29.12.14 – Nikker en Waal

| Geen reacties

lovecraft

H.P. Lovecraft zal bij de meesten enkel bekend zijn als schrijver van horrorverhalen. Zelf heb ik die niet gelezen, maar ik heb hier wel zijn verzamelde gedichten liggen, waar ik zo af en toe eens in lees: The Ancient Track; the complete poetical works of H.P. Lovecraft edited by S.T. Joshi (Night Shade Books, San Francisco, 2001).

Diezelfde S.T. Joshi publiceerde enkele jaren eerder al een biografie van Lovecraft.

De liefhebbers van dat werk zullen deze gedichten misschien niet kennen, erg goed zijn ze dan ook niet, maar wel interessant. Op bladzijde 393 van die verzamelde gedichten staat het volgende:

 

On the Creation of Niggers (1912)
H. P. Lovecraft

When, long ago, the gods created Earth
In Jove’s fair image Man was shaped at birth.
The beasts for lesser parts were next designed;
Yet were they too remote from humankind.
To fill the gap, and join the rest to Man,
Th’Olympian host conceiv’d a clever plan.
A beast they wrought, in semi-human figure,
Filled it with vice, and called the thing a Nigger.

Moest een dergelijk door en door racistisch gedicht vandaag de dag geschreven worden in Europa (in de VS ook?) dan zou de schrijver ervan zonder enige twijfel voor een rechtbank gebracht worden en ook effectief veroordeeld worden. Dat word je al voor veel minder hier en nu. Onafgezien van het feit dat dit gewrocht al bewijst dat Lovecraft niet echt een begenadigd dichter was, toont het als geen ander de mentaliteit die ook vandaag nog bij de blanken in de VS overheersend is (zie de actualiteit) ongeacht of daar een zwarte president is of niet (Malcolm X had voor dat soort zwarten trouwens een zeer duidelijke omschrijving). ‘Als geen ander’: ik heb nogal wat Duitse blubopoëzie gelezen, maar zelfs daar kom je dergelijke onverholen uitingen van racisme (tegen de joden dan) werkelijk amper tegen.

Dit is géén blubopoëzie, maar de wellicht beste weergave van hoe een racist werkelijk denkt. Op de eerste plaats puur essentialistisch: ‘Man’ is uiteraard blank en als zodanig het evenbeeld van God, daarnaast heb je de dieren, àlle dieren, en daar tussen in ‘the Nigger’, noch dier noch mens. Het is een planmatige orde, door God voorgeschreven en waar nooit iets aan veranderen kan, aldus de auteur. En het enige verschil met de echte mensen (de blanken dus) is dat dit beest er een beetje als een mens (‘semi-human figure’)uitziet, en blijkbaar helemaal vol ondeugd (‘vice’) zit, terwijl de blanke dat helemaal niet is, of toch maar voor een klein deel. Bij de zwarte is die ondeugd wezenlijk, terwijl ze bij de blanken hoogstens een tijdelijke afwijking van het rechte pad van de deugd is.

jozef-simonsJozef Simons is een Vlaamse schrijver, die waarschijnlijk enkel nog bekend is als auteur van de roman over de eerste wereldoorlog Eer Vlaanderen vergaat.  Hij heeft wel meer gepubliceerd, maar dat is alles verdwenen in de vergeetputten van de literatuurgeschiedenis. Maar volgend gedicht van hem kom je soms nog wel eens in een bepaald soort bloemlezingen tegen (zelf haalde ik het uit de Vlaamse nazibloemlezing Het lied der geuzen, waar ik het eerder al eens over had):

Hoe de Waal geschapen werd

Toen God zo pas geschapen had
Een Fransman en een Pruis,
Een Vlaming en een Engelsman,
Het geel en ’t zwart gespuis,
Toen schoot Sint Pieter toe en sprak:
“Heer-lief! Zie dat Ge niet vergeet
Een Waal te maken – anders is
De Schepping niet compleet!”

Mistroostig zei de lieve God:
“Van die haal ik geen eer!”
Sint Pieter: ” ‘k Zou het toch maar doen,
Geloof me, Lieve Heer!”
Ze kneedden dan een Waal van leem,
Geweekt in ’t water van de bron,
En legden hem, tezaam, languit
Te drogen in de zon.

Des middags meenden zij de Waal
Te keren – maar jawel!
“Laiss’-mi trenqui, nom di tonnerr’ !”
Riep gram die poesjenel.
“Wat heb ik u gezegd, Sint Pier?
Hij is maar amper afgemaakt,
Daarbij nog ver van droog — en toch …
Hij vloekt al dat het kraakt!”

Opvallend is natuurlijk reeds de structurele overeenkomst: in beide gedichten schept God een misbaksel, en het feit van die schepping verwijst op zich natuurlijk al naar een essentialistische opvatting over het geschapene. Men zal zeggen: ja maar, Simons is toch veel luchtiger dan Lovecraft. Dat heeft echter met stijl te maken, niet met de inhoud. In beide gevallen wordt de ander gereduceerd tot één enkel negatief kenmerk, dat bij Lovecraft heel algemeen ‘vice’ heet, en bij Simons ‘luiheid’, ook al wordt dat laatste woord niet letterlijk gebruikt.

Wezenlijk is er geen verschil: beide gedichten zijn racistisch van inhoud, ook al klinkt dat van Simons inderdaad veel minder zwaar. Dat bij Simons de dierlijkheid van de Waal niet aanwezig is, doet evenmin veel ter zake; het gedicht van Lovecraft is inderdaad meer gefocust op het biologische aspect van het rassenonderscheid, terwijl dat van Simons focust op het onderscheid in mentaliteit. Maar het belangrijkste blijft in beide gevallen dat de ander gereduceerd wordt tot één vermeende eigenschap, en van daaruit verworpen wordt. Dat er géén wezenlijk verschil is, wordt ten volle aangetoond door één vers uit de eerste strofe, nl. dat waarin van het ‘geel en zwart gespuis’ sprake is; daarmee zijn de Chinezen, Japanners… (‘het gele gevaar’) bedoeld enerzijds, en de zwarten anderzijds. ‘Gespuis’ duidt uiteraard een soort aan, die ‘filled (is) with vice’.

Wat de volgende stap van een dergelijke visie is, hoef ik niet te zeggen, de geschiedenis van de vorige eeuw is daar om dat aan te tonen.

Zoals gezegd: Lovecrafts gedicht zou nu niet meer kunnen. Of het daarom een gerechtelijke veroordeling zou verdienen, laat ik in het midden. Ik ben op dat vlak nogal extreem liberaal en vind dat alle teksten, hoe verwerpelijk en walgelijk ze ook zijn, gepubliceerd moeten kunnen worden. Je weet immers wel waar je begint met verbieden en veroordelen, maar nooit waar je eindigt.

Of ook het gedicht van Simons een aanklacht tegen zich zou krijgen, durf ik echter te betwijfelen. De laatste keer dat het in een bloemlezing voor kwam moet in Lied van mijn land geweest zijn, samengesteld door Clem de Ridder en verschenen in tempore non suspecto, zijnde 1975. Maar de inhoud van dat gedicht komt wel totaal overeen met de propagandavisie van de Vlaamse nationalisten (zowel die van het Blok als die van N-VA) op de doorsneewaal, die voortdurend werd afgeschilderd als een luie potverteerder van Vlaams geld. Op dit ogenblik zit die visie even in de koelkast, maar morgen kan die er weer uit gehaald worden.

Het gedachtegoed van de grootste partij in België is dus volledig gekleurd door een atavistisch racistische visie op de zogeheten ‘Waal’.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


zeventien − 11 =