05.07.17 – Wiel Kusters verzameld

| Geen reacties

Het debuutbundeltje van Wiel Kusters, een oor aan de grond uit 1978 begint met een citaat van Kouwenaar. Naast o.a. Michel Bartosik is Kusters degene die zich het intenst met het werk van Kouwenaar heeft beziggehouden, hij is er trouwens ook op gepromoveerd. En toch valt bij het lezen in zijn nieuwe boek op dat er eigenlijk erg weinig invloed van Kouwenaar op zijn eigen dichtwerk te bespeuren valt. Zoals gezegd, was dat bij Enquist een beetje anders.

Wiel Kusters: Leesjongen, Verzamelde gedichten 1978-2017 (Uitgeverij Cossee, Amsterdam, 2017) is niet wat het lijkt; het zijn weliswaar inderdaad ‘verzamelde’ gedichten, maar niet alle bundels en gedichten uit het omvangrijke oeuvre komen erin terug; het is eerder een bloemlezing, een ruime bloemlezing daaruit. Ook een ander punt wijst daarop: van enige chronologie is geen sprake: de gedichten zijn thematisch gerangschikt in zes afdelingen; daarbinnen komen zowel oudere als recentere gedichten voor. Dat zie je al onmiddellijk aan het bladbeeld: klassieke rijmende gedichten als sonnetten komen voor naast gedichten die vaste versvormen of strofevormen achter zich laten en ook amper rijm kennen. Wanneer je het werk van Kusters een beetje gevolgd hebt, dan weet je dat die laatste chronologisch eerst moeten komen; slechts in zijn recentere bundels is Kusters klassieke vormen gaan gebruiken.

Die afwisseling is op zich trouwens boeiend en bevordert de lectuur. Evenals de nieuwe rangschikking van de gedichten. Het is alsof je een heel nieuw boek leest. Soms herken ik hier en daar een gedicht, maar de meeste herken ik niet, ook al moet ik ze meestal wel gelezen hebben. Wel valt het me toch op dat er blijkbaar minder uit de eerste bundels werden overgenomen.

Die eerste bundels waren voor mij persoonlijk zeer herkenbaar. Kusters is afkomstig uit een Nederlands mijnwerkersgezin, en de mijnen plus mijnwerkers waren de achtergrond van die eerste bundels, maar ook het hoofdthema. Mijn vader werkte bij de mijn van Eisden (weliswaar niet in de ondergrond) en in het café van mijn moeder kwamen veel mijnwerkers langs; ik herinner me nog levendig dat ik als kind van enkele jaren ’s morgens in de keuken kwam en dat die vol zat met mijnwerkers die de nacht hadden gedaan en nu een borreltje zaten te drinken en te paffen. Daar waren ook heel wat Nederlanders bij, want de Nederlandse mijnen werden eerder gesloten dan de Belgische.

Dat thema moest echter al vlug plaats maken voor andere thema’s; Kusters nagelde zich niet vast aan dat éne thema. Een titel van een latere bundel, Velerhande gedichten thematiseert dat trouwens in de titel zelf al; en ettelijke jaren eerder had Jacques Hamelink al een Gemengde tijd gepubliceerd. Je ontkomt niet aan je eigen postmoderne tijd; op de een of andere, weze het amper zichtbare manier sluipt die toch ergens binnen. Dat is trouwens geenszins erg.

In een korte verantwoording op het einde somt hij zelf de aan bod komende thema’s op: daar is vooreerst de biografie, waar ‘liefde en vriendschap’ als tweede nauw bij aansluit; maar er zijn uiteraard ook verbanden met de andere afdelingen, eigenlijk is de opdeling een beetje arbitrair. Wat evenmin een bezwaar is.

Het boek eindigt met zeventien nieuwe gedichten, die op een enkel na allemaal gewijd zijn aan verjarende of – meestal – gestorven collega’s (o.a. zijn promotor Sötemann). Om te eindigen wil ik daar eentje van citeren:

“Uitvaart van Gerrit Kouwenaar

Wij zaten rond jouw kist, gelaten maar zonder
gezicht, verzonken in ieder
gedicht dat van jou gelezen werd.

Waarvan je hebt geweten dat jij er
voorgoed niet meer
toe deed.

Toen zwenkten naar jouw nabestaan
de vleugeldeuren open.
Vlucht en redding.
Wij schreden achter jouw verscheiden aan.
Misschien dat wij onszelf al misten.

Zo zijn de listen van het graf, dat
hier en nu, vlakbij, in tuinen aan de Amstel
waakte, gaapte.

Laat ons je niet vervelen.” (p.274)

Voor de poëzielezers die Kusters amper kennen is dit boek zeker een aanrader; maar ook de anderen kunnen ontdekkingen doen, doordat gekende of vergeten gedichten ineens in een totaal nieuwe context opduiken en zodoende ook nieuwe inzichten openen.

Bij het boek werd een CD gevoegd, waarop de dichter een reeks gedichten voorleest.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


11 − 9 =