30.08.15 – Charlie Hebdo 8: Serge Federbusch

| Geen reacties

Serge-Federbusch-la-marche-des-lemmingsOfschoon het pamflet als genre quasi overal voorkomt en waarschijnlijk ook zo oud is als de schrijvende mensheid zelve, lijkt het me (maar dat kan wel oogverblinding zijn) dat het genre vooral in Frankrijk veel beoefend werd en wordt. Het pamflet van Federbusch (Serge Federbusch: La Marche des lemmings; la deuxième mort de Charlie Hebdo, Ixelles éditions, Paris, 2015) schrijft zich dus in deze Franse stroming in, en zelfs welbewust, zoals het eerste hoofdstuk bewijst: dat heet nl. nogal cynisch ‘Les grandes cimeterres sous la lune’ en verwijst dus naar een van de bekendste pamfletten uit het interbellum, nl. ‘Les grands cimetières sous la lune’ van Georges Bernanos. Dat werd geschreven in een tijd van toenemende maatschappelijke tegenstellingen en oorlogsdreiging (de Spaanse burgeroorlog was al bezig), en datzelfde kan van de huidige tijd gezegd worden. Alleen is Federbusch duidelijk geen Bernanos.

Ook al kent hij natuurlijk zijn klassieken; zo heet de eerste onderafdeling van dat eerste hoofdstuk, al even cynisch ‘Balles tragiques chez Charlie: douze morts’. Iedereen van mijn leeftijd herinnert zich ongetwijfeld nog het iconische omslag van wat toen nog, de laatste keer overigens HaraKiri heette om de week daarop als Charlie Hebdo verder te gaan: ‘Bal tragique à Colombay: un mort’. Dat eerste hoofdstuk bevat overigens niets nieuws: de gebeurtenissen van 7 januari worden nog eens minutieus op een rijtje gezet, en eigenlijk het enige dat bijblijft is wellicht de onbekwaamheid van de politie- en veiligheidsdiensten. Het is hoe dan ook een goeie synthese, dat wel.

Het tweede van de drie hoofdstukken draagt als titel ‘Une récup’ grosse comme l’Elysée’, en dat zegt op zich al genoeg natuurlijk. Maar Federbusch neemt wel wat meer afstand dan Charb vlak voor zijn dood (in de hier besproken open brief) en zeker dan Caroline Fourest; Federbusch stelt niet expliciet de staat van oorlog vast om uit dat aktenemen dan geen enkele conclusie te trekken. Hij is ook uitgebreider in zijn voorbeelden over de recuperatie van de gebeurtenissen; die reeks politieke topgangsters uit de hele wereld (waarbij elkeen daarvan alleen al veel, veel meer bloed aan de handen heeft dan een gans regiment Coulibalys en Kouachis tesamen). Het was meer dan hallucinant, die optocht, en waarschijnlijk erger dan welke auteur van pamfletten ook kan uitdrukken: de grootste topterroristen ter wereld die even, gedurende vijf minuten, en enkel voor de pers, komen doen alsof ze tegen terrorisme strijden. Nooit wellicht is de verleugening van het hele westerse politieke bestel zo goed tot uiting gekomen.

Dat belet Federbusch niet om ook de dubbelzinnigheid (van voor de aanslag) van Charlie zelf te vermelden; iedereen weet dat het financieel slecht ging met het blad, en ze hebben alles gedaan om bij de ‘linkse’ machthebbers aan subsidies te geraken. Maar het opvrijen van machthebbers is natuurlijk nog altijd van een ander kaliber dan het gebruiken van Kalashnikovs.

