17.06.16 – Pseudo-Dionysius de Areopagiet

| 1 reactie

dionysius-1In quasi al de ons omringende landen heet hij Pseudo-Dionysius de Areopagiet, met dien verstande dat ‘pseudo’ soms tussen haakjes wordt gezet. Enkel in het Nederlands zijn nu dus de Verzamelde Werken verschenen van Dionysius de Areopagiet (Uitgeverij Christofoor, Zeist, 2015).

Wanneer zou ik die naam voor het eerst zijn tegengekomen? Geen enkel idee meer. Maar het is natuurlijk een feit dat ik me al vroeg voor mystiek geïnteresseerd heb, daartoe aangespoord door de lectuur van bepaalde schrijvers. Eén daarvan is Karel van de Woestijne; in zijn Goddelijke Verbeeldingen bv. zijn duidelijk allusies aanwezig op Pseudo-Dionysius. Maar toen ik die als tiener voor het eerst las heb ik dat vanzelfsprekend niet gezien; ook de tweede keer, toen ik in de jaren zeventig het verzameld werk kocht niet. Maar bij een derde lectuur, ettelijke jaren geleden, duidelijk wel. Toen viel me overigens ook op dat de bezorgers die passages niet wisten te plaatsen.

De Franse vertaling van Maurice de Gandillac, die voor het eerst verscheen in 1943 en nog steeds verkrijgbaar is, heb ik enkele decennia geleden aangeschaft en gelezen; vandaar dat ik van de Woestijnes verwijzingen toen wel onmiddellijk herkende. Die Franse vertaling gaat nog steeds door als een van de beste moderne vertalingen van deze moeilijke teksten, ook voor de vertaler en de inleiders van de Nederlandse vertaling. Omdat ik geen Grieks ken, kan ik daar niet over oordelen. Maar ik neem het aan (gezagsargument!).

Heel veel heeft deze onbekend Pseudo-Dionysius niet geschreven: vier mystieke teksten plus nog een aantal brieven, dat is alles: in het Nederlands een paar honderd bladzijden. Maar wel van een intense, krachtige, gebalde schriftuur. Ik heb de indruk deze Nederlandse vertaling beter te vinden dan de Franse, die ik tot nog toe gebruikte, vooral omdat ze veel poëtischer overkomt; dat heeft ook met de bladspiegel te maken, waarop de tekst inderdaad zo gedrukt werd dat het bijna poëzie lijkt.

Een toeval zal dat wel niet zijn: mystiek en poëzie zijn immers vanaf het begin min of meer verwant geweest, waar de figuur van de profeet-dichter (poeta vates) reeds op wijst. En het volstaat wel de namen te noemen van een Hadewijch bij ons, een Angelus Silesius in Duitsland of een William Blake in Engeland. Allemaal ouwe koeien, zal hier of daar iemand wel geneigd zijn te zeggen, maar die vergist zich dan schromelijk: enkel de namen Faverey en Lucebert volstaan al om het tegendeel aan te tonen (niet voor niets noemde Jan Oegema zijn proefschrift heel eenvoudig en zeer juist Lucebert, mysticus). Ik ken de hedendaagse Nederlandse poëzie onvoldoende om er in dit verband iets over te zeggen, maar dat het allemaal Komrij’s zouden zijn, betwijfel ik. Overigens, Jaap Goedegebuure heeft over het onderwerp twee zeer goede boeken geschreven, waarin Pseudo-Dionysius uiteraard ook voorkomt: Nederlandse schrijvers en religie 1960-2010 (Uitgeverij Vantilt, Nijmegen, 2010) en Wit licht, Poëzie en mystiek in de Nederlandse literatuur van 1890 tot nu (Uitgeverij Vantilt, Nijmegen, 2015). Godsdienst en mystiek zijn nooit weggeweest, en dan denk ik expliciet niet aan Reve.

