06.08.14 – Elckerlyck Stoner

| Geen reacties

stonerNooit gehoord van John Williams en zijn roman Stoner (Vintage Books, London, 2013), en als mijn vrouw het niet gekocht had, zou ik hem nu nog niet kennen.

En eveneens een vreemde weg die dat boek heeft afgelegd: oorspronkelijk uitgegeven in 1965, en toen gedrukt en verkocht in 2000 exemplaren raakte het snel in een totale vergetelheid. Tot het in het begin van deze eeuw opnieuw uitgegeven werd en min of meer een bestseller werd.

Ik aarzel altijd om een roman het epitethon ‘meesterwerk’ mee te geven; dat woord wordt door critici immers al te vaak en bijna steeds ten onrechte gebruikt.

Maar hier is het misschien toch wel op zijn plaats.

Het boek kan nochtans in één zin worden samengevat: het vertelt op een klassieke manier het leven van één persoon, Stoner, vanaf zijn geboorte over zijn studententijd, zijn huwelijk, zijn docentschap aan een provinciale universiteit tot aan zijn dood. Maar misschien ligt juist daarin de verklaring voor het feit dat het boek zo goed is: het vertelt het verhaal van iedereen, Stoner is een twintigste-eeuwse Elckerlyck. Dat het boek zich in een academisch milieu afspeelt, is eerder toeval en wellicht te wijten aan het feit dat de auteur zelf hoogleraar Engelse letterkunde was aan zo’n universiteit, en hij het milieu dus goed kende en van binnenuit kon beschrijven. Maar schijn bedriegt: Stoner zou in eender welk ander milieu kunnen spelen, want de gebeurtenissen uit het leven van de hoofdpersoon zijn eigenlijk banaal en kunnen evenzeer verplaatst worden naar andere milieus.

Omdat zijn ouders landbouwers zijn (van de auteur waren de grootouders boeren) gaat Stoner landbouwwetenschappen studeren, maar een verplicht bijvak in de Engelse letterkunde boeit hem zo sterk dat hij daarop overschakelt. Maar het had evengoed een arbeider kunnen zijn, die bij iemand in de leer gaat, maar uiteindelijk een ander vak kiest. Stoner studeert af, haalt zijn PhD en trouwt met een vrouw waarvan hij na een maand merkt dat hij niet van haar houdt (en vice versa). Toch krijgen ze een dochter en blijven ze samen, omwille van maatschappelijke conventies vooral, in de tijd waarin de roman speelt (van het einde van de 19de eeuw tot het midden van de twintigste). Het is vooral hij die voor zijn dochter zorgt, tot ze wat ouder wordt en de moeder zich ermee bemoeit en haar van haar vader vervreemdt. Verhoudingen dus die je dagelijks meemaakt en rondom je kunt waarnemen.

Ook op de universiteit idem dito. Hij is een middelmatige tot goeie prof, maar steekt er nooit bovenuit – zoals het overgrote merendeel van zijn soortgenoten daar en elders. Door één conflict over een student ontstaat een levenslang conflict met een collega die zijn meerdere wordt en hem koeioneert tot Stoner daar zelf een einde aan stelt. Op elke werkplek ter wereld kom je hetzelfde tegen, ‘er is geen elders waar het anders is’ om het met Kouwenaar te zeggen. Wel wordt hij met de jaren beter in zijn vak, kan hij soepeler met de studenten om en slaagt hij erin werkelijk enthousiasme in zijn lessen te brengen. Maar als je eender welk vak uitoefent gebeurt dat natuurlijk: met het verloop van de tijd en de routine wordt iedereen beter in zijn vak. Uiteindelijk wil men hem op 60 met pensioen sturen (de man waar hij een conflict mee heeft) maar hij weigert dat vooreerst. Tot hij kanker blijkt te hebben en toch zijn pensioen neemt. Om te sterven met een boek in de hand.

