26.09.16 – Jacques Baud: nog een Cassandra! En wat voor een!

| Geen reacties

jacquesbaudiJacques Baud: Terrorisme; mensonges politiques et stratégies fatales de l’Occident (Editions du Rocher, Monaco, 2016) is een verbijsterend, ontluisterend en schokkend boek. Zelfs voor mij, die toch heel wat gewend ben, en over dit onderwerp meer gelezen heeft dan de doorsneelezer – al zeg ik het zelf.

Wie is die Jacques Baud? Stafofficier bij het Zwitserse leger, hetgeen betekent dat hij het equivalent van onze ‘école de guerre’ (militaire academie – de hoogste militaire opleiding, voor stafofficieren, vanaf de graad van majoor of kolonel) gevolgd heeft; topanalyst van de Zwitserse geheime dienst; verantwoordelijke voor veiligheid en inlichtingen bij de UNO; verantwoordelijke voor de inlichtingensite globalterrorwatch.ch.

Misschien is er hier of daar een onnozelaar die denkt dat iemand met een dergelijk curriculum een linkse rakker is. Wanneer je zijn boek leest, zou je dat kunnen denken, maar de man is in mijn ogen doodgewoon doodnuchter en zakelijk. Dat merk je al wanneer je ziet dat hij voor quasi al zijn statements bronnen aangeeft, vaak meer dan een. Dat is ook al een verschil met het boek over Syrië van de Australische professor Anderson dat ik een tijdje geleden besprak. Ook die probeerde dat, maar hij was duidelijk veel meer betrokken partij, die een kant koos. Dat doet Baud veel minder. In die mate zelfs dat je onmogelijk uit dit dikke boek kunt opmaken aan welke kant van het politieke spectrum hij zich bevindt. Dat zal politici zeker zeer onbehaaglijk stemmen, maar in mijn ogen is het wel een garantie voor zijn objectiviteit.

Het boek bevat naast een korte inleiding en iets langere conclusies vijf verschillende delen, waarin het probleem grotendeels op een chronologische wijze wordt geschetst. Enkel in het eerste deel, waarin de verschillende ‘acteurs’ worden voorgesteld, wijkt hij van die chronologie af. Vijf acteurs komen in dat deel voor, waaronder de VS de belangrijkste zijn. Opvallend: in het boek zelf komen ook Groot-Brittannië en vooral Frankrijk veel voor, maar die worden niet opgesomd bij de acteurs. Terecht: dat zijn immers enkel vazallen (zoalniet lijfeigenen) van de VS die amper een eigen politiek (mogen) voeren. De anderen zijn Israël, Iran, Turkije en Saoedi-Arabië plus de Emiraten. Allemaal met hun eigen agenda’s die vaak parallel lopen, maar even vaak niet. De auteur laat vanaf het begin in zijn kaarten kijken, onverbloemd:

“Force est de constater que pratiquement chaque conflit où les Etats-Unis ont été impliqués a débuté soit par une opération clandestine (souvent de nature criminelle), soit par une manipulation visant à faire passer les Etats-Unis pour les victimes d’une agression, permettant ainsi de forcer la main du Congrès:” (p. 18)

Dit laatste omdat grondwettelijk het Congres de oorlog moet verklaren. De oorzaak ziet Baud in een Amerikaanse messianistische mentaliteit (ze willen overal hun waarden opdringen omdat die in de zin van de Geschiedenis zouden gaan) die hij ‘quasi-marxistisch’ noemt (p.24). Daarin vergist hij zich volgens mij: de VS zijn gewoon de opvolgers van Hitler-Duitsland in het streven naar absolute wereldheerschappij, en dat heeft met economie te maken, net zoals bij de nazi’s en niet met een of andere mentaliteit.

