08.11.15 – Reimond Stijns

| Geen reacties

Reimond Stijns zal bij de lezende mens waarschijnlijk enkel nog de titels Arm Vlaanderen en Hard Labeur oproepen; en deze laatste dan vooral zo niet uitsluitend door de verfilming ervan voor televisie door de toenmalige BRT. Het is een van de weinige Vlaamse werken uit het naturalisme (naast die van Gustaaf Vermeersch en enkele van Cyriel Buysse).

De roman in twee delen Arm Vlaanderen schreef hij in samenwerking met  Isidoor Teirlinck (vader van Herman), en met deze titel is iets anders aan de hand: hij werd nl. gestolen door de meest rabiaat extreemrechtse vleugel van het Vlaams nationalisme: enkele decennia na Teirlinck-Stijns gebruikte immers de fascistoïde jezuïet Pater Stracke exact dezelfde titel om een van zijn politieke wangedrochten te schrijven. En sindsdien verwijst die titel niet meer naar de progressief-liberale roman over de schoolstrijd en het obscurantisme van de katholieke kerk hier te lande, maar wel naar dat gewrocht van Stracke.

Geschiedvervalsing, anders kun je dat niet noemen.

Voor de volledigheid vermeld ik nog even dat ook het bekende werk van de Waalse socialist de Winne de titel Door Arm Vlaanderen droeg, de Nederlandse vertaling tenminste. Die dateert uit 1904 en verwijst dus nog expliciet naar de roman van Teirlinck-Stijns.

stijnsHet is vreemd dat Paul de Pessemier ’s Gravendries dat alles niet minstens vermeldt in de biografie die hij aan Reimond Stijns wijdde: Reimond Stijns, van Arm Vlaanderen tot Hard Labeur, een biografie (Uitgeverij C. de Vries-Brouwers, Antwerpen, 2015). Vermoedelijk zal hij het niet geweten hebben, want het is toch wel wetenswaard, zeker in zo’n werk.

De Pessemier is geen literatuurhistoricus en jammer genoeg merk je dat soms, voornamelijk aan één kenmerk: hij verwart fictie met biografische werkelijkheid, vooral in het begin van zijn boek, als hij het over de jeugd en de eerste jaren als onderwijzer van Stijns heeft. Dan gebruikt hij bijna systematisch Arm Vlaanderen als bron, alsof het een autobiografisch geschrift zou zijn. Maar zelfs in zo’n geval moet je oppassen.

Feit is dat waarschijnlijk geen enkel werk van fictie volledig fictief is en aan de fantasie ontsproten; er zijn wel steeds elementen aanwezig uit het leven van de auteur in kwestie. Maar voor een biograaf komt het er dan op aan die elementen eruit te halen en, vooral, ze te toetsen aan andere bronnen, geschreven bronnen in het geval van iemand als Stijns (een schrijver uit de negentiende eeuw) en bij recentere auteurs (zie bv. het boek over de jonge Claus van Wildemeersch) ook mondelinge bronnen (die op hun beurt dan weer getoetst moeten worden: ideaal is dat elke uitspraak van een biograaf afgetoetst kan worden aan een geschreven document.

In het geval van Stijns zijn die documenten er natuurlijk amper, dat zegt de Pessemier expliciet. En dan kun je natuurlijk niet anders dan op een andere, minder stringente manier te werk gaan. En het klopt natuurlijk dat Teirlinck en Stijns eigen ervaringen en ervaringen van mensen die ze kenden in hun roman verwerkt hebben. Arm Vlaanderen is eigenlijk een zeer goed voorbeeld van een roman à thèse, en het is jammer dat de schrijver dit gegeven niet veel breder uitwerkt. Ik vrees dat de politieke achtergrond van deze roman amper nog gekend is, zelfs niet bij mensen die af en toe ook eens een ouder boek lezen. De mentaliteit van de katholieken was toen nog quasi volledig identiek aan die van de meeste moslims nu, en zou dat nog vele decennia, tot in de jaren zestig van de vorige eeuw, blijven.

