12.04.15 – Universum uit het niets

| Geen reacties

lawrence-kraussLawrence Krauss, schrijver van Universum uit het niets; Waarom er iets is in plaats van niets (Nieuw Amsterdam uitgevers, 2012) schijnt een van de beste en invloedrijkste theoretische fysici en kosmologen van de wereld te zijn. Ik neem dat ook grif en zonder morren aan.

Maar dan had hij van bovengenoemd vulgariserend bedoeld boek toch echt wel iets beters kunnen en mogen maken.

Het belangrijkste gedeelte bevat een overzicht van de ontwikkelingen in de natuurkunde sinds Einsteins twee relativiteitstheorieën. Veel daarvan wisten we al (de ontdekking bv. van de kosmische achtergrondstraling door twee Bell-medewerkers, die in elk boek over fysica opnieuw en tottertreure herhaald wordt) andere wist ik nog niet, bv. over de mogelijke toekomsten van het heelal, en over het feit dat juist wij in deze tijd de oerknal nog kunnen waarnemen, terwijl dat voor veel latere generaties niet meer zo evident zal zijn.

Dat woord ‘mogelijk’ is cruciaal in dit boek; zoals aanverwante woorden of begrippen. “We begrijpen het nog niet’, het is ‘waarschijnlijk’, ‘er is nog geen empirisch bewijs’ enzovoort. Reeds in zijn inleiding stelt hij, cursief van hem: “We weten het gewoon niet! ” Je zou dat zonder veel problemen de teneur van het hele nogal incoherente en verwarde boek kunnen noemen. Dat komt meer tot uiting in de laatste hoofdstukken, wanneer het over multiversa gaat, en over meerdere dimensies. Veel, heel veel speculatie, en niets meer dan dat.

Een goed voorbeeld daarvan zijn de ‘donkere energie’ en de ‘donkere materie’. De meeste fysici gaan ervan uit dat dat bestaat, maar ze weten er niets van. Ook Krauss niet. Maar hij legt ook geen verbanden met andere fysische feiten, legt weinig of niets uit over de mogelijke oorzaken of de mogelijke invloeden, of de mogelijke interacties met de evolutie van of de inwerking op het heelal en de veronderstelde uitdijing ervan. ‘Mogelijk’, ‘verondersteld’…

Maar ook de eigenlijke bedoeling van het boek komt slechts aan het einde goed tot uiting: het is Krauss’ bedoeling aan te tonen dat God niet nodig is om het heelal en zijn oorsprong te verklaren.

Op die manier kan ik ook het warm water uitvinden.

Of een open deur intrappen.

Daarbij slaagt hij er ook nog in zich fundamenteel tegen te spreken – als ik het goed begrijp tenminste. Eerst definieert hij ‘niets’ als een lege ruimte. Dat is dan een ruimte waarin enkel energie aanwezig is. Maar sinds wanneer is ‘energie’ niets? Maar uiteindelijk gaat hij dan toch over op een ruimte ook zonder energie, of op een ruimte die zichzelf schept, uit dat niets. Enig bewijs voor een dergelijke aanname geeft Krauss niet – en is er waarschijnlijk ook niet. Overigens neem ik wel aan dat kwantumfluctuaties ontstaan in een ‘lege’ ruimte, dwz een ruimte waarin enkel energie aanwezig is, en dat van daaruit door inflatie een heelal kan ontstaan, maar niet alle fysici aanvaarden dat en enig bewijs ervoor is ook nog niet aanwezig, dacht ik.

Maar goed; de ondertitel van het boek verwijst naar de oervraag van de filosofie; en een waar nog nooit iemand een vaststaand antwoord op heeft kunnen geven. Ook Krauss niet.

N’en déplaise Richard Dawkins – de man die al een leven lang met een vliegenmepper achter God aan zit, zonder hem ooit te pakken te krijgen. Deze Dawkins heeft nl. het nawoord bij dit boek geschreven, en daarbij stelt hij het wat betreft de impact die het zal hebben, gelijk met Darwins On the origin of species.

Hoe onnozel kun je zijn?

Maar misschien is een dergelijk boek op de eerste plaats geschreven voor de Amerikaanse markt. Daar gelooft het overgrote deel van de bevolking immers nog in de theïstisch-deïstische God, waar beiden tegen ten strijde trekken. Zoals ze in spaghettimonsters en andere sprookjes geloven. En daar is het dus waarschijnlijk nog nodig daartegen ten strijde te trekken. In Europa veel minder natuurlijk.

Blijft de vraag waarom er iets is in plaats van niets. Misschien is dat gewoon een semantische vraag, en kan ‘niets’ gewoon niet bestaan. Je kunt daar immers enkel over spreken als er al ‘iets’ is, dat dan genegeerd wordt. Het ‘niets’ uit de kwantenfysica is m.i. duidelijk géén ‘niets’. En wie of wat al die onzin die we heelal en meer noemen in gang heeft gezet? Zoals hij zelf zegt: “We weten het gewoon niet!”. En wellicht zullen we het nooit weten.

Overigens vergeet Krauss nog iets: er zijn heel wat mystici geweest (Eckhardt, Silesius…) die God gewoon als ‘niets’ voorstelden. In die zin zegt Krauss dus hetzelfde als die theologen waar hij zo tegen tekeer gaat. Maar één zaak is wel zeker na lectuur van dit boek: Krauss lijkt op zoek naar de steen der wijzen en kan die nergens vinden.

Ik nog veel minder uiteraard.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


drie − 2 =