17.02.16 – Jihad en kolonialisme

| 1 reactie

EPOU_15_1019_cov Jihad en kolonialisme.inddLucas Catherine & Kareem El Hidjaazi: Jihad en kolonialisme (Uitgeverij EPO, Antwerpen, 2015) is in meer dan één opzicht een ontgoochelend boek – voor mij toch. En zelfs nog erger.

De eerste 120 bladzijden gaan over het kolonialisme. Het spreekt vanzelf dat het onmogelijk is in zo weinig bladzijden echt veel daarover te zeggen; de auteur, Catherine is dat, maakt dus een synthese van de belangrijkste ‘etappes’ van de kolonisering, met daarbij de nadruk op die éne kolonisering die vandaag nog altijd voortduurt, met dezelfde genocidaire middelen vaak, en op de kolonisering van Afrika.

Daarbij valt één groot gebrek op, of één fout als men wil, of zelfs één geschiedvervalsing, dat kan ook: de auteur doet alsof de westerse koloniale machten de eerste waren en vooral islamitische landen innamen en koloniseerden, het Arabische alfabet probeerden uit te roeien, en over ’t algemeen alles wat islamitisch was te vuur en te zwaard bestreden. Kolonialisme, aldus Catherine, is naast een rooftocht van grondstoffen, vooral strijd tegen de islam. Hij vindt daartoe zelfs een nieuw woord uit: cultuurracisme.

Ongeacht het feit dat het woord ‘racisme’ – zoals alle abstracta – zeer breed en zeer eng geïnterpreteerd kan worden, ‘vergeet’ Catherine dat er vóór het westerse kolonialisme al een islamitisch kolonialisme was, en dat het ene kolonialisme gewoon het andere verdreven heeft. Of is de islam misschien ontstaan in Afrika én in Indonesië én in Perzië en wie weet waar nog allemaal? Catherine ‘vergeet’ dat al die streken en delen van de wereld door islamitische legers veroverd en ingepalmd werden, en dat de islamitische cultuur als eerste werd opgedrongen aan de ‘inboorlingen’ van die landen. Overigens waren de moslims ook de eerste slavenhandelaars, ook dat ‘vergeet’ Catherine.

Niks nieuws onder de zon dus, wat dat betreft. Ook bij Lucas Catherine trouwens, want in een vorig boek had hij al de indruk gewekt dat het christelijke legers waren die een beleg gevoerd hadden tegen een islamitisch Wenen en dat ook Spanje vanaf het begin een islamitisch land geweest zou zijn.

la-traite-des-noirsIk vind dat eigenlijk zéér erg, onrustwekkend en zelfs weerzinwekkend; niemand immers maakt mij wijs dat Catherine dat niet zou weten. Dat doet hij zéér zéker wel, en de enige conclusie kan dus zijn dat hij inderdaad aan geschiedvervalsing doet, dat hij de geschiedenis herschrijft, reviseert in een ideologisch-islamitische zin. Ideologisch sluit hij op die manier eigenlijk aan bij Daesh. Wie daar iets meer over wil weten raad ik een boekje aan van Olivier Pétré-Grenouilleau: La traite des noirs (Presses Universitaires de France, Paris, 1997 = Que sais-je? 3248). Het is heel wat objectiever in al zijn synthetische beknoptheid dan het boek van Catherine en zijn kompaan.

Maar bon, kolonialisme is één van de oorzaken van de jihad, zoals we die nu kennen; de vernederingen en de onderdrukking die met het kolonialisme gepaard gaan leiden daartoe, rechtstreeks of onrechtstreeks. Ik neem dat zelfs aan, maar dan moet me toch één vraag van het hart: de Belgen hebben zowat de helft van de Congolese bevolking uitgeroeid (exacte cijfers bestaan uiteraard niet, want negers waren geen mensen en werden dus niet geteld), maar dat Catherine of iemand anders mij één voorbeeld geve van een aanslag zoals moslimjihadisten die de laatste decennia voortdurend uitvoeren? Eén enkel voorbeeld graag van jihadicongolezen!

Zou het toch iets met die klotegodsdienst en dat strontboek te maken kunnen hebben?