Baud is door zijn functies uiteraard zeer goed op de hoogte – beter dan wie ook die over deze problemen publiceert, zou ik zeggen – van alle manipulaties, van alle achtergronden die overal verborgen moeten blijven, en zodoende leer je ook gewoon op feitelijk vlak wel iets bij: zo wist ik niet dat er een geheime overeenkomst (geweest?) was tussen Israël en Georgië, en dat Rusland Georgië is binnengevallen in 2008 o.a. om te beletten dat van daaruit Iran aangevallen zou worden (p.37). En ook over het amalgaam dat door dat staatje bewust onderhouden wordt, is hij duidelijk:

“Cette pression (op andere landen – PB) est contenue par une confusion – soigneusement entretenue – entre 3 notions que l’on tend à mélanger: ce qui relève de l’état d’Israël (‘israélien’), ce qui est associé à la religion (‘juif’) et ce qui est lié au nationalisme (‘sioniste’). Cette confusion est une des sources –si ce n’est la principale – d’un antisémitisme croissant, qui en réalité, concerne bien davantage la politique israélienne que la religion juive.” (p. 46)

Zijn stuk over Turkije en over de rol van Erdogan daarin is erg genuanceerd, zo zeer dat het mij wel doet nadenken (ik heb de neiging om Erdogan een islamofascist te vinden en te noemen, maar blijkbaar zit er toch nog meer achter zijn politiek dan enkel dromen over een nieuw Ottomaans rijk met hemzelf als superpasha), maar wat de grond van de zaak betreft, twijfel ik toch niet. Ik stel mijn mening enkel in die zin bij dat Erdogan blijkbaar een veel persoonlijker en onafhankelijker koers vaart dan ik eerst dacht.

Dan komt het eerste deel van het eigenlijke boek, maar dat je evengoed nog een inleiding kunt noemen: het gaat over het spook dat Al-Qaida heet. Spook, omdat – zoals ik al lang dacht, of weet – die vereniging als zodanig niet bestaat en nooit bestaan heeft. Baud toont dat mooi aan, door zowel de naam zelf te verklaren als te stellen dat het niet meer is vandaag dan ‘une commodité de langage, pour désigner une mouvance difficile à définir.’ (p. 87) Dat dit gedrocht nog altijd rondspookt wijt hij aan de domheid en de onkunde van het Westen, de VS voorop.

Het hele boek door doet hij dat heel vaak: oorzaken bij onbekwaamheid en onkunde zoeken. Waarschijnlijk heeft hij een beetje angst om voor een aanhanger door te gaan van complottheorieën. Maar aan de andere kant lijkt het me allemaal zo duidelijk geënsceneerd, dat je bijna automatisch aan complotten moet denken: gewoon al het feit dat de regering Bush eigenlijk officieel 7 staten had aangeduid die moesten aangevallen worden en horig gemaakt aan de VS (én Israël natuurlijk) en dat het net dat is wat systematisch gedaan wordt de laatste decennia (nu in Syrië, dat de voorlaatste op de lijst is), wijst toch bijna op een uitgekiend complot. Maar waarschijnlijk zal het wel een mix van de twee zijn, waarbij we, zo denk ik er toch over, de fouten en vergissingen, de onkunde en de domheid van beslissingen en hun uitvoeringen, moeten vaststellen bij de uitvoering, bij de praktische toepassing van het anders theoretisch blijvende complot.

Het derde deel is het langst en gaat tot in de details de verschillende etappes van dat 7-statencomplot na. Waarbij Baud de eerste Golfoorlog expliciet ‘le péché originel’ noemt (p.104). Ook daar kun je je vragen bij stellen natuurlijk, want die eerste Golfoorlog had nooit plaatsgevonden zonder het verdwijnen van de Sovjet-Unie, en zo kun je verder gaan, tot bij het duistere begin van de mensheid: als die aap niet rechtop was gaan lopen zou niets gebeurd zijn, inderdaad. Maar bon, pour les besoins de la cause…

In zekere zin is deze afdeling ook een geschiedenis van de belangrijkste gebeurtenissen in het Midden-Oosten tijdens de laatste decennia, grosso modo sinds de val van de twee torentjes in New York. Toen moest er worden opgetreden. Baud:

“Afin de créer les conditions politiques favorables à une intervention internationale, le gouvernement koweïtien et le gouvernement américain s’associent alors dans une opération de désinformation, destinée à influencer l’opinion publique internationale.

