23.06.17 – Celan am Meer

| Geen reacties

Waarschijnlijk ben ik een van de eersten, zoal niet dé eerste geweest om in het Nederlands een lang artikel te publiceren over Paul Celan. Het heette gewoon ‘De thematiek van Paul Celan’ en moet verschenen zijn in de eerste helft van de jaren zeventig van de vorige eeuw in het Tijdschrift van de VUB. Zelf heb ik daar geen exemplaar meer van. En ik herinner me er ook zo veel niet meer van.

Maar wat ik me nog herinner is het feit dat ik met de laatste gedichten (die van Schneepart bv.) veel moeite had om ze te begrijpen; dus koos ik – koos ik? – voor de gemakkelijkheidsoplossing en stelde dat die poëzie zo hermetisch was dat ze niet meer geduid kon worden.

Onzin natuurlijk, want het kwam er in de praktijk gewoon op neer dat ik ze niet begreep.

Inmiddels zijn we zowat vijftig jaar verder en weet ik wel hoe dat kwam. Er kwamen heel wat geologische termen voor in die late poëzie, en van geologie had ik geen kaas gegeten. Ik wist dat het een vak was, en dat zal wel alles zijn geweest. Nochtans kwamen er ook bekende geologische begrippen in voor, die me op weg hadden moeten helpen. Maar vooral: ook in eerdere bundels van Celan kwamen dergelijke termen voor, en die vond ik dan wel begrijpelijk blijkbaar.

Nou ja, si jeunesse savait…

Helmut Böttiger heeft enkele decennia geleden al een boek gepubliceerd dat Orte Paul Celans heette, en waarin hij de weg van Czernowitz naar Parijs volgde. Nu is daar de tweede versie (de eerste verscheen tien jaar geleden al) op gevolgd van Celan am Meer (Wallstein Verlag, Göttingen, 2017), waarin hij de sporen van Celan volgt in Bretagne, waar die met zijn vrouw vanaf de jaren zestig vaak verbleef.

Het boek is geen wetenschappelijk academisch essay (er is bv. geen notenapparaat en geen bibliografie), maar een eigen creatieve bijdrage tot zowel een deel van de biografie van Celan als tot een beter begrip van de verhouding tussen biografische feiten en poëzie. De poëzie die Böttiger daarbij gebruikt komt grotendeels uit de scharnierbundel Die Niemandsrose, waarin enkele ‘klassiekers’ van Celan voorkomen.

Maar er staat ook een afdeling in met gedichten die gesitueerd kunnen worden in de jaren zestig en in Bretagne, met name in het kleine dorpje Trébabu en de omgeving daarvan. Opvallendst: wanneer je deze tekst leest, blijkt dat er van hermetisme amper nog sprake is. Vaak zijn de gedichten bijna letterlijke beschrijvingen van wat Celan gezien heeft of moet hebben, bv. een bepaalde menhir, of een bepaald kasteel in Kermorvan, waar boven de deur staat: ‘Servir Dieu est régner’. Wanneer je het gedicht in kwestie leest, weet je niet waar dat op slaat; je kunt wel een interpretatie wagen natuurlijk, maar waar het citaat letterlijk vandaan komt is niet duidelijk  (Servire Deo Regnare Est). Wel het ‘kannitverstan’ enkele verzen verder, dat uit Hebel afkomstig is.

En zo geeft Böttiger nog vele voorbeelden van gedichten die eigenlijk zeer eenvoudig en direct zijn; misschien is enige kennis van Bretagne nodig om tot de werkelijke kern ervan door te dringen, maar wanneer je bv. ‘Le Menhir’ leest, dan zie je de dichter gewoon naar een groter wordende steen in het Bretonse landschap toelopen. En dat is een gemakkelijk voorbeeld, maar het geldt eveneens voor moeilijkere voorbeelden, die Böttiger geeft.

Zonder van de hak op de tak te springen volgt Böttiger wel een bepaalde route, zijn boek is ook een eigen reisverslag, naar een landschap enerzijds, en naar de weerslag ervan in gedichten anderzijds. Maar het is ook een essay over een leven, of toch over bepaalde gedeelten ervan, vooral dan de verhouding van de dichter met zijn vrouw en met Ingeborg Bachmann. Zeer summier, dat wel, maar ook hier weet hij het essentiële te vatten, zowel uit het leven als uit de poëzie. De reizen en het verblijf in Bretagne waren natuurlijk geen toeval: Celan had rust nodig, en die kon hij daar, ver weg van de drukte van Parijs, aan de ongerepte kust vinden.

Zo is ook het gedicht ‘Nachmittag mit Zirkus und Zitadelle’ bijna letterlijk terug te voeren tot een gebeurtenis uit 1961 in Brest, waar Celan met vrouw en zoon een circusvoorstelling bijwoonde (die zoon werd later circusartiest). Je kunt als je dat weet veel beter de associaties volgen die het gedicht vervolmaken. In dat gedicht wordt ook voor het eerst de grote betekenis duidelijk die Mandelstam had voor Celan. Ook daar gaat Böttiger op in.

Maar niet enkel de drukte van Parijs. Böttiger weet goed weer te geven hoe ook de beide belangrijkste vrouwen in Celans leven in de Bretagne-gedichten aanwezig zijn, Gisèle op de eerste plaats. En de tweespalt die dat teweeg bracht; en hoe Celan eigenlijk een vrouwenversierder was, want naast die twee waren er ook nog (vele?) andere. Het is wachten op een volledige, gedetailleerde biografie van de dichter om over dat alles het fijne te weten te komen.

Of Böttiger die biografie zal schrijven weet ik niet. Wel is een volgend boek van hem al voor augustus e.k. aangekondigd. Dat zal over de verhouding met Bachmann handelen, en zal zodoende ook slechts een deelbiografie zijn.

Nee, het hoeven geen academische geschriften te zijn. Dit boek is een miniatuur van hoe je gedichten moet lezen, zeker moeilijke gedichten als die van Celan. Ofschoon ik Celan al ken van mijn zeventiende of zestiende, leer ik toch telkens weer bij wanneer ik goede boeken over hem en zijn werk lees. En dit is een goed boek; het eist niet al te veel voorafgaande kennis, is goed en boeiend geschreven, is allesbehalve technisch, maar wel vol empathie. Kortom: aan te bevelen, zowel voor mensen die Celan nog niet of amper kennen, als voor ouwe rotten in dat werk.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


vier × 4 =