08.05.17 – Vakantielectuur 3: Sam van Rooy

| Geen reacties

Watte?!

En dan nog wel de jeugdboeken die hij op de leeftijd van tien à dertien jaar schreef. Het zijn er twee (tenzij ik er ergens eentje gemist zou hebben?), nl. De vampierenmoord en Smokkel in Egypte, beide uitgegeven door Houtekiet Jeugd in Antwerpen, in respectievelijk 1997 en 1998.

En er is maar één enkele reden om die twee boekjes te lezen: nieuwsgierigheid. Kun je er iets in terugvinden dat vooruit wijst naar de latere politieke ontwikkeling van betrokkene?

Laat me maar onmiddellijk antwoorden: op een rechtstreekse manier amper. Op één ogenblik is er sprake van ‘fundamentalisten’ en ‘aanslagen’ die die ‘soms’ plegen. Dat is alles. En dat wordt sec medegedeeld, op een objectieve manier zou je kunnen zeggen. En volledig terloops. Het boekje in kwestie gaat daar helemaal niet over, en die vermelding zal enkel en alleen te maken hebben met het feit dat het zich in Egypte afspeelt op een ogenblik dat er inderdaad af en toe aanslagen tegen toeristen plaatshadden. Toestanden zoals we die vandaag kennen, met een toenemende en vaak al op oorlogstoestanden lijkende tegenstelling tussen moslims en anderen was er toen nog niet.

Misschien is er dan op een onrechtstreeks manier iets te merken?

Volgens mij wel, ook al moet je dan de psychologie, en meer nog de psychoanalyse erbij betrekken, wat, zoals eenieder weet, een moeilijk toegankelijk gebied is, waarin je heel snel en heel gemakkelijk kunt verdwalen.

Maar hoe dat ook zij, het moet elke lezer onmiddellijk opvallen dat in beide boekjes de vader afwezig is, dood, en de hoofdpersoon enkel met zijn moeder samenleeft. Nochtans is het eerste boekje opgedragen ‘voor mijn papa, een boekenwurm’. Je mag er dus van uitgaan dat de zoon ook is gaan schrijven om de vader te behagen; je kunt er een afgeleide vorm in zien van roepen om aandacht.

De werkelijke vader bestaat dus wel degelijk, maar misschien bemoeit hij zich veel meer met zijn boeken dan met zijn zoon. Eén keer treedt in het boekje een figuur op, die de hoofdpersoon het resultaat van een enquête meedeelt, waar die hoofdpersoon naar gevraagd heeft: die figuur heet ‘Wim’, net zoals de echte vader van de schrijver. Het kan een symbolische vaderfiguur zijn, maar eerder nog de imaginaire vader, degene waarmee het kind zich wil identificeren. In dit eerste boekje speelt die figuur ‘Wim’ een echt marginale rol.

In het tweede boekje echter, Smokkel in Egypte, treedt een andere figuur, Willy, veel meer op de voorgrond als vadersurrogaat: het betreft een in Egypte wonende archeoloog, die het hele boekje door een belangrijke rol speelt in de afloop van het verhaal zelf, maar die voor de hoofdpersoon – die dezelfde is als in De vampierenmoord – ook een duidelijk na te volgen vaderrol speelt, zozeer zelfs dat op het einde gesuggereerd wordt dat het tot een band komt met de moeder, en dat Maarten ‘er een vader heeft bijgekregen’ (p. 102).

Van de afwezige reële vader gaat het dus naar de aanwezige imaginaire vader, waar de zoon zich mee vereenzelvigen kan.

Dat betekent overigens ook dat het Oedipus-complex zich op een min of meer normale manier afgewikkeld heeft. Waarschijnlijk kan dat ook getransponeerd worden op de werkelijke verhouding tussen Wim en Sam van Rooy. Met wellicht toch een niet onbelangrijke voetnoot: vanaf het ogenblik dat het kind de vader als afwezig aanvoelt, kan dat tot twee tegengestelde wegen voeren. Daarbij moeten we voor ogen houden dat de Vader hoe dan ook altijd de incarnatie is van de Wet. Is die afwezig dan kan de zoon de wetteloosheid, de chaos induiken; maar hij kan ook elders een Wet zoeken die veel en veel strenger is dan normaal.

Dat soort Wet vind je bv. in extreme en fanatieke opvattingen en groepen. Zoals het Vlaams Blok.

Zou het kunnen dat dit het geval was hier? Nogmaals: met zekerheid valt het niet te zeggen, daarvoor zou je de perso(o)n(en) zelf moeten analyseren. En dan is er nog iets: in het eerste boekje staan twee groepen tegenover elkaar: vampieren en heksen. Ook al vereenzelvigt de hoofdpersoon zich min of meer met één ervan, toch pleit hij uiteindelijk impliciet voor verzoening. Er wordt dus niet gedacht in termen van absolute en antagonistische tegenstellingen.

Hoe dan ook, het geschetste proces is in elk geval géén extreem proces. Er heeft wel degelijk en in de praktijk identificatie plaatsgevonden met de samenvallende reële en imaginaire vader. Die identificatie daarentegen is wel degelijk sterker dan normaal, want de zoon heeft de vader quasi volledig nagevolgd voor wat betreft de extreme standpunten, die daarenboven ook nog gevaarlijk kunnen worden. Men kan dus de vraag stellen in hoeverre de zoon erin geslaagd is zich uit de schaduw van de vader los te wrikken.

Maar wat wel zeker is: de amper aan de rand van de puberteit aangekomen schrijver van deze boekjes heeft blijk gegeven van een enorm talent. Ik vermoed dat zijn boekjes wel erg boeiend moeten zijn voor de geïntendeerde lezers (waarin ik me jammer genoeg maar heel moeilijk kan verplaatsen).

Jammer voor de rest.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


twaalf − 6 =