03.05.15 – Joseph Roth

| 1 reactie

Eén van de auteurs die ik dit jaar lees/herlees is Joseph Roth. Iedereen die zich met literatuur bezighoudt kent uiteraard zijn Radetzkymarsch, éen van de weinige absolute hoogtepunten uit de Duitse literatuur.

Maar dat zal voor later in het jaar zijn.

roth

Eerst las ik de eerste drie delen van het verzameld werk, waarin zijn journalistieke werk opgenomen is, ook al een dikke drieduizend bladzijden. Daarvan had ik vroeger Juden auf Wanderschaft en Der Anti-Christ gelezen, alsmede enkel bloemlezingen eruit. Maar deze drie delen streven in elk geval naar volledigheid, zodat er heel wat nieuws te ontdekken viel. De eerste bijdragen dateren van tijdens en vlak na de eerste wereldoorlog, en de laatste uit het jaar van zijn dood, 1939. Ze dekken dus grotendeels het hele interbellum, en bieden een goed overzicht van de – op zichzelf vaak niet erg belangrijke – gebeurtenissen en ontwikkelingen tijdens die periode.

In grote Duitse kranten bestaat er tot op de dag van vandaag een afdeling – van een tot ettelijke pagina’s, naargelang de krant – die ‘Feuilleton’ genoemd wordt, en waarin boekbesprekingen, reisbeschrijvingen, nieuwe technische ontwikkelingen (de film bv.), tentoonstellingen enz. aan bod komen. In de jaren waarin Roth schreef behoorde dat tot het belangrijkste deel van een krant, waaraan vele vooraanstaande auteurs bijdragen leverden. Met de huidige technische ontwikkelingen is dat wel wat minder geworden, en zeker kwalitatief zo hoogstaande bijdragen als die van Roth – die soms meerdere pagina’s vulden – zul je vandaag niet meer zo vaak tegenkomen.

Het valt vooreerst op hoe weinig politiek aan bod komt in deze bijdragen, zeker tot en met 1933; enkel in de jaren twintig worden de ‘Hakenkreuzler’ soms even genoemd, en de duidelijkste politieke bijdragen zijn die die Roth wijdt aan het proces in Leipzig tegen de moordenaars van Rathenau (waarbij o.a. ook de schrijver Ernst von Salomon voor de rechtbank moest verschijnen). Het is zonder meer duidelijk dat Roth dat alles veroordeelt, maar zonder ooit zelf een uitgesproken politiek standpunt in te nemen. Eigenlijk kun je hem een linkse liberaal noemen, en dat past natuurlijk uitstekend bij het profiel van de krant waarin zijn meeste bijdragen verschenen: de Frankfurter Zeitung (de opvolger ervan na de nazitijd was de Frankfurter Allgemeine Zeitung, maar die is wel heel wat conservatiever). Dat belette hem overigens niet om ook aan andere dag- of weekbladen mee te werken, zowel satirische als partijgebondene zoals de Vorwärts, het dagblad van de Duitse sociaal-democratie. Daarbij paste hij zijn teksten vaak duidelijk aan aan de betrokken publicatie.

De bijdragen zijn over het algemeen zeer divers, maar opvallend is dat de groten der aarde er zeer weinig in voorkomen, als er figuren optreden zijn het meestal ‘gewone’ mensen, vaak uit de arme delen van Berlijn. Je zou het kunnen samenvatten onder het begrip ‘cultuur’, in de breedste betekenis van dat woord. Dat gaat van mode – zowel in de strikte betekenis van dat woord als in de betekenis die men vandaag ‘hype’ zou noemen – over nieuwe auto’s, het verschijnsel van de aëroplanen, toneelopvoeringen – maar bv. Piscator of Brecht komen er amper in voor – , een enkele boekbespreking (meestal erg kort en vaak van bevriende auteurs), het begin van de klankfilm, boksmatchen, zesdagenrennen enzoverder enzovoort. Alles wat past in het ‘Feuilleton’. Soms merk je wel dat een onderwerp hem niet echt afgaat, of dat hij gewoon weinig of geen zin heeft; maar dan nog wordt het stuk in kwestie gedragen door de sublieme en subtiele stijl van Roth.