Dionysius-2

Pseudo-Dionysius de Areopagiet is wellicht diegene die de grootste invloed heeft gehad op de hele mystiek van het Westen (en wellicht kan hij ook bepaalde mystieke stromingen in het Jodendom in Oost-Europa onrechtstreeks beïnvloed hebben), maar bekend gebleven en zelfs vereerd is hij op de eerste plaats in de orthodoxe kerken. Maar zoals gezegd: zijn invloed reikt veel verder. Doordat hij eigenlijk de grondlegger is van wat in de theologie de via negativa genoemd wordt: over God kan eigenlijk niet of amper gesproken worden, en alle eigenschappen die men hem/haar/het toedicht komen neer op projecties. Waarschijnlijk via Scotus Eriugena is die door Pseudo-Dionysius reeds grondig uitgewerkt leer eerst bij Meister Eckhart en dan bij Nicolas Cusanus (Docta Ignorantia) terecht gekomen, en zo verder bij andere mystici en schrijvers en kunstenaars die door mystiek beïnvloed waren. In de theologie zelf speelt dat probleem tot op de dag van vandaag een niet onbelangrijke rol (kunnen we überhaupt over ‘God’ spreken?), maar echo’s blijven ook aanwezig in de poëzie en andere literatuur (en andere kunsten overigens, ik denk aan het door en door woordenloze mystieke werk – in mijn ogen toch – van Dan van Severen), en niet eens bij uitgesproken godsdienstige, laat staan kerkelijke schrijvers.

De Nederlandse uitgave munt ook uit door de grondige inleidingen en annotaties. Het ‘voorwoord’ meegerekend zijn er niet minder dan acht inleidingen van vijf verschillende personen – specialisten terzake. Sommige zijn technisch en hebben betrekking op de vertaling zelf, maar de meeste gaan grondig in op de historische en theologische betekenis van Pseudo-Dionysius en op de eerste plaats op het werk zelf natuurlijk, dat – zoveel zal de lezer al wel begrepen hebben – niet heel eenvoudig is en zeker voor hedendaagse lezers wel wat verklaring en contextualisatie behoeft. De uitgevers van deze Verzamelde Werken hebben zich wat mij betreft voorbeeldig van deze taak gekweten.

Dat geldt ook voor de uitleiding, die een ‘bibliografische leidraad’ genoemd wordt, en die na de ook noodzakelijke voetnoten komt; daarin wordt eerst de Griekse tekst besproken, en dan zeer grondig de verschillende vertalingen, waarbij de auteur expliciet standpunten inneemt over de waarde van de verschillende vertalingen. Hij eindigt met een reeks boeken en artikelen over Pseudo-Dionysius, waarbij hij soms teruggaat tot de 19de eeuw. Naast globale artikelen en boeken worden ook enkele genoemd die betrekking hebben op één enkel werk. Maar steeds gaat de auteur even kritisch te werk.

Of een dergelijk boek in de huidige tijd nog aan een behoefte beantwoordt, weet ik niet. Maar, verschenen eind 2015, kreeg het begin van dit jaar wel al een tweede druk. Dat zou toch iets kunnen betekenen.

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Eén reactie

  1. Geachte Peter Inkspat, als vertaler van Dionysius ben ik uiteraard dankbaar voor je welwillende bespreking van het boek. Maar je stelling dat in omringende landen iedereen van Pseudo-Dionysius zou spreken klopt helemaal niet. Ik citeer hieronder het fragment over dit onderwerp uit mijn inleiding op het Dionysius-symposium op 12.12.’16. Nogmaals dank, Michiel ter Horst
    Het eerste dilemma waar ik voor kwam te staan was de naam Dionysius zelf. Achter die naam zit een schrijver verborgen die zich uitgeeft voor Dionysius de Areopagiet, de leerling van Paulus uit de eerste eeuw. Maar sinds de vorige eeuw is algemeen bekend dat de schrijver in feite omstreeks het jaar 500 geleefd heeft. Daarom ging men hem in de vorige eeuw aanduiden als ‘Pseudo-Dionysius’.
    Maar er is op dit punt is een kentering waarneembaar. Ook ik heb besloten het voorvoegsel ‘Pseudo-’ te schrappen. Dit om zeven redenen die ik nu ga noemen:

