De duivel in de Loge

| Geen reacties

Ergens in de loop van 2005 schreef ik hier een recensie neer van een tweetal nummers van het tijdschrift Volkskunde, die volledig gewijd waren aan de beeldvorming van de vrijmetselarij onder wat men dan gemelijk de ‘gewone mensen’ noemt. Deze studie van A. Roeck is nog steeds het beste dat er ter zake bestaat; aanvullingen tot op de dag van vandaag (de nummers verschenen in 1998) zijn mij niet bekend, evenmin als geheel nieuwe studies over die beeldvorming.

satan-vmWat overal en tot op het laatst (nu nog?) voortdurend terugkeerde was het geloof dat de duivel in persoon verscheen tijdens de logezittingen. Het is dan ook niet te verwonderen dat éen van de bekendste katholieke anti-maçonnieke geschriften uit het einde van de 19de eeuw La Franc-maçonnerie, synagogue de Satan heette (van de hand van een monseigneur Meurin); daarmee waren trouwens de joden ook al erbij betrokken.

Een van de vragen die daarbij vaak gesteld worden is: hoe komt men daarbij? Een sluitend antwoord daarop is waarschijnlijk onmogelijk te vinden, om de voor de hand liggende reden dat we hier met quasi atavistische fantasieën te maken hebben, die hun wortels al vinden in de middeleeuwen, met de heksenvervolgingen (men leze daarover het onvolprezen boek van Norman Cohn: Europe’s Inner Demons, An enquiry inspired by the Great Witch-Hunt – het is nog steeds verkrijgbaar) wellicht als bekendste uiting ervan. Maar dat soort fantasieën kunnen zich uiteraard gemakkelijk enten op nieuwe vijanden, en voor de katholieke kerk behoorde daartoe op de eerste plaats de vrijmetselarij.

Dat begon al in de 18de eeuw, maar bereikte een hoogtepunt in de 19de eeuw; bekend is de roman Là-bas van de naderhand zeer katholiek geworden Joris-Karl Huysmans; maar meer nog wellicht het lange gedicht ‘Les litanies de Satan’ van Baudelaire, waarin ook de vorm van een veelvoorkomend christelijk gebed gepasticheerd wordt en in zijn absolute tegendeel verkeert.

Rond diezelfde tijd schreef ook de Italiaanse dichter Giosué Carducci (eerste Italiaanse Nobelprijswinnaar literatuur in 1906) zijn berucht geworden en gebleven Inno a Satana. Het verscheen in 1863 onder het pseudoniem Enotrio Romano. Pas in 1879 verscheen het voor het eerst onder zijn eigen naam. Het spreekt vanzelf dat het gedicht vele reacties opriep, want het was een regelrechte aanval op de katholieke kerk en haar leer. Het zal wel geweten zijn toen dat Carducci (zoals Garibaldi en Manzoni) vrijmetselaar was, en zodoende in niet geringe mate heeft bijgedragen tot het beeld van vrijmetselaren als vereerders van Satan, die zij dan ook persoonlijk ontvingen in hun loges (laten we niet vergeten dat in theologisch opzicht niet enkel God als een persoon gezien werd (‘theïsme’) maar ook zijn absolute tegendeel, de duivel).

taxilOf ik het gedicht toen al, in 2005 dus, gelezen heb, weet ik niet meer, maar waarschijnlijk zelfs eerder, want de tekst ervan heb ik voor het eerst van het internet gehaald op 14 januari 2002, dus nog voor deze blog van start ging. Maar al die lange jaren lang heb ik er totaal niets mee gedaan. Ik heb het slechts onlangs teruggevonden toen ik nog eens door het derde deel van het standaardwerk van Karl R.H. Frick: Satan und die Satanisten bladerde; dat derde deel gaat over ‘Satanismus und Freimaurerei’ en daarin had ik de tekst van het gedicht opgeborgen. Een zeer wetenschappelijk werk is dat zeker niet, maar het bevat wel vele wetenswaardigheden, zeker ook over de tijd van Carducci, toen éne Leo Taxil (zijn hoofdwerk van meer dan duizend bladzijden werd overigens ook in het Nederlands vertaald/bewerkt onder de titel De Geheimen der Vrijmetselarij; het verscheen al in 1890) erin slaagde zijn bizarre sprookjes over duivelsaanbiddingen in de loge tot in het Vaticaan zelf voor te brengen.

