03.07.15 – Charlie Hebdo 6

| Geen reacties

Charb lettreEnkele dagen voor zijn dood legde Charb de laatste hand aan een soort open brief over islamofobie en de betekenis van dat woord en de beschuldigingen daarvan: Lettre aux escrocs de l’islamophobie qui font le jeu des racistes (Les échappés, Paris, 2015). Het is een kort boekje geworden, dat het onderscheid tussen islamofobie enerzijds en moslimofobie anderzijds in de verf zet. Het onderscheid lijkt me inderdaad niet onbelangrijk, omdat het eerste kritiek betekent op een godsdienst (en dus een equivalent is van judeofobie of van christofobie), terwijl het andere zich duidelijk tegen een bepaalde groep mensen, i.c. moslims keert, en dus veel meer verwant is met homofobie (dat richt zich niet tegen homoseksualiteit, maar wel tegen homoseksuelen).

Nochtans stel ik met Charb vast dat het begrip ‘islamofobie’ inderdaad hoe langer hoe meer gebruikt wordt als een synoniem van racisme; wie zich dus tegen de islam keert wordt zodoende ipso facto een racist. Charb gaat daar op in aan de hand van de Franse mainstreampers, en meer nog aan de hand van enkele rechtszaken die door echte of zelfverklaarde moslims tegen Charlie Hebdo werden aangespannen (en die door het weekblad uiteraard gewonnen werden). Uiteraard is dit gedeelte van het boekje op de eerste plaats een pleidooi pro domo. Maar dat lijkt me op zich niet belangrijk.

Eigenlijk vind ik Charb in deze open brief erg zachtaardig, en zeker veel meer ironisch ten opzichte van zijn ‘vijanden’ dan wel sarcastisch, laat staan cynisch.

fourestDe toon van een ander boek, eveneens een pamflet, is totaal anders, veel harder en veel militanter. Het is dan ook geschreven door Caroline Fourest, iemand die men op het einde van de jaren zestig begin jaren zeventig in Berlijn tot de zgn. ‘militante Panthertanten’ gerekend zou hebben; wat haar in mijn ogen uiteraard onmiddellijk sympathiek maakt. Het boek in kwestie is: Eloge du blasphème (Editions Grasset, Paris, 2015).

In Frankrijk bestaat er sinds 1905 een wet die de bijna absolute scheiding tussen staat en religie invoert en organiseert. Wat ik niet wist, is dat die wet niet geldig is in Alsace-Lorraine, waar nog steeds het concordaat van 1801 geldt; van een anomalie gesproken! In dat departement kun je dus nog altijd voor de rechter gedaagd worden wegens blasfemie, elders in Frankrijk niet. Hoe dat ook zij, feit is dat er vanuit islamitische hoek meermaals geprobeerd werd de wet van 1905 in te perken en het delict van ‘godslastering’ opnieuw in te voeren (iets dergelijks heeft men, steeds vanuit islamitische hoek, trouwens ook in Nederland geprobeerd), maar gelukkig (voorlopig?) is dat er niet doorgekomen. Als de Franse zelfvertegenwoordigers iets voorstellen, nemen ze bij een volgende poging een dergelijk voorstel aan, maar laten ze één onwrikbare voorwaarde letterlijk opnemen in de tekst: de beledigde (Allah, of God of Jehova of wie of wat dan ook) moet in persoon, in den vleze voor de rechtbank verschijnen.

Fourest (die enkele jaren lang redactrice geweest is bij Charlie Hebdo), behandelt eigenlijk dezelfde thema’s als Charb in zijn open brief, maar ze gaat er iets dieper op in; vooral haar derde hoofdstuk, ‘Les cibles du mot ‘islamophobie”, over het begrip ‘islamofobie’ sluit perfect bij het boekje van Charb aan; ook die laatste zou dit gezegd kunnen hebben:

“Le mot ‘islamophobie’ ajoute aux malheurs du monde. On lui doit l’une des confusions sémantique et politiques les plus graves de notre époque : fair croire que résister au fanatisme relève du racisme.

De quoi parlons-nous? Sémantiquement, ce mot ne désigne pas la ‘phobie’ envers les musulmans mais envers l’islam.” (p. 103)

Volkomen, voor 100 % juist als men het mij vraagt, n’en déplaise alle politiek correcte roedels ook van dit land, DeWereldMorgen op kop. Waar wel islamogauchisten het woord krijgen, maar hun tegenstrevers amper of helemaal niet.

Haar volgende hoofdstuk gaat eveneens over de totaal nefaste rol van een bepaalde pers in deze zaken, vooral de mainstream-pers. Maar haar hele focus richt zich op de Angelsaksische pers, die in dit bed nog veel zieker is dan de pers van het klassieke Europa, in die mate dat ze nog liever een cartoon met woorden beschrijven dan hem gewoon af te drukken; zo ver gaat hun onderwerping aan de islam.

