24.09.16 – PTB – weg ermee!

| Geen reacties

ptbZo zou je de diepere teneur kunnen noemen van het boek van Pascal Delwit: PTB, Nouvelle gauche, vieille recette (Editions Luc Pire, Liège, 2014). Maar de auteur is wel gewiekst genoeg om dat nooit en nergens expliciet te zeggen.

Tijdens mijn studententijd ben ik lid geweest van drie organisaties: van de Studiekring Vrij Onderzoek was ik voorzitter, ik was in 1967 al medeoprichter (tenminste dat meen ik me te herinneren) van SVB (StudentenVakBeweging) en de laatste twee jaren was ik lid van MLB (Marxistisch-Leninistische Beweging, de studentenafdeling van wat toen nog AMADA heette); bij die laatste kon ik gelukkig de vergaderingen nooit bijwonen, want ‘s avonds werkte ik op de post, de ‘tri’ van Brussel-Zuid. Ik moest toen al niks hebben van vergaderingen, discussies et tutti quanti

Na mijn studies heb ik nooit de stap gezet naar ‘de Partij’, maar ik ben wel lang blijven meewerken, en vooral volgen wat er daarin en daarrond gebeurde. Waarom nooit die stap? Ik ben nooit een echte militant geweest, ben iemand die liever studeert en leest dan iets anders, plus daarbij: ik had ook toen al een kritische instelling ten opzichte van alles en iedereen en geloofde toen al niet in ‘universele’ waarheden. Dat is tot op vandaag zo gebleven.

Het boek is als volgt gestructureerd: eerst een hoofdstuk over de communistische wereldbeweging, dan over het communisme in België, en dan over de maoïstische stroming, over het algemeen in België (Jacques Grippa vooral, die ik één keer ontmoet heb). Daarna gaat hij over op het eigenlijke onderwerp.

De hoofdstukken van Delwits boek over het begin van de studentenbeweging en de maoïstische uitlopers daarin, vooral aan de ULB (waar ik studeerde) hebben heel veel herinneringen terug naar boven gebracht; sommige figuren die hij noemt zag ik bij lectuur zo opnieuw voor me; sommige belangrijke meetings hadden bij wijze van spreken pas gisteren plaats, zo klaarhelder stonden ze me voor. En dat beeld van het vroege AMADA zoals Delwit het schetst is toch wel erg accuraat; dat denk ik tenminste, omdat het beeld inderdaad zo goed overeenstemt met mijn herinneringen.

Dat belet niet dat ik het met bepaalde zaken fundamenteel oneens ben. Zo herhaalt Delwit uitentreuren het afgezaagde wijsje van de katholieke missionarissenmentaliteit van de ‘amadezen’. Dat die beweging aan de KUL ontstond, dat klopt; dat vele latere kaders ervan in hun jeugd brave katholieken waren, dat klopt; dat de eerste discussie tussen Paul Goossens en Ludo Martens Vaticanum II als onderwerp had, dat zal ook wel kloppen. Maar Delwit doet hier exact datgene wat hij de latere en vooral de huidige PTB verwijt: op de eerste plaats naar de oppervlakte, naar de vorm kijken, en helemaal geen rekening houden met de inhoud. Laten we niet vergeten dat Ludo Martens aan de KUL een concilium abeundi kreeg omdat hij het gewaagd had de pedofilie van priesters aan te klagen in het blad van het KVHV, Hoger Leven.

Maar Delwit is uiteraard hoogleraar aan de ULB, en dus naar alle waarschijnlijkheid lid van het Grootoosten, waar een 19de-eeuwse vorm van antiklerikalisme vaak nog steeds hoogtij viert.

De meest hilarische hoofdstukken uit die eerste periode zijn die, die gewijd zijn aan de Franstalige tegenhangers van AMADA, op de eerste plaats UCMLB; eigenlijk is Delwit hier nog erg braaf. Misschien omdat sommige van de toenmalige protagonisten van die groep later aan de ULB werk vonden en dus collega’s geworden zijn, al dan niet al met emeritaat? Wie zal het zeggen. Feit is dat die groep een politiek gekkenhuis was en niet veel meer – AMADA was in vergelijking daarmee een vereniging van brave koorknapen.