Fantaisisten als deze Taxil samengenomen met gedichten als dat van Carducci zullen het negatieve beeld van de vrijmetselarij onder de katholieke eenvoudigen van geest zeker bevestigd en versterkt hebben.

Maar wat staat er in dat gedicht, waarvan, voor zover ik kon nagaan, niet eens een Franse of Duitse vertaling bestaat? Eigenlijk is het gewoon een hymne aan de rede en het materialisme (in de filosofische betekenis), en Satan is voor Carducci daarvan het symbool, zoals hij de kerk en haar bedienaren als adepten van puur obscurantisme ziet. Toen was dat zonder meer juist. Alleen vroeg ik me af, waarom de uit het Hebreeuws afkomstige term ‘Satan’ gebruiken, die eigenlijk gewoon ‘tegenstander’ betekent, en niet eerder ‘Lucifer’ kiezen, wat ‘lichtdrager’ betekent? Een antwoord daarop heb ik nergens gevonden; maar veel belang heeft het uiteraard niet, want in laatste instantie komt het toch op hetzelfde neer.

Wanneer een gedicht geschreven is in een taal die je amper beheerst, maar waar je wel de grammaticale grondslagen min of meer van kent, en er bestaat geen vertaling van dat gedicht, dan moet je het maar zelf vertalen natuurlijk; dat is ook de beste manier om erin te komen, om het van binnen uit te begrijpen. Zo gezegd, zo gedaan. Ik heb het ruwe werk gedaan, de ruwe steen een eerste grove bewerking doen ondergaan, zodat een volgende er een mooi afgewerkt eindproduct van zou kunnen maken, bijna een kubieke steen. Dat laatste heeft Diana gedaan, zij heeft van mijn ruwe vertaling een versie gemaakt in modern en leesbaar Nederlands, die toch erg dicht blijft bij het oorspronkelijke 19de-eeuwse Italiaans van Carducci. Pas toen deze vertaling af was, zijn we tot de ontdekking gekomen dat er (in tegenstelling dus tot het Duits en het Frans), wel degelijk al een volledige vertaling in het Nederlands bestond (in het Engels bestaan er niet minder dan drie). Gelukkig was onze vertaling toen al af; we zijn dus op geen enkele wijze door die eerdere beïnvloed.

Naargelang de ideologische ingesteldheid van de lezers zal het gedicht positief of negatief beoordeeld zijn; ik heb de waarschijnlijk grotendeels Italiaanse secundaire literatuur erover niet opgezocht; ik ben geen specialist Italiaanse letterkunde. Maar mij zijn wel twee Nederlandstalige reacties bekend, een eerste uit het begin van de 20ste eeuw en een tweede uit de jaren zestig van die eeuw.

Giosuè Carducci

Giosuè Carducci

Carducci was, zoals gezegd de eerste Italiaan om de Nobelprijs letterkunde te ontvangen. Dus komt hij voor in de reeks ‘Pantheon der Nobelprijswinnaars literatuur’ die vanaf 1956 bij de Hasseltse uitgeverij Heideland begon te verschijnen. Hij deelt daar een volume met Grazia Deledda en Luigi Pirandello. De inleidende beschouwing over Carducci was van de hand van Luc Indestege. Als germanist heeft hij zich gespecialiseerd in Italiaanse letterkunde en ook uit het Italiaans vertaald. Indestege was katholiek (hij studeerde in Leuven), vandaar wellicht de niet al te positieve waardering. Hij schrijft het volgende:

“Zo schrijft hij, sterk beïnvloed door Michelet en Proudhon, in een vreemde gemoedstoestand, tijdens een slapeloze nacht, zijn Inno a Satana (Hymne aan Satan) en laat het gedicht in druk verschijnen te Pistoia, in 1865, onder de schuilnaam Enotrio Romano. In dit spoedig berucht geworden gedicht, heeft hij, naar een getuigenis uit latere jaren, de vitaliteit willen uitbeelden, de strijd en de zegepraal van het naturalisme en het rationalisme op de christelijke Kerk. Als poëzie is deze hymne mislukt, maar op Carducci’s werk en streven heeft ze jarenlang een stempel gedrukt van godslasterlijke kunst. Dat men hem steeds als de zanger van Satan bleef beschouwen heeft de dichter, vooral tijdens de laatste jaren van zijn leven, wel sterk gegriefd.” (p.14)

