01.09.16 – Het lange sterven van de Sovjet-Unie.

| Geen reacties

Er is inmiddels over het einde van de Sovjet-Unie al ontzettend veel geschreven, meestal vanuit een bepaalde ideologie; dat is zeker zo in Duitsland, waar een DDR bestaan heeft, die blijkbaar nog steeds voortdurend nageschopt moet worden; kwestie van ervoor te zorgen dat de mensen toch maar niet zouden denken dat daar iets beter geweest zou zijn.

Terwijl daar zo veel zaken beter waren.

Zoals er ook veel zaken slechter waren.

lauterbachReinhard Lauterbach: Das lange Sterben der Sowjet-Union, Schicksalsjahre 1985-1999 (Edition Berolina, Berlin, 2016) is een boek van een andere orde. De auteur zelf zegt in zijn inleiding dat het geen wetenschappelijke studie is, maar wel een ‘journalistiek essay’, zoals hij het noemt. Maar het is dan wel journalistiek zoals je die in het Nederlandse taalgebied met een elektronenmicroscoop moet gaan zoeken. Eigenlijk verwondert dat ook niet: de auteur studeerde geschiedenis en slavistiek aan drie universiteiten. Nu weet ik ook wel dat diploma’s weinig betekenen, maar hier is dat blijkbaar toch niet helemaal waar.

Niet alleen weet de auteur waarover hij het heeft, hij schrijft ook vlot en voor iedereen leesbaar (die Duits kent uiteraard), én hij probeert het hele boek door objectief te blijven. Wat hem aardig lukt. En niet belet dat hij toch wel laat lezen wat hij persoonlijk van bepaalde zaken denkt. Maar één zaak is zeker: hij schrijft niet vanuit een ideologie, welke dan ook. En dat alleen al maakt zijn boek aanbevelenswaardig.

In zijn eerste hoofdstuk keert hij terug naar wat volgens hem de vroege oorsprongen zijn van ‘perestrojka’. In de praktijk betekent dat, dat hij zijn uiteenzetting begint met een boekje van…Joseph Stalin, uit 1952 over de ‘economische problemen van de Sovjet-Unie’. Persoonlijk herinner ik me inderdaad dat gelezen te hebben, in een ook al ver verleden, maar bijgebleven is er niet veel van. Welnu, volgens Lauterbach moeten we de oorsprong van de kwalen van de Sovjet-Unie daar gaan zoeken, in dat boekje van Stalin, waarin deze, in navolging van de NEP van Lenin, zou gepleit hebben om bepaalde kapitalistische elementen in de Sovjet-economie toe te laten. Of daar inderdaad de verre oorsprong ligt, weet ik niet. Een dergelijke stelling lijkt me gewoon juist, je kunt niet in één klap van een feodale naar een communistische maatschappij stappen, daar ligt nog een hele periode tussen, een kapitalistische. Kwestie lijkt me vooral: hoe doe je dat? En daar hebben de Chinezen het wel beduidend beter gedaan.stalin-j

Hierbij een opmerking: Stalin was niet aan zijn proefstuk toe, want reeds in de jaren dertig had hij in het politbureau gepleit om verkiezingen ook open te stellen voor niet-partijleden. De partijleden zelf moesten maar in de praktijk bewijzen dat ze beter waren. Stalin heeft daarvoor in het politbureau geen meerderheid gekregen. Maar je kunt dit wel vergelijken met wat later ‘glasnost’ ging heten. Overigens, Lauterbach vermeldt dit gegeven niet.

Lauterbach gaat dus uit van de economie, van interne problemen met andere woorden. Aan de externe oorzaken gaat hij grotendeels voorbij, hij vermeldt ze slechts; omdat het inderdaad zo is dat een dergelijk construct onmogelijk uit elkaar kan vallen door de invloed van buitenlandse geheime diensten alleen. Zeker een keer of vijf zegt de auteur expliciet dat een bepaalde vraagstelling ‘müssig’ is, d.w.z. zinloos, dat er geen antwoord op mogelijk is. Zo bv. over de intenties van Gorbatsjov, of over het feit dat hij voor een buitenlandse dienst (MI6) gewerkt zou hebben. Omdat al dat soort speculaties in de literatuur voorkomen, vermeldt de auteur ze ook, in een bijzin vaak, maar hij gaat er, volkomen terecht niet op in.

Politiek en economie hangen vanzelfsprekend zeer nauw samen, zeker in een regime als de Sovjet-Unie (maar niet enkel daar!), en dus hangen evoluties op economisch gebied ook sterk af van de opvattingen ter zake van de politici en hun raadgevers. Wat blijkt nu? Die wisten het zelf niet, en hun politiek kwam eigenlijk neer op ‘trial and error’ zonder te weten waar ze heen wilden, wat ze wilden bereiken.

