23.10.15 – Les nouveaux décombres: d’Ormesson (en Zemmour)

| Geen reacties

“La France est couverte de ruines, ruines des choses, ruines des dogmes, ruines des institutions. Elles ne sont point l’oeuvre d’un cataclysme unique et fortuit. Ce livre est la chronique du long glissement, des écroulements successifs qui ont accumulé ces énormes tas de décombres.”

Nee, deze drie zinnen zijn noch van de hand van Jean d’Ormesson, noch van die van Eric Zemmour. Maar het spreekt vanzelf dat ze wel van die twee afkomstig hadden kunnen zijn, overigens meer van de laatste, van Zemmour, dan van d’Ormesson. Want beiden hebben ook een kroniek geschreven, waarin het toenemende verval van Frankrijk beschreven en bezworen wordt, en ook dat is veel, veel sterker geprononceerd bij Zemmour dan bij d’Ormesson.

Wellicht heeft dat op de eerste plaats te maken met het feit dat Zemmour retrospectief schrijft, vanuit het Frankrijk van vandaag, waarvan het verleden als een breed uitgespreid landschap voor hem ligt en dat, ondanks de uitgesproken aanwezigheid van ruïnes allerhande, toch geen romantisch landschap is; eerder de weg van Basra naar Bagdad na de Golfoorlog.

d'ormessonJean d’Ormesson: Dieu, les affaires et nous; chronique d’un demi siècle (Robert Laffont, Paris, 2015), zo heet het recentste boek van d’Ormesson, dat stukken bevat die hij tussen de jaren tachtig van de vorige eeuw en dit jaar gepubliceerd heeft in Le Figaro en Le Figaro magazine. Het tegenovergestelde dus van Zemmour, géén terugblik, maar het werk en de blik van de dag. Dat zal er misschien ook mee te maken hebben, dat dit boek helemaal niet zo desperaat is als Le suicide français – want daar gaat het over. Wanneer je terugkijkt kun je zonder problemen zien en overzien wat er allemaal mis is gegaan, maar in het journalistieke werk van de dag kun je dat amper. Soms kun je wel bevroeden dat iets belangrijk zal blijken, maar zeker weten doe je dat niet.

Beide boeken omspannen grosso modo dezelfde tijdsspanne, beide schrijvers behoren tot wat in Frankrijk ‘la droite’ heet, ook Zemmour is medewerker aan Le Figaro, beiden zijn zeer erudiete mensen: d’Ormesson is ‘normalien’, Zemmour wou ‘enarque’ worden, maar slaagde niet in het ingangsexamen. Misschien heeft dat bijgedragen tot een zekere verbittering; samen met het feit dat hij eigenlijk van zeer eenvoudige komaf is, ook dat in tegenstelling tot de aristocratische d’Ormesson.

Dat o zo typisch Franse onderscheid tussen ‘la droite’ en ‘la gauche’ is de belangrijkste achtergrond van het boek van d’Ormesson; blijkbaar zit dat in zijn genen ingebakken, want van het eerste tot het laatste stuk van zijn boek blijft hij in die categorieën denken. Blijkbaar is het voor hem onmogelijk om die ideologie los te laten, waarvan hij overigens zelf toch inziet dat ze niet met de werkelijkheid overeenstemt: “Mitterrand a fini par mener en toute impunité une politique de droite: il pouvait le faire parce qu’il était de gauche.” (p. 377), zo schrijft hij, en je gelooft eigenlijk je ogen niet. Want wat soort politicus is een politicus die een rechtse politiek voert? Juist, een rechtse politicus – wat hij verder ook moge uitkramen; ik heb het al vaker gezegd: niet wat het politicaille zegt is belangrijk, maar wel wat het doet. Daarop moet het worden afgerekend, en daarbij moet uiteraard gewezen worden op de afgrond tussen discours en praktijk, die je veel en veel dieper terugvindt bij sossen dan bij eerder rechtse partijen.

Zemmour redeneert amper nog in dat soort termen; dat komt misschien door het standpunt dat hij inneemt; wanneer je terugkijkt zie je veel beter dat er geen enkel verschil is tussen de politiek die in Frankrijk gevoerd wordt door ‘la droite’ en door ‘la gauche’. Lood om oud ijzer. Lofredes op een Sarkozy zul je bij deze laatste dan ook niet vinden; hij was immers de president die de onafhankelijkheid van Frankrijk definitief verkwanseld heeft, enerzijds aan de Angelsaksen (militair) en anderzijds aan de moffen (financieel en economisch). Zulke zaken zul je bij d’Ormesson niet lezen.

