11.10.14 – Bertus Aafjes

| Geen reacties

Wanneer je graag biografieën leest, heeft dat uiteraard ook te maken met een dosis voyeurisme, die in ieder van ons wel aanwezig is. Maar zeker als het om literaire figuren gaat, primeert toch de wens om iets meer te weten te komen over de achtergrond van een bepaald werk, van een bepaalde dichter. Niet dat dat altijd veel bijbrengt: de enige biografie die ik ooit van Mallarmé gelezen heb bv. was minstens even door-en-door saai als het leven van de hoofdpersoon. Maar dat is natuurlijk een uitzondering, meestal zijn de levens van dichters wel wat boeiender, om dan nog niet te spreken over de levens van politieke figuren.

aafjes-1Dat geldt ook voor het leven van Bertus Aafjes, waar nu een biografie aan gewijd werd: Rob Molin: In de schaduw van de hemel, biografie van Bertus Aafjes (Uitgeverij Aspekt, Soesterberg, 2014).

Aafjes was, of is mij op twee manieren bekend: op de eerste plaats door zijn gedicht Een voetreis naar Rome, dat decennialang een van de meest gelezen en herdrukte gedichten uit de Nederlandse poëzie was. Oorspronkelijk verscheen het in 1946, en zoals Molin goed aangeeft, zal de optimistische en blijmoedige boodschap en dito toon ervan in die duistere tijden van vlak na de oorlog wel een grote rol gespeeld hebben in dat succes. Ik moet dat gedicht gelezen hebben, maar ik herinner me er niets meer van, evenmin trouwens als van de andere gedichten van Aafjes.

Op de tweede plaats was hij mij bekend als schrijver van een drietal berucht geworden artikelen in het erg rechtse weekblad Elseviers, die tegen de nieuwe, experimentele poëzie gericht waren. Dat heeft, om het zacht te zeggen, hem geen goed gedaan, en nog jaren later wilden sommige experimentelen niet in eenzelfde bloemlezing opgenomen worden als Aafjes. Zelf heeft hij zijn fout trouwens snel ingezien, en hij heeft zich tot het einde van zijn leven schuldig gevoeld wegens die drie artikelen.

Dat schuldgevoel is een beetje een rode draad door het leven van Aafjes, en dus ook door deze biografie. Aafjes was van moederskant erg katholiek, en hij heeft in het seminarie gezeten om priester te worden, een beetje zoals Walschap in Vlaanderen. Maar deze laatste is tamelijk gemakkelijk losgekomen van dat katholicisme…door een soort scientistisch en vrijzinnig dogmatisme te gaan aanhangen. Aafjes kon dat blijkbaar niet en is zijn leven lang blijven worstelen met geloof, God en de kerk. Soms, met name in zijn latere leven, uitte zich dat in zeer positieve zaken, met name een uitgesproken engagement in Terre des Hommes ten voordele van kinderen uit de derde wereld. Blijkbaar werd Aafjes door en door somber door de gebeurtenissen in de wereld, zoals hij die op televisie leerde kennen, de oorlogen dan vooral, de hongersnoden. Het deed hem denken aan de tweede wereldoorlog, die hij bewust had meegemaakt, in het verzet voor een deel, en ondergedoken tijdens de laatste jaren ervan, maar zonder te beseffen hoe ver de nazi’s gingen in hun moordzucht tegenover joden. Ook dat heeft blijkbaar zijn schuldgevoelens nog verhevigd (zoals dat bij Guillaume van der Graft, Willem Barnard het geval was). Waar de echte oorsprong van die schuldgevoelens lag, komt niet goed uit de verf in deze biografie; maar het lijkt toch te maken te hebben met een zwakke vaderfiguur en een sterke moederfiguur, die haar bigot katholicisme zeer sterk inprentte bij haar zoon. Die er wel van weg groeide, maar dat niet durfde toegeven zolang zijn moeder leefde. Die katholieke opvoeding moet werkelijk zeer sterk geweest zijn bij hem, sterker dan bij vele Vlaamse schrijvers die zich in de jaren zestig tegen dat katholicisme gingen afzetten.

Daar kwam dan nog bij dat katholieke recensenten zijn werk op morele gronden vaak zeer sterk afkeurden. Je houdt het niet voor mogelijk, want het zo-even genoemde gedicht, en andere ook, waren eigenlijk van een totale onschuld; er kwam geen onvertogen woord in voor. Maar blijkbaar heeft ook dat een negatieve invloed gehad op de mens Aafjes. Die meer en meer ging drinken, roken en antidepressiva slikken, vaak in gevaarlijke combinaties.