AMADA verdween in 1979 om plaats te maken voor de heuse partij PTB/PVDA. Tot op dat ogenblik was de groep inderdaad op een totaal verkeerde manier bezig wat de internationale politiek betreft: China had altijd gelijk en de Sovjet-Unie was een imperialistische, sociaal-fascistische mogendheid. Zelfs een onzinnig boek van een generaal Close werd toen gepromoot als bevattende de waarheid: op 24 uur zouden de Sovjets aan de Noordzee kunnen staan. Ik heb toen dat boek nog gelezen, ik herinner me nog discussies daarover. Geloofde ik dat? Of wist ik toen al veel beter? In elk geval zat de hele leiding van AMADA toen in een ideologisch dwangbuis van jewelste opgesloten, zo veel is wel zeker. Het ‘suivisme total envers les choix chinois’ klopt dus wel.

Maar wanneer Delwit het voorbeeld van Tien an Men aanhaalt om te ‘bewijzen’ dat het nu nog zo is, dan weet hij zelf wel beter. Heeft hij zich ooit afgevraagd wat het reële alternatief geweest zou zijn? China en zijn economie zouden totaal in elkaar zijn gestort als de leiding de lijn van Gorbatsjov en de studenten gevolgd zou hebben; warlords zouden opnieuw zijn opgetreden, hongersnood zou opnieuw op de dagorde hebben gestaan enzoverder enzovoort. De CKP heeft toen het enige gedaan dat ze kon doen; en ik kan dat zeggen omdat ik niet ideologisch denk.

De Sovjet-Unie is nooit een gevaar geweest voor het Westen, net zomin als Rusland dat vandaag is. Integendeel, totaal integendeel.

Opvallend is wat hij zegt over de leden van de partij, zeker in tijden wanneer het slecht gaat:

“Aucun espoir à avoir. Les membres souffriront. ‘Abîmer sa santé dans un travail lourd et malsain, être licencié, être fait prisonnier, donner sa vie’, tel est le chemin de croix du militant révolutionnaire.” (p. 161 – ik cursiveer)

Ofschoon ik, zoals gezegd geen lid was, weet ik pertinent goed dat dit beeld, en ook de andere beelden van opoffering, ontzegging, lijden etc. helemaal niet overeenstemmen met de werkelijkheid. Ik heb genoeg militanten gekend om te kunnen zeggen dat Delwit hier onwaarheden vertelt – om die partij in een zwart daglicht te stellen. Wat overigens zijn goed recht is, maar dat hij het dan niet doet op de hypocriete manier die zo typisch is voor katholieken.

Ludo Martens

Ludo Martens

Een cruciaal jaar en een cruciale periode voor de PVDA was inderdaad het jaar 1989 en wat eraan voorafging en erop volgde. Dat er toen verkeerde inschattingen werden gemaakt lijkt me volkomen normaal, niemand wist meer hoe of wat, toen. En dat de PVDA in zo’n context probeerde terug te keren naar haar wortels, lijkt me ook normaal. In dat verband gaat Delwit ettelijke bladzijden lang in op Ludo Martens’ boek over Stalin. Maar het blijkt dat hij helemaal niet begrepen heeft dat dit boek op de eerste plaats een propagandistische rol moest vervullen, en bedoeld was om de troepen moreel te steunen en bij elkaar te houden. Als een historisch werk kan het inderdaad helemaal niet beschouwd worden; Ludo kende geen Russisch en hij had totaal geen toegang tot Sovjet-archieven. Ik denk niet dat hij vandaag nog een dergelijk boek op dezelfde manier zou schrijven. Dat hij de essentie van alle historische werken over die periode zou tegenspreken, is overigens een gotspe. Enkel de ideologen zijn het eens over de periode van Stalin, de historici niet.

Overigens, ook Michel Collon krijgt een veeg uit de pan, en Delwit suggereert dat hij medialeugens zou verspreiden. Dat expliciet zeggen, durft Delwit natuurlijk niet, omdat hij pertinent weet dat net dat een leugen is: er zijn er weinigen die zoals Collon grondige politieke analyses geven, zowel op hun website als in hun boeken, en die in tegenstelling tot wat in de mainstreammedia verschijnt, gespeend zijn van propaganda en grotendeels inderdaad overeenstemmen met de werkelijkheid. Wat in het gros van de pers verschijnt zijn gewoonweg medialeugens, aantoonbaar.

