Hoe de Zwarten in de Hemel kwamen

| 3 reacties

  1. Het zijn geen kwatrijnen, dan zou het rijmschema immers AABA moeten zijn; hier is het overal ABAB.
  2. Over deze schilder is mij slechts één boek bekend: Remy De Pillecyn 1920-1985, Kempische Boekhandel, Retie, 1985. Het betreft een door J.M. Goris samengesteld ‘Liber Amicorum’, dat verscheen ter gelegenheid van zijn 65ste verjaardag. Het bevat veel afbeeldingen, meestal in zwart/wit, enkele ook in kleur.
  3. Ludo Stynen: ‘La trahison des clercs. Filip De Pillecyn en de verraders’, in: L. de Vos, Y. T’sjoen, L. Stynen (red.): Verbrande Schrijvers. ‘Culturele’ collaboratie in Vlaanderen 1933-1953, Academia Pers, Gent, 2009, pp. 117-133.
  4. In: Zacht Lawijd, jg. 9, nr. 4, oktober-november-december 2010, pp. 23-65.
  5. Dr. J.A. Goris: ‘Boeken, letterkundigen en muziek in het leven en werk van kunstschilder Remy De Pillecyn’, in: Remy De Pillecyn, op.cit., pp. 127-136, pp. 128-129.
  6. W[everbergh]: ‘Hoe de zwarten in den hemel kwamen’, in: Bok, jg. 1, nr. 8, maart 1964, p. 81.
  7. Valère Depauw: Uit alle dalen der herinnering. Uitgeverij Orion, Brugge, 1974, partim.
  8. Luc Dhuyse/Steven Dhondt: Onverwerkt verleden.Collaboratie en repressie in België 1942-1952, Uitgeverij Kritak, Leuven, 1991.
  9. Ibidem, pp. 44-45.
  10. Onder het inschrijvingsnummer 200422, magazijnplaats P 505 / H 3. Het handschrift draagt een Latijns-Nederlandse titel: De nigrorum ab inferis ad regnum coelorum peregrinatione (“Over de tocht van de zwarten uit de hel naar het hemelrijk”) De tekeningen bij dit handschrift zijn duidelijk primitiever en kinderlijker dan die in de gedrukte tekst; ze zijn ook ingekleurd met waterverf.
  11. Cfr. Huyse/Dhondt, op. cit., pp. 37-41.
  12. Hoe de beeldvorming rond Stalin in de loop der decennia geëvolueerd is, kan men nalezen in: Domenico Losurdo: Staline, histoire et critique d’une légende noire. Editions Aden, Bruxelles, 2011.
  13. Adolf Hitler: Mein Kampf, Zentralverlag der NSDAP., Franz Eher Nachf., GmbH., München, 1941, partim. Het boek heeft een uitgebreide index, waardoor het gemakkelijk is de vele betreffende passages op te zoeken. Lectuur van dit ontzettend slecht geschreven boek bewijst overigens dat iedereen die het weten wou, ook weten kon waarvoor Hitler en de nazi’s stonden, en wat ze van plan waren.
  14. Cfr. Alfred Rosenberg: Der Mythos des XX. Jahrhunderts. Eine Wertung der seelisch-geistigen Gestaltenkämpfe unserer Zeit. Hoheneichen-Verlag, München, 1935. Partim
  15. Karl Marx: Over godsdienst, staat en het joodse vraagstuk. Uitgeverij Pegasus, Amsterdam, 1979, p. 80.
  16. Lieven Saerens: “Antisemitisme”, in: Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. Uitgeverij Lannoo, Tielt, 1998, deel 1, pp. 299-316, p. 312.
  17. In die tijd werden bij het overlijden van een Kamerlid, zoals in dit geval, nog tussentijdse verkiezingen georganiseerd voor die éne zetel.
  18. Over Borms kan men een biografie lezen die geschreven werd vanuit Vlaamsnationaal standpunt, en een die objectiever en wetenschappelijker wenst te zijn:
