24.03.17 – Benedictus Ratzinger

| Geen reacties

Waarom lees je dat?, vraagt iemand.

De vraag houdt in, dat iemand die voor vrijzinnig doorgaat en/of het is, niet geacht wordt boeken van pausen (of zelfs over pausen?) te lezen, want die hebben iemand die vrijzinnig is helemaal niets te zeggen.

Zelfs als dit laatste waar zou zijn, dan nog is het interessant toch zo’n boeken te lezen. Het is trouwens niet voor het eerst. De vorige twee boeken met vraaggesprekken met Ratzinger heb ik eveneens gelezen, en er zelfs gebruik van gemaakt, o.a. om tegen bepaalde nogal fundamentalistische vrijmetselaren te keer te gaan. Moet kunnen.

Benedikt XVI. Letzte Gespräche mit Peter Seewald (Droemer Verlag, München, 2016) zal, gelet op zijn leeftijd, inderdaad wel de laatste gesprekken met de Duitse herder bevatten.

Het genre van de al dan niet Socratische gesprekken vooronderstelt niet enkel een interessante gesprekspartner, maar misschien meer nog een vraagsteller die zowel de persoon van de ondervraagde als dat waar hij voor staat grondig, zeer grondig kent. Peter Seewald is in dat geval; hij heeft Ratzinger meer dan twintig jaar lang min of meer gevolgd en begeleid. Dergelijke journalisten moet je in de Vlaamse pers waarschijnlijk niet zoeken – en dat heeft niet enkel te maken met de grootte van het land waarin ze werkzaam zijn. Zwitserland is niet veel groter dan België maar daar hebben ze wel nog steeds een Neue Zürcher Zeitung.

Twee vorige boeken met vraaggesprekken, Salz der Erde (1996) en Gott und die Welt (2000), stammen nog grotendeels uit de tijd toen Ratzinger prefect was van de Congregatie voor de Geloofsleer (baas van de Inquisitie in begrijpelijker termen), één boek stamt uit de tijd dat hij paus was (Licht der Welt, 2010). Het laatste boek stamt uit de meest recente periode, nu Ratzinger als eerste door het leven gaat als paus emeritus.

Het boek telt drie delen. Het eerste daarvan is wat mij betreft het minst interessante, omdat het een soort inleiding is op hetgeen volgt, maar waarin de cruciale zaken eigenlijk amper worden behandeld.

Voor mij het interessantste was het tweede deel, over de jeugd, de studietijd en het eerste beroepsleven van de betrokkene. Het is voor mij op de eerste plaats interessant wegens de herkenbaarheid. Het Beieren van de jaren dertig tot en met vijftig moet zeer sterk geleken hebben op het Vlaanderen van diezelfde tijd. Het soort door en door katholieke families waar Ratzinger uit afkomstig is, ken ik uit mijn eigen geboortedorp (met priester en al overigens, alleen zijn die dan geen paus of zelfs maar theoloog geworden); dat betekent ook dat ik perfect weet waar hij het over heeft als hij die tijd oproept: het rijke Roomse leven met alles erop en eraan is mij welbekend.

Ik begrijp hem dus wel enigszins. Maar anderzijds ook helemaal niet. Bijvoorbeeld, wanneer hij het heeft over toenadering zoeken tot God via het gebed, dan kan ik daar onmogelijk inkomen. Voor mij is dat (en is het ook altijd geweest, ook al in mijn vroege jeugd) het zinloos mantra-achtig herhalen ven formules die met geen enkele werkelijkheid een band hebben of hadden. Tenzij wellicht met een enkel psychische werkelijkheid, iets dat enkel in de geest van de protagonisten speelt en aanwezig is, maar niet in de werkelijkheid. Maar hebben we dan niet te maken met een vorm van psychose? Ongevaarlijk bij deze persoon, zeer zeker, en evenzo bij de meeste gelovigen; maar wel gevaarlijk bij andere en, als de omstandigheden er gunstig voor zijn, bij heel veel anderen – met alle gevolgen van dien.