Enkel haar laatste hoofdstuk gaat over het eigenlijke onderwerp, blasfemie. Waarbij ze zeer duidelijk is: zulke stompzinnigheden komen niet enkel onder moslims voor, ze verwijst bv. expliciet naar het oerkatholieke Malta, waar in 2012 99 keer een vervolging werd ingesteld wegens blasfemie. “Imbécillité obscurantiste”, inderdaad, anders kun je het niet noemen.

Maar Fourest vergaloppeert zich ook wel eens; ze is het niet eens met Dieudonnée, die een antisemiet zou zijn; dat zegt ze met zo veel woorden, maar over de consequentie die ze daaraan vasthangt, zwijgt ze. Dieudonnée maar verbieden dus. Ook het gelijkstellen van de vervolging van Pussy Riot in Rusland met de door haar aangekaarte vormen van blasfemie gaat niet op; alles wat ze over Rusland zegt, lijkt trouwens meer op Natopropaganda dan op iets anders. Soms, misschien zelfs altijd moet je ook rekening houden met de concrete politieke context waarin iets gebeurt.

Maar soit, dat zijn details. Belangrijker is het onderscheid dat ze maakt tussen universalisme enerzijds, dat zij als positivum vooropstelt, en communautarisme anderzijds, dat zij verwerpt; en vermits dat laatste eigenlijk een vorm van zelfgekozen apartheid is, lijkt me dat juist. Wel ziet ze ook hier de consequentie niet: dat universalisme is enkel mogelijk wanneer alle nieuwkomers zich grotendeels assimileren aan het Franse (Europese) model: “Les contrées réellement démocratiques et laïques sont des îlots, submergés par les identités religieuses étouffantes et souvent meurtrières. La démocratie laïque reste pourtant notre avenir.” (p. 181), zo luidt het begin van haar conclusie. Maar op het einde van haar conclusie stelt ze vast dat het oorlog is: “La guerre a déjà commencé. Seul le courage peut ramener la paix.”

Een gemakkelijke conclusie natuurlijk, want zo politiek dat ze totaal nietszeggend is. Welke moed? Moed om wat te doen? In welke omstandigheden? En gesteld dat die oorlog inderdaad al begonnen is, wie is dan de vijand? En van wie is die de vijand? En gesteld dat die vijand de islam is, moeten we dan uitgaan van een vijfde kolonne in Frankrijk en Europa? En wat moet er met die vijfde kolonne gebeuren? Het is heel gemakkelijk te zeggen dat het oorlog is, en dan verder erover te zwijgen.

En hier komen we bij een vraag die noch Charb noch Fourest zich stellen. Laten we er inderdaad van uitgaan dat er een onderscheid is tussen islamofobie en moslimofobie, dat blijft niettemin een abstract onderscheid. Immers, een godsdienst bestaat niet los van de gelovigen die die godsdienst belijden; die laatsten verwerkelijken die godsdienst, die zonder hen een lege huls zou blijven. Maatregelen tegen de islam kunnen dus ook niets anders zijn dan maatregelen tegen de moslims.

000

 

"De woede en de trots" en "De kracht van de rede"

“De woede en de trots” en “De kracht van de rede”

Dat onderscheid werd overigens door Oriana Fallaci in haar twee pamfletten tegen de islam duidelijk niet gemaakt.

Behalve sommige van haar interviews (die, als ik me niet vergis, ook in Humo verschenen – toen misschien nog een degelijk blad, nu totale pulp), had ik nooit iets van Fallaci gelezen; Diana had wel haar romans gelezen, ze staan hier nog, en die goed gevonden. Maar ondanks de bakken stront die ze wegens haar pamfletten over zich heen kreeg, hebben we die nooit gelezen. Nu dus wel, al was het maar omdat ze zo mogelijk nog actueler zijn dan toen ze een goeie vijftien jaar geleden voor het eerst verschenen.

Volgens haar zijn we duidelijk in oorlog, toen reeds; en in tegenstelling tot Fourest noemt ze wel degelijk man en paard. Fourest is gewoonweg braaf vergeleken met Fallaci, die een furie is, en zichzelf terzelfdertijd expliciet vergelijkt met Cassandra.

Maar de belangrijkste vraag lijkt mij: klopt het dat Fallaci racistisch is, omdat ze zich expliciet tegen zowel de islam als de moslims keert? En daarbij vooral haar minachting en haar totale verachting voor wat ze als achterlijken beschouwt op elke bladzijde tentoon spreidt.

Laten we even een zijsprongetje maken in de tijd.

