20.02.16 – Charlie Hebdo 10: Nog een laatste pamflet

| Geen reacties

Het laatste dat geschreven en/of gepubliceerd wordt zal het zeker niet zijn. Maar waarschijnlijk wel het laatste waarover ik het wil hebben; tenzij er nog een verschijnen zou van een dergelijke hoge kwaliteit dat je er echt niet naast kunt.

een-jaar-na-charlie-hebdoWilly Laes: Een jaar na Charlie Hebdo. Een pamflet. (Uitgeverij Houtekiet, Antwerpen/Utrecht, 2015) moet, denk ik, het eerste Vlaamse pamflet zijn dat zich expliciet met het Franse weekblad bezighoudt. Waarschijnlijk omdat de auteur van 1946 is en dus als jongeman net zoals ik Harakiri is beginnen lezen, en hij minstens één van de oprichters persoonlijk gekend blijkt te hebben.

De eerste twee hoofdstukken geven een overzicht van enerzijds de gebeurtenissen van 7 januari 2015 bij de redactie van Charlie Hebdo, en daarnaast een beknopt overzicht van de geschiedenis van het blad. Wat mij een beetje ontgoochelt en zelfs verbijstert is het feit dat de auteur alle belangrijke medewerkers weet op te sommen, behalve één enkele: Reiser. Te nihilistisch? Zeker voor iemand die een half leven gemiliteerd heeft bij Amnesty International? Of toch doodgewoon een vergetelheid?

Een volgend hoofdstuk gaat over de aanslagen op joden, enkele dagen later in Parijs en over ’t algemeen in Frankrijk en Europa (Brussel bv. ook). Daarbij stelt hij een belangrijke vraag, die hem in de ogen van de Van Rooys en Freilichs van deze wereld onmiddellijk tot een antisemiet zal maken: “Blijft de vraag wat het verband is tussen de desastreuse politiek van de Israëlische regering en de lukrake moorden in West-Europa, uitgevoerd door fanatieke en intolerante moslims op anonieme joden.” (p. 47)

Hij geeft er geen antwoord op, maar dat antwoord ligt wel voor de hand: de jodenstaat spreekt in naam van iedereen ter wereld die zij als jood beschouwt, en nodigt die zelfs uit om zich in de entiteit te komen vestigen. Daardoor alleen al verspreidt die regering het conflict potentieel over de hele wereld, en is zij de eerste aanstichtster van aanslagen op joden buiten de entiteit. Dat zegt Laes natuurlijk niet, daar is hij waarschijnlijk veel te braaf voor, en/of te voorzichtig.

In de volgende twee hoofdstukken volg ik hem wel quasi helemaal, wanneer hij de politiek correcte roedels en hun mantra’s te kakken zet. Wanneer iemand uit naam van een bepaalde godsdienst aanslagen pleegt en moordpartijen aanricht, dan heeft dat uiteraard met die godsdienst te maken. Zeggen, zoals vooraanstaande ‘theologen’ als Obama, Cameron, Hollande et tutti quanti doen, dat zoiets niets met de islam te maken heeft, is rabiate onzin, die enkel maar tot veel meer onheil kan leiden – en dat weten die theologen. Wat Laes ‘Medinamoslims’ noemt zijn evenzeer moslims als wat hij ‘Mekkamoslims’ noemt – dit naar aanleiding van een duidelijke scheiding in geest en letterlijkheid tussen de soera’s die uit Mekka stammen, en die over het algemeen vriendelijker en toleranter zijn (Mohammed had toen nog niks te zeggen, behoorde duidelijk tot een kleine minderheid) dan die uit Medina, waar Mohammed de krijgshaftige en genadeloze en onbarmhartige veroveraar en slachter geworden is, die een grote meerderheid van de bevolking achter zich had staan, en zo zijn absolute wil kon opleggen.

En over wat hijzelf en anderen met hem naar het hoofd geslingerd zullen krijgen, stelt hij: “Islamofobie wordt gebruikt om iemand in het verdomhoekje weg te zetten als een oorlogszuchtig en haatdragend individu, een onruststoker, een respectloos mens die het gemunt heeft op de vreedzame en barmhartige religie van eerbare en vrome gelovigen.” (p. 63)  En daar komt dan ook nog bij dat islamofobie als een vorm van racisme gebrandmerkt wordt. Geloof het maar! Ieder zinnig en rationeel of redelijk denkend mens kan immers niet anders dan islamofoob zijn – zoals we hier vroeger tegen het katholieke obscurantisme gevochten hebben.

Nogmaals: ik ben islamofoob en ik ben er trots op.

En dat moet ook wel wanneer je ziet dat na de aanslagen in de Franse scholen duizenden leerlingen weigerden deel te nemen aan herdenkingsplechtigheden voor de slachtoffers, omdat het voor hen blijkbaar hun eigen schuld was. Mijns inziens helpen opvoedingsprogramma’s en dergelijke hier niet meer. Dit wijst eigenlijk reeds op een staat van oorlog, zoals al velen voor mij (Laes stelt dat overigens eveneens op ’t einde van zijn pamflet, expliciet) gezegd hebben, en zoals Hollande eveneens gedecreteerd heeft. Alleen weigert het politicaille vooralsnog te zeggen met wie we in oorlog zijn, en hoe we die oorlog moeten voeren.

