Hoe de Zwarten in de Hemel kwamen

| 3 reacties

(6)
Die kochten en verkochten : zielen, honden,
een aandeel in het hemels vaderland,
valse paspoorten, cherubijnen en doodzonden,
aflaat, soutiens, broekjes en kouseband.

Deze strofe bevat éen van de oudste verwijten aan het adres van de joden die er bestaan: dat het sjacheraars zijn, die uit letterlijk alles klinkende munt proberen te slaan, zelfs uit ‘aflaten’ blijkbaar, hetgeen toch een monopolie was van de katholieke kerk. In de anti-joodse karikaturen werden dezen ook steeds als geilaards en verleiders (Jud Süss in de gelijknamige film!) voorgesteld: de ‘soutiens’ en ‘broekjes’ zouden daar op een afgevlakte manier op kunnen wijzen. Terwijl de ‘kouseband’ kan verwijzen naar Engeland, en de bekende Engelse ‘Orde van de Kousenband’. Het is bekend dat in de ogen van de nazi’s en aanverwante ideologen Engeland, en meer nog de VS natuurlijk gezien werden als geheel beheerst door joden.

Verder is de opsomming natuurlijk een amalgaam: elk element is niet meer dan een pars pro toto, waarbij we ‘toto’ inderdaad letterlijk moeten nemen. Maar moeten we dit beschouwen als antisemitisme in de huidige betekenis van het woord?

Laten we even…Karl Marx citeren:

“Laten wij het geheim van de jood niet zoeken in zijn religie, maar laat ons het geheim van de religie zoeken in de werkelijke jood.

Wat is de werkelijke grondslag van het jodendom? De praktische behoefte, het eigenbelang.

Wat is de wereldlijke eredienst van de jood? De sjacher. Wat is zijn wereldlijke god? Het geld.

Welnu! De emancipatie van de sjacher en van het geld, dus van het praktische reële jodendom, zou de zelfemancipatie van onze tijd zijn.”[15]

Onafgezien van het feit dat Marx vandaag voor deze tekst voor de rechtbank gebracht zou worden, ga ik ervan uit dat Marx geen antisemiet was, en dat zijn tekst kadert in wat men in het begin/midden van de 19de eeuw het zgn. ‘joodse vraagstuk’ begon te noemen. Na de Franse revolutie immers werden de joodse burgers langzamerhand overal in Europa als gewone burgers gezien, en kregen zij dezelfde rechten en plichten.

Voordien was dat wel even anders geweest. De katholieke kerk heeft eeuwenlang een renteverbod gekend, waardoor met geld handelen voor katholieken onmogelijk was. Tezelfdertijd waren joden uitgesloten van de productieve sectoren, de landbouw, de ambachten, later de manufacturen en de industrie. Hen bleef dus enkel de geldhandel over voor de rijkeren, het sjacheren met allerlei spullen voor de armeren. Vandaar de atavistisch geworden vooroordelen zoals ook De Pillecyn ze hier verwoordt.

Zoals ik de uitspraak van Marx zeer zeker niet als antisemitisch beschouw, zo ben ik ook geneigd deze strofe van De Pillecyn niet als zodanig te beschouwen. Het drukt mijns inziens een toentertijd courant vooroordeel uit, meer niet.

Hier is het wellicht de plaats om een enkele keer ook op de begeleidende tekeningen in te gaan. In het lemma ‘antisemitisme’ van de Nieuwe encyclopedie der Vlaamse Beweging[16] wordt nl. de tekening bij deze zesde strofe afgedrukt als voorbeeld van antisemitisme na de oorlog. Vele figuren op de tekening vertonen inderdaad de bekende kenmerken van de jodenkarikaturen uit de jaren twintig en dertig. Maar toch ligt de nadruk op het verkopen en kopen. Hetgeen niet belet dat de karikaturen van de mensen behoorlijk racistisch zijn, en nu zeer zeker voor een proces zouden zorgen. Maar hetzelfde moet bv. gezegd worden van Marc Sleens Neroalbums, waarin zwarten steevast zwarten steevast karikaturaal en met sterke benadrukking van de rassenkenmerken afgebeeld worden. De meesten van mijn leeftijd (63) zijn daarmee opgegroeid.

Ter vergelijking laat ik hier twee andere jodenkarikaturen volgen, éen uit de omgeving van het Franse fascistische weekblad Je suis partout, en éen uit de omgeving van het vunzigste antisemitische blaadje dat ooit bestaan heeft, Der Stürmer van de in Nürnberg terecht veroordeelde en opgehangen Julius Streicher.