    Allereerst ben ik met de schrijver Perl van mening dat ‘Pseudo-‘ niet mooi klinkt.
    Ook vind ik met Perl dat ‘Pseudo-‘ een potentieel geringschattende bijklank heeft.
    Mijn derde bezwaar is dat lens waardoor wij Dionysius het best kunnen waarnemen daardoor vertroebeld wordt. Door zich uit te geven voor Dionysius de Areopagiet wil de auteur ons iets duidelijk maken. Precies dat gaat verloren als we hem die naam ontnemen, zegt de Harvard–geleerde Charles Stang in zijn boek hierover.
    Mijn vierde punt is dat Dionysius zoveel tijdgenoten citeert. Hij wist uiteraard heel goed dat zijn lezers dat zouden herkennen. Zij zouden de naam Dionysius de Areopagiet dus absoluut niet letterlijk nemen, maar symbolisch. Zelf waarschuwde hij talloze malen dat we symbolisch moeten opvatten wat symbolisch bedoeld is. De geleerden die eind 19de eeuw het voorvoegsel ‘Pseudo-‘ invoerden miskenden dat. Zij vroegen uitsluitend naar de letterlijke betekenis van de naam: wie was die man, wanneer leefde hij, waar kwam hij vandaan, ben ik wel zo knap dat ik zijn identiteit kan achterhalen? Alles alleen maar de letterlijke dimensie.
    Dan mijn vijfde punt: de naam Areopagiet was een keuze voor Paulus. Door de toevoeging ‘Pseudo-‘ wordt dit een pseudo-keuze voor Paulus.
    Ten zesde: Ook voor de vertalers en commentatoren van onze tijd is het al of niet toevoegen van het voorvoegsel ‘Pseudo-‘ een keuze: bij welke stroming sluit ik mij aan? Precies in die keuze is onder moderne schrijvers een kentering gaande. Een kentering die wij kunnen aflezen uit de fraaie, na de vertaling opgenomen beredeneerde bibliografie van Ben Schomakers, waarin hij alleen al uit deze eeuw 95 titels over Dionysius heeft opgenomen. Nog slechts bij 26% van die titels wordt het voorvoegsel ‘Pseudo-‘ vermeld. Bij de titels van de vorige eeuw is dat 60 %. Dus ‘Pseudo-‘ scoort in de vorige eeuw 60% – en in deze eeuw 26%. Dat is een trendbreuk. De Universiteit Göttingen is daarin meegegaan. De enige leerstoel ter wereld die de naam ‘Dionyisus’ draagt is daar gevestigd – de leerstoel van ene Beate Suchla. Deze Suchla liet in de vorige eeuw de Griekse standaarduitgave van Over goddelijke namen en de vertaling daarvan verschijnen onder de naam ‘Pseudo-Dionysius Areopagita‘. Echter, in 2008 verscheen haar monografie over Dionysius. ‘Pseudo-‘ had zij geschrapt. De Universiteit Göttingen deed dat ook in de titel van de Dionysius–leerstoel. Ik bevind mij hier dus in goed gezelschap.
    Mijn zevende en laatste punt schuilt in de digitalisering van gegevensbestanden. Alle zoeksystemen zijn door de digitalisering veranderd. In de vorige eeuw gebruikte je een papieren catalogus. Toen was het essentieel of je bij de D van Dionysius of bij de P van Pseudo-Dionysius moest zoeken. Maar tegenwoordig toets je gewoon Dionysius in. Dan verschijnen alle titels over Dionysius, ongeacht of er wel of niet ‘Pseudo-‘ is toegevoegd. Maar pas op! Zou je Pseudo-Dionysius intoetsen, dan gaat het mis! Want dan mis je drie/kwart van de publicaties van deze eeuw! Door deze systeemverandering zal uiteindelijk niemand meer Pseudo-Dionysius gaan intoetsen, zodat de hele discussie vanzelf zal verdwijnen.

    Toch zijn er geleerden die geen enkele waarde toekennen aan deze 7 argumenten. Gewoontegetrouw spreken ze nog altijd van ‘Pseudo-Dionysius’.
    Ik haast mij te erkennen dat die toevoeging een gunstige werking gehad heeft. Want toen Dionysius nog als heilige vereerd werd, gold hij alleen als theoloog. Maar na de invoering van de prefix ‘Pseudo-‘ viel hij als theoloog van zijn voetstuk. Sindsdien ontdekte men Dionysius als filosoof. De filosofen benadrukten met de toevoeging ‘Pseudo-‘, dat Dionysius één van hen was, dus beslist géén heilige. Sommige filosofen verdedigden dat Dionysius, ook al roept hij herhaaldelijk Jezus aan, helemaal geen Christen was maar enkel een neoplatoons filosoof. Nu, dát ging voor velen te ver, maar toch heeft deze filosofische wending in de perceptie van Dionysius ook veel goeds gebracht. Nu wordt Dionysius als filosoof gewaardeerd. En we zijn alweer een stap verder. Het besef groeit, dat de neoplatoonse filosofen helemaal geen verschil maakten tussen theologie en filosofie. Men zag Plato bijvoorbeeld als theoloog. Een groot werk van Proclus draagt de naam “Theologie van Plato”. De vraag of Dionysius vooral als theoloog of als filosoof moet gelden is achterhaald: hij was beide.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


vijftien − 7 =