    • Jos Vinks: Borms. Uitgeverij de Roerdomp, Brecht/Antwerpen, 1974.
    • Christine van Everbroeck: August Borms; zijn leven, zijn oorlogen, zijn dood. Uitgeverij Meulenhoff/Manteau, Amsterdam/Antwerpen, 2005.
    • Het lijkt me een goed idee beide boeken samen te lezen.
  19. Een klein idee van dat belang en die betekenis van Borms kan men afleiden uit de vele aan hem gewijde gedichten, zoals die o.a. veelvuldig voorkomen in een uitgebreide bloemlezing van Vlaamsnationale poëzie: Clem de Ridder (uitg.): Lied van mijn land. Een bloemlezing gedichten over Vlaanderen, zijn volk en zijn strijd. Uitgeverij Davidsfonds, Leuven, 1975
  20. Zo werden de leden genoemd van VOS, de vereniging van Vlaamse oudfrontsoldaten, waarin de pacifistische Filip De Pillecyn een belangrijke rol speelde tijdens het interbellum.
  21. Cfr. Filip De Pillecyn: Renaat de Rudder, Uitgave van het Komiteit der ‘Bedevaart naar de graven van den IJzer’, vzw, Temsche, april 1931. Noch de titelpagina noch het omslag van deze brochure vermelden een auteursnaam. Maar op het einde van de tekst staat wel ‘Dr. F. De Pillecyn’ vermeld.
  22. Vanuit Vlaamsnationaal standpunt werd aan deze figuur een boeiende biografie gewijd: Pieter Jan Verstraete: Reimond Tollenaere, biografie. Eigen beheer, Kortrijk, 1996.
  23. Robert Brasillach: Le procès de Jeanne d’Arc. Editions Gallimard, Paris, 1941.
  24. Robert Brasillach: Domrémy, Editions Les Sept Couleurs, s.l., 1961.
  25. Bertolt Brecht: ‘Der Prozess der Jeanne d’Arc zu Rouen 1431’, in: Ders.: Gesammelte Werke 6, Stücke 6, Suhrkamp Verlag, Frankfurt am Main, 1967, p. 2499 e.v. Het oorspronkelijke stuk was een hoorspel van Anna Seghers, dat door Brecht bewerkt werd voor het toneel.
  26. Het beste opstel over deze problematiek is m.i.: Etienne van Neygen: “Filip De Pillecyn: soldaat en antimilitarist?”, in: Filip De Pillecyn, Studies 1, Jaarboek van het Filip De Pillecyncomité, Hamme, 2005, pp. 49-72.
  27. Kris Humbeeck: “Manhaftigheid, arbeid en gemeenschap in de romans Houtekiet en De soldaat Johan”, in: Filip De Pillecyn, Studies V, Jaarboek van het Filip De Pillecyncomité, Hamme, 2009, pp. 27-47, p. 39.
  28. Hoe wreedaardig dat in zijn werk ging, kan nagelezen worden in: Rosalind Hill (ed.): Gesta Francorum, the Deeds of the Franks and the other Pilgrims to Jeruzalem. Clarendon Press, Oxford, 2002. De contemporaine tekst is in de Engelse vertaling van Hill zeer leesbaar. En de oorspronkelijke Latijnse tekst staat ernaast.
  29. De recentste volledige uitgave ervan is: Jacques de Voragine: La Légende dorée. Editions Gallimard, 2004. Het verhaal over ‘Les onze mille vierges’ staat op de pp. 867-872. Dit boek is niet enkel stichtelijke, maar mede door de typisch middeleeuwse naïveteit vaak ook aangename lectuur.
  30. Een monografie over deze schilder is mij niet bekend.
  31. Goebbels schrijft in zijn enige roman letterlijk: “Christus kann gar kein Jude gewesen sein. Das brauche ich erst gar nicht wissenschaftlich zu beweisen. Das ist so!” (in: Joseph Goebbels: Michael. Ein deutsches Schicksal in Tagebuchblättern.Verlag Frz. Eher Nachf., GmbH, München, 1933, p. 38. Ofschoon hier de hoofdfiguur aan het woord is, kan men, gelet op de persoon van de auteur, er geredelijk van uitgaan dat de meningen van auteur en hoofdfiguur hier samenvallen.
