04.04.15 – Psychopathie

| 2 reacties

Robert D. Hare is onbetwist de wereldautoriteit op het gebied van psychopathie. Ik had er nog nooit iets van gelezen. Hij is het ook die de test heeft uitgewerkt om te bepalen of iemand al dan niet een psychopaat is. Die test heb ik nooit afgelegd, maar gisteren heb ik wel even de zgn. ‘checklist’ ingevuld. Ik had zes punten op veertig, wat betekent dat ik geen psychopaat ben.

Maar dat wist ik natuurlijk al.

Veel te veel empathie.

gewetenloos-hareGewetenloos, de wereld van de psychopaat (Elmar, Delft, 2012) is de Nederlandse vertaling van een boek dat al van 1999 dateert, en waarin Hare zijn bevindingen voor een breed publiek heeft neergeschreven. Het is dus zeker gebaseerd op het fundamentele wetenschappelijke werk van de auteur, maar is wel vulgariserend van aard.

Daar is vanzelfsprekend helemaal niets mis mee, ware daar niet de stijl die zo typisch is voor veel Noord-Amerikaanse (de auteur is een Canadees) vulgariserende schrijvers over wetenschap. ‘Gruwelijk’, ‘verbijsterend’, ‘monsters’, ‘verschrikkelijk’…enzoverder enzovoort, ze worden doorheen het hele boek gestrooid, en komen natuurlijk tegemoet aan een vorm van sensatiezucht, die zelfs in een vulgariserend wetenschappelijk boek niet echt van pas komt, vind ik. Maar bon, dat is de vorm en in dit soort boeken eerder secundair.

De schrijver weet in de eerste hoofdstukken van zijn boek wel zeer goed en gedetailleerd uit te leggen hoe psychopaten zijn, hoe ze handelen, hoe ze denken. Daartoe baseert hij zich voornamelijk op eigen onderzoek bij gevangenen, grotendeels toch. Dat is natuurlijk een zeer bijzondere populatie, die je niet kunt vergelijken met andere populaties. Wel zegt de auteur voortdurend dat er ook elders in de maatschappij veel psychopaten voorkomen, en hij noemt wel enkele categorieën, die meestal in de zakenwereld en financiële sector te situeren zijn, maar hij gaat daar nooit diep op in. Het is dus zeer de vraag hoe representatief de gegevens in dit boek zijn.

Volgens Hare kom je psychopaten overal tegen, ook in het gewone leven. Ik neem dat aan, ben er zelfs van overtuigd, maar het is jammer dat er geen speciaal hoofdstuk in het boek staat over die ‘normale’ psychopaten. Aan de top van het bedrijfsleven bv., of in de politiek. En meer nog wellicht in het leger. Ik heb me bv. vaak afgevraagd of in het leger geen mensen speciaal op hun graad van psychopathie worden getest en aangeworven voor speciale acties; bv. de uitvoerders van de Bende van Nijvel bij ons, die zeker uit legerkringen afkomstig waren.

Ook over de gradatie zegt de auteur niets, terwijl dat toch zeer belangrijk is. Het maximum van zijn checklist of test levert veertig punten op; maar hoevelen halen die score? En vanaf welke score kun je werkelijk van een psychopaat spreken? En vanaf welke score kun je van potentiële psychopathie spreken? En vanaf welke score wordt het gedrag van individuen inderdaad gekenmerkt door psychopathie? En in welke mate? De vele voorbeelden die hij aanhaalt komen allemaal uit de criminele sfeer en scoren allemaal zeer hoog op de schaal, maar wat met anderen, uit een ‘normale’ leefwereld?

Uiteraard gaat hij ook in op de oorzaken van die ‘kwaal’ – waarvan velen denken dat het geen echte kwaal is, geen persoonlijkheidsstoornis in de klassieke betekenis zoals de DSM die geeft. Zoals steeds in de psychologie zijn er die het alleen aan maatschappelijke invloeden wijten, en anderen die enkel een biologische basis zoeken. Hare zelf gaat uit van een combinatie van de twee. Wat natuurlijk weinig zegt, want als er inderdaad biologische afwijkingen in de hersenen gevonden kunnen worden (wat in 1999 nog niet het geval was, nu blijkbaar wel, althans bij de gewelddadige criminele psychopaten) dan stelt zich de vraag: hoe komen die er? De hersenen van zuigelingen ontwikkelen zich immers nog, in wisselwerking met omgevingsfactoren van allerlei aard, en tijdens dat proces kunnen bepaalde structuren ontstaan in de hersenen, die dan later als biologische basis voor het een of ander kunnen aanzien worden. Dat is trouwens een vraag die zich eveneens stelt bij schizophrenie.

