09.04.17 – Michel Onfray over de islam

| Geen reacties

Michel Onfray is een van de bekendste filosofen en intellectuelen in het Frankrijk van vandaag. En dus iemand die, zoals alle Franse intellectuelen, over alles zijn zeg heeft.

Voor iemand die nog tamelijk jong is en slechts vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw begon te publiceren is zijn publicatielijst effenaf indrukwekkend. Maar heel in het algemeen geldt al dat kwantiteit niet noodzakelijk kwaliteit inhoudt, bij mensen die zich geroepen voelen de actualiteit op de voet te volgen en te becommentariëren kan het bijna niet anders of die commentaren moeten aan kwaliteit inboeten.

Ik vrees dat dit een beetje het geval is met een van de recentste publicaties van Michel Onfray: Penser l’islam (Le livre de poche, Grasset, Paris, 2017 (eerste uitgave in 2016)). Het bevat volgens mij zeer juiste opmerkingen, maar ook rabiate onzin.

Een echte structuur is er in het boek niet te herkennen: het bevat blijkbaar alles wat de auteur op zijn bureau had liggen over dit onderwerp; dat werd dan bij elkaar geveegd en in een boek(je) gegoten. Naaste enkele lossen teksten, die al dan niet in de pers verschenen of geweigerd zijn, bevat het echter vooral een lang interview met de auteur.

Maar in de introducties slaagt hij er toch al in de vinger op enkele erg zieke plekken in de Franse (en bij uitbreiding: de Europese) maatschappij te leggen, ook al is die inleiding voor een groot deel een pleidooi pro domo. Blijkbaar werd ook hij er al van beticht de loper voor Le Pen uit te spreiden, islamofoob en dus fascist te zijn enzoverder enzovoort. Het gewone geraaskal van de politiek correcte meute dus; daarom alleen al is de man mij sympathiek. Want hij heeft natuurlijk gelijk: je moet beginnen met de zaken te benoemen, en geen newspeak te gebruiken; plus daarenboven wil hij begrijpen, analyseren, nadenken: en voor de vorige eerste minister van Frankrijk, een zekere Valls, is begrijpen krek hetzelfde als zich medeplichtig maken. Of: hoe ziek kun je als politicus en bestuurder zijn!

Ook in het lange interview zelf (van pagina 55 tot 145) is weinig structuur te ontdekken; er wordt dus een beetje van de hak naar de tak gesprongen, maar omdat de islam het verbindend middel is, valt dat eigenlijk toch wel mee en kun je uit het geheel toch wel enkele belangrijke thema’s distilleren, die ook in andere boeken over het onderwerp voortdurend terugkomen.

Er is natuurlijk de zgn. ‘laïcité’ ofte de wet van 1905 op de scheiding van kerk en staat in Frankrijk. Hier stelt hij een algemeen principe dat juist is, maar bij de concrete uitwerking gaat hij compleet de mist in. Het algemene principe komt erop neer dat die wet nu meer dan een eeuw oud is en dringend aangepast moet worden. Dat klopt en daarover zijn de meeste Fransen het wel eens: zelfs de officiële vertegenwoordigers van moslims en andere dergelijke obscurantismen vinden dat. Maar die laatste vinden dan bv. wel dat ‘blasfemie’ opnieuw in het strafrecht moet enz. Onfray is van mening dat de Franse staat imams moet opleiden én subsidiëren. Dat gaat in tegen de hele letter en de hele geest van de wet van 1905, en is voor iedereen die met die laïcité begaan is minstens al twee bruggen te ver. Dat komt er immers op neer die wet gewoon af te schaffen. Immers, artikel 2 van die wet begint als volgt en bevat eigenlijk de hele kerngedachte ervan:

“La République ne reconnaît, ne salarie ni ne subventionne aucun culte. En conséquence, à partir du 1er janvier qui suivra la promulgation de la présente loi, seront supprimées des budgets de l’Etat, des départements et des communes, toutes dépenses relatives à l’exercice des cultes. “

Het voorstel van Onfray desbetreffende lijkt me dus rabiate onzin en volledig in strijd met de uitgangspunten van die ‘laïcité’. Als die wet al aangepast moet worden – en dat moet ze – dan in tegenovergestelde zin: ze moet verstrengd worden, en alle uitingen van godsdienst moeten radicaal teruggedrongen worden naar de privésfeer, naar de huiskamer waar ze thuis horen.