Overigens, uit deze inleiding van Indestege blijkt dat hij Carducci ten minste gelezen heeft; uit een franstalige gelijkaardige aan Nobelprijswinnars gewijde reeks van de Editions Rombaldi, weet de inleider, Paul Renucci, o.m. het volgende te vertellen: “à une certaine époque de la vie de Carducci, par un sciëntisme d’essence positiviste, cet anticléricalisme se convertit volontiers en antichristianisme, comme suffirait à l’attester le fameux hymne A Satan où le chemin de fer, symbole du progrès de l’intelligence humaine, annonce la juste revanche de l’ange déchu sur le Dieu des ténèbres…” (Oeuvres Poétiques de Giosué Carducci, Editions Rombaldi, 1969, s.l., p. 59). Niet alleen komt er in de hele tekst van het gedicht geen enkele trein voor, iets dat Renucci dus gewoon uit zijn duim gezogen heeft, tenzij hij een dichter inleidt die hij niet kon lezen wegens gebrek aan kennis van het Italiaans – ook dat is mogelijk natuurlijk; maar ook stelt hij dat satan revanche neemt op…Satan. Jawel. Soms moet je je toch zware vragen stellen bij de bevoegdheid van sommige ‘geleerden’ om ergens een inleiding bij te schrijven.

Hoe dat ook zij, in 1909 verscheen er in het liberale literaire maandblad De Vlaamsche Gids (jaargang vijf, nummer vijf, pp. 469-475) een artikeltje van éne J.M. (nergens verder gespecificeerd, durfde hij in het katholieke Vlaanderen zijn naam niet voluit schrijven?) over Carducci’s gedicht, dat uitermate positief van toon was: ” ’n Prachtig stuk lyriek. Hoge vlucht en rijke, reine taal; stoute gedachten en véél, véél durf.”, zo begint het, waarna de auteur dieper op de tekst ingaat, waarbij hij sommige stukken eruit in proza ‘vertaalt’. Dat laatste woord zet ik tussen aanhalingstekens, omdat J.M. eigenlijk gewoon eigen verzinsels uitgeeft voor tekst van Carducci. Zelfs wanneer hij het begin citeert als ‘Saluto, o Satana,/Re d’Universo’, dan is dat een eigen Italiaanse vinding. Het merendeel van wat hij in proza weergeeft als zijnde van Carducci is in diens gedicht niet terug te vinden. Interessant is wel de vergelijking die J.M. trekt met bepaalde gedichten van die Engelse anarchist die Swinburne was. Daarna volgen verdere proza’vertalingen’ en die sluiten wel dichter aan bij de oorspronkelijke tekst, net zoals de twee slotstrofes, die hij in verzen weergeeft. Eigenlijk vreemd, vind ik, dat dit toen gepubliceerd kon worden in Vlaanderen, ook al was het dan in een liberaal blad.

Hierna laat ik graag zowel de oorspronkelijke Italiaanse versie, als de vertaling van Diana en mijzelf volgen, broederlijk naast elkaar, zodat iedereen zelf kan beoordelen hoe we ons van onze taak gekweten hebben. De andere, veel oudere Nederlandse vertaling, komt later aan bod.