In het boek komt één keer het woord ‘verwend’ voor – als toevallig. Nochtans stel ik mij de vraag of daar geen oorzaak kan liggen, vooral van het toenemende aantal psychopaten onder jongeren, dat de auteur meent te moeten detecteren. Waar komt ‘verwennen’ op neer: dat aan kinderen geen enkele grens meer wordt gesteld, dat aan hun neiging tot onmiddellijke behoeftebevrediging altijd wordt toegegeven. En laat diezelfde neiging nu een van de belangrijkste kenmerken zijn van psychopathie, volgens Hare. Zou daar een verband aanwezig kunnen zijn?

De enige conclusie is: niemand weet het totnogtoe. Erger is dat er blijkbaar niets tegen te doen is, geen geneesmiddelen, geen therapie, niets. Dat zou tot de conclusie kunnen voeren dat psychopathie in zekere zin ‘normaal’ is. Het is immers zo dat in Noord-Amerika, en ook in Europa trouwens ervan wordt uitgegaan dat psychopaten toerekeningsvatbaar zijn, en dus zeer goed weten dat ze regels overtreden. Onze Kim de Gelder en ook Anders Breivik waren dus duidelijk geen psychopaten, en waren dus niet toerekeningsvatbaar. Wat het gerecht daar ook over moge zeggen. De juridische waarheid is sowieso altijd al de meest leugenachtige van alle waarheden.

Enkele keren in het boek stelt de auteur dat de laatste decennia (dat zijn dus de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw) het aantal psychopaten significant zou zijn toegenomen, vooral dan bij jongeren en zelfs bij kinderen. Daar stelt zich natuurlijk de vraag van de representativiteit van zijn voorbeelden. Maar zelfs als die vaststelling juist is (wat ik wel aanneem, ik denk trouwens dat het deze eeuw nog erger geworden is), dan is dat eerder een argument om de oorzaken van psychopathie toch in de maatschappelijke omstandigheden te zoeken. Maar Hare gaat daar jammer genoeg helemaal niet op in, terwijl het toch een cruciaal punt is. Het zou er nl. op kunnen wijzen dat het heersende neoliberalisme (ieder voor zich en god tegen allen) a.h.w. psychopaten genereert. Wat me niet zou verwonderen trouwens. In de koude, kille, onmenselijke, harteloze ieder-voor-zich-wereld van vandaag zijn dergelijke figuren broodnodig voor bepaalde machthebbers, op de eerste plaats uit het bedrijfsleven, maar ook uit de politiek (twee handen op één buik overigens).

Een beetje hilarisch vind ik dat de auteur blijkbaar van oordeel is dat je psychopaten kunt herkennen aan hun gebaren wanneer ze spreken, en vooral aan hun blik. Wetenschappelijk kun je dergelijke stellingen mijns inziens niet noemen – dergelijke stellingen behoren eerder tot de onzin. Nochtans gaat zijn laatste hoofdstuk over hoe je je tegen dergelijke mensen kunt beschermen. Misschien kun je beter de vraag stellen: hoe kun je je tegen mensen überhaupt beschermen? Want haal ze er maar eens uit, in het ‘normale’ leven dan, die psychopaten! Temeer daar er duidelijke overlappingen zijn, enerzijds met wat een ‘anti-sociale persoonlijkheidsstoornis’ genoemd wordt, anderzijds met een ‘narcistische persoonlijkheidsstoornis’. Hoe maak je het onderscheid in de praktijk? Ik neem aan dat een psychopaat bv. nooit zelfmoord zal plegen als hij op iets betrapt wordt, maar het gewoon over een andere leugenachtige boeg zal gooien. Terwijl de ontmaskerde (echt of vermeend) narcist dat wel zal doen.

Maar globaal genomen geeft het boek wel een goed inzicht in het verschijnsel; daarbij helpen vooral de vele voorbeelden uit de praktijk die Hare geeft, en die trouwens in de meeste boeken over psychologie voorkomen, vanaf het begin. Psychologie is immers een empirische en inductieve wetenschap bij uitstek.

Wel krijg je de indruk, na lectuur van dit boek, dat de hele wereld vol loopt met psychopaten en dat eenieder die zichzelf min of meer normaal vindt, zich daartegen moet wapenen. Door gevaarlijke gekken omringd, zo noemde Hermans een van zijn laatste boeken. Maar of het echt zo’n vaart loopt?

Het boek roept dus meer vragen op dan het antwoorden geeft, en dat alleen is al positief.

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

2 reacties

  1. Over psychopaten in het bedrijfsleven schreef Robert Hare, samen met Paul Babiak, een ander aanbevelenswaardig werk: “Snakes in suits: when psychopaths go to work” (Harper, 2006). Ik denk niet dat er een Nederlandstalige versie bestaat.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


6 + zeventien =