07.01.16 – Charlie Hebdo 9: één jaar later

| Geen reacties

Eén jaar later verschijnt een herdenkingsnummer van Charlie Hebdo.

In januari van verleden jaar heb ik een abonnement genomen, voornamelijk uit solidariteit en om voor de hand liggende nostalgie naar een studententijd waarin we problemen hadden die nu aandoen als van een andere planeet.

Wat me dit afgelopen jaar opviel is de ernst van de teksten in het blad, en ik vraag me af of dat vroeger, in de jaren zestig (toen het nog Hara-Kiri heette) en de jaren zeventig ook zo was. Niets herinner ik mij daarvan, absoluut niets. Enkel de tekeningen en de karikaturisten. En sommige tekeningen en covers ken ik nog alsof ik ze pas gisteren las in plaats van veertig jaar geleden. Maar niks dus van de teksten.

Vreemd soms hoe dat werkt, een geheugen. Uit andere tijdschriften herinner ik me wel degelijk nog aan bepaalde teksten, in die mate zelfs dat, toen ikzelf nog langere teksten schreef, ik wist waar bepaalde zaken te vinden waren van vroeger, die ik nodig had. Misschien omdat teksten in een weekblad hoe dan ook altijd veel meer gebonden zijn aan de actualiteit. terwijl de meeste tekenaars er blijkbaar van uit gaan dat hun metier dat nou net doet. Terwijl ik de tekeningen van Reiser etc. eigenlijk vooral als universeel beschouw; ze zeggen vandaag nog evenveel, vaak, als veertig jaar geleden. En als ik er minder mee moet lachen heeft dat veel meer met mijn ouderdom te maken dan met iets anders.

charlie-2016De cover van dit herdenkingsnummer vind ik een goed gevonden metafoor, die eenieder zal begrijpen. Alleen klopt het natuurlijk niet helemaal, want de man die hier wordt voorgesteld is wel degelijk de christelijke God van de theïsten: de ouwe vent met een baard die meestal in de wolken verblijft en van daaruit het al bestiert. Als zodanig sluit dit beeld van Riss direct aan bij de christelijke iconografie zoals we die al eeuwen kennen. Joden en moslims kennen dat beeld amper of niet. Daar is God veel meer een abstractum. Typisch voor moslims is bv. dat ze hem bijna enkel aanroepen tijdens het moorden (geschreeuw van Alluha Akbar); daarbuiten speelt hun profeet de hoofdrol.

Maar de jongens en meisjes van Charlie Hebdo zijn natuurlijk geen theologen, gelukkig maar.

Het nummer bevat vele tekeningen van alle tekenaars die een jaar geleden werden omgebracht. Dat siert de overgeblevenen zeer, want het laat natuurlijk ook toe te vergelijken. En het is wellicht jammer, maar de tekeningen van Coco, Riss etc. halen niet het niveau van die van Cabu, Charb etc. Wat op zich niks wil zeggen natuurlijk, want buiten de vergelijking om zijn ze toch zonder meer goed. Riss is in zijn editoriaal ook scherper dan anders, vind ik, in de verdediging van de laïciteit. Zelf ben ik lang blind geweest, of ingeslapen, omdat ik gewoon in de zekerheid leefde dat de macht van de katholieke kerk quasi definitief voorbij was, zeker hier, en dat we dus gerust konden slapen, op hier en daar een achterhoedegevecht na.

Niet dus, want de islam heeft de katholieken gewoon opgevolgd, en is in het bezit van dezelfde Absolute Waarheid, die ze aan iedereen willen opdringen. Wat mij betreft is er geen verschil tussen de twee, en kan tegenover de islam enkel het tegen de kerk gerichte woord van Voltaire gelden: écrasez l’infâme.

Ook andere teksten in dit nummer gaan in op dat probleem, bv. ook op het delict van de blasfemie, dat sommigen in Nederland en in Frankrijk al opnieuw wilden invoeren, en dat op grote delen van de aarde nog steeds bestaat, jammer genoeg. Er is nog ontzettend veel werk aan de winkel, ben je geneigd te denken.