>

Inno A SatanaHymne aan Satan
spacer
A te, de l’essereAan jou, van al dat is
Principio immenso,Onmetelijk principe,
Materia e spirito,Materie én geest,
Ragione e senso;Rede én gevoel;
spacer
Mentre ne’ caliciTerwijl in de kelk
Il vin scintillaDe wijn sprankelt
Si’come l’animaZoals de ziel
Ne la pupillaIn het oog;
spacer
Mentre sorridonoTerwijl aarde en zon
La terra e il soleGlimlachen tegen elkaar
E si ricambianoEn eerste woorden van
D’amor paroleLiefde uitwisselen;
spacer
E corre un fremitoEn een geheime rilling
D’imene arcanoVan de bergen daalt,
Da’ monti e palpitaTerwijl de valleien
Fecondo il piano;Met nieuw leven beven;
spacer
A te disfrenasiLaat ik op jou
Il verso ardito,Vermetele verzen los,
Te invoco, o SatanaJou roep ik aan, O Satan,
Re del convitoKoning van het feest.
spacer
Via l’aspersorio,Weg die wijwaterkwast,
Prete, e il tuo metro!Priester, en dat geprevel!
No, prete, SatanaNee, priester! Satan
Non toma in dietro!Zal niet wijken!
spacer
Vedi: la ruginneZie, de roest vreet
Rode e MicheleAan het mystieke
Il brando misticoZwaard van Michaël
Ed il fedeleEn de trouwe
spacer
Spennato arcangeloAartsengel valt
Cade nel vano.Geplukt in de leegte,
Ghiacciato e’ fulmineBevroren is de bliksem
A Geova in manoIn Jehova’s hand.
spacer
Meteore pallide,Bleke meteoren,
Pianeti spenti,Vergane planeten ,
Piovono gli angeliRegenen engelen
Da I firmamentiUit het firmament.
spacer
Ne la materiaIn de stof die
Che mai non dorme,Nooit slaapt, leeft
Re de I fenomeniEnkel nog Satan:
Re de le formeKoning der verschijnselen,
spacer
Sol vive Satana.Vorst der vormen.
E tien ‘imperoHij is de heerser
Nel lampo temuloIn het flitsende licht
D’un occhio nero,Van een donker oog,
spacer
O ver che languidoDat nu eens loom wegkijkt
Sfugga e resista,En weerstand biedt,
Od acre ed umidoOf dat vinnig en vochtig
Pro’vochi, insista.Uitdaagt en uitnodigt.
spacer
Brilla de’ grappoliHij sprankelt in het heldere
Nel lieto sangue,Bloed van de wijn,
Per cui la rapidaDie een gift van
Gioia non langue,Snelle vreugde geeft,
spacer
Che la fuggevoleDie het vluchtige leven
Vita ristora,Herstelt en het leed
Che il dolor proroga,Op afstand houdt
Che amor ne incoraEn in ’t hart de liefde plant.
spacer
Tu spiri, O Satana,O Satan, jij inspireert
Nel verso mio,De verzen, die
Se dal sen rompeniUit mijn boezem breken
Sfidando il dioEn de god uitdagen
spacer
De’ rei ponteficiVan lage pausen en
De’ re cruenti;Bloeddorstige koningen;
E come fulmineAls een bliksemschicht
Scuoti le menti.Dring je in ’s mensen geest.
spacer
A te, Agramainiio,Aan jou, Ahriman,
Adone, AstarteAdonis en Astarte, die
E marmi visseroLeefden in marmer,
E tele e carte,Op doek en papier,
spacer
Quando le ionicheToen Venus
Aure sereneAnadyomene
Beo’ la VenereDe heldere Ionische
AnadiomeneHemel zegende.
spacer
A te del LibanoVoor jou beefden de
Premean le piante,Ceders van Libanon,
De l’alma CiprideHerrezen minnaar
Ristorto amante:Van de bevallige Kypris,
spacer
A te ferveanoAan jou waren de uitbundige
Le danze e i cori,Dansen en koren gewijd,
A te ii virgineiAan jou offerden maagden
Candidi amori,Hun onbevlekte liefde
spacer
Tra la odorifereTussen de geurige palmen
Palme d’IdumeVan Edom waar
Dove biancheggianoHet zeeschuim helder wordt
Le cipre spume.Op het Cypriotische zand.
spacer
Che val se barbaroWat geeft het dat
Il nazarenoDe barbaarse Nazareense
Furor de l’agapiGeloofsfanatici,
Dal rito oscenoIn een obsceen rituaal,
spacer
Con sacra fiaccolaMet heilige fakkels
I templi t’arseJouw tempels deden branden
E ii segni argoliciEn de Argolische standbeeelden
A terr sparse?Op de grond kapot smeten?
spacer
Te accolse profugoJe werd als vluchteling
Tra gli dei lariVerwelkomd door het volk
La plebe memoreDat nog weet, vond een plek
Ne I casolariIn hun huizen tussen de Laren
spacer
Quindi un femineoWaar je de kloppende
Sen palpitanteBorst van een vrouw,
Empiendo, fervidoMet je vurigheid vult,
Nume ed amante,God en minnaar in één.
spacer
La strega pallidaJe helpt de bleke heks in
