13.01.15 – Charlie Hebdo 3 – Meningsvrijheid

| Geen reacties

Wanneer ik de pers van de afgelopen dagen doorneem, stel ik drie feiten vast:

1) blijkbaar is iedereen ervan overtuigd dat er grenzen zijn aan de meningsvrijheid, dat ook die vrijheid niet absoluut zou zijn, zoals alle andere zogenaamde burgerlijke vrijheden;

2) niemand, maar dan ook niemand van al die scribenten stelt vast waar die grenzen liggen, of geeft zelfs maar een aanzet daartoe;

3) impliciet of meestal expliciet zeggen ze wel dat de islam een grens is, die niet overgeschreden mag worden; de islam is blijkbaar voor iedereen taboe.

De vraag stelt zich natuurlijk of dat inderdaad zo is. Want wie gaat bepalen waar die grenzen liggen? De regering? Dat komt neer op een vorm van dictatuur, hoe dan ook; de regering zou zodoende immers ipso facto haar eigen mening opdringen als dé enig aanvaardbare mening. En het volstaat om de wereld rond te kijken om te zien welke regeringen zo handelen om tot de conclusie te komen dat dit niet gewenst is.

In sommige landen (Nederland bv.) worden dergelijke zaken aan de rechter overgelaten. Maar dat lijkt me even erg. Immers, dan komt het erop neer dat één persoon kan bepalen welke meningsuiting aanvaardbaar is en welke niet. Nog een ergere dictatuur dus, want in een regering zitten meerdere personen en is dus, minstens theoretisch, nog enige discussie mogelijk. Men zal opwerpen dat in een rechtsstaat de rechter nu eenmaal het laatste woord heeft. Kan zijn, maar onafgezien van de weinig concrete inhoud die het begrip ‘rechtsstaat’ zo al heeft, valt dat begrip in dit geval wel samen met het begrip willekeur. De persoon die recht spreekt doet dat immers vanuit zijn eigen subjectiviteit, en vanuit zijn eigen opvattingen. In een zgn. ‘rechtsstaat’ geldt sowieso al een grote mate van willekeur, in dergelijk geval wordt die willekeur totaal.

De journalisten zelf dan? Dat doen ze nu al, want ze plooien zich vooral en veel te veel naar wat in vroegere tijden wel eens ‘gesundes Volksempfinden’ genoemd werd. En daarbij komt dat echte persvrijheid niet bestaat: de pers is voor het overgrote deel in handen van mediamagnaten, en wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Dat geldt vooral voor de mainstreampers natuurlijk. Ook al bestaat er officieel geen censuur in Westerse landen, de meeste journalisten censureren gewoon zichzelf; en de anderen door lezersbrieven te weigeren (nee, ik ben géén lezersbrievenschrijver, ik ga ervan uit dat die toch niet gepubliceerd worden).

De eerste die ooit het christendom tot op het bot ontleed en afgeschreven heeft was een kleine, onbeduidende Franse (inderdaad! ze hebben daar een traditie) dorpspastoor die naar de naam Jean Meslier luisterde. Hij schreef in de 17de en 18de eeuw, en Voltaire heeft weliswaar stukken uit zijn Testament gepubliceerd, maar de eerste volledige uitgave kon pas in de 19de eeuw gebeuren, en dan nog slechts in een privé-uitgave. Tijdens zijn leven zou hij waarschijnlijk als een der laatsten op de brandstapel terecht zijn gekomen.

Zijn navolgers, d’Holbach, Lamettrie, Diderot, Helvétius, Sade enzoverder enzovoort hebben dit gemeen dat zij het heersende geloof altijd en op een vaak grove wijze hebben ondermijnd en aangevallen. Vaak moesten zij hun boeken in het buitenland (in datzelfde Nederland nota bene) en onder schuilnaam publiceren. Wat niet belette dat zij toch voortdurend werden lastig gevallen door de aan de macht zijnde kerk, haar pastoors en handlangers bij de staat. In Duitsland idem dito, denk maar aan Strauss en Feuerbach. En in andere landen van West-Europa zal het wel hetzelfde zijn geweest. Tegen alle heersende stromingen in hebben zij hun kritiek op het heersende geloof volgehouden en zodoende hebben zij er mee voor gezorgd dat de katholieke kerk niet echt veel macht meer heeft in dit deel van de wereld. En dat is goed zo.

Vele van de scribenten in de pers en elders beschouwen zichzelf als links, en zijn het ook in velerlei opzicht. Een voorbeeld daarvan is Marc Vandepitte, waarvan ik de bijdragen graag lees, omdat ze vol feitenmateriaal staan, omdat de man schitterende analyses kan maken, en natuurlijk omdat ik het met die analyses vaak eens ben. Een verlichte geest, zou je zeggen. Maar in een recente bijdrage gaat hij wellicht het verst in zijn oproep om de moslims te ontzien, om de grens te stellen bij het punt drie dat ik hierboven vermeldde.

