03.07.16 – Mahagonny

| Geen reacties

Afgelopen vrijdag heb ik me nog eens door Diana laten meesleuren naar de opera: Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny van Brecht en Weill, een opera die we al eens gezien hadden in de Munt in Brussel, ettelijke decennia geleden (in de jaren zeventig moet dat geweest zijn). Van die opvoering herinnerde ik mij helemaal niets. Maar de tekst en de muziek kende ik natuurlijk nog grotendeels, van LP en later CD.

Bertolt Brecht en Kurt Weill

Bertolt Brecht en Kurt Weill

Het vooruitzicht op zo’n opvoering is altijd vreselijk, en ik zou er alles aan kunnen doen om toch maar te kunnen ontsnappen. Maar aan haar is geen ontsnappen aan. Dat alles belet echter niet dat ik, eenmaal daar, toch wel geniet en achteraf meestal ook wel tevreden ben. Zo ook nu.

Voor zover ik dat beoordelen kan, was de uitvoering zeer degelijk. Geadapteerd naar de hedendaagse tijd uiteraard (zelfs de Brexit kwam even voor in een graffito), maar bij dit soort opera’s lijkt me dat zelfs aangewezen.

Omdat er sinds de jaren dertig fundamenteel en wezenlijk niets veranderd is in de maatschappij en haar sociaal-economische basis; de veranderingen die er dan wel zijn, zijn van technische aard en behoren dus eerder tot de oppervlakte, tot de manier waarop. Wie Brecht en Weill kent, weet dat die basis het kapitalisme is, een systeem waarvan je eigenlijk met recht zeggen kunt dat het al sinds de 19de eeuw amper fundamenteel veranderd is. Het volstaat de actualiteit een beetje te volgen, en een beetje contemporaine geschiedenis te studeren om dat in te zien. Een marxist hoef je daarvoor niet eens te zijn.

De toeschouwer werd met de neus op het feit gedrukt dat hijzelf in Mahagonny leeft: ‘We are Mahagonny’ zeiden meerdere spandoeken. Maar diegenen die naar zo’n opera gaan kijken, weten dat natuurlijk; het is onnodig daar zo sterk de nadruk op te leggen. Dat is dan ook de enige opmerking die ik had.

De tekst van Brecht dateert uit 1930, dus van vlak na de grote crash van 1929 (te vergelijken met de crash van 2008) en eerder dan een verhaal, schetsen tekst en muziek een sfeerbeeld, waarin zonder enig probleem het huidige – niet zo neo – liberalisme te herkennen valt: een vrijheid die enkel nog neerkomt op het recht van de sterkste. Vooral tekst en melodie van een soort ‘refrein’ of ‘leitmotiv’ (beide termen zijn niet juist, maar een juiste term bestaat waarschijnlijk niet) dat vaak terugkomt en waarmee het stuk ook eindigt, duiden dat zeer goed aan; het is ook een van de weinige echte ‘meezingers’ in deze opera:

“Denn wie man sich bettet so liegt man,
es deckt einen da keiner zu.
Und wenn einer tritt dann bin ich es,
und wird einer getreten, dann bist du’s.”

 

Het zou het credo kunnen zijn van alles wat in de huidige wereld van ver of van nabij enige macht uitoefent. Het kapitalisme van Brecht en Weill is een door en door crimineel systeem, en dat al vanaf zijn ontstaan. Het spreekt dus vanzelf dat ook de machthebbers in zo’n systeem, van groot tot klein, en of ze het zelf beseffen of niet, doodgewone criminelen zijn. Het laatste voorbeeld ervan in ons eigen strontlandje is de bank optima natuurlijk; iemand als Luc van den Bossche weet het, iemand als Daniel Termont weet het waarschijnlijk niet. Maar in de praktijk komt het op hetzelfde neer.

De kleine criminelen – en wie kan hen hun criminaliteit verwijten als je naar het systeem zelf kijkt ?! – zitten in gevangenissen waarin de grote criminelen, die macht uitoefenen, hun hond waarschijnlijk niet eens in zouden opsluiten.

Die andere opera van Brecht en Weill – die Dreigroschenoper – was wat dat betreft veel concreter, en zelfs scherper, vind ik. Maar misschien heb ik die indruk doordat hij veel meer ‘meezingers’ bevat en ik die bijna uit het hoofd kan meezingen. Hoe dat ook zij, beide zijn uiteraard even actueel als toen, in de jaren dertig. De laatstgenoemde bevat tevens een meer uitgesproken verhalend element, en ook de figuren erin komen beter uit de verf. Ik ben altijd van mening geweest dat Mahagonny het kleinere broertje van de Dreigroschenoper is, een nakomertje als je wil. En deze opvoering heeft me niet van idee doen veranderen – ondanks de professionaliteit van de opvoering.

Beide opera’s vormen eigenlijk een breuk in het werk van Brecht: ze sluiten het anarchistische en kritische engagement af, en vanaf dan zouden Brecht en Weill zich engageren rond de communistische partij (de KPD), en na de bevrijding zouden ze zich dan ook consequent vestigen in de DDR. Dat is natuurlijk een groot verschil met vandaag: toen was er een concreet alternatief (althans, zo zagen heel velen het), de Sovjet-Unie, vandaag lijkt het erop alsof er geen enkel alternatief meer zou zijn – behalve op het zoals altijd zeer geduldige papier. Wat we nu beleven is eigenlijk nog erger dan de jaren dertig: het is een volledige terugkeer naar het barbarendom zoals Hobbes dat in het eerste deel van zijn De Cive beschreef: de oorlog van allen tegen allen als uiterste consequentie van de ‘vrijheid’ zoals ze gepreekt en begrepen wordt door het liberalisme.

Je kunt natuurlijk nog verder doorredeneren en nog dieper graven. Dan kom je bij de aard van de mens als soort terecht, bij wat je een ‘menselijke natuur’ kunt noemen, iets dus waarvan marxisten bij hoog en bij laag beweren dat het niet zou bestaan. Zou het? Ik twijfel er heel sterk aan. Maar dat zou dan wel betekenen dat er inderdaad amper een alternatief zou zijn – tenzij wat vroeger, in de achttiende eeuw een ‘verlicht despotisme’ genoemd werd. In een aangepaste vorm.

En een ‘democraat’ ben ik echt nooit geweest.

Aufstieg und Fall in de Vlaamse Opera, Antwerpen

Aufstieg und Fall in de Vlaamse Opera, Antwerpen

Maar bon, het was alles bij elkaar toch een aangename avond, met zeer goeie decors, zangeressen en zangers die geen noot lieten vallen en daarbij ook nog goed speelden. En niet te vergeten: enkele naakte dames die zich tijdens de finale zelfs – samen met de anderen – tussen het publiek begaven. Je zou er bijna de barre realiteit buiten bij vergeten.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


vijf + 10 =