20.02.17 – Van Wiertz naar Delphine

| Geen reacties

Sinds wanneer ik juist naar het Wiertzmuseum in Elsene wou, weet ik niet meer, maar het zal toch wel enkele decennia zijn. Het is er nooit van gekomen, door toeval, tijdsgebrek, vergetelheid enzoverder enzovoort. Maar afgelopen vrijdag is het dan toch gebeurd, plots, in een halve opwelling – zoals wel vaker geschiedt, ook bij andere gelegenheden. Waarom Wiertz? Ik weet het niet. Enkele van de schilderijen die in zijn museum hangen, kende ik wel, van afbeeldingen. Dat ik een werk van hem ooit echt gezien zou hebben, kan ik me niet herinneren. Een groot museum is het niet: één grote zaal en daarachter nog twee kleinere kamers.

Eerste verrassing: de toegang was gratis. Bij mijn weten nooit meegemaakt. Omdat het gebouw er een beetje verwaarloosd uitziet? Omdat Antoine Wiertz zo’n illustere onbekende is? Dat laatste zal wel niet het geval zijn.

In de grote zaal vallen onmiddellijk de reusachtige formaten van vele schilderijen op. Die hebben meestal mythologische en/of religieuze onderwerpen, zoals de aanval van de hel tegen de hemel, of de strijd tussen Grieken en Trojanen over het lijk van Patroclos. Deze schilderijen bevatten zoveel wervelingen en bewegingen dat ze mij direct aan de barok deden denken. En naar het schijnt was het ook de bedoeling van Wiertz minstens in zijn afmetingen Rubens te evenaren. Wat dat betreft is hij meer dan geslaagd, want van Rubens zijn mij zo’n afmetingen niet bekend. En ook de thematiek is niet zo eenzijdig bij Rubens, die daarenboven ook nog eens technisch een veel betere schilder was. Hoe dat ook zij, voor dat soort schilderijen sta je even paf; en dan ga je alras naar de andere, de kleinere, waarvan sommige ook veel bekender zijn, vooral degene die rechtstreeks aansluiten bij het gothic aspect van de romantiek. Een dat mij sterk treft is bv. de afbeelding van een  geguillotineerd hoofd. Op zichzelf iets dat wel vaker geschilderd werd, bv. door Géricault; maar opvallend in het schilderij van Wiertz lijkt me het venster waardoor drie nieuwsgierigen met een mengsel van afschuw en genoegen naar het hoofd loeren. Een vorm van voyeurisme, die bij publieke terechtstellingen veel voorkwam, maar bij mijn weten niet zo duidelijk in schildersbeeld werd gebracht.

Antoine Wiertz – Geguillotineerd Hoofd, 1855


Een ander bekender voorbeeld dat zo typisch is voor de zwarte romantiek is de verzameling doodskisten, waarbij uit eentje ervan een hand naar buiten steekt, alsof de persoon in kwestie nog zou leven. Misschien is dat schilderij een voorbeeld geweest voor het grafmonument van de Belgische dichter Rodenbach, op Père Lachaise? Maar het thema hing natuurlijk in de lucht toen.

Antoine Wierts, De overhaaste begrafenis, 1854, foto Wiertz Museum, Brussel

Grafmonument van de Belgische dichter Rodenbach op Père Lachaise


En vandaar wandelden we dan naar het museum van Elsene, waar we een overzichtstentoonstelling van Delphine Boël verwachtten, en nog een klein zaaltje wellicht met werken van Pierre & Gilles.

Het tegendeel bleek het geval te zijn.

Delphine had één zaaltje ter beschikking, dat wel goed gevuld was zonder overladen te zijn. Diana vond het allemaal maar banaal, terwijl het mij gewoon niet aansprak. De kleuren deden soms aan Niki denken, maar de geschreven/geschilderde spreuken leken me eerder de ontboezemingen van een bakvis dan iets anders. Terwijl dat ene opvallende beeld van een dame die geketend was aan een Vlaamse en Waalse vlag dan weer veel te uitdrukkelijk  de boodschap uitdroeg, hetgeen mij aan socialistisch realisme doet denken (wat het, op de uitdrukkelijkheid na, natuurlijk niet is).

Nee, dan Pierre & Gilles!