Hier moet ook zéér sterk een andere zaak benadrukt worden: de Sovjet-Unie was helemaal géén dictatuur, no means, op geen enkel vlak. (En dat was al zo onder Stalin. Of hoe kun je anders verklaren dat hij soms in de minderheid werd gesteld?! Maar wellicht was dat anders na de oorlog, toen er inderdaad van een ziekelijke persoonsverheerlijking sprake was. Ik heb hier de film liggen over de begrafenis van Stalin. Het lijkt erop dat God de Vader himself gestorven is.) En is dat trouwens ook nu, onder Poetin, niet. Er waren binnen partij en staat verschillende strekkingen, die het zelfs over de belangrijkste zaken niet eens waren, en waartussen dus een compromis gezocht moest worden. Wel is het blijkbaar zo dat Gorbatsjov in de loop der jaren steeds meer de neiging kreeg om alles maar zelf te beslissen. Hoe dat komt behoort ook weer tot de speculatieve vraagstellingen.

Over die intenties van Gorbatsjov: het gerucht gaat nog steeds, en wordt door sommige historici ook voor waar aangenomen, dat hij tijdens een toespraak aan een Amerikaanse universiteit in Turkije gezegd zou hebben dat het zijn bedoeling was het communistische systeem te begraven. Lautenbach beweert dat een dergelijke universiteit in Turkije niet zou bestaan, en hij verwijt Gossweiler dat voor waar aan te nemen (het bestaan daarvan dus). Maar in Istanbul is een campus van de Girne American University van Noord-Cyprus te vinden (http://istanbul.gau.edu.tr/). Alleen is het niet duidelijk hoe lang die al bestaat en dus of Gorbatsjov daar ooit een toespraak heeft kunnen houden. Het zal wel een hoax zijn!
gorbachov

Maar de economie dus. Zelden heb ik zo duidelijk en helder kunnen lezen wat er in de praktijk aan schortte in de Sovjet-Unie, zowel op macro-economisch vlak, bij de planning dus, als op het vlak van de afzonderlijke bedrijven en bedrijfstakken. Lauterbach noch ikzelf zijn totale tegenstanders van planning (elk goed gerund bedrijf doet dat, een jaarplanning opstellen binnen een meerjarenplanning) maar de rigiditeit waarmee dat ginds gebeurde, liep blijkbaar toch de spuigaten uit. En wanneer de bedrijven zelf dan ook nog eens doen wat ze willen, kan dat alleen maar hommeles geven.

Ook op landbouwvlak was veel mis: grote delen van de oogst lagen gewoon te rotten, omdat er te weinig vervoerscapaciteit was. En op militair vlak was er een leger van vijf miljoen man, terwijl BRD en DDR samen amper 650.000 soldaten hadden. En zo kan men verder gaan voor andere gebieden van maatschappij en economie.

Van één zaak was de volledige leiding van de Sovjet-Unie wel zeker toen Gorbatsjov het roer overnam: er moet dringend iets veranderen. Reeds van bij het begin was volgens Lauterbach iets niet juist:

“Vor dem Hintergrund dieser Abläufe ist es zweifelhaft ob mit Michail Gorbatschow jemand die Nachfolge an der Parteispitze antrat, der ein ‘wahrer Gläubiger’ an den Sozialismus gewesen sei.” (p.61)

Waar dan nog bij komt dat, zoals reeds gezegd, minstens vijf verschillende stromingen gedetecteerd konden worden binnen de partij en haar top, stromingen die elkaar grotendeels uitsloten. Waar dan ook nog bijkomt dat Gorbatsjov, naast al dan niet terechte twijfel aan het systeem, ook een grote mate van politieke naïveteit vertoond schijnt te hebben, met name als het om buitenlandse zaken ging.

De titel van het derde hoofdstuk, over het begin van de ‘perestrojka’ is in dat licht bezien, meer dan juist: ‘Mit Volldampf in die Pleite’.

En dat is dan ook gebeurd. En dat is dan ook wat de auteur in de volgend bladzijden en hoofdstukken van zijn boek schetst, vaak met zeer sprekende, veelzeggende details over het reilen en zeilen van die partijtop (die overigens in totaal niets verschilde van de top van andere partijen: hongerige haaien die elkaar naar het leven staan en verscheuren als het moet: zie Jeltsin en Gorbatsjov).