De tekeningen in dit nummer zijn vaak harder en cynischer dan we gewend zijn, ook tijdens het afgelopen jaar: bv. deze van Coco, en deze van Riss.

Bron: Charlie-Hebdo nr. 1224 van 6 januari 2016

Bron: Charlie-Hebdo nr. 1224 van 6 januari 2016

 

Bron: Charlie-Hebdo nr. 1224 van 6 januari 2016

Bron: Charlie-Hebdo nr. 1224 van 6 januari 2016

Het is begrijpelijk dat ze bitter zijn, eigenlijk voor het eerst. Gelet op de feiten. En dat hun tekeningen daarvan blijk geven, veel meer dan die van de doden. Uiteraard. Ik geef hier van elk van de vijf éen tekening weer.

Cabu (Jean Cabut), 76 jaar Bron: Charlie-Hebdo nr. 1224 van 6 januari 2016

Cabu (Jean Cabut), 76 jaar
Bron: Charlie-Hebdo nr. 1224 van 6 januari 2016

Charb (Stéphane Charbonnier), 47 jaar Bron:

Charb (Stéphane Charbonnier), 47 jaar
Bron: Charlie-Hebdo nr. 1224 van 6 januari 2016

Philippe Honoré, 73 jaar Bron:

Philippe Honoré, 73 jaar
Bron:  Charlie-Hebdo nr. 1224 van 6 januari 2016

Tignous (Bernard Verlhac), 57 jaar Bron:

Tignous (Bernard Verlhac), 57 jaar
Bron: Charlie-Hebdo nr. 1224 van 6 januari 2016

Georges Wolinski, 80 jaar Bron:

Georges Wolinski, 80 jaar
Bron: Charlie-Hebdo nr. 1224 van 6 januari 2016

°°°

maryse-wolinskiOp 7 januari verscheen eveneens (en lag al in mijn bus): Maryse Wolinski: “Chérie, je vais à Charlie” (Editions du Seuil, Paris, 2016). Het is een dun boek geworden, geschreven met een grote sereniteit, zonder ooit te vervallen in welke vorm van sentimentaliteit dan ook, maar waar je voortdurend het verdriet en de woede door de woorden heen voelt trillen. Maryse vertelt hoe zij het gebeurde beleefd heeft, alsook de gebeurtenissen zelf, objectiever en afstandelijker. En op het einde stelt zij ook enkele pertinente vragen aan politie en veiligheidsdiensten, vragen waar ze uiteraard nooit een antwoord op zal krijgen.

Ik heb Maryse enkele keren op teevee gezien, naar aanleiding van de gebeurtenissen van vorig jaar: zelden zoveel trots, waardigheid, tederheid bij elkaar gezien in één frêle persoon. De post-its van Georges op de deuren en de wanden van hun appartement (waaruit zij ondertussen vertrokken is). De ouwe cynicus die ik ben was eigenlijk ontroerd, want hier werd hij geconfronteerd met het bestaan van iets waarvan hij nooit geloofd heeft dat het écht bestond: de Grote Liefde.

De fallocraat en de feministe. Bijna de titel van een humoristische film.

En nee, dit is werkelijk gemeend.

°°°

Tenslotte nog een andere publicatie. Ik vermeld ze hier, ofschoon ik ze zelf nog niet gelezen heb. Het betreft columns uit Charlie Hebdo van de enige vrouw die een jaar geleden vermoord werd: Elsa Cayat: Noël, ça fait vraiment chier! Sur le divan de Charlie hebdo (Les Echappés – Charlie Hebdo, Paris, 2015). Cayet was van opleiding en beroep psychiater en psychoanalyste, en had als zodanig een column in het blad, column die altijd zeer ernstig was wat de fond betreft, maar toch vaak met de nodige humor gebracht werd. De titel van het boek is mij alleszins al uit het hart gegrepen.

cayat

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


dertien − 7 =