Ainsi donc, le 10 août 1990, la firme de relations publiques Hill & Knowlton est mandatée par une organisation privée, dénommée ‘Citoyens pour un Koweït libre’ , avec un budget de 10,7 millions de dollars, afin de développer une sympathie américaine pour le Koweït. (…) Est alors créé de toutes pièces un événement qui ne s’est jamais déroulé: la mise à sac de la maternité Al-Adan de Koweït City par l’armée irakienne.” (p. 107)

Geen complot? En dit is maar één voorbeeld van bewuste en weloverwogen manipulaties van de publieke opinie via de pers. Datzelfde gaat vandaag nog altijd vrolijk door met Syrië: alles wat we in onze mainstreampers daarover zien, horen of lezen is gewoon gelogen, vervalst, bij elkaar gescharreld en dan gemonteerd, en misschien, als je een extra krachtige loep gebruikt, dat je ergens een korreltje waarheid terug kunt vinden.

Ook met de andere oorlogen van het Westen, in Afghanistan, Libië en Syrië werkte en werkt het dus op die manier. Dat is volgens de auteur ook de enige oorzaak van het opkomend terrorisme. In Bauds ogen is dat terrorisme een antwoord, een reactie. Daartoe analyseert hij zowel de publicaties en opeisingen van de terroristen zeer grondig, alsook hun manier van werken, hun doelwitten enz. Het werk van een veiligheidsofficier en –analist dus. En wat hij stelt lijkt me zeer geloofwaardig: bij elke terreurdaad kun je inderdaad vaststellen dat het een antwoord is op eerdere acties van het Westen; neem alleen al de pakken die de slachtoffers van Daesh dragen, en die gewoon gekopieerd zijn van de pakken van de gevangenen van Guantanamo (je weet wel, die gevangenis op Cuba, die Obama acht jaar geleden al ging sluiten).

Daarbij legt hij ook zeer sterk de nadruk op het feit dat nergens in die teksten of opeisingen ook maar in de verste verte sprake is van een andere bedoeling, met name het overnemen op termijn, het veroveren van gebied, en dan met name van Europa. Ook dat klopt mijns inziens, maar toch heb ik hierbij één belangrijke bedenking: de uitvoerders van die aanslagen, en zelfs hun directe opdrachtgevers denken wellicht niet in die termen, in hun geest wordt enkel wraak genomen; maar dat belet niet dat het koningshuis van Saoedi-Arabië en zeker ook Erdogan andere agenda’s hebben, waar verovering wel degelijk deel van uitmaakt, verovering op lange termijn dan; waarom zou Erdogan anders zoveel belang eraan hechten dat de Turken hier zich niet zouden integreren? Ziet hij ze al als een vijfde colonne? Volgens mij is Baud hier te optimistische. Spreken over een ‘clash van culturen’ kan zeer goed een self-fulfilling prophecy worden of reeds zijn.

De auteur gaat er ook van uit dat de Westerse regeringen en a fortiori hun veiligheidsdiensten niets zouden leren uit het verleden. Maar wellicht willen ze niets leren? Op de eerste plaats zijn alle Europese veiligheidsdiensten (zeker die van de Natolanden) horig aan de VS. Maar anderzijds: elke aanslag verhoogt de haat van de bevolking (of grote delen ervan) tegen de moslims, versterkt de interne tegenstellingen, en voedt dus de aanvaarding van drastische binnenlandse maatregelen, die echt naar fascisme gaan ruiken. Terwijl het buiten Europa wellicht de bedoeling is chaos te scheppen. Wie dat ‘la stratégie du chaos’ genoemd heeft, weet ik niet meer, maar ook Baud gebruikt die juiste term.

