17.02.15 – Åsne Seierstad: Een van ons

| Geen reacties

Het literair-technische begrip ‘faction’ werd, voor zover ik weet, voor het eerst gebruikt voor het meesterwerk In Cold Blood van Truman Capote, een boek uit de jaren zestig van de vorige eeuw, dat iedereen gelezen moet hebben.

Maar er is wel iets mis met dat begrip: het duidt op een symbiose tussen ‘fact’ en ‘fiction’, maar als je weet hoe minutieus Capote zich gedocumenteerd heeft en hoe nauwgezet hij de feiten gevolgd heeft, moet je onmiddellijk tot de conclusie komen dat er amper iets van ‘fiction’ in aanwezig is, maar daarentegen overweldigend veel ‘fact’. Het verschil moet dus elders liggen, met name volgens mij in de ‘literariteit’ van het boek. Dat is dus de manier van schrijven, de stijl, de focalisatie, de structuur en alle andere aspecten die van een boek een literair werk maken inplaats van een gewone documentaire.

seierstadOok het recent in het Nederlands gepubliceerde boek van de Noorse journaliste Åsne Seierstad, Een van ons (Uitgeverij De Geus, Breda, 2014) behoort tot dat genre van de ‘faction’. Ook dat presenteert zich uitdrukkelijk als een literair werk en ook dat baseert zich even uitdrukkelijk op een minutieus doorgenomen en bestudeerde documentatie. Meer zelfs: Seierstad heeft stukken van haar werk aan de betrokkenen voorgelegd en heeft met de opmerkingen niet enkel rekening gehouden, maar heeft ze ook in de definitieve versie verwerkt. Dat geldt vooral (uitsluitend?) voor de slachtoffers.

Het boek behandelt de bomaanslag en de daaropvolgende massamoordpartij op Noorse kinderen en tieners door Anders Breivik. Het boek bestaat uit drie delen, waarvan het eerste het meeste ruimte inneemt, meer dan 400 van de iets meer dan 500 bladzijden die het boek telt. Het is haar dus vooreerst om de feiten zelf te doen.

In dat eerste deel wisselen hoofdstukken over de kindertijd, de jeugd en het beroepsleven van Anders Breivik af met hoofdstukken over de jeugd van enkele uitgekozen slachtoffers en hun families. Het is moeilijk, zoniet onmogelijk om in die jeugd van Breivik elementen te vinden die vooruit wijzen op de latere ontwikkeling van de persoon. Want hoe veel kinderen lopen er niet rond die op zichzelf leven, gepest worden, min of meer uitdagend gedrag (hier: graffiti) vertonen, zich buitengesloten voelen, lijden onder de scheiding van hun ouders enzoverder enzovoort!? Als die zich allemaal tot massamoordenaars zouden ontwikkelen, zouden we nogal wat meemaken. En het is zo al erg genoeg. Ook het feit dat Breivik in zijn beroepsleven een looser was, die in al zijn pogingen, van de kleine criminele (het verkopen van vervalste diploma’s) tot de meer ernstige mislukte, is geen afdoende verklaring. Ook van dat soort lopen er meer dan genoeg rond, die zich niet tot gewelddadigen ontwikkelen.

Wat het dan wel is, geeft ook Seierstad niet aan. Ze onthoudt zich systematisch van (waarde)oordelen om de feiten zelf te laten spreken. Een van die feiten is dat Breivik na een zoveelste professionele mislukking terug bij zijn moeder introk en amper nog buiten kwam. In zijn kamertje zat hij voortdurend achter de computer, gewelddadige spelletjes te spelen en later manifesten te schrijven tegen de islamisering van Noorwegen (Europa) en wat hij de marxistische voorvechters daarvan noemde (in feite bedoelde hij de sociaal-democraten, die zelfs niet meer van verre iets met marxisme te maken hebben). Toen moet er op de een of andere manier een declic geweest zijn, moet er een kwalitatieve sprong hebben plaatsgehad die hem van een heel of half geschift individu met enkele obsessies tot een effectieve massamoordenaar hebben gemaakt. Wellicht is dat een geleidelijk proces geweest, hebben die obsessies zich gekristalliseerd tot een denksysteem, dat hoe langer hoe geslotener en compacter werd, op een dergelijke manier dat het zeker voor de betrokkene niet meer mogelijk was eruit te breken. Vanaf dat ogenblik is alles mogelijk en hangt het enkel nog af van de vastberadenheid van het individu in kwestie, en van de mogelijkheden die hij praktisch te zijner beschikking heeft.