Na dat zeer synthetische gedeelte gaat Catherine over naar Frantz Fanon. Voor zover ik me herinner was Fanon voorstander van de radicaalst mogelijke breuk met de kolonisatoren. Wij tegen zij, en geen enkele, maar dan ook geen enkele interpenetratie op cultureel of ander vlak. Géén assimilatie, want dat komt neer op acculturatie. Waarbij Catherine weeral eens ‘vergeet’ dat assimilatie zo oud is als de wereld; zo is het christendom hier ontstaan, zo is op vele plaatsen van de wereld (in Bosnië bv., niet zo ver hier vandaan) de islam leitkultur geworden; enzoverder enzovoort.

De stellingen van Fanon – hoe begrijpelijk ook – lijken me eerder een recept voor oorlog dan voor iets anders. En wanneer je je vandaag erachter schaart – zoals Catherine blijkbaar doet – schaar je je de facto achter Daesh – nog eens.

En dat doet mijns inziens ook de tekst van Kareem El Hidjaazi die Catherine laat volgen in de tweede helft van het boek, nadat hij even nog achtergrondinformatie gegeven heeft over de bekendste (via onze TV dan) moslimbewegingen in de derde wereld, bv. Boko Haram of natuurlijk IS.

Die tekst is wat mij betreft van een bedenkelijk allooi.

Op de eerste plaats al moreel: hij heeft het over ‘dronken en halfnaakte toeristen’, is tegen het dragen van ‘te strakke broeken’ enzovoort. Vaak meen je een pastoor uit de jaren dertig tot zestig te horen preken, met dezelfde nadruk op alles wat met sex te maken heeft. Je vraagt je echt af wat die gelovigen daar toch mee hebben, met al hun ziekelijke kromme redeneringen.

Kareem spreekt zich expliciet uit tegen laïcisering; volgens hem kunnen politiek en godsdienst niet gescheiden zijn en moet de godsdienst, i.c. de sharia hét richtsnoer zijn voor de organisatie van de maatschappij. Hij spreekt over ‘het juk van de laïciteit’, over ‘de kiemen van de westerse secularisatie’. En kernachtig: “In het westen wordt vaak niet begrepen dat een geseculariseerde islam, ook al is het onder het mom van een republikeins universalisme, nooit een erkende vorm van islam kan zijn.” (p. 174) En nog veel duidelijker:

“De cultuurelementen die specifiek westers zijn en waardoor de westerlingen zich onderscheiden, kunnen dus nooit deel uitmaken van de islamitische cultuur. Ook al zijn veel vreemde cultuurelementen de moslimwereld binnengedrongen, toch kunnen zij nooit deel uitmaken van de moslimcultuur. Moslims kunnen dus onmogelijk hun cultuur inruilen voor de westerse cultuur, want die bevat elementen die leiden tot bandeloosheid in verscheidene aspecten van het leven, een bandeloosheid die de islam verwerpt.” (p. 179)

Dit is niet enkel een wij-zijdenken, dat onherroepelijk tot conflicten moet leiden, het betekent ook dat de islam ten strijde moet trekken tegen wat hier ‘bandeloosheid’ genoemd wordt, tot de eindzege zal ik maar zeggen. Ook die ‘Europese islam’ waar onze stomme politiekers zo graag over lullen, is vanuit dit perspectief totaal onmogelijk. Hier is maar één mogelijkheid: ofwel zij overwinnen en dringen hun cultuur op, ofwel wij doen dat. Waarbij ‘wij’ en ‘zij’ omgekeerd kunnen worden, men kieze zijn kamp.

Ik herinner mij uit mijn studententijd een zeer lieve, toen al wat oudere man dan ikzelf, Léon heette hij en hij was lid van UCMLB, die me op een bepaald ogenblik zei dat ik te veel las. Ik moest enkel maar Lenin lezen, dat was voldoende en daar stond alles in. Vermoedelijk heb ik hem eens meewarig aangekeken en ik ben uiteraard doorgegaan met alles te lezen wat ik vast kon krijgen. Deze Kareem heeft enkel de koran en de hadith ‘bestudeerd’ of gelezen; uit Lenin kon je toen nog wel enige kennis halen, maar uit de koran?