Het laatste, of beter: het recentste land om volledig kapot te worden gemaakt door het Westen en zijn gruwelijke moordenaarsbendes is dus Syrië: ‘Pourtant, si le régime syrien n’était certes pas romantique, il était loin d’être sanguinaire.” (p. 169) Dat lijkt me een exacte omschrijving. Vergelijk die met de oorlogspropaganda over Assad en het Syrische regime in onze zgn. ‘pers’, de VRT voorop natuurlijk (die was al een Amerikaanse propagandazender in de tijd toen hij nog BRT heette en de Vietnamoorlog nog woedde). Dat er in Syrië op dit ogenblik ongeveer 50 grotere gewapende groepen bezig zijn, en niet minder dan 1200 wanneer je de dorpsmilities meetelt, die vooral de plaatselijke, heel vaak christelijke bevolking moeten beschermen, dat zul je nergens lezen. Evenmin als de conclusie dat het totaal onmogelijk is onderscheid te maken tussen ‘gematigde’ en radicale groepen. Die dorpsmilities zijn bv. vaak heel gematigd, maar kunnen zich tegen de door het Westen bewapende en gefinancierde salafistische en andere moslimmoordenaarsbendes bijna niet verdedigen.

Baud legt sterk de nadruk op die christelijke groepen in Syrië, die het daar al tweeduizend jaar zonder al te veel problemen hebben kunnen uithouden…tot nu het ‘christelijke’ Westen tussenkomt. Hierbij legt hij overigens ook de nodige nadruk op de strijd tussen sjiieten en soennieten, iets dat totaal werd aangestookt door de bezetters van Irak na de tweede Golfoorlog. Waarbij je inderdaad aan een bepaalde vorm van domheid en kortetermijnvisie mag denken, want de sjiieten in Irak sluiten zich inmiddels meer en meer aan bij Iran, die andere vijand van de VS en Israël en de volgende in de rij als het in Syrië zou lukken.

Hij relativeert ook de betekenis van IS, die volgens hem enkel enkele grote assen bezet zou houdt plus veel woestijn; de groep zou vooral gebruikt worden als voorwendsel om andere ergere groepen (bv. in Aleppo) te steunen. Ook andere, bekende zaken komen aan bod: het gebruik van chemische wapens, dat in onze ‘pers’ nog steeds aan de regering wordt toegeschreven, de zgn. ‘vaatbommen’, die niemand ooit gezien heeft, maar die, als ze al bestaan, evengoed door ‘rebellen’ gebruikt kunnen zijn, want ook die beschikken over helikopters en vliegtuigen – wat hier ook doodgezwegen wordt.

Tenslotte sluit hij dit deel af met een overzicht van de recentste aanslagen, voornamelijk in Frankrijk. Hierbij valt me op dat hij de neiging heeft toegevingen te doen aan de moslims, waarbij hij soms zo ver lijkt te gaan (zonder het ooit expliciet zo te zeggen) minstens een deel van de verantwoordelijkheid te leggen bij kranten en tijdschriften die karikaturen van Mohammed gepubliceerd hebben. Hier slaat hij de bal natuurlijk volkomen mis. Er kan geen sprake van zijn hier toe te geven aan een godsdienst, i.c. de islam. Op geen enkele wijze.

Het voorlaatste deel heet dan ‘le terrorisme djihadiste aujourd’hui’; de (voor)geschiedenis van de hedendaagse gebeurtenissen wordt verlaten om de terroristische actualiteit te behandelen. Steeds op dezelfde accurate, zakelijke en feitelijke manier, met telkens een bron bij bijna elke bewering.

