30.10.15 – Günter Grass’ laatste boek

| Geen reacties

Het eerste boek dat ik van Günter Grass las, was niet het beroemde Die Blechtrommel, maar wel het derde deel van de Danziger Trilogie, nl. Hundejahre. Schitterend vond ik dat; vooral de parodieën op Heidegger zijn me bijgebleven, en de omzwervingen van Hitlers hond natuurlijk. Daarna heb ik ook de rest van Grass gelezen, en ben ik hem blijven lezen en volgen.

In mijn ogen is het éen van de weinige (de echt enige wellicht?) schrijvers die enkel meesterwerken heeft gepubliceerd.

Een tijdje terug, wanneer juist weet ik niet meer, maar het zal slechts enkele jaren geleden zijn, liet hij via een persbericht weten dat hij geen grote romans meer zou schrijven, omdat hij de nodige concentratie daartoe gelet op zijn leeftijd (ver boven de tachtig) niet meer op kon brengen. Wel mocht men nog kortere teksten van hem verwachten. Echo’s daarvan vind je in het gedicht ‘Mir fehlts an Kraft’: “Nicht mal ein Furz will mir gelingen” (p. 25)

Dat is uiteraard een hyperbool, zoals de teksten in deze laatste bundel bewijzen.

guenter-grass-vonne-endlichkaitDie zijn inmiddels immers verschenen in wat het laatste door hemzelf nog samengestelde en voorbereide boek geworden is: Vonne Endlichkait (Staidl Verlag, Göttingen, 2015). Het is een kanjer geworden van honderdzeventig bladzijden, waarbij gedichten afwisselen met korte prozateksten en vooral met de tekeningen die ook de vorige bundels van Grass als boekvoorwerp al zo prachtig maakten. Hier zijn de illustraties in zwart-wit-grijs (in tegenstelling tot de vorige bundel, het even fraai vormgegeven Eintagsfliegen – als titel wellicht hét understatement in Grass’ oeuvre), en ze sluiten meestal nauw bij een of meerdere van de teksten aan.

Deze nieuwe bundel staat in het teken van de ouderdom en het afscheid nemen, maar op een erg ironische manier (een beetje zoals in de laatste bundels van Vroman bij ons). Dat begint al onmiddellijk bij de eerste tekst: “Als des Pfeifenrauchers Herz, Lunge, Nieren ihn immer wieder und nochmals in die Reparaturwerkstatt zwangen…” (p.7), zo begint het, en de pijpen komen ook later nog terug, zowel in de tekst als in de tekeningen, en eigenlijk, zelfs als de dood om de hoek komt kijken, steeds ironisch: “Da mir der Chor der Ärtzte einredet, Rauchen sei tödlich, der Tod aber, weil anderswo geschäftig, auf sich warten lässt, liegen überall Pfeifen rum, kalt und missgelaunt.” (p.140)

guenter-grass-vonne-endlichkait-pfeifen

 

guenter-grass-vonne-endlichkait-tandOud worden is dus afscheid nemen, van alles eigenlijk. Een langer gedicht heet ‘Abschied vom Fleisch’, en bedoeld is het vrouwelijk lichaam en wat het aan beloften en plezieren inhield. In dat gedicht is de barokke Grass duidelijk aan het woord als hij al die geneugten beschrijft. Overigens nadat hij in de tekst vlak voordien van andere zintuigen afscheid heeft genomen: ‘Als mir Geruch und Geschmack vergingen’. Maar het duidelijkst is de ironie van het verdwijnen wellicht als het over de tanden gaat: op pagina dertig neemt hij afscheid van zijn ‘restlichen Zähne’, waarbij er nog één enkele overblijft; en die laat het dan eveneens afweten, op pagina 166, vlak voor het einde van het boek: ‘Kein Zahnweh mehr’, is de nuchtere en zakelijke commentaar van de ik.