En dat heeft dan weer te maken met een bepaald soort oppervlakkigheid, dat ik reeds aanstipte als het over de tegenstelling links-rechts ging. Meer dan een spel is dat niet, een soort schmieretheater, waarin alles draait rond retorica, het gebruiken van taal om anderen te overtuigen; met de werkelijkheid, zeker van de gewone mens, heeft dat soort spelletjes zelden of nooit te maken, het speelt zich af in een volkomen autonome, ja bijna virtuele wereld; je kunt enkel maar met verbijstering naar al die onnozele poppetjes kijken, die er godlof nog van overtuigd zijn ook dat zij in de werkelijke wereld leven. Wie er achter de politiek zit, welke maatschappelijke krachten en actoren het werkelijk voor het zeggen hebben, dat vinden we in het boek van d’Ormesson nooit terug; in dat van Zemmour veel meer, maar ook hij blijft naar mijn aanvoelen nogal flou, en hij vergeet vooral dat ook in Frankrijk zelf sterke krachten aanwezig zijn die de soevereiniteit en de onafhankelijkheid van Frankrijk verkwanselen willen (voor zover dat nog niet gebeurd zou zijn).

Want dat is natuurlijk het (mijns inziens volkomen juiste) punt van Zemmour. D’Ormesson stelt daar niets tegenover; ook hij stelt elk jaar vast dat er niets verandert, maar hij blijft ideologisch verankerd in Europa (dat heeft wel te maken met zijn leeftijd van 90 jaren; de eerste oorlog heeft hij zelf niet meer meegemaakt, maar hij zal hem wel van horen zeggen gekend hebben; de tweede, wat eraan voorafging en wat erop volgde heeft hij zeker gekend en doorbeleefd). En toch beroepen ze zich beiden op de figuur van Charles de Gaulle. Het klopt uiteraard dat die samen met Adenauer (een soort katholieke nazi) geprobeerd heeft de oude vijandschap tussen Duitsland en Frankrijk definitief te begraven, maar de Gaulle heeft er wel nooit aan gedacht de soevereiniteit van Frankrijk prijs te geven. Men vergete zijn o zo juiste houding tegenover de Britten niet. Het lijkt me dat Zemmour meer recht heeft zich op deze de Gaulle te beroepen. Te meer daar hij veel meer met zijn voeten op de grond staat: zinnen als “De Gaulle, c’est un appel, une vocation, une mystique” (p. 228) zul je bij hem niet tegenkomen. D’Ormesson is duidelijk een letterkundige die in de politieke journalistiek terecht is gekomen, maar daar niet echt thuishoort.

Ook het viscerale en totaal niet genuanceerde anticommunisme van d’Ormesson vind je bij Zemmour niet terug – n’en déplaise de linkse politiek-correcte roedels. Deze laatste wijst er bv. terecht op dat de PCF, toen die in de proletarische voorsteden nog veel betekende, als eerste de vinger legde op de problematiek van de immigratie, de ghettovorming en de weigering om te integreren. Niemand luisterde uiteraard naar de communisten. Toen Mitterrand hen binnen zijn regering haalde om hen beter dood te kunnen knijpen (dàt ziet d’Ormesson dan wel weer heel goed) was het eigenlijk al te laat om daar nog veel aan te verhelpen.

Het boek van d’Ormesson bevat twee delen: het eerste, dat twee derde omspant, gaat dus over Frankrijk, het tweede, dat het resterende derde omspant, gaat over de wereldpolitiek. Omdat die, me dunkt, belangrijker is dat Franse toestanden, had dat gerust omgekeerd mogen zijn. Dat is trouwens een verwijt dat je evenzeer aan Zemmour kunt richten, hoewel die wel dieper ingaat, met name op de invloed van buitenlandse gebeurtenissen op Franse toestanden. Dat buitenland is dan wel bijna uitsluitend Europa.

Ook in dat tweede deel valt dezelfde oppervlakkigheid op. Maar vooral veel meer nog de propagandistische aard van de bijdragen; het lijken wel niet bewerkte persmededelingen van de Nato. Zeker wanneer d’Ormesson het over Kosovo, Joegoslavië en Servie heeft, lijkt het erop alsof je teruggecatapulteerd wordt naar het begin van de 20ste eeuw: Serbien muss sterbien, zo heette dat toen, vooral in de moffenpers natuurlijk.