Wat de werkelijke bedoeling van Delwit met dit boek is, wordt voor het eerst expliciet duidelijk in hoofdstuk 12, wanneer de auteur de houding van de PVDA tegenover het reformisme van de sociaal-democratie aankaart. Dat onderwerp wordt later trouwens nog hernomen.

Maar het was ook vroeger al aanwezig, min of meer verborgen: het eerste hoofdstuk van zijn boek gaat over de communistische wereldbeweging, en twee keer heeft hij het daarin over Duitsland: hij minimaliseert totaal de nefaste en criminele rol van de sociaal-democratie in het uitbreken van de eerste wereldoorlog en zwijgt over hun rol in de moord op Luxemburg en Liebknecht. En ten tweede: hij vermeldt de gauchistische houding van de KPD die de sociaal-democratie als eerste vijand zag en over ‘sociaal-fascisme’ sprak. Maar hij trekt die houding door tot 1933, wat pure geschiedvervalsing is. Een hoogleraar in de politicologie moet weten dat die gauchistische lijn al op het einde van de jaren twintig verlaten werd, en dat het CC van de KPD ontelbare keren geprobeerd heeft om samen met de SPD te strijden tegen de nazi’s. Altijd tevergeefs, de sossen hebben elke samenwerking systematisch geweigerd, en zetten alles op het parlement. Zo hebben zij, en niet de KPD, de nazi’s mee aan de macht geholpen. Delwit weet dat.

Even erg of nog erger dan dat is een korte passage over Ludo Martens:

“Au surplus, certains épisodes de la vie privée de Ludo Martens au Congo suscitent des questions délicates, une gêne indubitable sinon de l’indignation dans les rangs du parti.” (p. 236)

Of je noemt man en paard of je zwijgt. Maar dit soort suggestieve leugens moet je veel eerder gaan zoeken in publicaties als The Sun of Bild-Zeitung of andere dergelijke strontblaadjes, maar niet in een ‘wetenschappelijk’ boek van een zogenaamde hoogleraar. Dit is gewoon roddel, en niet meer. Hetzelfde wat die zogenaamde dokter van Mao over diens seksleven schreef. Enkel bedoeld om zwart te maken, te denigreren, en zodoende ook de politiek waar die persoon voor staat te denigreren.

En dat is natuurlijk de échte bedoeling van Delwit. Die in zijn loge waarschijnlijk de kopstukken van de PS regelmatig ontmoet, die hem wel zullen hebben ingefluisterd wat er te doen viel. Zo werkt dat.

In dat kader past ook een andere 19de-eeuwse passage, waarin relletjes worden toegeschreven aan ‘opruiers’ van de PTB (p. 207). Tot nog toe is die onzin nog niet echt naar voren gekomen, maar dat totaal vals geworden liedje zal wel vaker bovengehaald worden naargelang er meer maatschappelijke conflicten komen. Voor rechts is nu alles de schuld van de sossen, maar al heel vlug zal het wel allemaal de schuld van de communisten worden – al dan niet betaald door Moskou of Peking.

Het belangrijkste congres van de partij schijnt het achtste geweest te zijn, in 2008. Daar zou de verandering die tot vandaag doorwerkt, en die aan de nieuwe voorzitter, Peter Mertens, toegeschreven wordt, voor het eerst zijn uitgeklaard en dan, in de volgende jaren, met vallen en opstaan, zijn toegepast.

In de rest van zijn dikke boek gaat Delwit dan in op die veranderingen en vraagt zich af hoe ernstig dat is, en of het gemeend is of niet.

Alleszins een interessante vraagstelling.

Peter Mertens Bron: pvda.be

Peter Mertens
Bron: pvda.be

Maar wel een waar Delwit onmogelijk op kan antwoorden, net zomin als ikzelf trouwens of wie dan ook. Gewoon omdat we geen lid zijn van de leidende cenakels van de partij. Delwit kan zich enkel maar baseren op de teksten die verschijnen (al dan niet intern bedoeld) en op de aanwezigheid in de media van topfiguren.