De setting van de roman is dus inderdaad particulier en concreet, maar de auteur slaagt er wonderbaarlijk in om daarvan een volledig universele roman te maken. Vandaar dat ik Stoner een moderne versie van het middeleeuwse Elckerlyck (in het Engels eveneens zeer bekend overigens als Everyman – er zijn jarenlange discussies geweest onder vakgeleerden over de vraag welke van de twee er nu eerst was, de Nederlandse of de Engelse; of ze er al uit zijn intussen weet ik niet) noem, want Stoner is iedereen en Stoner gaat over iedereen. Iedereen kan zich in de figuur herkennen, en ik vermoed dat het vooral dat is dat voor het postume succes van het boek gezorgd heeft.

Wat ik totnogtoe zei, zou de indruk kunnen wekken dat de roman zich afspeelt in een academisch vacuüm, los en ver van elke maatschappelijke context. Dat klopt echter niet. De grote gebeurtenissen in de tijd waarin de roman zich afspeelt, spelen wel degelijk een rol: de eerste en de tweede wereldoorlog, en de beurscrash van 1929. De vader van de echtgenote van Stoner (een bankier – sic) pleegt naar aanleiding van dat laatste zelfs zelfmoord. Maar ze blijven wel op de achtergrond, als het noodzakelijke decor. In mijn ogen maakt dat het boek slechts universeler, want ook die gebeurtenissen zijn niet enkel invoelbaar maar kunnen door andere, gelijkaardige gebeurtenissen uit het leven van de huidige lezers vervangen worden.

Daar komt natuurlijk nog bij dat het een totaal klassiek vertelde roman is, met een alwetende verteller, die zich echter vooral op de hoofdfiguur focust; het gebeurt eerder zelden dat hij ook andere figuren van binnenuit belicht, de vrouw een enkele keer, daar blijft het bij. Andere figuren worden middels dialogen en objectieve handelingen beschreven. Het is dus een discrete verteller, die zich op de achtergrond houdt voor zover dat nodig is. Zelfs als hij de hoofdpersoon volgt, is dat grotendeels zo: hij dringt wel tot hem door, maar op een eerder oneigenlijke manier alsof hij een beetje schroom voelt. Ik zou dat afstandelijke betrokkenheid willen noemen. In tegenstelling tot wat men zou verwachten geeft dat meer mogelijkheden tot inleving bij de lezer: er komen immers geen gevoelsuitbarstingen of dergelijk zaken meer voor, de hoofdpersoon wordt steeds zeer rustig voorgesteld; de lezer kan zich wel met hem vereenzelvigen uiteraard, maar bij bepaalde scènes (bv. bij de perfidie van de collega waar hij dat conflict mee heeft en die hem de slechts mogelijke lesroosters geeft) is de woede van de lezer groter dan die van de protagonist of zijn verteller.

Tenslotte is het boek geschreven in een prachtig klassiek Engels, dat je zeker in de hedendaagse Amerikaanse literatuur amper nog zult vinden: eenvoudig en toch rijk, vooral door het gebruik soms van juiste maar verrassende adjectieven (sommigen beweren wel eens dat je alle adjectieven zou moeten schrappen om een goed schrijver te zijn, maar dat is onzin: Stoner bewijst dat je vooral de juiste adjectieven moet gebruiken). Hetzelfde kan gezegd worden van de afwisselende zinsbouw: nu eens korte, dan weer lange zinnen, die regelmatig afgewisseld worden door dialogen.

Ik heb in heel het boek geen bladzijde gelezen die ik minder vond, waarbij ik gezucht heb of zo, of waarbij ik sneller ben gaan lezen omdat het verveelde. Werkelijk geen ogenblik verveling. Ik denk niet dat er veel woorden te veel of te weinig in het boek staan, het is allemaal ahw nauw en prachtig afgemeten om tot quasi perfecte verhoudingen te komen.

Als het er al geen is, heb ik wel degelijk minstens de indruk gehad een meesterwerk te hebben gelezen.

Delen:

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


dertien + achttien =