 

Het valt op dat de rassenkenmerken die aan de jood toegeschreven worden hier veel geprononceerder zijn, dat andere zgn. kenmerken daarbij zelfs bijna helemaal wegvallen. Daardoor ontstaat er een duidelijk kwantitatief onderscheid tussen deze twee en de tekening van Remy De Pillecyn. Kwalitatief echter, wezenlijk dus, lijkt er mij geen verschil te zijn, tenzij de context waarin ze gemaakt werden.

Hiermee hebben we de strofen die als inleiding beschouwd konden worden, behandeld, en kunnen we overgaan tot het belangrijkste middendeel, het eigenlijke corpus van het gedicht.

ooOOoo

Zoals reeds gezegd, kan dat corpus in twee delen verdeeld worden: de strofen 7 tot en met 15 bevatten pleidooien ten voordele van de zwarten, uitgesproken door allerlei bekende figuren. En de strofen 16 tot en met 21 stellen vast wat de gevolgen van die pleidooien zijn, hoe Michaël en zelfs Christus zelf daarop reageren.

De eerste figuur die opgeroepen wordt, is – kan het anders – August Borms.

(7)
Maar Borms August, de grote vriend der eng’len,
die weenden bij het zicht van zijn doorschoten hart,
kon aan een zijden touwtje binnen ben’len (sic – PB)
wijl d’eng’len zongen : “Hij is heilig en hij ’s zwart”.

Geen enkel woord in deze strofe is ironisch bedoeld! Of Borms een speciale devotie koesterde voor engelen weet ik niet; maar in de rooms-katholieke mythologie zijn engelen onstoffelijke wezens die o.a. de zielen begeleiden op weg naar het paradijs. Dat zal hier wel bedoeld zijn. Overigens was Borms erg gelovig, meer wellicht dan De Pillecyn zelf. Hij zal dus wel in engelen geloofd hebben.

Borms was tijdens de eerste wereldoorlog langzaam opgeschoven naar het radicaalste activisme, en na die oorlog werd hij daarvoor ter dood veroordeeld. Die straf werd echter omgezet, en zo kon hij in 1928 voorgedragen worden als kandidaat kamerlid bij een tussentijdse verkiezing in Antwerpen[17]. Hij won die verkiezing met glans; hij had bijna dubbel zoveel stemmen als de liberale kandidaat, die ook door de twee andere grote partijen gesteund werd. Dat was de berucht geworden ‘Bormsverkiezing’. Het was een slag in het gezicht van België dat door het establishment nooit vergeten of vergeven zou worden.

Tijdens de tweede wereldoorlog was hij minder actief, maar koos toch duidelijk de kant van de collaboratie. Daarvoor werd hij weer ter dood veroordeeld, maar deze keer werd het vonnis inderdaad voltrokken, door middel van een executiepeloton.[18]

Bijna zeventig jaren na het einde van die oorlog mag inmiddels wel gezegd worden, denk ik, dat met Borms het Belgische establishment inderdaad op de eerste plaats de Vlaamse beweging in het hart wou treffen – zoals het nogal pathetisch gezegd werd. Aan de schuld of onschuld van Borms doet dat feit overigens niets af.

Borms bevindt zich dus al in de hemel – op het nippertje binnen gekomen weliswaar, ook al wordt hij door de begeleidende en ontvangende engelen reeds onmiddellijk heilig verklaard. Dat is geen overdrijving; reeds zeer vroeg werd Borms in Vlaams-nationale middens als een heilige en een martelaar gezien. Het is voor ons moeilijk geworden om nog te vatten wat een icoon hij was voor de Vlaamsgezinden, hoe hij verheerlijkt werd, hoe naar hem werd opgekeken, welk symbool hij geworden was. Als zodanig kan hij voor wat Vlaanderen betreft enkel vergeleken worden met Stalin in de linkse middens van die tijd, en met Hitler in het Duitsland van de jaren dertig. Het waren geen mensen meer van vlees en bloed, zelfs amper nog (grote) politieke leiders, maar echte symbolen, incarnaties van een op zich abstracte idee.[19]
Het is dus niet meer dan normaal dat Borms als allereerste genoemd wordt in deze reeks van bekende figuren, maar ook dat hij in de volgende strofe reeds enkele andere gestorven zwarten welkom heet.

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

3 reacties

  1. Een romancier buiten categorie waar in Vlaanderenland weinig over gesproken wordt is Louis-Ferdinand Céline.

    L-F Céline wordt genoemd als lichtend voorbeeld voor tal van mensen die groot of klein hebben geschreven, toch vraag ik me af wordt hij links of rechts door Mieke en Jan nog wel gelezen?