  32. Filip De Pillecyn: ‘Hymans’, in: dez.: Kiespijn der ziel, onuitgegeven journalistiek, verzameld en ingeleid door Richard Baeyens, Uitgeverij Soethoudt, Antwerpen, 1981, pp. 22-24, p.24.
  33. Ik verwijs naar: Filip De Pillecyn: “Mensen en Dingen”, samengesteld en ingeleid door Henri-Floris Jespers, Vlaams-Nationale Standpunten, jaargang 1983, nr. 8/9, pp. 24,33, 61. Deze bundel bevat politieke columns uit de laatste jaren van zijn leven.
  34. Anoniem: Het jodenvraagstuk, Drukkerij Lannoo, Tielt, s.d. Ook het eerste deel vermeldt geen auteursnaam, evenmin als de inleiding.
  35. Jef van de Wiele: Joden zijn ook menschen, Uitgeverij Steenlandt, Brussel, 1941. Waarschijnlijk is dit boekje sterk beïnvloed door de ranzigste racistische film die ooit gemaakt werd: de Duitse propagandafilm Der ewige Jude. Ook daarin waren scènes waarin joden met ratten gelijkgesteld werden prominent aanwezig.
  36. Ward Hermans: Jodendom en communisme zonder masker. Nog stoute waarheden. Drukkerij N.V. Vonksteen, Langemark, s.d. [1936].
  37. “Dat neemt niet weg dat de VNV-pers zeer geregeld xenofobe en/of antisemitische standpunten verkondigde. Daar waar joden en/of vreemdelingen talrijk aanwezig waren, zoals in Antwerpen en in Limburg, namen lokale VNV-leiders hardere standpunten in. De VNV-leiding gedoogde dat sommige van de leidinggevende leden virulent antisemitische propaganda met racistische inslag verspreidden.” (Bruno De Wever: Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde. Het VNV 1933-1945. Uitgeverij Lannoo, Tielt, 1994, p. 190.)  — “Tijdens de verkiezingsstrijd van 1936 nam het antisemitische discours sterk toe. In de VNV-propaganda werd het communisme gelijkgesteld met het internationale jodendom. De anticommunistische annex antisemitische campagne duurde voort na de verkiezingen. ‘Vlaanderen moet gered worden uit de klauwen der joden-internationale van Moskou (…)’, blokletterde Strijd op 21 juni 1936. Meestal bleef het VNV-weekblad binnen de grenzen van de antisemitische complottheorie.” (ibidem p. 301).
  38. Dit werd bestudeerd door Frank Seberechts: “’Geheel het schoolstelsel in den dienst van de volksgemeenschap’, Filip De Pillecyn als directeur van het Middelbaar Onderwijs (1941-1944)”, in: Filip De Pillecyn Studies III Jaarboek van het Filip De Pillecyncomité, 2007, pp. 105-121.
  39. In het Nederlands: Dr. H.J. Pos (uitg.): anti-semitisme en jodendom, een bundel studies over een actueel vraagstuk. Van Loghum Slaterus’ Uitgeversmaatschappij N.V., Arnhem, in ’t jaar MCMXXXIX. In het Frans: La Question Juive, vue par vingt-six éminentes personnalités. E.I.F., Paris, 1934.
  40. Volgens mij is een jood iemand die in de Thora en afgeleiden (Mishna, Talmoed…) gelooft en daarnaar probeert te leven; houdt hij op daarin te geloven, dan houdt hij ipso facto op een jood te zijn. Joden zijn mijns inziens dus geen volk, laat staan een ras (wat wezenlijk eigenlijk op hetzelfde neerkomt). In elk ander geval beweert men eigenlijk: eens een jood, altijd een jood. Op dezelfde wijze zou ik dan voor eens en voorgoed een katholiek zijn, ofschoon ik al op elfjarige leeftijd afscheid heb genomen van de kerk. Bewust en definitief.