In het boek komt éen tekst voor die veel langer is dan al de andere: ‘Worin und wo wir liegen werden’, zo heet die en hij telt acht tekstbladzijden, waarin de ik en zijn eega bij een bevriende timmerman langsgaan om twee kisten te bestellen. Op zich is heel die tekst al subtiel ironisch, maar binnen die globale ironie treden dan ook nog kleinere ironietjes op, bv. wanneer de ik zegt: ‘Auch bat ich, auf Eichenlaub zu verzichten.'(p.81)

Het mooie is dat de twee kisten, die uiteindelijk geleverd worden en in de garage geplaatst, waar de protagonisten ze uiteraard even uitproberen, om te zien of ze er wel in passen, daar gewoon blijven rusten en voorlopig gebruikt worden om dahliaknollen in te bewaren. Twee keer komen ze nog terug in de loop van het boek: op pagina 108 blijken ze gestolen te zijn, mét inhoud, en op pagina 159 zijn ze weer teruggebracht, zonder inhoud. Wie ze gestolen heeft en waarom, en wat met de dahliaknollen gebeurd is, weten de protagonisten niet, en de lezer dus evenmin.

Het duidt wel de wijze aan waarop Grass zijn bundel structureert: losjes rond enkele belangrijke thema’s, die het hele boek door terugkomen, letterlijk zoals in vorig voorbeeld, of via thematische variaties, zoals dat meestal gebeurt met het thema van de ouderdom. Het is een eerder losse structuur dus, maar die het geheel toch een sterke indruk van eenheid verleent.

Men herinnert zich wellicht nog dat een vorige bundel van Grass, de reeds genoemde Eintagsfliegen, en daarin dan het gedicht ‘Was gesagt werden muss’, voor enorm veel heisa gezorgd heeft in Duitsland. Hier de tekst ervan:

Warum schweige ich, verschweige zu lange,
was offensichtlich ist und in Planspielen
geübt wurde, an deren Ende als Überlebende
wir allenfalls Fußnoten sind.

Es ist das behauptete Recht auf den Erstschlag,
der das von einem Maulhelden unterjochte
und zum organisierten Jubel gelenkte
iranische Volk auslöschen könnte,
weil in dessen Machtbereich der Bau
einer Atombombe vermutet wird.

Doch warum untersage ich mir,
jenes andere Land beim Namen zu nennen,
in dem seit Jahren – wenn auch geheimgehalten –
ein wachsend nukleares Potential verfügbar
aber außer Kontrolle, weil keiner Prüfung
zugänglich ist?

Das allgemeine Verschweigen dieses Tatbestandes,
dem sich mein Schweigen untergeordnet hat,
empfinde ich als belastende Lüge
und Zwang, der Strafe in Aussicht stellt,
sobald er mißachtet wird;
das Verdikt „Antisemitismus“ ist geläufig.

Jetzt aber, weil aus meinem Land,
das von ureigenen Verbrechen,
die ohne Vergleich sind,
Mal um Mal eingeholt und zur Rede gestellt wird,
wiederum und rein geschäftsmäßig, wenn auch
mit flinker Lippe als Wiedergutmachung deklariert,
ein weiteres U-Boot nach Israel
geliefert werden soll, dessen Spezialität
darin besteht, allesvernichtende Sprengköpfe
dorthin lenken zu können, wo die Existenz
einer einzigen Atombombe unbewiesen ist,
doch als Befürchtung von Beweiskraft sein will,
sage ich, was gesagt werden muß.

Warum aber schwieg ich bislang?
Weil ich meinte, meine Herkunft,
die von nie zu tilgendem Makel behaftet ist,
verbiete, diese Tatsache als ausgesprochene Wahrheit
dem Land Israel, dem ich verbunden bin
und bleiben will, zuzumuten.

Warum sage ich jetzt erst,
gealtert und mit letzter Tinte:
Die Atommacht Israel gefährdet
den ohnehin brüchigen Weltfrieden?
Weil gesagt werden muß,
was schon morgen zu spät sein könnte;
auch weil wir – als Deutsche belastet genug –
Zulieferer eines Verbrechens werden könnten,
das voraussehbar ist, weshalb unsere Mitschuld
durch keine der üblichen Ausreden
zu tilgen wäre.