    Nederlanders lijken wel grotere belangstelling te hebben, zie maar de bij hen erg gesmaakte vertalingen van zowel zijn acht ik-romans als stapels brieven en de commentaren van Emanuel Kummer, Debrot, Versteeg, Keuning, Spork, Hermans en Frans van Woerden. Weliswaar belangrijkste van al: naar men mij zegt zouden daar nogal wat studenten de Franse schrijver opnieuw meer en meer gaan appreciëren.

    Die leemte in Vlaanderen intrigeert me een beetje, zie ik dat tekort wel goed en zo ja waarmee zou dat te maken kunnen hebben? Aan de geroemde en zeer geprezen theatermonoloog “Reis naar het einde van de nacht” van Guido Lauwaert zal het zeker niet hebben gelegen!

    Kent de meerderheid der Vlamingen geen Frans genoeg (meer) om zich door de spreekmuziek, schrijfdans en straattaal van jongleur Céline nu eens vloekend dan weer lachend een weg te kunnen banen?

    Zijn de gelauwerde ver-taalde romans voldoende gekend, zijn ze misschien niet genoeg nieuwerwets gebekt, te ABN Standaardnederlands of verraderlijk anders dan het origineel gestemd?

    Of moeten we het eerder zoeken in zaken die verband houden met “vervlaamsing, anglofolie en francopathie” waardoor onmerkbaar Franse cultuur blindheid in blik en hoofden is ontstaan?

    Heeft woordkunstenaar Louis-Ferdinand Céline in Nederlandstalig België geen vrienden meer die hem in een top 10 of als verplichte lectuur hebben aangeprezen?

    En wat moeten we denken van de mening van onze landgenoot en “grand célinien” Marc Laudelout die vindt: Ferdinand schrijft veel te expressief om “de doorsnee introverte en meer gesloten Vlaming” sans gêne te kunnen passioneren…?

    Is er met Céline alias Dr. Destouches echter niet verschrikkelijk veel meer aan de hand: is hij mee schuldig aan Holocaust en collaboratie, monsterlijke gruwelen die slachtoffers, nakomelingen en het collectief geheugen nooit ofte nooit zullen pardonneren; hij bleek niet vies van racisme, onverbeterlijk dwarsliggen plus slopende kritiek op alle mogelijke kerken en heilige werken; waardoor zowel machtige tegenstrevers als brave burgers in koor die “povere docteur en gemene pamfletteur” eeuwig tot hel en verdoemenis condamneren. Maar is ook dat typisch voor Vlaanderen en in Brussel, Wallonië, Frankrijk en Nederland zoveel anders?

    Zelfs voor wie van dat hatelijk verleden niets af zou weten: Monsieur Ferdinand heeft in zijn spreken hoe dan ook een “vrij vranke cynische mulle” en etaleert een pessimistisch-realistisch wereld- en mensbeeld, een zwarte visie en luidop denken waarmee “de doorsnee correcte en minzame Vlaming” het minstens in de dagelijkse omgang nogal moeilijk heeft? En vandaar mogelijks het genadeloos afkraken in bepaalde kringen: “Die vent is niet meer en niet minder dan een misrekende en zelfbeklagende kwal waarover men in alle talen zwijgen zal!”

    Of is het slechts een beetje van dat alles? Is hij simpel slachtoffer van de lawines van academische en artistieke lettermachines?Trop c’ est trop! We doen en laten ons brein via nieuwe media aan de lopende band met duizend beelden en heet van de naald klaarkomen. Louis-Ferdinand avec ses délires, ses histoires, c’ est démodé, afgezaagd, ancienne alliance, inbinden, du passé. Behalve een handvol fijnproevers of gepensioneerden lezen we in de maalstroom van competentie, competitie,commercie gewoon geen veeleisende boeken van dat kaliber meer. Hoe groot is het verlies als de laatste reisgenoten van de fabelachtige Céline hem vroeg of laat ook nog de rug toekeren? Of maken we ons nodeloos zorgen: komt zelfs voor hopeloze ongelovigen op het einde van de nacht hoe dan ook de ochtend niet weer aan de horizon gloren?!

  2. Peter, ik zoek naar uw volledige tekst over «Hoe de zwarten in de hemel kwamen». Ik vind er maar twee, klopt dat?
    Prof. E. Waegemans
    Hoofdredacteur «Filip De Pillecyn Studies»

    • Beste Professor Waegemans,

      Ik begrijp uw vraag niet goed. Er is nl. maar één enkele tekst over dat gedicht, gesplitst in tien delen. Met die tweede tekst bedoelt u waarschijnlijk de vermelding van de titel ervan in de recensie van de reader over ‘Verbrande schrijvers’?
      Ik zal u de hele tekst doorsturen via email.

      Met vriendelijke groeten,
      Peter Bormans

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


drie + 16 =