En het vreemde: na de eerste jaren van de jaren vijftig heeft hij amper nog gedichten geschreven, terwijl hij tot dan eigenlijk vooral als dichter gekend was. Molin legt dat mijns inziens op een vreemde manier uit: Aafjes zou een geregeld leven prefereren met zijn gezin, en niet het bohemienleven van de dichter. Dat is uiteraard onzin. Want je kunt evengoed gedichten schrijven als huisvader, als hoogleraar, als priester. Als eender wat. Ik denk eerder dat Aafjes veel dieper gekwetst was door de reacties op zijn artikelen tegen de Vijftigers dan hij voor zichzelf wilde toegeven, en dat hij wellicht van oordeel was daarna dat hij toch niks van poëzie afwist. Terwijl hij nota bene de eerste was om een diepgaande studie over Achterberg te schrijven (De dichter van de sarcofaag – illegaal verschenen tijdens de oorlog).

Maar gelet op zijn depressies en neiging tot misbruik van middelen, had hij wel een antidotum nodig, en dat werden dan reisverhalen, verhalen, sprookjes e.a. proza’s. Ik denk  niet dat ik ooit een prozaboek van Aafjes gelezen heb. Nochtans haalde hij daar in de jaren zestig tot tachtig grote oplagen mee, wat hem tot een van de meest gelezen schrijvers van Nederland maakte. Zijn bibliografie – zoals Molin die opneemt aan het einde van zijn biografie – is dan ook zeer uitgebreid. Hij reisde vooral graag naar Japan blijkbaar, en naar het Midden-Oosten, en niet enkel en zelfs niet op de eerste plaats naar Israël, zoals je dat van een Nederlander wel zou verwachten. Wel blijkt uit Molins boek duidelijk hoe weinig er tegen toen veranderd is in dat Midden-Oosten, hoe dezelfde krachten er nog steeds bezig zijn, en hoe de anti-westerse reacties toen al (de jaren vijftig en zestig) vaak zeer sterk waren. Om dezelfde redenen als nu uiteraard – hetgeen dan weer niet blijkt uit Molin.

Bekend geworden is hij nochtans met het gedicht over de reis naar Rome, en dat is gebaseerd op een werkelijke reis naar Italië. En je zou kunnen zeggen dat dat de eerste liefde van Aafjes was; en gebleven is, want hij keerde er zolang dat kon steeds weer naar terug met vrouw en kinderen. Misschien heeft ook dat met zijn katholicisme te maken, het eerste Rome als centrum van de geestelijke wereld waarin hij is opgegroeid. Of dat in Nederland ook zo was, weet ik niet, maar in Vlaamse collega’s stond in de retorica steevast een Romereis op het programma. Maar toen Aafjes gymnasium deed, in de jaren twintig, werd er uiteraard nog niet zo veel gereisd als na de oorlog. En vermits Molin er met geen woord over rept, zal het ook wel niet hebben plaatsgevonden.

Aafjes is uiteraard niet de belangrijkste figuur uit de Nederlandse letteren, maar dat belet niet dat hij evengoed een dergelijke biografie verdient. Ik vind het dan ook ergerniswekkend dat er eigenlijk amper uitgevers te vinden waren die daarin geïnteresseerd waren (ook de vroegere vaste uitgevers van Aafjes, Meulenhoff op de eerste plaats, niet). En dat de auteur oorspronkelijk zelfs geen werksubsidie kreeg van het Nederlands Letterenfonds. Enkel dank zij een ‘reisbeurs’ kon hij zijn werk afmaken. En het mag gezegd worden dat hij er een boeiend werk van heeft gemaakt, afwisselend zoals het leven van Aafjes zelf, tamelijk objectief maar zonder al te afstandelijk te worden, en eigenlijk met genoeg informatie om ten eerste iets bij te leren, vooral over de katholieke invloed in een calvinistisch land als Nederland, en over de algemene culturele atmosfeer daar, maar evenzeer over de dichter Aafjes zelf in die context. En je krijgt lust om de verzamelde gedichten weer eens open te slaan om te zien wat je daar nu, zo veel jaren later, van vindt. Overigens zijn er nog heel wat werken van Aafjes verkrijgbaar, zo merk ik, weliswaar vaak enkel als ebook (wat aan mij niet besteed is).

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


veertien − vijf =