Und zugegeben: ich schweige nicht mehr,
weil ich der Heuchelei des Westens
überdrüssig bin; zudem ist zu hoffen,
es mögen sich viele vom Schweigen befreien,
den Verursacher der erkennbaren Gefahr
zum Verzicht auf Gewalt auffordern und
gleichfalls darauf bestehen,
daß eine unbehinderte und permanente Kontrolle
des israelischen atomaren Potentials
und der iranischen Atomanlagen
durch eine internationale Instanz
von den Regierungen beider Länder zugelassen wird.

Nur so ist allen, den Israelis und Palästinensern,
mehr noch, allen Menschen, die in dieser
vom Wahn okkupierten Region
dicht bei dicht verfeindet leben
und letztlich auch uns zu helfen.“

Braver en vriendelijker kan het wel amper, maar toch kreeg Grass omwille van dat onschuldige gedicht bakken stront over zich heen vanwege nazionisten en hun vriendjes. Meer nog dan elders in Europa zijn in Duitsland joden – of wat daarvoor doorgaat – heilige koeien.

In deze laatste bundel komt de entiteit niet meer voor als zodanig; er is enkel op één ogenblik sprake van ‘Tatort Gaza’ (p. 106) zonder dat er verder op wordt ingegaan, maar de goede lezer weet uiteraard waarover het gaat. En de Duitse politiek-correcte roedels hebben het waarschijnlijk niet eens opgemerkt. Ook al is het zeer expliciet geëngageerde thema van het gedicht de tussenkomsten van het Duitse leger, direct of indirect, in Afghanistan, Syrië etc. Overal dus waar er niets te verdedigen valt, maar waar wel economische belangen gevrijwaard moeten worden.

Het bewijst dat ondanks de nadruk die op het persoonlijke ligt in deze afscheidsbundel, de auteur nog steeds blijkt bekommerd te zijn om wat er rond zich en in de hele wereld gebeurt. Zoals ook vroeger al gebeurt dat nooit door middel van slogans, maar eerder via een andere vorm van humor dan ironie, nl. sarcasme. Zo bv. in ‘Über den Zahlungsverkehr’, of in ‘In Frankfurt am Main’; maar ook ziet hij of voorvoelt hij eerder hoe erg de toestand van de wereld is en waartoe dat uiteindelijk wel voeren moet:

“hier Dürre, dort schwoll Regenflut,
gedachten wir, vom Bildersturz verschreckt,
des Ersten, während vielerorts
der Dritte anfing, Probe nur
und Übung für den Ernstfall war.” (p. 169)

Waarschijnlijk lijkt me dat we inmiddels nog maar moeilijk van een proef kunnen spreken; eerder lijkt me de ‘Ernstfall’ al daar, alleen we merken het nog niet in ons dagelijks leven; maar dat kan snel, heel snel veranderen.

Laat mij tenslotte eindigen met een ander kort gedicht, weer eentje vol ironie deze keer, en mij bijzonder aansprekend omdat ik ook wel graag in lege kerken verwijl; welke Grass hier bedoelt, weet ik niet, maar ik vul natuurlijk gewoon mijn lievelingskerken uit het zuiden van het Duitse taalgebied in; ikzelf kan natuurlijk op geen enkele manier met iets daarvan concurreren. Maar ik denk dat ook Grass zelf niet echt geconcurreerd heeft met de ‘heilige geest’; die is, zoals dat dan heet, gewoon over hem vaardig geworden (in de zin van die prachtige hymne uit de oude kerk, het ‘Veni Creator Spiritus’), een heel lang en goed gevuld schrijversleven lang; en dat heeft ons, lezers, inderdaad heel veel leesvreugde geschonken. En doet dat nog.

Auf letzter Bank

Gerne sitze ich in leeren Kirchen,
wenngleich mir der Glaube schon früh –
kaum begannen erste Pickel zu spriessen –
verschütt ging.
Nur met dem heiligen geist
um die Wette zu eifern,
indem ich den alten Taubenzüchter
mit Rattengeschichten
zu widerlegen versuche,
macht immer noch Spass.” (p. 149)

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


drie × drie =