Het is vooral in dit deel dat de stafbrevethouder aan het woord komt, en dat dus het militaire aspect van heel dit complex op de voorgrond treedt. Cruciaal, aldus Baud, is het onderscheid dat gemaakt moet worden tussen twee wijzen van oorlogvoeren, twee wijzen die elkaar quasi uitsluiten, zodat we te maken krijgen met een asymetrische oorlog: het Westen voert een klassieke oorlog, alsof het vocht in het verlengde van de tweede wereldoorlog; de tegenstander voert een oorlog die enkel te vergelijken is met een guerillaoorlog, maar dan veel verdergaand: er is geen bevelsketen meer, geen logistieke ondersteuning van wie dan ook, evenmin directe financiële steun; het zijn kleine groepen die volkomen autonoom ageren, zoals we dat in Parijs en Brussel gezien hebben, en duidelijker nog in Nice. Dat betekent ook dat het niet de bedoeling is Europa te veroveren (“On ne construit pas une conquête sur une somme d’actions individuelles non-cordonnées et aléatoires!” (p. 264)), maar wel om de Europeanen en hun Amerikaanse meesters uit het Midden-Oosten weg te krijgen. De auteur herhaalt dat vaak en het is inderdaad belangrijk. Want als dat klopt – en ik twijfel er niet aan – dan is het bijna kinderspel om de aanslagen hier te stoppen. Baud:

“L’usage du terrorisme par les Djihadistes en Occident, depuis les années 90, a une finalité différente. Il a pour seul objectif de nous inciter à nous désengager du Proche et Moyen-Orient.” (p.266 – ik cursiveer)

Doen dus! Doodgewoon doen. Maar dat is natuurlijk buiten de waard gerekend, zijnde economische en strategische belangen van Amerika en het Westen. In dit kader geeft de auteur nog een typevoorbeeld van leugenachtige manipulaties: het begrip ‘kalifaat’ werd in deze context gelanceerd door Dick Cheney (p. 275) en de kaarten van dat kalifaat komen rechtstreeks van een extreem-rechtse Amerikaanse website (p. 276) En over de zgn. ‘religieuze’ motivering van de jihadisten zegt hij het volgende:

“L’action occidentale est l’élément déclencheur du processus; la religion fournit le ‘système d’exploitation et permettra de définir le niveau d’engagement et sa cohérence dans l’action d’ensemble; les contacts personnels ou la prison contribuent au réseau logistique et d’appui; tandis qu’Internet apporte des éléments doctrinaux , les méthodes et la partie didactique.” (pp. 291-292)

En hij besluit:

“Son principe de fonctionnement est la quasi-suppression de toute structure de conduite et logistique entre le terroriste et ceux au profit desquels il opère. La subtilité ici est qu’il n’y a pas de chaîne logistique complexe, pas de financement qui passe par des canaux observables , et que l’on amène le terroriste individuel à décider lui-même, de manière autonome – et donc indétectable – à entreprendre son action.” (p. 299).

‘Ceux au profit desquels il opère’ wordt niet verder uitgelegd, maar hier past een opmerking die Baud niet maakt: de zgn. Syriëgangers waar vele politici (Bonte uit Vilvoorde is hier wel de bekendste) het over hebben doen eigenlijk niks anders dan gaan vechten voor de belangen van het Westen, dat hen eerder uitkotste. Want dat Westen wil enkel Assad weg, want die luistert niet naar de dictaten van Washington en Tel-Aviv. Van domheid gesproken! Zowel in hoofde van dat onnozel kanonnenvlees als in hoofde van bepaalde politici.

Het zal zonder meer duidelijk zijn dat een dergelijke oorlog niet gewonnen kan worden, ook niet door het Westen met al zijn technische mogelijkheden. Hoe meer ze zich ‘engageren’ in het Midden-Oosten hoe meer reacties dat zal oproepen en hoe meer en bloediger aanslagen er zullen volgen. Ook de terroristen kunnen die oorlog uiteraard niet winnen; die kan op die manier nog decennia doorgaan. Tenzij er andere zaken gebeuren, dat de oorlog die nu nog grotendeels door onderaannemers uitgevochten wordt (maar die reeds een oorlog is tussen Rusland en de VS/Nato zoals de Spaanse burgeroorlog al een oorlog was tussen het communisme en het fascisme) zich ontwikkelt tot een heuse wereldoorlog, van de Nato tegen Rusland en China. Dat zit er uiteraard dik in. Maar dat zijn mijn conclusies. Baud blijft daarin impliciet.