Toch zegt hij met quasi zekerheid dat er een groot verschil is tussen het beeld dat de partij van zichzelf aar buiten brengt (het restaurant) en het interne beeld (de keuken). Je kunt je natuurlijk op de eerste plaats afvragen of dat niet in elke partij zo is? Welke partij gooit de interne discussies op straat?! Zelfs de liberalen doen dat niet (meer).

(En het meest stalinistische beeld dat we de laatste tijd van een partij gekregen hebben is wel de NVA: de grote baas beslist en de anderen zwijgen of mogen het aftrappen. Zelfs in het Politburo van de bolsjewisten in de jaren dertig ging het er niet zo aan toe: Stalin kon, in tegenstelling tot Bart de Wever, wel degelijk in de minderheid worden gesteld.)

Volgens Delwit is de vernieuwing van de PTB dus niet meer dan een schoonheidsoperatie; binnenin zou het dezelfde stalinistische, maoïstische partij gebleven zijn. Onzin natuurlijk, al was het maar omdat die twee niet van elkaar kunnen worden losgekoppeld: veranderingen naar buiten hebben repercussies op het interne partijleven en vice versa. Dat kan gewoon niet anders. En dat weet ook Delwit.

Dat alles kan overigens ook op een andere, juistere manier gesteld worden: er is inderdaad een verschil tussen principes en de manier waarop je die toepast, zelfs de jezuïeten wisten dat al: fortiter in re, suaviter in modo was éen van hun uitgangspunten, en dat is exact wat ook de PVDA probeert te doen, je hoeft daarvoor niet terug te gaan naar Lenin, het is een uitgangspunt dat al veel ouder is en door heel veel politieke en andere organisaties wordt toegepast.

Maar dat past natuurlijk niet in Delwits belangrijkste doelstelling: een mogelijke concurrent van de PS zoveel mogelijk beschadigen. Dat blijkt ook wanneer hij naïef genoeg stelt dat de PTB dezelfde voorstellen doet als de PS in de oppositie (p.288). Naïef omdat daar de clou ligt, omdat daar het verschil ligt: de PS heeft in de oppositie een discours dat totaal in tegenstrijd is met haar praktijk in de regering(en). En dat kun je van de PTB (nog) niet zeggen. Daarom gaat ook de langgerekte vergelijking met de SP van Nederland niet op: die is wel degelijk bereid te regeren (net zoals Die Linke in Duitsland trouwens: overal waar die al mee geregeerd hebben, hebben ze een liberaal beleid gevoerd, zoals alle sociaal-democraten). Hij ‘vergeet’ dat partijen als de PS gewoonweg géén principes meer hebben, zo eenvoudig is het inderdaad. Of hoe noem je dat als een man als Di Rupo in Davos – of all places – iets zo walgelijks en politiek immoreels als de notionele interest gaat aanprijzen – als de eerste de beste liberaal.

Daarmee zijn ook de twee mogelijke evoluties geschetst die Delwit voor de PVDA ziet: of buiten het beleid, en zuiver blijven, en dan steeds aan de marge van de macht blijven met een tiental procent van de stemmen; of vroeg of laat toch mee beleid voeren en zich dus de handen vuil maken.

Maar wat betekent dat concreet: zich de handen vuilmaken? Delwit geeft wel enkele voorbeelden: zo citeert hij de houding van de PTB tegenover Libië (p.354). Maar net zoals in de rest van zijn boek vraagt hij zich nooit af of die houding of dat standpunt klopt. Impliciet gaat hij er vanuit dat die niet klopt, maar omdat hij veel beter weet, zegt hij dat niet expliciet.

Dat is overigens de betere manier van propaganda voeren: impliciet blijven, suggereren, af en toe een valse noot, een onwaarheid ertussen gooien, maar nooit teveel. De lezer moet het wel oppikken, maar zonder dat hij het zelf beseft liefst. Zo stelt hij meer dan eens dat de PVDA zich niet aansluit bij de ‘démocratie représentative’. Dat klopt, maar wie zegt dat die alleszaligmakend is. Het is net omdat de SPD zich daar koppig als een steenezel aan vastklampte, dat de nazi’s aan de macht konden komen in 1933. Delwit weet dat allemaal.