Blijkbaar had hij die wel, en was hij technisch begaafd genoeg om een zware bom te maken, en was hij gewiekst genoeg om zich als politieagent het eiland Utoya binnen te loodsen en daar zeventig kinderen en jongvolwassenen te vermoorden.

Vooral het langste hoofdstuk uit dit eerste deel is van een absolute beklemming, die voortvloeit uit het feit dat je als het ware meekijkt, meericht en meeschiet met de dader. Details worden niet gespaard: je ziet handen versplinteren tot er nog slechts enkele velletjes van resten, je ziet hoofden gekloofd worden, je ziet lichamen schokken in hun doodsstrijd, je ziet een kogel een oog binnendringen, zelfs de urinegeur wordt ons niet bespaard. Maar gelukkig staat daar tegenover dat ook de slachtoffers gevolgd worden, hoe ze zich vastklampen, op de eerste plaats aan elkaar, hoe ze elkaar proberen te troosten in hun doodsstrijd, hoe ze proberen te vluchten, hoe ze elkaar soms met inzet van eigen leven proberen te helpen.

Niet voor gevoelige kijkers, verwittigde de BRT vroeger wel eens.

De ‘literariteit’ van het boek komt goed tot uiting in de structuur: na de afwisselende hoofdstukken over de jeugd van enkele protagonisten, is het hoofdstuk op Utoya een culminatiepunt, zoals het in een goeie thriller gebeurt. Want dat is natuurlijk wel de structuur: langzaam wordt een verhaal opgebouwd naar een hoogtepunt toe; en ook al weet je uiteraard op voorhand hoe het af zal lopen, dat belet niet dat je meegesleept wordt, en bij wijze van spreken uiteindelijk amper nog naar adem kunt happen, en het boek moet wegleggen, omdat je er niet meer tegen kunt zonder zelf emotioneel te gaan reageren bij de koele, afstandelijk-betrokken, warme schrijfwijze van Seierstad. Zij uit geen medelijden of verbijstering, nooit, maar ze roept ze wel op. Zoals woede, begrip, wens om te begrijpen.

Het tweede, veel kortere deel gaat over het proces tegen Breivik; het is veel minder aangrijpend, maar geeft wel aanleiding tot het stellen van allerlei vragen.

Het eerste dat opvalt is dat Noorwegen niet die kluchtvertoning, dat ‘Schmieretheater’ kent dat bij ons assisenhof genoemd wordt. En dat de psychiaters-specialisten door de rechtbank zelf worden aangesteld en niet door openbare aanklager c.q. verdediging. Men heeft nog wel het proces De Gelder in gedachten, dat hier plaatsvond, en dat als voorbeeld kan dienen voor alle dergelijke assisenprocessen bij ons: de ‘specialisten’ van de verdediging zeggen uitsluitend wat de verdediging wil horen, en de ‘specialisten’ van het openbaar ministerie wat dat wil horen. De psychiatrie komt er telkens totaal bekaaid af: want wie kan die mensen nog ernstig nemen, inderdaad. Dat betekent niet dat het in Noorwegen veel verschilt: het eerste koppel psychiaters kwam tot de diagnose ‘paranoïde schizophrenie’, het tweede koppel tot ‘antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken’. Bij de eerste diagnose hoorde ‘niet toerekeningsvatbaar’, bij de tweede ‘toerekingsvatbaar’. Tertium non datur dus, ook daar. Waarbij weer eens vergeten wordt dat dergelijke kwalificaties iemand niet kunnen vastpinnen, maar tot een continuum behoren; zodoende is het eveneens zonder meer duidelijk dat Breivik ook sterke narcistische trekken vertoonde.

Uiteindelijk werd het de tweede diagnose, voornamelijk omdat zowel de beklaagde zelf niet als een ‘gek’ beschouwd wilde worden en omdat zijn slachtoffers hem gestraft wilden zien (zoals bij De Gelder). Maar met de feiten heeft dat uiteraard niets te maken, want zelfs een leek kan zonder veel problemen inzien dat Breivik in een totale waanwereld leefde (hij was de chief commander van een verzetsleger – dat uit één enkele man bestond), en dat de eerste diagnose dus de juiste was. Een dergelijke waanwereld heeft geen hallucinaties nodig, hij kan gemakkelijk voortkomen uit werkelijk in de wereld aanwezige problemen, maar die zo geïnterpreteerd worden dat er een waanwereld ontstaat. Zo is er wel degelijk een dreiging vanwege de islam, maar om vandaar een verzetsleger te verzinnen en tot moordpartijen over te gaan, dat is nog altijd een grote stap – de stap van feit naar fictie zou je kunnen zeggen. En als je die fictie voor werkelijkheid gaat houden, is het einde inderdaad vaak zoek. Wel vraag ik me af of internetspelletjes – en websites zoals bij moslims en hun jihad – zo’n proces in gang kunnen zetten? Ik twijfel daaraan.