Nog eens dus: waarom zou je de islam als zodanig niet mogen aanvallen, op een wetenschappelijke manier, of op een satirische manier, of desnoods op een grove manier? Enkele eeuwen lang is dat gebeurd met het christendom en daaruit vloeit mede de geseculariseerde maatschappij voort waarin we vandaag grotendeels leven, een maatschappij waarin godsdienst privé-zaak is, en enkel dat.

© Charlie Hebdo.

© Charlie Hebdo.

In de reëel bestaand hebbende socialistische maatschappijen in het oosten van Europa was Freud taboe. Het socialisme zoals dat daar bestond was natuurlijk grotendeels een seculiere religie. Maar een religie. Freud heeft de wortels van de godsdienst zeer scherp blootgelegd en ontleed, en dat mocht niet. Zijn leerling Theodor Reik is daarin trouwens nog verder gegaan, voor hem was godsdienst niets anders dan een collectief soort dwangneurose. En ik zou zelfs nog een stapje verder willen gaan: aanhangers van de drie monotheïstische godsdiensten zijn gewoon geesteszieken; gelukkig is het overgrote deel van hen niet gevaarlijk geestesziek, maar als de omstandigheden (die inderdaad van politieke en sociale aard zijn, en waarin vandaag de dag het westen veel meer boter op het hoofd heeft dan wie dan ook) ernaar zijn, zullen enkelen of zelfs velen wél gevaarlijk worden. Maar de oorsprong ligt altijd ook in die godsdienst.

Moesten de katholieken in de eerste helft van de vorige eeuw hun macht nog hebben gehad, dan zou Freud ook verboden zijn, als de islam ooit de macht zou krijgen zou Freud opnieuw verboden worden. En niet enkel Freud, alle schrijvers die ik hierboven vermeldde en nog vele, vele meer. Dat alleen is al voldoende om de islam te bestrijden en te ondermijnen.

Tussen 1986 en 2013 publiceerde de Duitse schrijver Karl-Heinz Deschner in tien delen een Kriminalgeschichte des Christentums. Zelfs in de jaren vijftig, onder de nazidemocratie van Adenauer, zou hij dat niet hebben kunnen doen, laat staan vroeger dan dat. Maar ook nu heeft hij al moeilijkheden genoeg gehad, met processen en al; in Duitsland hebben de katholieken nog altijd wat meer macht dan elders in Europa. Maar dank zij mecenassen die zijn onderzoek financieel mogelijk maakten, en ondanks de vele, vaak giftige tegenkantingen, heeft hij zijn werk toch tot een goed einde kunnen brengen; het werd zelfs uitgegeven door een grote Duitse uitgever, Rowohlt. Welnu, enkel wanneer binnen de islamwereld iemand zal kunnen opstaan om een dergelijke ‘Kriminalgeschichte des Islam’ te schrijven, zal niemand nog hoeven angst te hebben van de islam. Vandaag de dag kan iemand die daar zelfs maar aan denkt zich beter direct opknopen, want hij is een vogel voor de kat. En daar buigen de meeste scribenten en hoernalisten hier nu al voor, in totale onderwerping blijkbaar.

Vrije meningsuiting kan dus alleen totaal zijn en absoluut; alles moet kunnen, verboden te verbieden, niet enkel geen (zelf)censuur, maar zelfs de walgelijkste en grofste teksten en tekeningen (en daar valt Charlie Hebdo zeker niet onder) moeten aanvaard en gepubliceerd kunnen worden; niemand wordt immers verplicht er kennis van te nemen. Maar niet alleen zijn we zo ver nog lang niet, integendeel: de grenzen van wat kan worden hoe langer hoe kleiner. De obscurantisten zijn nu al aan de winnende hand.

Aan welke vrijheid dan ook wordt de facto wel één grens gesteld, die nooit en werkelijk nooit overschreden mag worden in ons systeem; die grens wordt aangeduid in volgend gedicht:

 

Demokratie

Ken je vijand.
Het interesseert hem niet welke huidskleur je hebt
als je maar voor hem werkt;
het interesseert hem niet hoeveel je verdient
als je voor hem maar meer verdient;
het interesseert hem niet wie in het appartement bovenaan woont
als hij het gebouw maar in eigendom heeft;
hij zal je alles tegen hem laten zeggen wat je wenst
als je maar niks tegen hem doet;
hij prijst de mensheid en het humanisme,
maar weet dat machines duurder zijn dan mensen;
onderhandel met hem, hij lacht en verslaat je daarbij;
daag hem uit
en hij doodt;
liever dan zijn eigendommen te verliezen
zal hij de wereld vernietigen.

(Vertaald uit het Engels, anoniem verschenen in Agit 883 nr. 6 van 20 juni 1969.)

 

Charlie akbar!

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


4 × twee =