Nog een voorbeeld: Delwit citeert een kader: “Tout ce que les gens ont obtenu dans l’histoire, ce n’est pas par les élections, c’est par la lutte. Encore maintenant. (pp.355-356) Of iets verder: “Vous savez, ce n’est pas le parlement qui a voté la journée des 8 heures (sic), c’est le mouvement ouvrier qui l’a imposée et les parlementaires qui ont suivi (sic)”. In mijn ogen zijn dat waarheden zo groot als reuzenkoeien. En enkel mensen die ideologisch verblind zijn en/of een dubbele agenda hebben zoals Delwit, weigeren dat in te zien. En dat komt eigenlijk gewoon neer op het loochenen van het licht van de zon. Om het op een fascistoïde manier te zeggen: een parlement is een praatbarak voor vet betaalde nietsnutten en nitwits.

En ik denk dat hierover wel wat meer te zeggen valt dan dat het allemaal enkel en alleen met communicatie, met de verpakking te maken zou hebben. Delwits verpakking vol propagandistische trucs en blode beweringen zonder enige bron, plus daarbij de manifeste onwaarheden kunnen er trouwens ook zijn. De pot en de ketel, nietwaar.

Ook in zijn conclusie gaat hij nog in op de tegenstelling reformisme (PS) versus – ja, versus wat eigenlijk? Het komt er gewoon op neer dat hij de houding van de PS verdedigt (zonder ook maar één enkel voorbeeld te geven van verwezenlijkingen van die partij) tegen een partij waarvan je enkel kunt zeggen dat ze consequent links probeert te zijn, inderdaad. Of ze ook nog revolutionair is? Best mogelijk, maar ondertussen zien ze zeker in dat revoluties niet gemaakt worden, maar plaatsvinden – zowat om de anderhalve eeuw. Het heeft dus totaal geen zin te zitten wachten op Le Grand Soir.

En hoe lang dat alles zal duren, zullen we wel zien. Maar uit recente peilingen blijkt wel dit: de mensen zijn niet zo dom als ze worden afgeschilderd, en zien de reuzegrote afgrond tussen praktijk en discours van PS (en groen trouwens ook) zeer goed in. Dat is de enige, en werkelijk de enige reden en oorzaak van een vooruitgang van de PTB. Niets anders dan dat.

Maak ik nu propaganda voor de PVDA? Geenszins. Ik ben er niet bij en zal er ook niet bijgaan. Er zijn zaken in hun programma waar ik het mee eens ben, en andere waar ik het niet mee eens ben. Maar voor degenen die aan het politieke spel willen meedoen en nog een beetje vooruitstrevend zijn en hoop hebben op een betere toekomst – en daar behoor ik niet toe – zijn zij wel het enige alternatief op dit ogenblik. Want of nu de liberalen, de sossen, de gelen, de zwarten of de groenen aan de macht zijn, dat is allemaal lood om oud ijzer: ze voeren allemaal dezelfde neo-liberale politiek.

Pol & Soc, zo noemden we vroeger die faculteit waaraan ook mensen als Delwit verbonden zijn; door mijn interesse in politiek had ik daar evenveel vrienden als op de germaanse, zo niet meer. Maar politicologie, wat is dat voor een vak? Op z’n best is het een mix van sociologie (waarbij je de plaats van partijen in de maatschappij bestudeert, hun evoluties, ledenaantal, stemmenaantal enz.) en geschiedenis (de cursussen van wijlen John Gilissen waren een schoolvoorbeeld van politieke geschiedenis). Maar in het slechtste geval verwordt een dergelijk vak tot pure propaganda met een ‘wetenschappelijk’ sausje erover. En dat lijkt me hier vooral het geval.

Als zelfverklaarde totale misantroop en nihilist ga ik al enkele decennia niet meer stemmen. Ergerlijk tijdverlies vind ik dat. Aan mij heeft de PVDA dus helemaal niets (meer).

Delen:

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


achttien + zeven =