serbien

Maar Le Figaro is daar blijkbaar een waardige opvolger van. Het is vooral Milosevic die het moet ontgelden, die hele bakken propagandastront over zich heen krijgt, zonder dat d’Ormesson ook maar één feit aangeeft. Het enige positieve op zijn (d’Ormessons) rekening is de titel ‘Kosovo: l’intox?’ van een stukje uit 2000. Wel erg cynisch wanneer je bedenkt dat hijzelf aan niets anders doet dan desinformatie en propaganda voor het westen. Zijn vriendschappen zeggen ook al genoeg: een van de ranzigste en weerzinwekkendste politici van het toenmalige Europa, Kouchner – uitvinder van (sic!) de ‘humanitaire oorlog’ ! – wordt de hemel ingeprezen, en ook de oeroude ‘filosoof’ Glucksmann mag opdraven in ‘positieve’ zin. D’Ormesson ziet voortdurend de splinters in de ogen van de anderen (China, het Rusland van Poetin, Iran, noem maar op) maar nooit ofte nimmer de reusachtige balken in het eigen Franse oog, met name bv. in dat van de oorlogsstoker Fabius (naast vele, vele anderen).

Heel dit tweede deel kan beschouwd worden als een nieuw soort ‘Umwertung aller Werte’, in de zin van een totale Orwelliaanse newspeak: oorlog is vrede, daar komt het op neer. Natuurlijk heeft dat altijd bestaan, maar het voordeel van dit boek is dat je bijna letterlijk kunt volgen hoe dat proces in de huidige situatie aloverheersend geworden is. Je merkt dat trouwens niet enkel aan de kranten: ook het buitenlandse nieuws op de VRT bv. is pure, zuivere propaganda, en niets meer. Wat ik over het eerste deel zei, geldt ook voor dit tweede deel: het is totaal oppervlakkig, zonder dat ook maar ooit gekeken wordt achter de schermen. Zelfs de vraag wie belang heeft bij de balkan- en latere oorlogen (Syrië, Oekraïne…) wordt nooit ofte nimmer gesteld.

Und man siehet die im Lichte,/die im Dunkeln sieht man nicht, zo schreef Brecht in een Dreigroschenoper die actueler dan ooit is. Volgens mensen als d’Ormesson bestaat die duistere kant blijkbaar niet eens, laat staan dat daar iemand te bespeuren zou zijn. Eigenlijk is de lectuur van dit soort verzamelingen van krantenstukken revelerend voor de totale oppervlakkigheid van de pers in het algemeen, en de mainstreammedia in het bijzonder. ’t Is dat d’Ormesson een goeie pen voert. Maar dat betekent al evenzeer dat hij ook zich beter bij zijn leest had kunnen houden, want van politiek kent hij niets.

Daarom is het een opluchting wanneer ook eens iets frivolers wordt opgediend, nl. de avonturen van Bill en Monica. Maar ook daar zit politiek achter natuurlijk, die d’Ormesson niet zit, of niet wil zien.

In beide delen zien we wel hoe de toestand, zowel van Frankrijk als van de wereld evolueert in negatieve zin. Wat dat betreft stemt zijn diagnose overeen met die van Zemmour, soms zelfs tot in de details, bv. wanneer hij het over de wet Gayssot heeft bv. Maar zijn toon is wel veel gematigder, zachter, ‘liberaler’ zou je kunnen zeggen (meer dan eens noemt d’Ormesson zichzelf een liberaal): “La loi Gayssot interdit des expressions ou des manifestations qui ne me sont pas seulement et totalement étrangères mais qui me répugnent et que je condamne. Je n’en regrette pas moins qu’elles soient interdites par la loi.” (p. 294) En verschillende keren is er expliciet sprake van ‘décombres’ op alle mogelijke vlakken. En als het over immigratie gaat, uit een stuk uit 1997:

“Acceuiller l’étranger, le voyageur, l’étudiant, l’exilé est une tradition française qu’il n’est pas question de renier. Accepter l’invasion d’une masse toujours croissante d’éléments inassimilables qui viennent détruire des équilibres déjà au bord de la rupture est, chacun le sait, une forme délibérée de suicide et l’assurance d’une baisse inévitable u niveau de vie.” (p.260)

d'ormesson-1

D’Ormesson & Zemmour

Zemmour is op alle vlakken veel en veel scherper dan d’Ormesson; dat heeft op de eerste plaats te maken met het genre: Le suicide français is een pamflet in  de lijn van de vele politieke pamfletten die Frankrijk gekend heeft, van J’accuse en de nationalistische diatribes van Barrès tot de vele pamfletten die vandaag de dag verschijnen in Frankrijk (Finkielkraut, Todd, Forest et tutti quanti). Soms lijkt het erop alsof een tweede Franse Revolutie in voorbereiding is (was het maar waar!)! Maar Zemmour is ook van opleiding eerder een politicus, terwijl d’Ormesson een letterkundige is, verdwaald in de politiek. Zemmour stelt zich ook expliciet buiten het links-rechts-kader, waar d’Ormesson toe behoort, wat hem toelaat veel harder toe te slaan in alle richtingen. Ook met de stijl heeft dat te maken: d’Ormesson is een schrijver die een zeer klassiek Frans schrijft, welbewust en bijna volmaakt. Zemmour is veel meer beïnvloed door ook andere culturele verschijnselen, tot en met de jongste rap en andere dergelijke fenomenen. Dat laat duidelijk zijn sporen na. En de afkomst natuurlijk, daar heb ik al op gewezen. Plus de (relatieve) jeugd van de ene, die nog geen zestig is, en de (relatieve) ouderdom van de andere, die dit jaar dus zijn negentigste verjaardag vierde (naar aanleiding waarvan hij een lang interview kreeg op een Franse zender – dat kan daar dus nog; bij de VRT moet je er niet om komen).