  41. Ik bedoel de opstellen van Dr. P.J. Waardenburg over ‘Het antisemitisme van biologisch standpunt’, en van Dr. J. van der Spek, ‘Het antisemitisme als psychologisch verschijnsel’, in: Anti-semitisme en jodendom, op. cit., respectievelijk pp. 19-40 en 41-63. Het is ook boeiend de bibliografie bij deze en andere artikelen van naderbij te bekijken.
  42. In mijn missaal staat het nog steeds zo; Volledig dagelijks misboek en vesperale, Turnhout 1957, p. 429. ‘Perfidis’ wordt daar vertaald als ‘trouweloos’. Ik zeg dit omdat de kerk deze passage inmiddels al een hele tijd geschrapt heeft, waarbij ze officieel stelde dat het Latijnse woord ‘perfidus’ een heel andere betekenis zou hebben dan in de hedendaagse talen waarin het voorkomt. Hetgeen een manifeste leugen genoemd mag worden.
  43. Over dit thema in de Nederlandse literatuur schreef Bart Vervaeck een boeiend werk: Bart Vervaeck: Literaire hellevaarten, van klassiek naar postmodern. Uitgeverij Vantilt, Nijmegen, 2006.
  44. Filip De Pillecyn: Face au mur, De Clauwaert vzw, Leuven, 1979.
  45. Cfr. Gerard Groeneveld: Zwaard van de geest. Het bruine boek in Nederland 1921-1945. Uitgeverij Vantilt, Nijmegen, 2001.
  46. Cfr. daarover een klein boekje: Marie-France Rouart: L’antisémitisme dans la littérature populaire. Berg International Editeurs, Paris, 2001.
  47. Voor een overzicht verwijs ik naar het reeds aangehaalde lemma van Lieven Saerens, op. cit.
  48. Maurice Bardèche: Nuremberg ou la terre promise. Les Sept Couleurs, Paris, 1948. Een Nederlandse vertaling verscheen in 1951, maar die heb ik nooit gezien. Zou het kunnen dat De Pillecyn kennis had van deze vertaling, of van het Franse origineel? Via de vertaler, Karel Dillen? Briefwisseling tussen beiden is in het De Pillecynarchief in het Letterenhuis in elk geval niet aanwezig.
  49. Heel deze ontwikkeling en de tegenstellingen daarrond in de Vlaamse beweging zijn op magistrale wijze tot in de details geanalyseerd in het werk van Bruno De Wever waaruit ik reeds citeerde. Men kan overigens volgens mij een rechte lijn trekken van de ‘zachte’ collaboratie van het VNV over de Volksunie naar de N-VA enerzijds; en van de ‘harde’ collaboratie van de DeVlag/SS Vlaanderen over de Volksunie naar het Vlaams Belang.
  50. Zoals Humbeeck doet in ‘Begoochelingen en ontgoochelingen van een nationaal-socialist’, in: Zacht Lawijt, op. cit.
  51. Het betreft achtereenvolgens: Bagatelles pour un massacre (Denoël, Paris, 1937), L’école des cadavres (Denoël, Paris, 1938) en Les beaux draps (Nouvelles Editions Françaises, Paris, 1941). Over deze pamfletten kan men lezen: Peter Bormans: ‘D’un Céline l’autre’, in: Diogenes, jg.6, nr.1, juli 1989, pp. 36-43.
  52. Marcel Jouhandeau: Le péril juif, Fernand Sorlot, Paris, s.d. [1938]
Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

