18.04.15 – Woordenboeken lezen

| 1 reactie

Woordenboeken dienen uiteraard niet om te lezen. Maar om dingen op te zoeken, die je niet weet, of te verifiëren of je over dit of dat wel juist zit.

Maar ik lees toch wel graag woordenboeken. Hoeveel ik er hier heb liggen, weet ik niet. Maar het zijn er heel wat, ik veronderstel ongeveer 150; maar het kunnen er ook meer zijn. Vooreerst de gebruikelijke uiteraard: verklarende woordenboeken en vertaalwoordenboeken. Maar ook argotwoordenboeken en etymologische woordenboeken. En daarbij veel gespecialiseerde woordenboeken; er is er zelfs éen van de stoelgang bij. Af en toe doe ik zo eentje open en blader ik erin, je vindt altijd wel iets dat je niet kende, een of ander onbekend woord, of een verrassende zegswijze. Het is telkens een ontspannend en spannend uurtje.

Gisteren was ik in ’t stad om bij De Groene Waterman enkele bestelde boeken af te halen. En zoals dat sinds petersheugenis de gewoonte is op vrijdag, ging ik daarna op café om enkele biertjes te nuttigen (in ’t Paters Vaetje hebben ze altijd wel iets nieuws en onbekends op dat gebied), waarbij ik van de gelegenheid gebruik maakte om eens in de boeken te bladeren en te lezen.

Claes-en-HulsensDe andere klanten zullen vast wel gedacht hebben dat ik een zeer plezierig boek in handen had, want het gebeurde meermaals dat ik in lachen uitbarstte. Nochtans, het betreffende boek was: Paul Claes & Eric Hulsens:  Groot Retorisch Woordenboek; Lexicon van stijlfiguren (Uitgeverij Vantilt, Nijmegen, 2015).

Een zeer ernstig boek uiteraard, en waar je heel veel uit kunt leren. Veel van de lemma’s erin ken ik natuurlijk, maar er blijven er altijd wel vele, zeer vele over die ik niet of amper ken. Het boek is dus hoe dan ook leerrijk. Maar dergelijke boeken kun je kurkdroog maken, door enkel maar de definities van de woorden te geven, een beetje uitleg en dan een of twee even droge voorbeelden.

Niet dus.

Claes en Hulsens hebben hun voorbeelden blijkbaar uiterst zorgvuldig gekozen, en wel met het oog op de lachspieren van de lezers. Dat is natuurlijk niet altijd het geval, maar toch vaak genoeg om in dat ene uur dat ik daar zat voor ettelijke lachbuien en glimlachjes te zorgen. Het boek is dus niet enkel leerrijk, maar daarenboven ook prettig om lezen en daardoor didactisch: wanneer je ergens hartelijk mee moet lachen, ben je immers veel meer geneigd te onthouden waarmee je zo lachen moest.

Die voorbeelden komen vooreerst uit de ‘gewone’ literatuur, en wel uit velerlei klassieke en moderne talen. Maar eveneens uit meer populaire genres, zoals liedjesteksten, of zelfs de alledaagse spreektaal. Een menigte van talen dus.

Het eigenlijke woordenboek wordt voorafgegaan door een summiere inleiding in de retorica (té summier wellicht? – zeker als je weet dat er amper iets over dat vak [dat in mijn tijd in de ‘retorica’ – what’s in a name! – nog als zodanig gegeven werd] geschreven werd sinds de ronde en uitgebreide inleiding erover bij het proefschrift van Sonja Witstein over funeraire poëzie) en de verdere ontwikkeling ervan, een overzicht van de verschillende soorten retorische figuren, een leeswijzer en een systematische lijst van de verschillende figuren.

Het boek zal vooreerst gebruikt kunnen worden door studenten in de letteren (en de vakken die daaruit voortgekomen zijn, communicatiewetenschappen bv.), maar evenzeer door bijvoorbeeld journalisten, die immers uitmunten in slecht taalgebruik. Redenaars bestaan natuurlijk niet meer, zeker hier niet, het volstaat even de ‘debatten’ in de een of andere kamer van zichzelfvertegenwoordigers te volgen om zich daarvan te overtuigen.

Maar ook de doodgewone lezer zoals ondergetekende heeft veel aan een dergelijk boek, op de eerste plaats om oude kennis op te frissen, maar ook om nieuwe kennis te vergaren, al dan niet aan de hand van de een of andere tekst die je leest. Want zoals gezegd: gewoon even erin lezen kan al heel wat plezier opleveren. Wat in deze tijden niet zo vanzelfsprekend is.

Delen:

Eén reactie

  1. Beste Peter,

    Je reactie op het GRW heeft me veel plezier gedaan, vooral omdat in de Vlaamse pers ons boek helemaal niet gerecenseerd is – een symptoom van het anti-intellectuele klimaat dat ik in Kinderen van Rousseau gehekeld heb.

    Van harte,

    Paul Claes

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


4 × vier =