28.03.15 Over de relativiteit van racisme

| Geen reacties

Voor alles: in mijn ogen zijn Bart De Wever, Liesbeth Homans en Theo Francken wel degelijk racisten.

Maar dat heeft niets te maken met hun uitspraken over de relativiteit van dat begrip. Want dat is wel degelijk relatief in mijn ogen. Om verschillende redenen.

Ten eerste is het woord ‘racisme’ een abstractum – zoals alle woorden die op -isme eindigen. Een van de kenmerken van die woorden is dat ze geen vaststaande betekenis hebben, maar dat die betekenis – binnen bepaalde grenzen – vrij ingevuld kan worden. Dat betekent in concreto dat wat voor X racistisch is het niet noodzakelijkerwijze ook is voor Z. En een algemene norm om te toetsen bestaat niet, het blijft dus altijd in meerdere of mindere mate subjectief.

Ten tweede is het woord ‘racisme’ onderhevig aan evolutie. Wat vroeger racistisch was is het niet noodzakelijkerwijze vandaag nog, en omgekeerd. Hierbij valt wel op dat het begrip eerder neigt breder geïnterpreteerd te worden dan enger. Dat men bv. ‘zwarte piet’ als racistisch bestempelt, was tot voor enkele jaren gewoon ondenkbaar.

Laat me een voorbeeld geven.

In het sinds heel lang verdwenen dagblad Het Handelsblad van 6 september 1954 publiceerde Ivo Michiels een bespreking van de internationale ‘Biënnale voor poëzie te Knokke’. Eén van zijn ondertitels luidde als volgt: “Neger-dichter Senghor ontroert met oerwoud-taal”.

Moest een journalist of dagblad vandaag de dag een dergelijke titel afdrukken, het kot zou te klein zijn, en zowel de journalist als de uitgever zouden voor de rechtbank komen en zeker gestraft worden. Nochtans Michiels was op geen enkele manier een racist, toen niet en vroeger niet en later niet. Totaal integendeel zelfs, want zijn bijdragen in dat Handelsblad getuigen van een zeer brede en humane visie, die elke vorm van racisme uitsluiten.

Maar toen was dat ook helemaal geen uiting van racisme, noch het gebruik van het woord ‘neger’ ( men herinnere zich trouwens dat de zwarten zelf dat woord of afgeleiden ervan zoals ‘négritude’ gebruikten om over zichzelf te spreken – zowel Senghor als Césaire deden dat), noch de verwijzing naar ‘oerwoud-geluiden’. Dat dit vandaag totaal anders is, bewijst dat het woord ‘racisme’ zeer sterk aan evolutie onderhevig is – en dus relatief.

Ten derde: het tegenovergestelde van ‘relatief’ is ‘absoluut’. Het absolute staat volledig op zichzelf, onderhoudt geen enkele relatie, in welke betekenis dan ook met iets anders. Het spreekt vanzelf dat het absolute niet van deze wereld is (in de metafysica is het trouwens een attribuut van God), waar alles met alles verbonden is, in relatie staat dus. Vandaar de zo vaak gehoorde en volledig juiste uitspraak: ‘alles is relatief’.

Ook het begrip ‘racisme’ is hoe dan ook relatief. Zowel in de meer objectieve betekenis, dat het begrepen moet worden als een relatie met andere zaken, als in de meer subjectieve betekenis, dat er afgewogen en vergeleken wordt. Het Absolute Kwaad bestaat niet.

Waarom zouden De Wever cum suis nu daarop zo’n sterke nadruk leggen? Niet omdat ze een begrip willen verduidelijken, waarvan iedereen die dat wil kan inzien dat het inderdaad betrekkelijk is.

De N-VA is in mijn ogen een racistische partij, ook al weet ze dat goed te verbergen, o.m. door het in de schijnwerpers plaatsen van enkele excuustruzen (waarvan al zeker éen haar naam niet gestolen heeft, want ze is nog keiharder dan haar bijna-naamgenoot Joseph – jobs en werk scheppen door ervoor te zorgen dat de mensen hun rekeningen niet meer kunnen betalen! je moet er maar op komen! hoe dom, harteloos, kortzichtig, ideologisch totaal verblind en dus eigenlijk krankzinnig kun je zijn!), en daarom verwondert het mij zo dat de meeste commentatoren zich hebben laten vangen door de semantiek van De Wever, door het gebruik van het woord ‘relatief’ dus.

De enige reden die ik zie voor het gebruik van dat begrip door De Wever is: verbergen, verhullen waar het werkelijk om gaat. Mist spuiten, zodat alles overgoten wordt met een ondoorzichtige legewoordenbrei. De Wever weet zeer goed dat enkel dat woord ‘relatief’ bij vele van zijn tegenstanders werkt als de spreekwoordelijke rode lap op een stier. Daar zullen ze dus over doorzeuren, en het belangrijkste vergeten. Dat noemt men politiek.

En wat is dat belangrijkste? Dat De Wever mensen en bevolkingsgroepen tegen elkaar opzet, dat hij bepaalde groepen criminaliseert, dat hij communautaristisch denkt, of etnisch, wat eigenlijk niet veel meer is dan een hedendaagse vorm van rassendenken. Dat laatste is sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw zo goed als totaal verdwenen als begrip, maar het denken in afzonderlijke gemeenschappen en/of ethniën komt wel grotendeels op hetzelfde neer. Verdeel en heers, zo oud als de straat dus, meer is het niet.

En zodoende wordt ook het alibi verschaft om niets te doen tegen concrete uitingen van racisme; het is niet voor niets dat de meeste onderzoekers het erover eens zijn dat Vlaanderen de meest racistische regio is van Europa; dat iemand met een niet-Vlaamse naam quasi onmogelijk een job of een woning kan vinden juist omwille van die naam. En de liberalen zijn in datzelfde bedje ziek. Voor hen bestaat nog maar één enkele vrijheid: de ‘vrijheid’ van de ‘ondernemer’ om te doen en te laten wat hij wil. Daarom worden alle maatregelen tegen concrete uitingen van racisme systematisch afgeblokt, enkel omdat Unizo, Voka et tutti quanti dat zo willen.

Niets wees erop dat hier ooit verandering in zou komen.

 

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


dertien + 14 =