Er zijn ook heel wat reisbeschrijvingen in deze bijdragen, zowel naar het revolutionaire Rusland, het revolutionaire Ruhrgebied, Albanië of andere plaatsen waar toen moeilijk te geraken was. Dat laatste geldt zelfs voor Frankrijk: in de jaren twintig duurde een treinrit van Parijs naar Lyon niet minder dan acht uur. Beweer dan nog dat er geen vooruitgang is! Interessant voor mij zijn zijn beschrijvingen van uitstappen naar Avignon, Vienne, Nîmes etc. Omdat ikzelf die steden verleden jaar bezocht heb. Die jaren bestond uiteraard nog helemaal geen massatoerisme, en zijn beschrijvingen van bv. Vienne komen een beetje bizar over, omdat het toen blijkbaar een totaal dode stad was. Nu is het dat toch iets minder. Maar blijkbaar was er aan de tempel van Augustus en Livia toen al een koffiehuis (hetzelfde zal het zeker niet geweest zijn) waar dan zowel Joseph Roth als ondergetekende een koffietje gedronken hebben.

Interessant en zeer vlot leesbaar is het tenslotte allemaal. En je krijgt een mooi panorama van wat in die tijd door een topkrant belangrijk werd geacht, van de evoluties binnen de Duitse (en een beetje de Weense en de Parijse ) maatschappij.

De toon van de bijdragen begint langzaam en dan sneller te veranderen vanaf 1933. Roth was snugger genoeg om snel uit Duitsland te verdwijnen, naar zijn geliefde Parijs. En tot de Anschluss kwam hij ook nog regelmatig in Wenen. Opvallendst echter is dat hij zich hoe langer hoe meer begint terug te trekken in zijn eigen mythologie, die die is van de legitimistische Oostenrijkers rond Otto von Habsburg, en van de zgn. christelijke standenstaat. Dat laatste was hier uiteraard eveneens bekend, en je kunt je afvragen in hoeverre dat grondig verschilde van het nazisme en het fascisme. Van dat tweede eigenlijk weinig, van het nazisme vooral door de racistische component van dat laatste, die in andere fascismen veel minder aanwezig was (het is grosso modo het verschil tussen volksnationalisme en staatsnationalisme). De hevigheid waarmee deze thematiek opduikt wijst erop dat de machtsovername door de nazi’s voor Roth een enorme schok geweest moet zijn, waar hij langzamerhand totaal onder door ging. Hij moet beseft hebben dat er niets aan te doen was, en dat een herstel van het Habsburgse rijk een waandenkbeeld was. Dat belet niet dat hij eén van de consequentste antifascisten geweest en gebleven is, ook al ging hij de oorzaken van met name het nazisme soms in zijn verblinding zoeken waar die niet te vinden waren, nl. bij Luther. Hij zag één lijn lopen van Luther naar Hitler. Wat onzin is natuurlijk, want de katholieke kerk, waar hij dan wel soelaas van verwachtte (de Keizer was immers ook een Apostolische majesteit) was evenzeer, en zo mogelijk nog meer in het fascistische bed ziek als de protestantse kerken. De traditie van het Pruisendom en zijn militarisme daarentegen, dat zal wel een grote rol gespeeld hebben.

Hoe dat ook zij, de bijdragen worden minder in omvang, minder in aantal en geleidelijk ook kwalitatief minder. Dat geldt ook voor het laatste werk in afleveringen, dat aan de Franse politicus Clemenceau gewijd is.

Omdat ik de teksten niet kan scannen, en omdat het niet doenbaar is uit de vele honderden bijdragen er eentje als voorbeeld te kiezen, zal ik dat maar niet proberen. Maar ik wil er wel ééntje vermelden, uit het tweede deel: het heet ‘Die Krüppel, ein polnisches Invalidenbegräbnis‘, en beschrijft een optocht van kreupelen uit de eerste wereldoorlog die een maat vergezellen naar het kerkhof; het is van een taalkracht die denken doet aan de gruwel op de schilderijen van Jeroen Bosch (en heel soms Brueghel) en andere middeleeuwse schilders uit die tijd. Dat alleen al bewijst wat een begenadigd schrijver én journalist Joseph Roth was. Iets dergelijks heb ik in mijn hele leven nog nooit in een krant gelezen.

 

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Eén reactie

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


14 − 8 =