Overigens kom je die combinatie van islam en marxisme als siamese vijandtweeling wel vaker tegen, met name bij hedendaagse scribenten als Leon de Winter en zijn Nederlands-Belgische acoliet, maar dat zijn natuurlijk intellectuelen, en die zullen zich dus niet verlagen tot zoiets banaals als het uitroeien van bevolkingsgroepen. Ze roepen er alleen toe op, het zijn ‘Schreibtischmörder’. Zelfs een Netanjahu – die je zonder veel problemen met Breivik kunt vergelijken – zal het niet zelf doen – zoals Himmler of Eichmann ook nooit een jood persoonlijk vermoord hebben. Maar de ziekelijke denkprocessen, de waanwereld zijn wel identiek: zij tegen ons, koste het wat het kost. En men mag van mij aannemen dat ik niet meer dan een halfzachte marxist ben, en – om het eufemistisch te zeggen – allesbehalve een liefhebber van de islam. Ik zal het nog maar eens herhalen: die beschouw ik in wezen als minstens zo obscurantistisch als jodendom en christendom.

In tijden van toenemende maatschappelijke tegenstellingen en conflicten, met een oorlog die steeds dichterbij komt, zullen er overigens nog wel individuen opstaan, die een zware persoonlijkheidsstoornis hebben en zich geroepen voelen te vuur en te zwaard de wereld te bekeren. De geesteszieken van IS en hun handlangers in het westen (de moordenaars van Charlie Hebdo bv.) behoren tot exact dezelfde categorie. En dat maatschappelijke problemen van werkloosheid, achterstelling, racisme edm daarbij ook een rol spelen, loochen ik niet. Maar dat is enkel een deelverklaring, een rechtvaardiging is het nooit ofte nimmer. Het lijkt me altijd een persoonlijke problematiek te zijn die zich op bepaalde maatschappelijke toestanden ent, daarmee in symbiose treedt en dan tot daden overgaat.

Het derde en allerkortste deel volgt enkele protagonisten na het proces, en toont vooral aan hoe moeilijk het is met dergelijke feiten in het reine te komen, op de eerste plaats natuurlijk voor degenen die achterblijven, maar bv. ook voor de moeder van de dader. Seierstad weet hier aan de hand van enkele goed uitgekozen details die moeilijkheden op te roepen. Daarnaast evoceert (ook hier blijft ze afstandelijk, zonder ooit moralistisch te worden) ze de manier waarop de Noorse sociaaldemocratische partij de moordpartij propagandistisch heeft misbruikt om ‘Utoya te heroveren’ (taal die van Breivik c.s. afkomstig zou kunnen zijn) waarbij ze zover gingen de nabestaanden zelfs de toegang op een herdenking op het eiland te ontzeggen.

De toenmalige premier en leider van die sociaaldemocratische partij was Jens Stoltenberg. Nu de grote baas van de massamoordmachine die NATO heet.

De titel van haar boek heeft Seierstad overigens zeer goed gekozen: Breivik kan bij wijze van spreken gewoon je buurman zijn, en dat ongeacht zijn opvoeding of geloof of wat dan ook. Dat betekent dat je eigenlijk niet meer veilig over straat kunt lopen, of een trein of een bus nemen. Overal kunnen de Breivikken toeslaan, en op elk moment. Want niemand weet hoeveel aanslagen werkelijk verijdeld werden, net zomin als iemand weet hoeveel er op het ogenblik in voorbereiding zijn. We moeten dus wel degelijk angst hebben. Wat de heersers ook zeggen; want die hebben natuurlijk genoeg bescherming, tot in hun skioorden toe. Maar de gewone mens heeft geen enkele bescherming. Iedereen die je ontmoet en die je niet kent kan Breivik heten.

Door gevaarlijke gekken omringd, zo heette een van de laatste boeken van Willem Frederik Hermans. En zo is het.

Maar Åsne Seierstad heeft een zeer goed boek geschreven, dat lang zal beklijven bij wie het gelezen heeft. Misschien haalt het de eenzame hoogte van Capote niet, die tenslotte een rasschrijver van het hoogste kaliber was, maar veel scheelt het toch niet.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


16 − 5 =