29.06.2017 – Bayer

| Geen reacties

Lang, heel lang geleden – ik was nog niet zo lang afgestudeerd en woonde nog in Brussel – had ik een vriendin, die zeer intelligent én zeer naïef was, een combinatie die vooral op jonge leeftijd wel vaker voorkomt.

Na haar studies kreeg ze een eerste job bij een administratieve afdeling van Bayer die eveneens in Brussel lag, ik dacht aan de Louisalaan ergens. Uiteraard was ze erg progressief, zozeer zelfs dat ze het bestond daar bij Bayer als het zo te pas kwam niets kwaads te zeggen over de RAF, ja, die zelfs te verdedigen. Nee, ze hebben haar niet buiten gesmeten; die job was een job in het kader van een van de toenmalige nepstatuten, en na een jaar of zo had ze dus toch sowieso moeten vertrekken.

Gelukkig was er iemand die haar verwittigde en op de hoogte bracht van het soort volk dat bij Bayer werkte, zeker in het hoger kader. Die man was trouwens zelf nogal verbitterd omdat hij wegens vermeende collaboratie na de oorlog een beetje last had gekregen. De Duitsers daar (en waarschijnlijk nog veel meer in Duitsland zelf) waren van een ander, veel zwaarder kaliber.

Daar moest ik aan denken toen ik bij een antiquariaat een privé-uitgave van Bayer Antwerpen zag liggen, drie prachtige boekjes in een cassette, die werden uitgegeven nav de vijfentwintigste verjaardag van de aanwezigheid van de grote fabriek van Bayer in de Antwerpse haven. Het is echt een mooie uitgave (Bayer Antwerpen, 1990), waarbij blijkbaar op geen cent gekeken is.

Van die drie boekjes gaat slechts éen over de fabriek van Bayer zelf. Het bevat zeer weinig tekst bij zeer vele, ik geef toe meestal prachtige foto’s (in kleur). Een eerste reeks doet me denken aan bepaalde stills uit de film Meeuwen sterven in de haven, met name de zeer snel gemonteerde expressionistisch aandoende beelden van industriële complexen in de toenmalige haven (de film dateert uit de jaren vijftig, Bayer was er dus nog niet). De andere reeksen zijn beelden van mensen, werknemers en kaders (die laatste bijna allemaal Duitsers natuurlijk, én Doktor) uit de verschillende afdelingen van de fabriek; allemaal zijn ze natuurlijk even gelukkig en fier dat ze bij Bayer kunnen werken, want de fabriek is een heuse idylle, zo lijkt het toch als je de foto’s vertrouwt, en de onderschriften; zo is er bv. een dienst arbeidsgeneeskunde, die enkel preventief werkt en zich echt bekommert om de werkmens.

Wer’s glaubt, wird selig, zeggen ze in het Duits.

De twee andere boekjes gaan over respectievelijk de dorpen Kallo en Lillo, en de opzet is gelijkaardig: veel foto’s bij, in deze twee, iets meer tekst. De fotograaf in deze boekjes is de Vlaming Jan Decreton, een van de bekendste fotografen van Vlaanderen, met een hele reeks mooie fotografische publicaties. De fotograaf van het eigenlijke Bayer-boekje was éne Siegfried Himmer (inderdaad: zonder ‘l’), een Duitser, die als fotograaf eveneens erg bekend was (hij is inmiddels overleden). Deze laatste werkte ook veel samen met de eigenlijke samenstelster van de boekjes, en schrijfster van de teksten: Rosine De Dijn, een Vlaamse die al een hele tijd in Duitsland woont en werkt (als journaliste). Over geen van drie is ergens op het internet iets kwaads te vinden, enkel dat De Dijn afkomstig is uit een collaboratiegezin – of althans dat haar vader aangeklaagd en veroordeeld werd, blijkbaar op grond van amper iets, zoals dat toen wel vaker geschiedde.

Maar hoe gaat dat, van die appel en die boom?

Met name in het boekje over Lillo valt iets op. De teksten in dat deel zijn niet zo zeer van haar afkomstig, maar voor het merendeel zijn het gewoon gedichten over de Schelde. Gewoon gedichten, op de eerste plaats van Gezelle en Verhaeren, allebei schrijvend in tempore non suspecto, en de laatst genoemde zelfs in het Frans, godlof.

Maar de meeste anderen: Albe, Bert Peleman, Filip De Pillecijn, Wies Moens, Karel Vertommen en nog vele anderen kunnen wel degelijk in een bepaald, zeg maar Vlaams-nationaal kader geplaatst worden; en dat laatste geldt vaak ook voor minder verdachte figuren, zoals bv. de bekende René De Clercq. Er staat één gedicht in van één dichter die inderdaad progressief was, Jos Vandeloo nl. Voor de rest zijn we, vrees ik, helemaal terug bij waar we begonnen waren: bij het milieu waarin die toenmalige vriendin een eerste job vond.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


vier + 10 =