Het zal niet verwonderen dat deze Kareem zich expliciet uitspreekt tégen Kadhafi, tégen Bourguiba en tegen Assad. Niet enkel ziet hij zodoende niet in dat hij zich (zoals de idioten van IS) achter de belangen van datzelfde verachte westen schaart, maar daar staat tegenover dat hij zich duidelijk uitspreekt voor moslimfundamentalisme à la Saoudi-Arabië et tutti quanti. Het duidelijkst wordt dat wellicht als je leest hoe hij tegenover Turkije staat; Atatürk was voor hem blijkbaar een jood (sic! – zo staat het er: p. 191, voetnoot), maar vooral: “Door van zijn land een westerse staat te maken, trok Atatürk zijn volk in ‘een donker hagedissennest’. Turkije werd een model van perversiteit, corruptie en alcoholisme dat in het westen als een staat van vooruitgang, renaissance en moderniteit werd bejubeld.” (p.192)

Ofte: Leve Erdogan en zijn islamofascisme!

Deze Kareem vertegenwoordigt wat mij betreft de achterlijkheid van al degenen die maar één enkel boek lezen, en dat op een fanatieke wijze. Of je ze voor de rest ‘islamisten’, ‘fundamentalisten’, ‘geradicaliseerden’ of hoe dan ook noemt, maakt niets uit. Het verwondert dan ook niet dat hij op het einde van zijn bijdrage, zij het impliciet, IS goedkeurt en zich erachter stelt: eerst door te zeggen dat het regime van Assad een koloniale schepping is en dat heel wat moslims daaraan een eind willen stellen, maar vooral hierdoor:

“Ondanks het feit dat IS waarschijnlijk niet lang meer zal bestaan, heeft de terreurbeweging moslims over de hele wereld nieuwe hoop gegeven. Je mag ervan denken wat je wil, het zijn tenslotte de beulen van IS die zich voor het eerst van de westerse koloniale ketens hebben kunnen verlossen.” (p.211)

Nou moe! Dat is inderdaad de consequente gevolgtrekking uit de radicale stellingen van Fanon, en blijkbaar staat ook Catherine zelf daarachter, want in de enkele bladzijden commentaar die hij wijdt aan deze tekst en waarmee het boek eindigt, gaat hij nooit en nergens in op wat ik hierboven heb aangestipt. Hij ziet de moslims hier enkel en alleen als slachtoffers van westers racisme, zonder zich ook maar één enkele keer de vraag te stellen naar de rol van de godsdienst daarin, en of die er niet voor zorgt dat die jongeren zich hier niet kunnen of willen inpassen. Gewoon de vraag al maar stellen, is er blijkbaar al te veel aan.

Wim van Rooy heb ik als ideoloog vergeleken met Breivik, en daar blijf ik bij. Deze Kareem en bij uitbreiding Catherine zelf, vertegenwoordigt de andere kant van dezelfde munt: als Breivik een klassieke fascist genoemd moet worden, dan is hier een islamofascist aan het woord. Beiden zijn even gevaarlijk.

En mijn eigen plaats daarin kan ik wellicht het beste omschrijven met nog een citaat:

“De islam is immers door God gereveleerd en kan dus enkel het goede voortbrengen. Alle ongeluk ontstaat doordat men de islam niet (meer) zuiver toepast.

Concreet komt dit neer op een systeem waarin de overheid de meeste privé-sferen controleert. Het repressieve karakter ervan kan enkel met dit van een politieregime vergeleken worden.

Dit alles doet besluiten dat men de godsdienst en de religieuze manier van denken zover mogelijk uit het publieke gebeuren moet bannen, de invloed van de religie tot een zo klein mogelijk privé-terrein beperken. Eigenlijk de oude idealen van de Franse revolutie: ‘Vive la Raison’, en, ‘Ecrasons l’infâme’. Op elk niet-religieus boek (waarschijnlijk bedoelt de auteur hier ‘op elk religieus boek’ – = PB) en boven elke vergaderzaal zou men de mededeling moeten aanbrengen ‘religieus denken kan uw bestaan schaden’. De enige plaats waar men nog religieus denken mag tolereren, is binnen de religie zelf.”

Dat is mij uiteraard volledig uit het hart gegrepen, en men zou moeten beginnen met het recht op godsdienstvrijheid uit alle Europese grondwetten te schrappen en te vervangen door een wet in de aard van de Franse wet van 1905, maar dan nog veel strengen en stringenter.

Overigens, dat laatste citaat komt uit het boek In naam van de islam, godsdienst als politiek argument bij Mohammed en Khomeiny (Uitgeverij EPO, Antwerpen, 1985) van, jawel hoor, Lucas Catherine.

Delen:

Eén reactie

  1. Wat een onzin!…ha,ha…

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


1 × twee =