‘Le constat’ zo heet het laatste deel, waarin hij zijn analyses grotendeels samenvat, en waarin hij wel erg expliciet is: “Ainsi, à l’origine de chaque étape de la crise qui enflamme aujourd’hui le Proche-Orient, on trouve une action occidentale, le plus souvent américaine.” (p. 310) Duidelijker kan het wel niet; en nogmaals: hij geeft altijd bronnen; en een dergelijke constatering zegt natuurlijk ook al wat er zou moeten gebeuren om die processen te stoppen. In elk geval niet wat nu gebeurt. Als goede militair en inlichtingenanalist maakt hij een onderscheid tussen (strategisch) contraterrorisme en (tactisch) antiterrorisme. Nu gebeurt enkel dat laatste, buiten elke strategische visie om reageren de Westerse landen als kippen zonder kop, zodat zelfs niet van tactiek gesproken kan worden, enkel van politionele reacties wanneer het te laat is. De auteur laat in het midden aan wie dat ligt: aan de onbekwaamheid van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten of aan de politiekers. Wat mij betreft is het antwoord duidelijk, het zijn deze laatsten die van een totale kortzichtige domheid blijk geven door blindelings de Amerikanen te volgen en enkel op (zeer) korte termijn (verkiezingen) te denken.

Maar je moet je natuurlijk ook vragen stellen bij die inlichtingendiensten. Baud heeft volgens mij de neiging de domheid ervan te overschatten. Tenslotte maken ze ook deel uit van de politiek van het Westen. Het zijn met name de CIA en MI6 (en hun saoedische equivalent) die in Syrië het vuur aan de lont hebben gestoken, en dat vuur nog altijd onderhouden. Baud zou dat minstens moeten weten en er zijn conclusies uit trekken. Misschien is dat te wijten aan het feit dat hijzelf uit die milieus afkomstig is en dus bepaalde zaken niet wil zien. Maar het is een gebrek van zijn boek. Inlichtingendiensten zijn altijd criminele organisaties, maar er zijn natuurlijk verschillen: er zijn grote en kleine gangsters, straatboefjes en Al Capone’s.

De auteur ‘constateert’ nog veel meer, maar het is ondoenbaar om op alle gegevens en details in te gaan. Dit boek zou wel verplichte lectuur moeten zijn voor het journaille en het politicaille, én natuurlijk voor alle studenten pol & soc. Maar ook voor de gewone burger uiteraard. Het opent ogen. Het doet achter de schermen kijken en hoe het daar stinkt. Als Valls na een aanslag bv. zegt dat “expliquer, c’est déjà vouloir un peu excuser”, is Bauds bijtende en ondiplomatieke commentaar: “C’est évidemment absurde, voire idiot.” (p. 397) Maar wel juist natuurlijk, want wat je niet begrijpt en niet kunt plaatsen, kun je ook niet bestrijden. Om dat niet in te zien moet je inderdaad de achterlijkheid en debiliteit van een politieker hebben.

Maar dergelijke ondiplomatieke uithalen naar de een of andere politieke minus habens bewijzen natuurlijk ook een beetje de onmacht tegenover diezelfde politiek, die uiteindelijk de beslissingen neemt.

De auteur doet niet aan toekomstvoorspellingen en zegt dus op geen enkele manier hoe de toestand zal evolueren; maar hij zegt bv. wel dat er op dit ogenblik in hoofde van de djihadisten nog geen strategie is om het Westen te destabiliseren, laat staan te veroveren. Maar gewoon de zinssnede ‘op dit ogenblik’ (au moins pour l’instant – p. 400) zegt al genoeg. De zaken kunnen heel snel evolueren, en waarschijnlijk zullen ze dat doen in kwade zin.

Tenslotte: een van de laatste zinnen van het boek luidt als volgt, en dat is geen nadenkertje, maar eveneens gewoon een ‘constat’:

“Il est significatif de constater que le seul pays où la ‘révolution arabe’ semble avoir fonctionné est le seul pays où l’Occident ne soit pas intervenu: la Tunisie.” (p. 419)

Hieronder: TV5Monde – interview met Jacques Baud n.a.v. het verschijnen van zijn boek.

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


1 + elf =