11.01.15 – Verbrande boeken

| Geen reacties

Het leed dat mensen mensen aandoen is niet gering.

Maar meer nog het leed dat machthebbers hun onderdanen aandoen.

Begin 1933 werden in heel Duitsland op openbare pleinen massaal boeken verbrand van schrijvers die het nieuwe regime onwelgevallig waren; dat alles is bekend. Maar als je vraagt wie daar dan verbrand werd, zullen de meesten enkel de grote namen kunnen noemen: Brecht, Zweig, Roth, Tucholsky enz. Maar de lijst die daarvoor gebruikt werd bevatte niet minder dan 131 namen. Ze werd samengesteld door een obscure bibliothecaris uit Breslau (het huidige Poolse Wroclaw), éne Wolfgang Herrmann, waar later en terecht niemand meer van gehoord heeft. Het moment de gloire van een onbetekenend ambtenaartje met volksnationale overtuigingen.

weidermannAl die namen alsmede hun verbrande boeken werden voor het eerst samengebracht en kort besproken in een boek van Volker Weidermann: Das Buch der verbrannten Bücher (btb-verlag, München, 2009).

Het is het soort boek waarbij je je empathie de tijd van de lectuur op halve kracht of minder moet zetten, want het lot van de meeste van de erin genoemde schrijvers was allesbehalve rooskleurig. Op enkele uitzonderingen na, die eerder per toeval of zelfs per vergissing op de lijst terecht kwamen. Maar dat waren er niet veel. Ook degenen die in Duitsland bleven en zich met regime encanailleerden kun je op de vingers van een hand tellen. En er is natuurlijk Erich Kästner, die ook in Duitsland bleef en zelfs erbij stond in Berlijn toen zijn boeken in het vuur werden geworpen. Hij heeft zich niet laten omkopen, maar heeft het wel moeilijk gehad uiteraard om de kop boven water te houden.

De meesten die op de lijst stonden werden verplicht te emigreren. Dat is op zich natuurlijk al erg genoeg, ook al waren sommigen (ook weinigen overigens) rijk genoeg om verder weinig zorgen te hebben: Zweig natuurlijk, en Remarque, maar ook Brecht, die in de VS (o.m. dank zij zijn samenwerking met Laughton) heel veel succes had.

De meesten hadden dat alles behalve, op de eerste plaats natuurlijk omdat ze amper nog een taalgebied hadden; na de Anschluss bleef in Europa eigenlijk enkel nog Duitstalig Zwitserland over. De zelfmoorden waren dan ook Legio: Ernst Toller, Walter Hasenclever, Joseph Roth in zekere zin (hij dronk zich bewust dood). Erger was het wellicht met sommige communisten, die naar de USSR gevlucht waren, Ernst Ottwald bv. Die werd daar aangehouden en opgesloten en uiteindelijk gefusilleerd, op valse beschuldigingen uiteraard, want er werd ook veel geklikt, vooral in Moskou, en steeds valselijk. Johannes R. Becher, die het verblijf aldaar wél overleefd heeft, schreef daarover een sterk gedicht.

Anderen, zoals de Beierse volksschrijver Graf, had zo zijn eigen manier om de ‘Heimat’ steeds bij zich te hebben: hij liep door New York rond in Lederhose en Trachtenhoed.

Sommigen op de lijst waren al jaren dood, zoals de expressionist Rubiner; maar blijkbaar leefden wel hun boeken nog, en dus moesten die ook verdwijnen.

De meest opportunistische van allemaal is wellicht de nu totaal onbekende Gustav Regler geweest, door Kisch op een schitterende manier gekenschetst: “Regler ist der Autor, der sich von seiner Büchern dadurch unterscheidet, dass die Letzteren nicht verkäuflich sind.” (p. 66). En het ergste lot was weggelegd voor de inmiddels eveneens totaal vergeten Maria Leitner. Het stukje over haar eindigt: “Im Frühjahr 1941 wurde sie zum letzten mal in Marseille gesehen. Wahrscheinlich ist sie verhungert.” (p. 71)

Weidermann schrijft dus over elk van hen een stukje, dat zowel biografisch is als de werken opsomt die op de lijst der verdoemden stonden – in sommige gevallen noemt hij ook nog enkele andere werken. maar volledig is hij nooit, en hij gaat ook niet op die werken in; enkel wat de aanleiding was om ze op de lijst te zetten wordt wel steeds vermeld. Als het al niet gewoon was omdat ze joods waren, kwam het bijna altijd daarop neer dat ze de eerste wereldoorlog verafschuwden in plaats van de ‘helden’ de hemel in te prijzen, of dat ze links waren, kortom: omdat ze zaken die tot de geloofspunten van de volksnationalen (niet enkel de NSDAP dus) behoorden in vraag stelden.

Sommigen, voor zover nog in leven, zijn na de oorlog terug gekeerd, zowel in de DDR als de BRD; ze hebben meestal nog verder geschreven, een enkele is een polemiek begonnen met thuisblijvers. De bekende schrijvers van de lijst waren natuurlijk al beroemd, vaak internationaal; de anderen zijn er niet in geslaagd in het naoorlogse Duitsland (dat eigenlijk dezelfde politiek voerde als de nazi’s, alleen met ‘democratische’ middelen) door te breken.

In een nawoord gaat Weidermann kort in op een meneer Salzmann. Deze is op een bepaald ogenblik in 1976 begonnen met het verzamelen van de boeken van alle auteurs op de lijst, en die verzameling is weliswaar niet helemaal compleet (welke wel?), maar toch bijna: meer dan 12.000 boeken, waarvan de verzamelaar zich afvraagt wat er na zijn dood mee zal gebeuren.

Een wetenschappelijk werk is dit niet, dat zegt de auteur ook zelf in zijn woord vooraf, eerder het werk van een betere journalist. Maar het zet toch aan tot denken, en niet alleen dat, Weidermann schrijft goed genoeg om de lezer te doen meevoelen met de lotgevallen van al die meestal ongelukkigen. En het is een mogelijk uitgangspunt om schrijvers te ontdekken of te herontdekken.

Een punt van kritiek heb ik wel: de auteur laat soms veel te duidelijk zijn rechtse sociaal-democratische overtuiging doorschemeren. Met die overtuiging is op zich niks mis (iedereen heeft er wel een), maar wel het feit dat hij van daaruit bepaalde, meestal linkse auteurs verkeerd beoordeeld, de reeds genoemde Becher is daar een voorbeeld van. En in de DDR was natuurlijk alles verkeerd en niets goed. Maar dat wisten we al.

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


2 × vier =