22.01.17 – Boontjes

| Geen reacties

In 1988 verscheen het eerste deel (1959-1960) van wat gemelijk ‘de boontjes’ genoemd wordt, dat zijn de dagelijkse stukjes, vandaag columns genoemd, die door Louis-Paul Boon in het Gentse dagblad Vooruit – waar hij vaste medewerker was – gepubliceerd werden.

Zelf heb ik dat dagblad nooit gekocht, ben er evenmin op geabonneerd geweest, maar ik heb het wel enkele jaren lang gelezen, omdat de Studiekring Vrij Onderzoek er een abonnement op had. Ik spreek nu over enkele jaren in de eerste helft van de jaren zeventig; de stukjes van Boon stonden er dus nog in, maar ik herinner me daar helemaal niets van; ook al was ik erg geïnteresseerd in Boon, want ik schreef in diezelfde jaren mijn licentiaatsverhandeling over zijn werk.

Louis Paul Boon in 1967

Zeven of acht delen ervan zijn na 1988 bij uitgeverij Houtekiet in Antwerpen verschenen, toen was het gedaan en voorbij. De Vlaamse cultuurbarbarenregering had er, via het Vlaams Fonds voor de Letteren, geen geld meer voor over. Met de huidige minister van oncultuur is het natuurlijk niet anders, die is waarschijnlijk enkel in bier geïnteresseerd (maar waarbij je je waarschijnlijk wel moet afvragen waarom Gatz zijn baan als bierpromotor liet staan? kon hij het niet aan? niet goed genoeg? om minister te worden, en zeker minister van cultuur ben je natuurlijk altijd goed genoeg, zeker vandaag de dag met een zwart-blauwe regering: je hoeft enkel maar subsidies te schrappen).

Maar vele jaren daarna is de reeks dan toch verdergezet, zonder steun van de Vlaamse onregering, maar wel met die van de Stad Aalst en de provincie Oost-Vlaanderen. Chapeau voor hen, en hopelijk zullen ze ook de zeven delen die nog komen moeten blijven steunen.

Sommigen (het letterenfonds bv.) zullen opwerpen: is dat dan zo’n grote literatuur, die stukjes van Boon!? Natuurlijk niet, maar daar gaat het ook niet om. Boon behoort tot de grootste schrijvers van de tweede helft van de vorige eeuw, en minstens één van zijn boeken (De Kapellekensbaan/Zomer te Ter-Muren) is effenaf wereldklasse en moet geplaatst worden naast de grote werken van Joyce, Musil, Broch et tutti quanti. Daarom alleen al verdient Boon geen verzameld werk, maar eigenlijk een volledig werk. En de ‘boontjes’ horen daarbij, niet enkel wegens de onnavolgbare eigen stijl van Boon, maar ook omdat je het werk aan bepaalde andere boeken van hem erin kunt volgen, een beetje toch.

Verder zijn de onderwerpen eerder banaal, in het zonet verschenen deel Boontjes 1970 (Uitgeverij Roelants v/h De Oude Mol en Stichting Isengrimus, 2016) komen bv. heel wat stukjes voor over Vlaamse gerechten. Waarschijnlijk was hij bezig met het voorbereiden en samenstellen van het boek dat een of twee jaar later zou verschijnen als Eten op zijn Vlaams.

Jos Muijres heeft ook dit deel samengesteld, en van aantekeningen en een nawoord voorzien. Net zoals in de twee vorige delen valt ook hier op, aldus de samensteller, dat de grote wereldproblemen grotendeels afwezig zijn; wat opgeroepen wordt is het dagelijkse leven van gewone Vlaamse mensen in een gewone Vlaamse provinciestad. Ook dat was een impliciet verwijt vanuit het letterenfonds (waar blijkbaar enkel maar blinden, doven en stommen huizen, die dan ook nog eens heel of half analfabeet zijn). Maar de vraag die zich stelt is: kan het anders bij dit genre? Mijns inziens niet. Op één bladzijde kun je geen grote problemen behandelen, je moet je beperken. En dan komt het eigenlijk neer op de manier waarop. En zoals Boon een groot romancier was, zo was hij evenzeer een goed stukjesschrijver; zijn cursiefjes zijn zeker te vergelijken met die van Simon Carmiggelt, waarvan nog steeds regelmatig boeken met stukjes verschijnen, ook al is hij al jaren dood.

Maar zelfs de Franse rationalistische filosoof Alain is vooral beroemd geworden met zijn eigen versie van columns, die hij Propos noemde; in wezen verschillen ze qua onderwerpen niet heel veel van Boon en Carmiggelt, alleen zijn die laatsten veel volkser. Alain schrijft weliswaar eveneens op een eerder eenvoudige en toegankelijke manier, voor een breed publiek van krantenlezers dus, maar zijn onderwerpen zijn toch gevarieerder.

Van Alains Propos verschenen niet minder dan twee Pléiadedelen. Maar Frankrijk is dan ook een cultuurnatie.

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


veertien − veertien =