23.06.16 – Paestum

| Geen reacties

Waarschijnlijk heb ik voor het eerst van Paestum gehoord in de eerste kandidatuur, toen Weisgerber een semester lang Marsman besprak. Die heeft nl. een gedicht met die titel geschreven; en ofschoon ik het me niet meer voor de geest kan halen, kan ik me wel nog voorstellen dat Weisgerber met enthousiasme over Paestum sprak – een nuchter en eerder afstandelijk enthousiasme dat bij zijn persoonlijkheid past, dat wel.

Misschien is toen de vonk gelegd die me decennialang deed denken dat ik dat toch eens moest bezoeken.

Op het einde van de vorige maand is het er dan uiteindelijk toch van gekomen. We waren met een groep, maar op het terrein van Poseidonia – zoals het eerder, in de Griekse tijd, heette – zelf heb ik me afgezonderd: de gids verstond ik door mijn doofheid toch amper, en door alleen rond te wandelen kon ik meer zien dan de anderen; en wat ik over het geziene nog te weten zou komen, kon ik later wel in de boeken vinden.

Gelukkig waren er niet al te veel bezoekers, veel minder in elk geval dan in Pompeii, waar we enkele dagen eerder geweest waren,

(Marcel wist me te vertellen dat hij er in de jaren zestig geweest was, en dat hij de bezoekers toen gewoonweg kon tellen op de vingers van één hand, zo weinig waren het er toen; wat me niet verwondert, want iets later, in 1972, toen ik een maand of twee bij Maxi woonde in de zomerperiode, was Wenen ook nog zo goed als toeristenvrij)

zodat je ongestoord kon flaneren, even gaan zitten, in gedachten verzinken, en je zonder veel moeite voorstellen hoe het toen, in de Romeinse en Griekse tijd geweest moet zijn. Misschien heb je wat fantasie nodig, maar die heb ik dan blijkbaar. Ook zonder de enkelingen die in mooie, kleurrijke peploi en chitons over het terrein liepen (rond het forum waren ook als Romeinse werklieden en ambachtslieden geklede mannen en vrouwen bezig met oude ambachten – ik geloof dat de anderen daar ook niet langs zijn geweest).

Klik voor volledige grootte

Klik voor volledige grootte

Het indrukwekkendst waren natuurlijk de drie reusachtige tempels; je moet je daarbij ook voorstellen dat de mensen in die tijd gemiddeld wel wat kleiner waren dan wij. Jammer alleen dat het binnenste van de tempels afgezet was, zodat je de priesters en priesteressen voor Hera, Poseidon en Pallas Athena niet kon nadoen door naar het binnenste te schrijden. Maar het was zo ook al indrukwekkend genoeg.

paestum-1

paestum-3

paestum-4

paestum-5

Vier keer de tempel van Athena. Klik voor volledige grootte.

Wanneer ik de gravures van Piranesi voor het eerst gezien heb, herinner ik me evenmin; veel later in elk geval dan Marsman en zijn gedicht. De tempels zijn zeer herkenbaar op die gravures, maar het is wel duidelijk dat deze laatste uit de 18e eeuw stammen, de tijd eigenlijk toen Paestum opnieuw ontdekt werd en men zeer, zeer langzaam met de restauratie begon. Hoge bossen gras die tussen de stenen groeien of vanop de kapitelen, architraven of frontons de wandelaar toewuiven zijn er gelukkig niet meer; evenmin als rustig grazend vee of mediterende mensen (ondergetekende als een van de weinige uitzonderingen natuurlijk).

De tempel van Athena, Piranesi - 1777. Klik voor volledige grootte

De tempel van Athena, Piranesi – 1777. Klik voor volledige grootte

Dit is het gedicht van Marsman:

De zuilen zijn vluchtig verguld.
een oeroud zwijgen heeft zich opgericht
uit de getijden der vergankelijkheid.
en onberoerd staat dit verweerd geweld
boven den wirwar en het gekrioel
der mierennesten, en het zichzelf
verdelgend menschelijk gewoel.
geen bloem, geen schaduw zijn gebleven
gelijk zij waren op den eersten dag
en elken nacht een ander firmament
vol nieuwe sterren, boven het onveranderd regiment,
den gouden trouw der zuilen;
onaangedaan, en onaandoenlijk voor het huilen
van de hartstocht en haar hoog getij.
dertig eeuwen dreven in een regen voorbij.

Het is vooral dat laatste dat ook mij getroffen heeft: die ‘gouden trouw der zuilen’, los van alles wat de mens zo ontzettend klein maakt, en dan bedoel ik niet enkel diens hartstochten; ‘was bleibet aber stiften die Dichter’, zo luidt het overbekende woord van die liefhebber van alles wat Grieks was, en die daar ook de prachtigste bladzijden over geschreven heeft, Hölderlin natuurlijk. Het woord ‘Dichter’ moet je daarbij zeker niet eenzijdig opvatten, wat Hölderlin bedoelde waren ‘kunstenaars’, van elke discipline, ook architecten. Ars longa, vita brevis, zo zegt een ander spreekwoord. Die tempels zijn gewoon een stenen loflied op de creativiteit als zodanig – en toen was die overigens nog volledig verbonden met godsdienst.

paestum-6

paestum-7

Twee maal de tempel van Hera – Klik voor vergroting

paestum-8

De tempel van Poseidon – Klik voor vergroting

Marsman verlangde terug naar een dergelijke tijd, zoals Hölderlin trouwens en zovele anderen, meestal niet van de slechtste. Zijn gedicht Paestum moet ontstaan zijn vlak voor hij begon aan wat zijn laatste dichtbundel zou worden: Tempel en Kruis. De titel spreekt voor zichzelf: ondanks alles (zijn aarzelingen hebben vooral betrekking op het christendom het ‘kruis’, waar de jonge vitalist zich zo sterk tegen had afgezet) aanvaardt hij dat Europa bestaat door en dank zij twee erfenissen: enerzijds die van de Grieks-Romeinse beschaving, en anderzijds die van de joods-christelijke godsdienst. Gelovig was Marsman al lang niet meer, maar je hoeft op geen enkele manier gelovig te zijn, denk ik, om je achter die stelling te scharen.

Andere tradities zijn er hier eigenlijk niet. En andere godsdiensten horen hier niet thuis -tenzij als overweldigers en veroveraars wellicht.

paestum-10

De agora van Paestum

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


zestien − 15 =