3 reacties

  1. Een romancier buiten categorie waar in Vlaanderenland weinig over gesproken wordt is Louis-Ferdinand Céline.

    L-F Céline wordt genoemd als lichtend voorbeeld voor tal van mensen die groot of klein hebben geschreven, toch vraag ik me af wordt hij links of rechts door Mieke en Jan nog wel gelezen?

    Nederlanders lijken wel grotere belangstelling te hebben, zie maar de bij hen erg gesmaakte vertalingen van zowel zijn acht ik-romans als stapels brieven en de commentaren van Emanuel Kummer, Debrot, Versteeg, Keuning, Spork, Hermans en Frans van Woerden. Weliswaar belangrijkste van al: naar men mij zegt zouden daar nogal wat studenten de Franse schrijver opnieuw meer en meer gaan appreciëren.

    Die leemte in Vlaanderen intrigeert me een beetje, zie ik dat tekort wel goed en zo ja waarmee zou dat te maken kunnen hebben? Aan de geroemde en zeer geprezen theatermonoloog “Reis naar het einde van de nacht” van Guido Lauwaert zal het zeker niet hebben gelegen!

    Kent de meerderheid der Vlamingen geen Frans genoeg (meer) om zich door de spreekmuziek, schrijfdans en straattaal van jongleur Céline nu eens vloekend dan weer lachend een weg te kunnen banen?

    Zijn de gelauwerde ver-taalde romans voldoende gekend, zijn ze misschien niet genoeg nieuwerwets gebekt, te ABN Standaardnederlands of verraderlijk anders dan het origineel gestemd?

    Of moeten we het eerder zoeken in zaken die verband houden met “vervlaamsing, anglofolie en francopathie” waardoor onmerkbaar Franse cultuur blindheid in blik en hoofden is ontstaan?

    Heeft woordkunstenaar Louis-Ferdinand Céline in Nederlandstalig België geen vrienden meer die hem in een top 10 of als verplichte lectuur hebben aangeprezen?

    En wat moeten we denken van de mening van onze landgenoot en “grand célinien” Marc Laudelout die vindt: Ferdinand schrijft veel te expressief om “de doorsnee introverte en meer gesloten Vlaming” sans gêne te kunnen passioneren…?

    Is er met Céline alias Dr. Destouches echter niet verschrikkelijk veel meer aan de hand: is hij mee schuldig aan Holocaust en collaboratie, monsterlijke gruwelen die slachtoffers, nakomelingen en het collectief geheugen nooit ofte nooit zullen pardonneren; hij bleek niet vies van racisme, onverbeterlijk dwarsliggen plus slopende kritiek op alle mogelijke kerken en heilige werken; waardoor zowel machtige tegenstrevers als brave burgers in koor die “povere docteur en gemene pamfletteur” eeuwig tot hel en verdoemenis condamneren. Maar is ook dat typisch voor Vlaanderen en in Brussel, Wallonië, Frankrijk en Nederland zoveel anders?

    Zelfs voor wie van dat hatelijk verleden niets af zou weten: Monsieur Ferdinand heeft in zijn spreken hoe dan ook een “vrij vranke cynische mulle” en etaleert een pessimistisch-realistisch wereld- en mensbeeld, een zwarte visie en luidop denken waarmee “de doorsnee correcte en minzame Vlaming” het minstens in de dagelijkse omgang nogal moeilijk heeft? En vandaar mogelijks het genadeloos afkraken in bepaalde kringen: “Die vent is niet meer en niet minder dan een misrekende en zelfbeklagende kwal waarover men in alle talen zwijgen zal!”

    Of is het slechts een beetje van dat alles? Is hij simpel slachtoffer van de lawines van academische en artistieke lettermachines?Trop c’ est trop! We doen en laten ons brein via nieuwe media aan de lopende band met duizend beelden en heet van de naald klaarkomen. Louis-Ferdinand avec ses délires, ses histoires, c’ est démodé, afgezaagd, ancienne alliance, inbinden, du passé. Behalve een handvol fijnproevers of gepensioneerden lezen we in de maalstroom van competentie, competitie,commercie gewoon geen veeleisende boeken van dat kaliber meer. Hoe groot is het verlies als de laatste reisgenoten van de fabelachtige Céline hem vroeg of laat ook nog de rug toekeren? Of maken we ons nodeloos zorgen: komt zelfs voor hopeloze ongelovigen op het einde van de nacht hoe dan ook de ochtend niet weer aan de horizon gloren?!

  2. Peter, ik zoek naar uw volledige tekst over «Hoe de zwarten in de hemel kwamen». Ik vind er maar twee, klopt dat?
    Prof. E. Waegemans
    Hoofdredacteur «Filip De Pillecyn Studies»

    • Beste Professor Waegemans,

      Ik begrijp uw vraag niet goed. Er is nl. maar één enkele tekst over dat gedicht, gesplitst in tien delen. Met die tweede tekst bedoelt u waarschijnlijk de vermelding van de titel ervan in de recensie van de reader over ‘Verbrande schrijvers’?
      Ik zal u de hele tekst doorsturen via email.

      Met vriendelijke groeten,
      Peter Bormans

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


3 × vijf =