Het grootste verschil valt wellicht op te merken wanneer het aankomt op de oplossingen die door beiden worden aangedragen voor de diepe problemen die ze detecteren. Dat de een Europa weg wil en de ander meer Europa wil, heb ik al aangegeven. Maar wat bij d’Ormesson opvalt: vaak, zeer vaak komt op het einde van een stuk het woord ‘espérance’ voor. Nou weten we allemaal dat enkel dat nog overbleef in de roemruchte doos van Pandora. Maar dat is natuurlijk veel erger dan een zwaktebod. Het is zelfs amper nog retorica, het is niets, een flatus vocis, that’s it! En het betekent uiteraard dat d’Ormesson gewoon geen oplossingen ziet, ook al wil hij dat zijn lezers (en zichzelf?) niet toegeven. Het is van een beate nietszeggendheid, die me ongemakkelijk stemt. Nee, dan liever het apocalyptische pessimisme van een Zemmour, die enkel nog in duisternis rond kan tasten.

Maar ook Zemmour biedt nergens pasklare oplossingen aan; daar dient een pamflet ook niet voor. En hij zal wel inzien, hoop ik toch voor hem, dat het onmogelijk is terug te keren naar de Gaulle, laat staan naar Napoleon. Een reactionair discours is nooit een probleemoplossend discours, om de eenvoudige reden al dat de geschiedenis onherroepelijk voortgaat en nooit op haar schreden terugkeert. Maar enkele maatregelen in Gaullistische zin zouden natuurlijk wel kunnen, de terugkeer naar de Franse onafhankelijkheid en soevereiniteit. Theoretisch kan dat, en praktisch ook wel, alleen kent niemand de gevolgen. Marine Le Pen zal zeker de oorlog niet verklaren aan Pruisen, maar hoe gaat de Nato reageren? Je mag er zeker van zijn dat die overal de nodige kolonels in de reserve hebben, zelfs in Frankrijk. Waarschijnlijk staat de volgende Maréchal al ergens klaar. Of iemand van deze beide schrijvers die zal toejuichen, weet ik niet. Maar het is best mogelijk, zowel van de ene als van de andere kant. D’Ormesson zou de eerste liberaal niet zijn, die zich aanpast ‘aan de omstandigheden’. En ook al is Zemmour duidelijk reactionair, dat betekent niet dat hij automatisch zou kiezen voor eender welke Franse dictator, zeker als die een buitenlands programma uitvoert.

Overigens, beiden hebben ook duidelijke opvattingen over wat de ‘Franse identiteit’ zou zijn. Maar ook daar blijft Zemmour op de vlakte, hij expliciteert niet wat hij daaronder verstaat, je moet het uit de vele bladzijden van zijn pamflet afleiden. D’Ormessons boek daarentegen bevat twee stukken, ongeveer in het midden van zijn boek (toeval of gewild?), waarin hij expliciet daarop ingaat: ‘Comment va la France, Môssieur?’ (ook de titel trouwens van het gehele eerste deel), en ‘Fidèles au passé, confiants dans l’avenir’, beide uit 2004. Ook al geloof ik helemaal niet in zoiets als een vaststaande identiteit, niet bij individuen, niet bij volkeren, toch zijn dit twee zeer mooie en uitstekend geformuleerde literaire stukken, die nog eens bewijzen dat d’Ormesson géén politicus is.

Maar het heeft weinig zin te gaan speculeren over wat er al dan niet zal of kan gebeuren. Dat doen ook beide schrijvers niet. Maar wie zich interesseert voor de recente geschiedenis van Frankrijk kan natuurlijk niet om deze beide boeken heen. En het citaat waar ik deze bespreking mee begon? Dat is doodgewoon de eerste paragraaf van Les décombres van Lucien Rebatet, het roemruchte pamflet uit de eerste jaren van de Duitse bezetting van Frankrijk en dé bestseller van die tijd.

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


vier × 1 =