Hoe het aan die top gesteld was, toont ook een ander iets:

“…dass es womöglich noch einen dritten und vielleicht entscheidenden Grund gab, warum das Politbüro 1985 Michail Gorbatschow und nicht Grigori Romanow zum Nachfolger des an den Folgen übermässigen Alkoholgenusses verstorbenen Konstantin Tschernenko wählte: Er trank nicht oder jedenfalls nicht regelmässig.” (p.73)

Inderdaad, een van de eerste beleidsmaatregelen was een anti-alcoholkampagne, die nefaste economische gevolgen had, omdat alles eraan geïmproviseerd was. En dat was enkel het begin. Nochtans, ook dat was blijkbaar wel nodig: “Unter Breschnew soff sich die sowjetische Gesellschaft allmählich ins Koma, und das ist keine Übertreibung.” (p.75) Maar: de alcoholbelasting bracht een vierde van het budget op, terwijl de militaire uitgaven eveneens een vierde van het budget uitmaakten. Zie je het reusachtige probleem? Ook een ‘Mineralsekretär’ zou daar niets aan kunnen doen.

De auteur maakt veel gebruik van statistieken, en blijkbaar weet hij wel min of meer hoe hij die moet gebruiken, en vooral waar hij die moet zoeken – liefst niet bij vijandige geleerden of staten.

Een veel zwaardere fout was blijkbaar het feit dat grote delen van de economie gedecentraliseerd werden naar de deelstaten toe: dat legde volgens de auteur werkelijk de basis voor de latere desintegratie, én, daaruit voortvloeiend, voor de heropleving van het ziekelijkste nationalisme, op een schaal zoals sinds de jaren dertig en veertig niet meer gezien was. Om dat te onderdrukken is blijkbaar toch wel een vorm van verlicht absolutisme nodig, en zeker géén democratie zoals die in het Westen opgevat wordt.

Het volgend hoofdstuk gaat voor een groot deel over Tsjernobyl en de gevolgen; het was de aanleiding voor ‘glasnost’, omdat er zo slecht gecommuniceerd werd. De auteur is blijkbaar goed thuis in het marxisme (hoewel nergens uit blijkt dat hijzelf marxist zou zijn), gelet op zijn beoordeling van Gorbatsjov’s houding ten opzichte van dit probleem:

“Der Chef des Landes, in dem jeder Student – er selbst war keine Ausnahme – mit dem historischen Materialismus vertraut gemacht wurde, argumentierte mit einem Idealismus, der nur verwundern kann. Oder andersherum gesagt: Der Idealismus war die Kehrseite einer offenbar weitgehenden Ratlosigkeit, wie das ökonomische System zu den erwünschten Reaktionen im Sinne einer ‘Beschleunigung’ und Modernisierung zu bringen sei.” (p. 108)

Als dat klopt – en niets wijst erop dat dit niet zou (kunnen) kloppen – dan verwondert het niet, dat ook verder voortdurend de ‘verkeerde’ beslissingen genomen werden, zodat uiteindelijk, onder Jeltsin ook openlijk en in de kortste tijd en op de brutaalste wijze het kapitalisme opnieuw werd ingevoerd.jeltsin

Het ‘vrij’ maken van de pers was de volgende nefaste maatregel, die het systeem verder ondermijnde en ook rechtstreeks zorgde voor een heropleving van het nationalisme, eerst in de Baltische landen; in sommige daarvan worden vandaag SS-ers openlijk bewierookt en geloofd – zo ver zijn we in de tijd als teruggekeerd. En dan heb ik het nog niet eens over de huidige democratische naziregering van Oekraïne (over de oorlog aldaar heeft Lauterbach voor twee jaren reeds trouwens ook een boek gepubliceerd).

Daarmee was dus de doos van Pandora definitief geopend. Maar of de hoop er nog in achterbleef? Vooreerst niet uiteraard, en al heel zeker niet voor de miljoenen gewone burgers van al de nieuwe en oude staten; het gaat zelfs zo ver dat in sommige streken opnieuw struikrovers bezig zijn. Eén voorbeeld:

“Die Folgen (van de vrije prijsvorming) waren im wahrsten Sinne des Wortes umwerfend: Im Laufe des Jahres 1992 stiegen die Rubelpreise für Eier um 1900 Prozent, für Seife um 3100 Prozent, für Brot um 4300 Prozent und für Milch um 4800 Prozent.” (p.166)

En:

“Allein 1992 stürtzte das Brutosozialsprodukt in Rusland um 42 Prozent ab, bis 1996 zog sich der Rückgang hin, und schon 1998 erschütterte die Nächste, nun schon oligarchisch hausgemachte, Finanzkrise die Ansätze zu einer Stabilisierung des Landes.” (p.168)