Veel belangrijker echter zijn de analyses die hij maakt van teksten uit de koran, de hadith en het officiële leven van de profeet. Hij komt daarbij tot de volgende, mijns inziens alleszins volkomen juiste conclusie:

“Mais là encore, dans la suite de ce que je viens de vous dire, qui aurait intérêt à être pacifique quand il peut désormais être conquérant? D’autant qu’intrinsèquement le Coran est parole de Dieu et qu’on ne saurait choisir selon son propre caprice ce que Dieu a dit. La contradiction est dans le texte: ceux qui professent un islam des Lumières ont raison, il se trouve dans le Coran; mais ceux qui professent un islam belliciste et conquérant ont également raison, car il se trouve aussi dans le Coran.” (p. 75)

Een veel duidelijker voorbeeld van een catch 22 zal wel moeilijk te vinden zijn. En in zo’n geval kun je als lekenstaat enkel maar repressief optreden. Want het ‘creëren’ van een Franse, een Europese of hoe je die islam ook noemen wil, is gewoonweg onmogelijk. Onfray toont zich hier zeer naïef. Want het volstaat de geschiedenis van het christendom, en vooral van het verdwijnen ervan in West-Europa te bekijken om zich ervan te vergewissen dat het enkel en alleen een kwestie is van macht, van politieke macht.

Onfray gaat ook nog even in op de doodstraf, waarvan hij een absolute tegenstander is. Ook hier lijkt het me dat je naar de context moet kijken, en dat een filosoof van zijn allure weten moet dat er geen universele en/of absolute principes zijn.

Zeer juist is dan weer zijn stelling dat het Westen schuld draagt aan de radicalisering van vele moslims. Kort en bondig stelt hij het als volgt voor, en iedereen die objectief is kan het daar alleen maar mee eens zijn: onze media geven altijd de slachtoffers van de jihadi’s weer, zonder er trouwens bij te zeggen dat die vaak ‘onze’ bondgenoten zijn, maar ‘sans jamais montrer des images d’enfants, de femmes ou de vieillards tués par les bombardements de le coalition américaine” (p. 102); hetzelfde voor bv. het opblazen van cultureel erfgoed van onschatbare waarde zoals in Palmyra. Dat de Amerikanen in Irak veel meer werelderfgoed vernietigd hebben wordt altijd zedig verzwegen. Geen wonder dat onze mainstreampers enkel nog propaganda spuit als het over internationale politiek gaat.

In het licht van het voorgaande vind ik het verbijsterend dat Onfray wel de nazionistische entiteit verdedigt en blijft verdedigen. En meer nog: dat hij in een totale verdraaiing van alle feiten quasi alle linkse intellectuelen uit de jaren zestig en zeventig effenaf van antisemitisme beschuldigt: Sartre natuurlijk, maar ook Genet, Derrida, Foucault enz. worden in één zak gestopt met Garaudy en afgevoerd. Zoals Marx zelf, waarvan hij stelt dat hij jood zou zijn (een definitie van het begrip geeft hij uiteraard niet) en antisemiet wegens zijn tekst over ‘Zur Judenfrage’. Je vraagt je echt of hoe iemand die even eerder de nagel op de kop slaat even verder de idiootste onzin kan ophoesten als zovele fluimen. Onfray moet vreselijk bang zijn om voor antisemiet door te gaan. Belachelijk gewoon.

Maar bon, zijn politieke voorstel is volkomen juist en zal door niemand worden gevolgd of uitgevoerd:

“Je suis en effet partisan d’une remise à plat totale de la politique étrangère française. Si nous continuons à mener cette politique agressive à l’endroit des pays musulmans, ils continueront à riposter comme ils le font.” (p. 157)

Wat dit aspect betreft ben ik het volledig met hem eens. Ik zou zelfs verder gaan: niet enkel elke tussenkomst aldaar afzweren en stoppen, ook alle banden verbreken met de nazionistische entiteit. Maar niemand zal dat doen, gebonden als ze zijn aan de NAVO en dus aan de Amerikanen. Als klassieke lemmingen lopen al onze politiekers quasi blindelings naar de afgrond: ‘ces pantins décérébrés’ noemt hij onze politici. En ook dat is volkomen juist, je kunt er enkel maar verachting en minachting voor voelen.

Een beetje bizar vind ik ook dat hij zich expliciet aansluit bij de slogan van Huntington over ‘the clash of civilisations’. Misschien past dat bij zijn politieke figuur: hij noemt zichzelf eveneens expliciet een socialist, maar dan wel van voor Mitterrand, die volgens hem het socialisme vernietigd zou hebben. Ook dat is onzin volgens mij. En die clash is natuurlijk iets dubbels: in zekere zin is het juist, maar in welke mate komt die juistheid voort uit een vorm van selffulfilling prophecy? Dat is de vraag. Huntington was een pure ‘neocon’ zoals dat heet, en dus een extreem gevaarlijk man.

Maar hoe dat ook zij, twee zaken moeten gebeuren om Europa nog te kunnen redden:  het terugdringen van godsdienst naar de privésfeer en het stopzetten van elke bemoeienis met de landen van het Midden-Oosten. En de enigen die dat nog niet weten zijn het politicaille en haar kiesvee.

Arm Europa!

Delen:

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


een × 2 =