan nog wel gelezen?

    Nederlanders lijken wel grotere belangstelling te hebben, zie maar de bij hen erg gesmaakte vertalingen van zowel zijn acht ik-romans als stapels brieven en de commentaren van Emanuel Kummer, Debrot, Versteeg, Keuning, Spork, Hermans en Frans van Woerden. Weliswaar belangrijkste van al: naar men mij zegt zouden daar nogal wat studenten de Franse schrijver opnieuw meer en meer gaan appreciëren.

    Die leemte in Vlaanderen intrigeert me een beetje, zie ik dat tekort wel goed en zo ja waarmee zou dat te maken kunnen hebben? Aan de geroemde en zeer geprezen theatermonoloog “Reis naar het einde van de nacht” van Guido Lauwaert zal het zeker niet hebben gelegen!

    Kent de meerderheid der Vlamingen geen Frans genoeg (meer) om zich door de spreekmuziek, schrijfdans en straattaal van jongleur Céline nu eens vloekend dan weer lachend een weg te kunnen banen?

    Zijn de gelauwerde ver-taalde romans voldoende gekend, zijn ze misschien niet genoeg nieuwerwets gebekt, te ABN Standaardnederlands of verraderlijk anders dan het origineel gestemd?

    Of moeten we het eerder zoeken in zaken die verband houden met “vervlaamsing, anglofolie en francopathie” waardoor onmerkbaar Franse cultuur blindheid in blik en hoofden is ontstaan?

    Heeft woordkunstenaar Louis-Ferdinand Céline in Nederlandstalig België geen vrienden meer die hem in een top 10 of als verplichte lectuur hebben aangeprezen?

    En wat moeten we denken van de mening van onze landgenoot en “grand célinien” Marc Laudelout die vindt: Ferdinand schrijft veel te expressief om “de doorsnee introverte en meer gesloten Vlaming” sans gêne te kunnen passioneren…?

    Is er met Céline alias Dr. Destouches echter niet verschrikkelijk veel meer aan de hand: is hij mee schuldig aan Holocaust en collaboratie, monsterlijke gruwelen die slachtoffers, nakomelingen en het collectief geheugen nooit ofte nooit zullen pardonneren; hij bleek niet vies van racisme, onverbeterlijk dwarsliggen plus slopende kritiek op alle mogelijke kerken en heilige werken; waardoor zowel machtige tegenstrevers als brave burgers in koor die “povere docteur en gemene pamfletteur” eeuwig tot hel en verdoemenis condamneren. Maar is ook dat typisch voor Vlaanderen en in Brussel, Wallonië, Frankrijk en Nederland zoveel anders?

    Zelfs voor wie van dat hatelijk verleden niets af zou weten: Monsieur Ferdinand heeft in zijn spreken hoe dan ook een “vrij vranke cynische mulle” en etaleert een pessimistisch-realistisch wereld- en mensbeeld, een zwarte visie en luidop denken waarmee “de doorsnee correcte en minzame Vlaming” het minstens in de dagelijkse omgang nogal moeilijk heeft? En vandaar mogelijks het genadeloos afkraken in bepaalde kringen: “Die vent is niet meer en niet minder dan een misrekende en zelfbeklagende kwal waarover men in alle talen zwijgen zal!”

    Of is het slechts een beetje van dat alles? Is hij simpel slachtoffer van de lawines van academische en artistieke lettermachines?Trop c’ est trop! We doen en laten ons brein via nieuwe media aan de lopende band met duizend beelden en heet van de naald klaarkomen. Louis-Ferdinand avec ses délires, ses histoires, c’ est démodé, afgezaagd, ancienne alliance, inbinden, du passé. Behalve een handvol fijnproevers of gepensioneerden lezen we in de maalstroom van competentie, competitie,commercie gewoon geen veeleisende boeken van dat kaliber meer. Hoe groot is het verlies als de laatste reisgenoten van de fabelachtige Céline hem vroeg of laat ook nog de rug toekeren? Of maken we ons nodeloos zorgen: komt zelfs voor hopeloze ongelovigen op het einde van de nacht hoe dan ook de ochtend niet weer aan de horizon gloren?!

  2. Peter, ik zoek naar uw volledige tekst over «Hoe de zwarten in de hemel kwamen». Ik vind er maar twee, klopt dat?
    Prof. E. Waegemans
    Hoofdredacteur «Filip De Pillecyn Studies»

    • Beste Professor Waegemans,

      Ik begrijp uw vraag niet goed. Er is nl. maar één enkele tekst over dat gedicht, gesplitst in tien delen. Met die tweede tekst bedoelt u waarschijnlijk de vermelding van de titel ervan in de recensie van de reader over ‘Verbrande schrijvers’?
      Ik zal u de hele tekst doorsturen via email.

      Met vriendelijke groeten,
      Peter Bormans

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


6 + 10 =