En toen, in 1999, kwam éne Vladimir Poetin; toen kon het Westen opnieuw beginnen roepen en tieren over dictatuur en vrije pers en alle andere van hun hypocriete dada’s, waar ze elders geen zier om geven.poetin

Lauterbach is duidelijk geen vriend van Poetin, maar evenmin van de hypocrisie van het Westen. Voor hem is Poetin gewoon een product van het nieuwe economische systeem, dat, zoals in de tsarentijd, opnieuw grotendeels stoelt op gas- en olie-uitvoer, en op de uitvoer van andere grondstoffen. De industrie, zoals die in de Sovjet-Unie bestond, is marginaal geworden, zeker voor de grote oligarchen. Dat maakt het land zeer kwetsbaar natuurlijk. Poetin heeft nochtans ook goeie dingen gedaan: Rusland uit de klauwen van het Westen gehaald (vandaar de razernij alhier, en de haat tegen Poetin) en aan de oligarchen gezegd: de politiek voert het bevel. Maar in hoeverre dit laatste klopt, weet ook Lauterbach nog niet te zeggen.

Welk bilan kan getrokken worden uit deze geschiedenis? Voor objectieve schrijvers (of die dat proberen te zijn): eigenlijk zeer weinig. En voor het Westen was dat gewoon het ultieme bewijs voor het feit dat het systeem niet werkte en dus wel ten gronde moest gaan. Daarop antwoordt Lauterbach dan weer (en daar ben ik het natuurlijk mee eens):

“Ein beliebtes Argument in der Bilanzierung der Perestroika lautet: Trotz allen guten Willens von Michail Gorbatschow habe sich der sowjetische Sozialismus als nicht reformierbar erwiesen, und sein klägliches Ende sei von daher wenn nicht historisch gerecht, so doch zumindest unabwendbar gewesen. Allerdings ist dieses Argument eine Tautologie wie die, aus dem Tod eines menschen auf seine Sterblichkeit zu schliessen.” (p.201)

De Sovjet-Unie is verdwenen en zal, zoals hij was, niet meer terugkomen, zoveel is wel zeker. Hoe de zaken dan wel zullen evolueren is evenmin zeker, en Lauterbach gaat daar dan ook helemaal niet op in. Wel is het zo dat sinds Poetin orde op zekere zaken heeft gesteld, en van Rusland opnieuw een sterke staat heeft gemaakt, die op zijn soevereiniteit en onafhankelijkheid staat, Rusland in minstens die zin de opvolger van de Sovjet-Unie geworden is, dat het opnieuw een gezworen vijand van het Westen geworden is, want dat Westen, USA en NATO voorop, dulden geen onafhankelijke en soevereine staten, zeker niet wanneer ze dan ook nog eens zo rijk aan grondstoffen zijn als Rusland.

Daarover heeft Lauterbach het één enkele keer, ook in zijn conclusie; hij geeft dit zo, zonder meer, en zonder te gaan speculeren, dat vermijdt hij, zoals ik al zei, zijn hele boek door:

“Man kann das die Tragik der Geschichte nennen, wenn einem moralisch zumute ist. Es zeigt aber jedenfalls in seinem Höhepunkt eine Konstante der sowjetischen Geschichte: Sie war von Anfang bis zum Ende ihrer Existenz ein von Feinden umgebenes Land. Feinden, die geographisch mal näher, mal weiter von Moskau und Petro- beziehungsweise Leningrad entfernt standen, aber Feinden, die der Sowjet-Union eines nie verziehen haben: dass ihre Gründer 1917 mit dem Wirtschaftssystem gebrochen hatten, dessen Ideologen so gern die Geschichte mit ihm enden lassen würden.” (p.186)

Ook al bestaat de Sovjet-Unie al lang niet meer, en ook al is het huidige Rusland een kapitalistisch land, toch is het opnieuw door roofzuchtige vijanden omgeven; door vijanden die op dit ogenblik duidelijk een nieuwe oorlog aan het voorbereiden zijn tegen Rusland (en tegen China, met Rusland verbonden). Die oorlog zal er komen, gelet op de wetmatigheden van het kapitalisme, daarover moet men zich geen enkele illusie maken.

Maar ze moeten één zaak niet vergeten: Napoleon heeft het geprobeerd in de 19de eeuw, hij is met de staart tussen de benen teruggekomen. Hitler heeft het geprobeerd in de 20ste eeuw, enkele jaren later slechts wapperde de Sovjetvlag boven de rijksdag in Berlijn. Waarom zouden de oorlogszuchtige bandieten van de NATO het de derde keer, in de 21ste eeuw beter doen?

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


19 − vier =