In het eerste nummer van de tweede jaargang van het tijdschrift Komma (verschenen ergens in de eerste helft van de jaren zestig van de vorige eeuw) stond o.a. het volgende te lezen:

Ik begrijp daarom niet, waarom hier in Vlaanderen niet-katholieken op een dialoog met katholieken aansturen. Wat kunnen wij van katholieken leren? Dat is meen ik toch een fundamentele vraag als basis voor een gesprek. Het katholicisme is toch geen gelijkwaardige levensbeschouwing aan de onze? Eerbied kan je er toch niet voor opbrengen? Wat betekent zelfs het zgn. ‘open’ katholicisme voor de huidige geestesstromingen in de wereld? Voor de evolutie van de maatschappelijke structuur? Wàt katholieken denken vanuit SPECIFIEK KATHOLIEK STANDPUNT interesseert toch geen hond? Zelfs als spirituele macht betekent het katholicisme voor de eigen geloofsgenoten geen flikker meer. Neem nu zo’n paus, het opperhoofd van deze secte van theofagen. Die man gaat in de UNO voor vrede in Vietnam pleiten en geen enkel katholiek gooit zijn wapens in de gracht! Ik herhaal nogmaals dat het me geen barst schelen kan of iemand al dan niet middeleeuwse tovergeloven wil aanhangen, dit is een volstrekte privé-zaak. (…) Wat niet-gelovigen echter niet mogen nalaten is onverpoosd de vele katholieke instellingen te kritiseren en af te breken omdat men van dat open katholicisme in de praktijk niet zo heel veel merkt. Onder luid gekeel om ‘verdraagzaamheid’ wordt vaak gesust, gezwegen en ogen dicht geknepen. Katholieken moeten de verdraagzaamheid niet opeisen als een humanistisch recht; zij moeten zich fatsoenlijk leren gedragen, zo, dat ze verdraagzaamheid en respect afdwingen. Daar zijn we nog niet aan toe.” (p. 79-80)

Herlees dat nou eens en vervang alle verwijzingen naar het katholicisme door verwijzingen naar de islam. Het kot zou niet enkel te klein zijn, de schrijver zou door de gedachtenpolitie van pater Leman (hoe die nu heet, weet ik niet eens) en door anderen voor de rechtbank worden gebracht wegens het aanzetten tot haat tegenover een bevolkingsgroep, en waarschijnlijk nog veroordeeld worden ook. Zelfs de katholieken van de jaren zestig (wier macht hier toen nog ongebroken was) waren toleranter dan de moslims van vandaag en hun al dan niet welmenende acolieten. Nochtans is de islam zo mogelijk nog achterlijker dan het katholicisme.

Was de schrijver van voornoemd stuk een racist? Iemand die aanzette tot haat? Dat laatste wellicht wel, want waarom zou je domheid en achterlijkheid niet mogen haten, of het nou in de godsdiensten of in de politiek voorkomt? Maar racistisch lijkt me voornoemd stukje niet, en niemand zou het in die tijd in zijn hoofd hebben gehaald om het van een dergelijke kwalificatie te voorzien. Welnu, de twee pamfletten van Fallaci tegen de islam verschillen niet fundamenteel daarvan. En dus ben ik geneigd ze evenmin als racistisch te bestempelen.

Betekent dat dat ik het altijd eens ben met wat zij schrijft? Verre van. Zo stelt zij zich achter de nazionistische entiteit, terwijl dat in mijn ogen slechts een andere vorm van ISIS is. Zij redeneert ook politiek vanuit het westen, terwijl ze totaal blind blijft voor het feit dat het westen eveneens schuld draagt (de meeste schuld zelfs) aan de opkomst van wat vandaag het islamitisch terrorisme genoemd wordt.

Maar wat de grond van de zaak betreft, denk ik dat ze wel gelijk had: het Westen, en vooral Europa heeft afgedaan, en zal vroeg of laat (liever laat, als ik er niet meer ben) overrompeld worden door de horden uit het zuiden, die elke dag opnieuw bewijzen dat ze barbaren zijn. Hetgeen niet belet in te zien dat onze machthebbers even barbaars zijn, alleen technisch wat gesofisticeerder.

Enkele jaren geleden schreef ik het volgende:

“Dat het Westen zal ondergaan, zoals Spengler bijna een eeuw geleden voorspelde, is wel zeker. Maar velen zullen het pas willen toegeven wanneer Osama bin Odoaker of Osama bin Alaric als overwinnaars op Times Square of Trafalgar Square zullen staan. En dat zal nog wel een tijdje op zich laten wachten.”

Daar sta ik nog steeds volledig achter. Alleen dat laatste zinnetje, dat laatste zinnetje.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


vier × vier =