Uit de verdere gesprekken blijkt ook dat katholieken toen in een eigen wereld leefden, die grotendeels afgescheiden was van andere werelden, zelfs als die andere werelden toch duidelijke raakpunten hadden. Ik denk dan vooreerst aan de protestanten en de joden (we zijn in Duitsland met een Duitse paus, niet vergeten), maar in de laatste tijd ook de moslims natuurlijk. Ik geloof Ratzinger wanneer hij stelt dat hij daar allemaal toenadering mee heeft gezocht, dat hij bv. in de klassieke katholieke ritus de woorden dat je moest bidden ‘pro perfidis judaei’ eruit heeft gehaald en vervangen. Ratzinger laat ook uitschijnen dat de kerk in Duitsland eigenlijk antinazi was. Dat is een gotspe natuurlijk. De kerk heeft zich altijd met alle machthebbers geëncanailleerd, ook met de gruwelijkste, smerigste en meest crapuleuze. Dat hijzelf en zijn familie anti waren, wil ik desnoods nog aannemen (hoewel: hoe paste dat bij de gezagsgetrouwheid, ook van katholieken?), maar de hogere en lagere clerus en het gros van het kerkvee zeer zeker niet.

Maar dat belet niet dat al die richtingen en stromingen naast elkaar bestaan, en wezenlijk waarschijnlijk niet tot elkaar kunnen komen. Hoe groter de verschillen (met de moslims bv.) hoe groter die onmogelijkheid. De reden daarvan is dat ze allemaal, stuk voor stuk, in het bezit zijn van de Waarheid, hoe zeer ze ook stellen en zeggen dat ook elders waarheid gevonden kan worden, dat ze geen exclusiviteit poneren wat dat betreft.

Joseph Ratzinger als prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer

Zelfs binnen de eigen club is dat overigens zo, ook dat blijkt uit wat Ratzinger te vertellen heeft over zijn tijd bij het tweede Vaticaans concilie, en later bij de verschillende universiteiten waar hij les gaf. Zijn conflict met Küng, waar hij het enkele bladzijden lang over heeft, zegt wat dat betreft genoeg. Ook trouwens over het apologetisch karakter van deze gesprekken, want in dezen legt hij de schuld grotendeels bij Küng. Ook anders gaat hij de schuld meestal elders zoeken. Waar ik overigens begrip voor heb, niet enkel omdat het menselijk is, maar vooral ook omdat zijn instelling waarschijnlijk grotendeels juist is: als Paus heb je geen absolute macht, zelfs niet over de kerk, maar hang je af van allerlei andere personen en structuren en bureaucratieën. Dat geldt overigens voor alle instellingen. Het enige zou zijn: je overal buiten houden, en desnoods, wanneer je dan doch ergens in verstrikt zit, je gewoon erbuiten stellen. Maar dat doet quasi niemand.

Het is vooral het derde deel dat over zijn acht jaren als paus handelt. Wie denkt veel over de interne tegenstellingen en/of gewone werking te vernemen komt bedrogen uit. Maar toch kun je wel iets bijleren over hoe een instelling als de katholieke kerk werkt. En dat verschilt inderdaad amper van de werking van een andere staat (Vaticaanstad is immers ook een staat). Ratzinger blijft voorzichtig in zijn antwoorden, maar hij is toch duidelijk genoeg om te stellen dat het politieke aspect zijn ding niet is en dat hij dat met tegenzin deed.

Daar kan ik perfect inkomen. Politiek stinkt altijd.

Maar daarin verschilt politiek niet van andere zaken. Ook politici hebben meestal de waarheid in pacht, op de eerste plaats via hun partijen, maar ook als individu als hen dat zo uitkomt. Misschien is het bij hen nog erger; als je gewoon al weet hoe ze in een ministerieel kabinet spreken over mensen waar ze een coalitie mee vormen, dan is dat al voldoende om voor de rest van je leven cynicus te worden en alle politici uit te kotsen.

Misschien is het in geloofsgemeenschappen net zo? Ik weet het niet, omdat ik eigenlijk nooit echt bewust deel ben geweest van zoiets. Wel kan ik zeggen dat het tussen de verschillende maçonnieke obediënties vaak ook zo is. Maar die hebben dan natuurlijk eveneens allemaal de Waarheid in pacht.

Interessante lectuur, hoe dan ook. Je moet er wel een beetje in thuis zijn, opgebracht zijn in het christendom, al was het maar om werkelijk te weten waarover het gaat.

Maar voor de rest is mijn conclusie duidelijk: mensen kunnen wel naast elkaar leven, niet met elkaar.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


zeventien − 15 =