Voor wat betreft de volgende periodes van Stijns’ leven zijn er meer documenten aanwezig, en het moet gezegd dat de Pessemier die grondig bijeen heeft gezocht en verwerkt in zijn synthetische biografie. De nadruk komt vooreerst te liggen op het professionele leven van Stijns, die van onderwijzer tot atheneumleraar opklimt in het toenmalige Brussel, dat sociologisch blijkbaar totaal verschilde van het huidige. Stijns was duidelijk liberaal, sociaal liberaal (de BSP bestond toen al wel, maar betekende nog niets, en was in het parlement trouwens nog niet vertegenwoordigd). Wat wel opvalt is het feit dat vaste benoemingen in het onderwijs toen al even lang op zich lieten als nu, en eveneens vaak afhingen van welke partij de bevoegde minister leverde.

Reimond Stijns was ook vrijmetselaar, lid van een bekende Brusselse loge; ook van vrienden en bekenden van hem, meestal andere schrijvers wordt steeds de maçonnieke hoedanigheid vermeld. Maar daar blijft het dan ook bij. Zeker voor wat betreft zijn onderwerp zelf, had de auteur misschien toch iets dieper kunnen ingaan op de aard van die loge (en wellicht van de vrijmetselarij in het algemeen); wordt daar nog een dossier over Stijns bewaard? Is er iets geweten over zijn werkelijke motieven, over de functies die hij bekleedde, de bouwstukken die hij gebeurlijk opleverde? Of ging het enkel maar om politieke steun bij benoemingen?

Ik ga er maar van uit dat er te weinig documenten zijn om daar veel over te zeggen. Wel is het zo dat ook toen al ruzies tussen broeders voorkwamen, bv. tussen Stijns en de toen bekende publicist en literatuurhistoricus Theophiel Coopman.

Stijns heeft eigenlijk niet heel veel gepubliceerd; dat kan te maken hebben met zijn beslommeringen om een vaste benoeming, maar het lijkt me ook dat er een grote onrust in hem aanwezig geweest moet zijn, waarvan zijn zeer vele verhuizingen – steeds binnen Brussel en Molenbeek – zouden kunnen getuigen. Maar wat dat weinige betreft weet de Pessemier het goed te situeren binnen de toenmalige Vlaamse literatuur, waarin een zeker realisme nog steeds hoogtij vierde, soms aangevuld met wat romantiek. Zelfs een titel als Driften had ondanks de titel, zoals de auteur juist zegt, weinig of niets van doen met het naturalisme. Dat gold enkel voor zijn twee latere grote romans, In de ton en dus het bekende Hard labeur, waarin het Vlaamse platteland geschetst wordt, met name het harde boerenleven, maar op een veel minder idyllische manier dan enkele jaren later Streuvels dat zou doen.

Zoals de titel al heel licht suggereert, handelt In de ton onder meer zeer sterk over drankzucht en drankmisbruik. Ook daarin zullen wel vele autobiografische elementen voorkomen, want Stijns had ‘m niet enkel graag, hij is er zelfs aan gestorven, met name aan een levercirrose.

De Pessemier schrijft zeer vlot, en door de (te?) synthetische aard van zijn werk, behandelt hij uiteraard vooral de hoofdzaken; ook dat vergemakkelijkt de lectuur. Daarbij komt nog dat de auteur ook voldoende thuis blijkt te zijn in die periode van de Vlaamse literatuur – wat niet meer vanzelfsprekend is. Zijn boek is ook doorlopend geïllustreerd. Al bij al is het een mooie en wel geslaagde poging om een vergeten maar niet onbelangrijke auteur weer eens vanonder het stof te halen. Maar veel zal dat natuurlijk niet helpen, met een regering van liberale en zwarte cultuurbarbaren, die liefst hun revolver zouden trekken als ze het woord cultuur horen.

Zelf heb ik na de lectuur van dit boek  nog enkele boekjes van Stijns, die ik niet had, op de kop kunnen tikken. Wat mij betreft heeft deze publicatie dus alleszins al een positief gevolg gehad.

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


19 − 2 =