D’eterna curaHaar eeuwige zoektocht
Volgi a soccorrereNaar de redding
L’egra natura.Van de zure natuur.
spacer
Tu a l’occhio immobileAan de intense
De l’alchimistaBlik van de alchemist,
tu de l’indocileEn aan het sceptische oog
Mago a la vista,Van de tovenaar
spacer
Del chiostro torpidoLaat je schitterende
Oltre I cancelli,Nieuwe hemelen zien,
riveli I fulgidiVoorbij het slaperige klooster
Ciele novelli.En zijn omheiningen.
spacer
A la TebaideDe mistroostige monniken
Te ne le coseOntvluchten jouw daden
Fuggendo, Il monacoEn verbergen zich
Triste s’ascoseIn de Thebaanse woestijn.
spacer
O dal tuo tramiteVerscheurde ziel
Alma divisa,Op je weg is enkel
Benigno e’ Satana;Satan je genadig;
Ecco Eloisa.Hier is Heloïse.
spacer
In van ti maceriTevergeefs versterf je jezelf
Ne l’aspro sacco:In je ruwe hobbezak,
Il verso ei mormoraNog steeds fluistert Satan
Di Maro e FlaccoStrofen van Maro en Flaccus
spacer
Tra la davidicaTussen het geweeklaag
Nenia ed il pianto;Van de Davidische psalmen;
E, forme delfiche,En tussen dit afstotelijke
A te da cantoZwarte gezelschap
spacer
Rosee ne l’orridaBrengt hij als rozen
Compagnia nera,De Delphische gestalten
Mena Licoride,Van Licoris
Mena GliceraEn Glycera.
spacer
Ma d’altre imaginiMaar andere afbeeldingen
D’eta’ piu’ bellaVan een mooier tijdperk
Talor si popolaStromen in flarden
L’insonne cellaNaar de slapeloze cel:
spacer
Ei, da le pagineZie! Uit Livius’ pagina’s
Di Livio, ardentiRoept hij vurige
Tribuni, consoli,Tribunen en consuls op,
Turbe frementiEn rusteloze menigten,
spacer
Sveglia; e fantasticoEn hij drijft jou, o monnik
D’italo orgoglioMet je herinneringen aan
Te spinge, o monaco,Italië’s trots verleden
Su ‘l CampidoglioHet Capitool op.
spacer
E voi, che il rabidoEn zij, die het razende vuur
Rogo non strusse,Niet kon vernietigen,
Voci fatidiche,De profetische stemmen
Wicleff ed Husse,Van Wycliffe en Huss,
spacer
A l’aura il vigileZenden over de winden
Grido mandate:De kreet van de wachter
S’innova il secolo“Een nieuw tijdperk breekt aan,
Piena e’ l’etateHet is volbracht!”
spacer
E gia’ gia’ tremanoEn nu al beven
Mitre e corone:De mijters en kronen:
Dal chiostro brontolaEn vanuit het klooster
La ribellione,Gromt de opstand
spacer
E pugna e pre’dicaDie het verzet preekt
Sotto la stolaVanonder de stola
Di fra’ GirolamoVan broeder Girolamo
SavonarolaSavonarola,
spacer
Gitto’ la tonacaZoals Martin Luther
Martin LuteroZijn soutane wegwierp,
Gitta ii tuoi vincoliWerp zo uw ketens af
Uman pensiero,O geest der mensheid
spacer
E splendi e folgoraGlanzend en schitterend,
Di fiame cinto;Omringd door vlammen:
Materia, inalzati:Sta op, Materie,
Satana ha vinto.Satan heeft gewonnen.
spacer
Un bello e orribleEen mooi en vreselijk
Mostro si sferra,Monster is ontketend,
Corre gli oceaniHet rent over de oceanen
Corre la terra:Het rent over de aarde:
spacer
Corusco e fumidoGlinsterend en dampend
Come ii vlucani,Als de vulkanen,
I monti supera,Bestijgt het de bergen,
Divora I piani;Verslindt het de vlakten;
spacer
Sovola ii baratri;Overvliegt het de afgronden;
Poi si nascondeDwaalt het in onbetreden holen
Per antri incogniti,En volgt de diepste paden
Per vie profonde;Om, onoverwinbaar,
spacer
Ed esce; e indomitoWeer boven te komen;
Di lido in lidoVan oever tot oever
Come di turbineStuurt het zijn roep,
Manda il suo grido,Als een wervelwind.
spacer
Come di turbineAls een wervelwind
L’alito spande:Spuwt het zijn adem uit:
Ei passa, o popli,Hij trekt voorbij, o volk,
Satani il grandeSatan de Grote
spacer
Passa beneficoTrekt zegenend voorbij,
Di loco in locoVan plaats naar plaats
Su l’infrenabileOp zijn onstuitbare
Carro del focoWagen van vuur.
spacer
Salute, o SatanaHeil, o satan,
O ribellione,O opstandeling,
O forza vindiceO, wrekende kracht
De la ragione!Van de rede!
spacer
Sacri a te salganoWierook en heilspreuken
Gl’incensi e ii voti!Stijgen naar je op!
Hai vinto il GeovaDe God van de priesters
De ii sacerdoti.Heb je overwonnen.
Delen:

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


2 × 5 =