18.08.14 – Lens – les désastres de la guerre 1800-2014

| Geen reacties

lens-1Twee dagen later gingen we, steeds vanuit Lille, naar Lens, dat met de trein even gemakkelijk te bereiken is. En de wandeling naar het Louvre-Lens duurt maar een kwartiertje.

Een dik half jaar geleden hebben we in Bonn een tentoonstelling over de kunst en de eerste wereldoorlog bezocht. Die veel een beetje tegen, en we hebben er dus amper een herinnering aan. Misschien zijn de Duitsers inderdaad beter in het voeren van oorlogen dan in het organiseren van tentoonstellingen erover. Ze verliezen hun oorlogen dan ook altijd – gelukkig.

In Lens hebben ze het heel wat breder en ruimer gezien: Les désastres de la guerre, 1800-2014  heet de tentoonstelling aldaar, in navolging natuurlijk van de beroemde serie etsen van Goya. De titel zegt het al: het gaat over vele oorlogen, te beginnen met de Napoleontische en te eindigen met de hedendaagse, met name die in Irak (die overigens nog steeds verder gaat). Niet minder dan elf oorlogen worden tussen die data voorgesteld, waarbij van de ene uiteraard al wat meer te zien is dan van de andere.

Eén conclusie dringt zich onverbiddelijk op: het enige dat veranderd is tussen 1800 en 2014 is enerzijds de manier waarop de mensen elkaar afmaken en uitmoorden, en anderzijds de stijl waarin de kunstenaars daarop reageren.

lens-2

Jacques-Louis David: Le premier consul franchissant le Grand-Saint-Bernard, 1802

Vlak bij binnenkomst zie je het grote portret van Napoleon op de Grand-Sint-Bernard, het beroemde en overbekend schilderij van David. Het is het enige in de hele, zeer grote tentoonstelling dat als de verheerlijking van een veldheer aanzien kan worden. Want onmiddellijk daarachter staan al in een boog de etsen van Goya, die toen al de werkelijke weerzinwekkend wrede aard van de oorlog weergaven. Maar ook de andere schilderijen in deze eerste afdeling kunnen niet beschouwd worden als verheerlijking van de oorlog, integendeel, de triestigheid druipt eraf, bv. in het mooie ‘Episode de la retraite de Moscou’ van de mij onbekende Joseph-Ferdinand Boissard de Boisdenier.

lens-3

Joseph-Ferdinand Boissard de Boisdenier – Episode de la retraite de Moscou, 1835

Het valt overigens op hoeveel onbekende meesters hier hangen, naast de bekenden uiteraard, uit alle tijdperken. In het zog van de Napoleontische oorlogen ontbreken ook de veroveringsoorlogen niet, vooral die van de Fransen en de Engelsen, die de eerste imperialistische mogendheden waren (en die dat in feite nu nog steeds zijn). Hier viel me vooral een prachtige reeks kleurtekeningen van Kees van Dongen op, die echte aanklachten zijn en even sterk als die in het Franse tijdschrift van rond de eeuwwisseling, L’assiette au beurre, waar ook heel wat bladzijden uit tentoongesteld zijn.

Kees van Dongen - Rhodes-Hamlet: "Oorlog of vrede ..." in "De Ware Jacob", bijzondere uitgave "Vrede", juni 1902

Kees van Dongen – Rhodes-Hamlet: “Oorlog of vrede …” in “De Ware Jacob”, bijzondere uitgave “Vrede”, juni 1902

Bij de Krimoorlog uit het midden van de 19de eeuw en de Amerikaanse secessieoorlog rond dezelfde tijd werd voor het eerst gebruik gemaakt van het betrekkelijk nieuwe genre van de fotografie; ook in deze tentoonstelling vinden we vanaf dan naast schilderijen, tekeningen en etsen, tamelijk veel foto’s, later uiteraard gevolgd door films; sommige ervan zijn in hun gruwelijkheid trouwens welbekend, zo die genomen tijdens de bevrijding van de Duitse concentratiekampen. Bij de Frans-Pruisische oorlog van 1870 en de daaropvolgende commune zijn het weer vooral de schilderijen die opvallen, zo bv. ‘Une rue de Paris sous la commune’ van Maximilien Luce. Het is in de nieuwste impressionistische trant geschilderd en deed me bij eerste zicht een beetje denken aan Seurat. Het doet vreemd aan, enerzijds het idyllische van een zonnige straat, en daarnaast de lijken op de voorgrond (en een op de achtergrond); dat alles heeft een zeer vervreemdend en luguber effect.

Maximilien Luce - Une rue à Paris en mai 1871 of La Commune

Maximilien Luce – Une rue à Paris en mai 1871 of La Commune [1903-1905]

En dan komt natuurlijk de Grote Oorlog (de tentoonstelling is weliswaar in grote lijnen chronologisch opgebouwd, volledig wat de opeenvolging van de oorlogen betreft, maar minder wat de tentoongestelde werken betreft, maar enige afbreuk doet dat niet aan de kracht ervan) met de bekende grote namen: Beckmann, Grosz, Otto Dix met de bekende sterke reeks etsen Der Krieg, Léger, Valloton, Masereel enz. Veel foto’s ook weer, hier, bv. ‘Les gueules cassées’.

Les gueules cassées - afgevaardigd naar  Versailles op 28 juni 1919.

Les gueules cassées – afgevaardigd naar Versailles op 28 juni 1919.