Ook de titel van het derde en laatste hoofdstuk verwijst weer naar een eerder pamflet, en wel eentje van de laatste (?) marxistische filosoof van Frankrijk, Alain Badiou, getiteld ‘De quoi Sarkozy est-il le nom?’. Dat pamflet eindigde erg hoopvol (een marxist, nietwaar?), wat van dit van Federbusch niet gezegd kan worden. Dat laatste hoofdstuk, ‘De quoi Charlie est-il devenu le nom?’, gaat in op de maatschappelijke, sociologische achtergrond van de gebeurtenissen, en dan met name de immigratie natuurlijk. Het spreekt vanzelf dat de auteur Franse toestanden beschrijft, maar mutatis mutandis gaat wat hij vaststelt op voor een groot deel van Europa. Volgens de auteur is er een verzadigingspunt bereikt voor wat betreft de aantallen moslims die Frankrijk nog kan opnemen; toch ziet hij dat duister in, want vooral de ‘linkse’ partijen vrijen de moslims gewoon op. Soumission is in de ogen van Federbusch duidelijk niet ver weg, en alleszins geen utopie of dystopie, maar slechts een mogelijkheid (maar die voor autochtonen wel op een dystopie zal lijken).

Maar anderzijds stelt hij bv. vast dat iemand als Onfray blijkbaar de ogen zijn open gegaan, vermits deze de aanslagen in direct verband ziet met de islam. Wat mijns inziens klopt. Dit derde hoofdstuk gaat tamelijk diep in op de ontwikkeling van de islam in Frankrijk en van de houding van de politici en de mainstreampers daar tegenover. En dat laatste is wellicht nog het meest beangstigend van alles. De machthebbers op alle vlakken leggen gewoon de rode loper uit voor alles wat moslim is; en die maken daar uiteraard gretig gebruik van.

Zijn conclusie is zeer kort en helemaal in de lijn van de rest van het pamflet; het komt erop neer dat het alleen maar erger zal worden. Maar zijn (in se juiste) oplossing, staat op de achterflap: “Demain, seules une laïcité sans compromis et la prise à bras-le-corps des problèmes économiques et sociaux de la France pourront nous éviter le pire”.

Laten we ons maar allemaal voorbereiden op het ergste, zou ik zeggen.

000

zemmourEen grootser en groter pamflet is Le suicide français van Eric Zemmour (Albin Michel, Pais, 2014), waarin het uiteraard niet over Charlie Hebdo gaat, maar over de geschiedenis van Frankrijk van de afgelopen vijftig jaar en vooral over de toenemende decadentie ervan. Ook Zemmour kent zijn klassieken, ze worden meer dan eens genoemd in de loop van deze kanjer van vijfhonderd bladzijden, die geschreven is met een vaart die de beste pamflettisten van het verleden waard is.

Men heeft Zemmour verweten dat hij overdrijft. Kan het anders! Het pamflet als genre leeft immers bij gratie van de hyperbool.

En dat hij reactionair zou zijn. Dat klopt, letterlijk zelfs, want hij wil terug naar de tijd van de Gaulle, en dus naar de tijd van een onafhankelijk en soeverein Frankrijk, dat niet meer in de klauwen van de moffen zucht zoals in de tijd van Pétain, of zoals die van nu, die veel onzichtbaarder zijn.

Uiteraard gaat hij ook even in op de toenemende stroom moslimmigranten. En vreemd. Maar ik heb het nagekeken en kan het bevestigen: het waren de communisten, de PCF van Marchais die als eersten luid en duidelijk gewaarschuwd hebben voor de nefaste ontwikkelingen die we nu zien. Overigens, in de weekendbijlage van De Standaard van enkele weken terug stond een interview met Jan Marijnissen, oprichter in Nederland van de SP; ook zij hebben blijkbaar al heel vroeg gewaarschuwd voor diezelfde ontwikkelingen. Bij ons bestaat de PvdA blijkbaar nog steeds voor een groot deel uit islamogauchisten.

Overigens is het pamflet van Zemmour ook zeer goed opgebouwd: aan de hand van specifieke data en de gebeurtenissen van die dag en/of dat jaar beschrijft hij zijn visie op die Franse geschiedenis; en het is, zoals bij de andere pamflettisten, geen fraaie geschiedenis. En zou het mogelijk zijn dat rad tegen te houden en niet terug te doen draaien, maar anders te doen draaien? Zemmour spreekt zich daar niet expliciet over uit (net zomin als Federbusch), maar je hoeft natuurlijk geen groot licht te zijn om te weten dat er maar éen kracht is in Frankrijk die zich uit het fascistoïde Europees-Duitse keurslijf wil loswringen.

Maar wat zullen de gevolgen zijn indien dat lukken zou?

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


15 − 10 =