Die hebben we voor het eerste gezien enkele jaren geleden in het Orsay in Parijs, waar ze tussen vele anderen hingen op een tentoonstelling over het mannelijke lichaam. In Elsene was het een ruime overzichtstentoonstelling, die enkele decennia omspande. Kitsch, was het eerste dat we toen, in Parijs dachten. En ook nu weer. Maar door het kitscherige karakter zo duidelijk in de verf te zetten, is het gewoon een eigen stijl van beiden geworden. De meeste toeschouwers liepen voortdurend rond met een glimlach op het gezicht, wij niet uitgezonderd. En dat zegt toch wel iets, denk ik.

Hun werk is ook totaal anders dan dat van de Amerikaan Jeff Koons, die ook voortdurend met kitsch in verband wordt gebracht. Ook daarvan zagen we enkele jaren geleden in het Centre Pompidou een tentoonstelling. Maar daar werd niet gelachen, op geen enkele manier. Mij alvast sprak dat totaal niet aan, het was banaal en o zo typisch Amerikaans oppervlakkig. Dat is alleszins niet het geval met Pierre & Gilles.

Hun techniek alleen al maakt hen een beetje uitzonderlijk. Alle werken die er hingen waren foto’s, die dan bewerkt werden, beschilderd meestal. Je krijgt dus fotoschilderijen, waarbij ook de foto’s zelf al in scene zijn gezet; het zijn dus geen al dan niet professionele kiekjes. De personen die je ziet zijn dus fotografisch echt, maar staan meestal in een meer of minder onwerkelijk decor. Ze zijn herkenbaar maar totaal vervreemd ook. Dat valt uiteraard het meest op bij publieke figuren, zoals het volgende:

Dat is Madonna. En als ik die hier overneem is dat geen toeval. Vaak zijn de weinige vrouwen die op de fotoschilderijen voorkomen op een of andere manier verwant aan de iconografie van de Heilige Maagd, meer dan op bovenstaand voorbeeld. Maar vrouwen zijn de uitzondering, de afbeeldingen zijn bijna altijd die van mooie jonge goden, jongemannen dus, en vaak naakt of half naakt. Bijna alle fotoschilderijen zijn dus erotisch, en vaak zelfs direct seksueel geladen. Twee voorbeelden:

Gerard Reve zou niet geweten hebben waar hij het had, en in deze tentoonstelling zeker een uur lang hebben rondgelopen met een stijve van jewelste. Al zijn thema’s zijn namelijk aanwezig bij Pierre & Gilles, van de Mariaverering tot de bondage, en natuurlijk de vele meedogenloze jongens. Je zou bijna denken dat het illustraties zijn bij het werk van Reve. Maar het zou me verwonderen als de twee ooit van Reve gehoord zouden hebben. Blijkbaar bestaat er een algemene homo-iconografie.

Kaders van schilderijen zijn meestal neutraal, maar ook dat is totaal anders bij Pierre & Gilles; de kaders maken integraal deel uit van het fotoschilderij, met dezelfde kleuren (meestal pastelkleuren – zoals in het rococo), hetzelfde thema enz.

Onderstaand voorbeeld bv. is duidelijk: het kader neemt over en varieert het thema van de tijger waar de man zijn voet op zet; en ook de gordijnen passen er natuurlijk perfect bij:

Afbeeldingsresultaat voor pierre & gilles

Er is in de secundaire literatuur veel gepalaverd over wat kitsch is en wat niet; wat schilderkunst betreft, ken ik die discussies niet, maar ik ga ervan uit dat ze daar nog vaker zijn voorgekomen dan in de literatuur, waar het dan over het verwante begrip ‘trivialliteratur’ of pulp of dergelijke meer gaat.

Het werk van Pierre& Gilles is bij uitstek geschikt om de grenzen van dat en aanverwante begrippen te verkennen. En eveneens een begrip als ‘pornografie’ trouwens. Is het hierboven afgebeelde een pornografisch beeld? Volgens mij niet, ondanks de duidelijke erectie. Die mijns inziens niet bedoeld is om lust op te wekken, ook al kan dat uiteraard wel gebeuren. Pierre & Gilles hebben een zeer eigen en individuele picturale wereld geschapen, waar je enerzijds met plezier naar kijkt, en die anderzijds vragen oproept en dus doet nadenken. En dat zijn twee zaken die kunst, onder welke vorm dan ook, altijd moet doen. Het werk van Koons en van Boël doet dat, wat mij betreft toch, niet.

Er is een mooie catalogus, waar alle tentoongestelde werken in zijn afgebeeld, en waarin enkele interviews met de makers zijn opgenomen, waarin o.a. wordt ingegaan op het fenomeen ‘kitsch’.

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


16 + acht =