 

Pablo Picasso - Paardenkop. Studie voor Guernica, 2 mei 1937

Pablo Picasso – Paardenkop. Studie voor Guernica, 2 mei 1937

Wie dacht dat het daarmee ophield, was er natuurlijk aan voor de moeite, want slechts een vijftiental jaar later brak de Spaanse burgeroorlog uit. Er hangt o.a. een voorstudie van de paardenkop die Picasso later gebruiken zou in zijn Guernica. Die oorlog was niet meer dan een opstapje naar de volgende, naar wereldoorlog twee. Samen met de grote oorlog is deze natuurlijk het best gedocumenteerd, zowel wat fotografie betreft, film als kunstwerken in beperkte zin. Het begint met foto’s van de mij onbekende Rus Dmitri Baltermans, en tekeningen van de beeldhouwer Henry Moore.

Erwin Blumenfeld - Hitler, 1933

Erwin Blumenfeld – Hitler, 1933

Hallucinant is een prachtig gruwelijk portret van Hitler, dat ik nog nooit gezien had, van Erwin Blumenfeld; het is sterker, want minder op propaganda gericht dan de montages van John Heartfield. Aangrijpend is Angst van de volgens mij nog steeds onderschatte Felix Nussbaum (die in Osnabrück een eigen museum heeft, dat we jaren geleden bezochten).

lens-9

Felix Nussbaum – Angst (Zelfportret met zijn nicht Marianne), 1941

Veel foto’s uit de kampen, met de bekende opstapelingen van lijken, of van de moorden op joden in Oost-Europa, vooral van het begin toen het nog met kogels plaatsvond. Eén foto is treffend, van een jong joods kind dat overleefde in Bergen-Belsen en langs een lange rij lijken wandelt. De foto is van George Rodger. Deze reeks eindigt uiteraard met Hiroshima en Nagasaki, waar eerder weinig over aanwezig is. Maar misschien was die gruwel werkelijk te groot voor welke afbeelding dan ook.

Lens-10

George Rodger – Young Boy Walks Past Corpses, 20 april 1945

De volgende oorlogen zijn de Indochinese en de Algerijnse. Van die laatste is eigenlijk weinig aanwezig, enkel enkele foto’s en natuurlijk het beroemde Manifeste des 121, alsmede het bekende boek van Henri Alleg, La Question, dat je eigenlijk al moet gelezen hebben om te begrijpen waarom het hier ligt. Niets over Dien Bien-Phu, we zijn tenslotte in Frankrijk nietwaar. Des te meer echter over de Amerikaanse Vietnamoorlog, die ook een deel is van mijn eigen jeugd en studententijd. Bijna alle foto’s en films uit deze afdeling staan nog op mijn netvlies gegrifd – en zo zal het wel zijn voor iedereen die daarbij rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken was of er zich alleen maar betrokken bij voelde. Als sluitstuk van deze afdeling kan het schilderij ‘Goodbye Vietnam’ van Gudmundur Gudmundsson dienen, met zijn opeenstapeling van doodshoofden en Nixon die zijn masker aftrekt. Het is misschien niet het sterkste schilderij uit de tentoonstelling, maar zegt toch voldoende waar het om gaat. En het is minder bekend.

lens-11

Gudmundur Gudmundsson – Goodbye Vietnam, 1975

De laatste afdeling tenslotte gaat over de hedendaagse oorlogen, en het is wellicht de meest heterogene afdeling, op de eerste plaats natuurlijk omdat er nog steeds en overal oorlogen bezig zijn, maar ook door de grote diversiteit in uitdrukkingsmiddelen: foto’s natuurlijk, meestal kunstzinnig bewerkt, tekst, tapijten, moderne mediatechnieken, een bijzondere uitgave van Jenny Holzer bij de Süddeutsche Zeitung, video enz. In deze laatste afdeling zijn er geen schilderijen, tekeningen of etsen meer. Zodoende heeft deze tentoonstelling ook een overzicht geboden van de ontwikkeling van de technieken in de beeldende kunst sinds 1800.

De laatste afdeling, zei ik, maar het was maar de voorlaatste, want als dessert komt er nog een twaalfde, die toepasselijk ‘Hors Champ’ heet, en die dus niet aan een specifieke oorlog gewijd is, maar vele thema’s ahw gewoon synthetiseert in enkele rake beelden en voorwerpen: voorwerpen gemaakt uit obussen, enkele schilderijen, die aan art brut doen denken, en nagemaakte wapens en soldaatjes die wellicht als kinderspeelgoed bedoeld zijn; geëindigd wordt met twee schilderijen, een van Nussbaum en een van Charley Toorop. Maar als alles samenvattend kun je een pentekening van Alfred Kubin, ‘Das Ende des Krieges’ beschouwen.

lens-12

Alfred Kubin – Das Ende des Krieges, 1920.

Een grootse, maar bittere tentoonstelling, die waarschijnlijk absoluut niets bewijst, maar mij wel bevestigt in enkele van mijn al oude (voor)oordelen: dat geen enkele actie, van welke aard dan ook, ooit een oorlog heeft kunnen tegenhouden, dat we op alle vlakken geregeerd werden en worden door imbecielen, gangsters en criminelen, en dat de mensheid er inderdaad best aan zou doen definitief en totaal te verdwijnen (waar ze trouwens goed aan werken); alles wat daarna komt kan alleen maar beter zijn.

De prachtige catalogus beeldt omzeggens al het tentoongestelde af.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


een × 2 =