‘Beledigingen’ en met name blasfemie zijn cruciaal in dit alles. Ik heb het al gezegd in een aan het begrip ‘belediging’ gewijd stukje hier en Laes gaat in dezelfde richting: the evil is in the eye of the beholder. En nergens anders. En bij blasfemie komt daar nog bij dat het altijd mensen zijn die daarover klagen en nooit God of Allah himself. Die hoor je of zie je niet. Inderdaad: “De pleitbezorgers van blasfemie versmachten de vrije gedachte, fnuiken de wetenschap, doden denkers en kunstenaars.” (p. 77)

Laes verwijst naar een in mijn ogen nogal schimmige islamitische koepelorganisatie die OIC heet, en waar ik blijkbaar nog nooit van gehoord had. Opzoeken dus. Eigenlijk onvoorstelbaar (én maar al te voorstelbaar) wat die club vooropstelt, zeker wat betreft ‘mensenrechten‘. In tegenstelling tot Laes ben ik noch een vriend noch een vijand van amnesty international; ik denk nl. dat er geen absolute en universele waarden zijn, ook niet wat mensenrechten betreft; je ziet trouwens bv. in Syrië dat AI zich laat manipuleren door één partij in het conflict, nl. het westen en z’n handlangers. Maar bon, wat die OIC verkondigen, slaat werkelijk alles. En hoe jammer ik het zelf ook vind: tegen zoiets kun je enkel maar oorlog voeren.

De kern van die oorlog is de vraag of godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting compatibel zijn. Het antwoord van Laes is van die aard dat ik me er honderd procent achter kan scharen: “Op geen enkele manier kan de godsdienstvrijheid ingeroepen worden om de vrije meningsuiting te beperken. Toch gebeurt dit steeds meer, ook in West-Europa. (p.78) Zoals zovelen stelt Laes dit vanuit een expliciet atheïstisch standpunt. Maar mijns inziens hoeft dat niet eens, ook wanneer je het woord ‘God’ een andere dan een theïstische invulling geeft, en aanvaardt dat ‘het heilige’ bestaat, moet je je achter deze conclusies kunnen scharen. Al was het maar omdat de dictatuur van  imams of ayatolla’s nog veel erger zou zijn, dan wat hier vroeger de zachte dictatuur van de kerk was.

Het laatste hoofdstukje heet ‘het verzet’, en zo langzamerhand kun je inderdaad bijna van zoiets gaan spreken: enerzijds heb je de bezetter die zijn wil en waarden wil opdringen, en daarnaast heb je de politiek correcte roedels van collaborateurs; in zo’n constellatie is verzet niet enkel nodig, het komt a.h.w. vanzelf in gang. Laes gaat hier opnieuw in op de verbijsterende Caïro-verklaring, die door moslims aan de hele wereld opgedrongen wil worden. Dat is een islamitische ‘verklaring van de rechten van de mens’. En wat kun je daarin lezen: een goedkeuring van de moordpartij bij Charlie Hebdo. Laes is dan ook – volkomen terecht – zéér scherp voor de collabo’s van de politieke correctheid: “wie deze relativerende houding aanneemt, wie de schuld bij de slachtoffers legt en de daders vergoelijkt, die effent het pad voor het ondermijnen en uithollen van de vrije meningsuiting. Voor iedereen. En overal.” (p.90) En hij besluit: “Genoeg moorden in naam van een religie. Dit is een strijd tegen obscurantisme, tegen religieus fanatisme, tegen intolerante gelovigen. Voor mensenrechten en democratie. Voor alle individuele mensen die samen de Volken van de Verenigde Naties vormen.” (p. 101)

Laes is allesbehalve een ziekelijke doordrammer als Wim Van Rooy; vandaar dat ik hoop dat zijn boekje meer gelezen zal worden; het is trouwens veel korter. Wel wordt het ook ingeleid door Paul Cliteur, deze keer terecht uiteraard. Hij eindigt met enkele bijlagen. Een eerste bevat de volledige citaten van enkele koranverzen die vaak aangehaald worden om te stellen dat de islam een vredelievende godsdienst zou zijn; vanuit de context kun je onmiddellijk zien dat dat niet klopt. Een tweede bijlage bevat uittreksels uit schoolboeken uit Saoudi-Arabië. Hier moet gesteld dat er in schoolboeken uit de entiteit gelijkaardige weerzinwekkende racistische praatjes verkocht worden; ze zijn echt aan elkaar gewaagd.

Een derde bijlage somt de landen op waar blasfemie nog steeds een misdrijf is: verbijsterend veel Europese landen staan nog op die lijst. Misschien kan Europa toch iets nuttigs doen, en minstens de lidstaten aanraden of onder druk zetten om dergelijke middeleeuwse bepalingen volledig te schrappen. Tenzij Hij-die-met-een-hoofdletter-geschreven-wordt toch in levenden lijve, in den vleze voor de rechtbank zou willen verschijnen natuurlijk.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


drie + 1 =