30.07.14 – De Spiegelingen / Satanstango

| Geen reacties

mortierBij het lezen van de titel van Erwin Mortiers nieuwste boek (Erwin Mortier: De Spiegelingen, Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam, 2014) moest ik onmiddellijk denken aan bepaalde impressionistische schilderijen van rimpelende waterpartijen, rivieren of de zee, en aan muziek van Debussy.

Ofschoon het boek ‘roman’ genoemd wordt, is het dat inderdaad eigenlijk niet: het is een vorm van lyrisch proza, zoals die in het fin-de-siècle in het Nederlands vaak geschreven werd, maar dan wel in een moderne en dus leesbare taal. Een echte plot is er niet in het boek, wel twee thema’s die op een heel eigen wijze met elkaar verstrengeld worden. Het zijn de twee thema’s die al sinds Homeros de hoofdthema’s van elke literatuur zijn: liefde en oorlog. Dat laatste was, zoals men weet tot voor kort uitsluitend een mannenzaak; een van de kenmerken van Mortiers boek nu is dat ook liefde bij hem quasi uitsluitend een mannenzaak is. Het maakt de strenge symbiose tussen de twee in dit boek alleen maar sterker.

Zoals er niet echt een plot is, wordt ook de chronologie door elkaar gehaald, maar die kan natuurlijk gereconstrueerd worden: het boek speelt zich grotendeels af in de eerste wereldoorlog, het interbellum en de tweede wereldoorlog, en de ik die aan het woord is in wat ook een lange brief zou kunnen zijn, roept herinneringen op aan de oorlog die hij meemaakte als soldaat aan het front (waar hij gewond werd) aan zijn jeugd en familie, en vooral aan de verschillende vrienden waar hij verhoudingen mee heeft gehad. De kernzin voor wat dat laatste aspect betreft luidt: “Ik geloof niet dat één mens voor een ander mens het enige, sluitende antwoord kan zijn.” Of dat zo is of niet heeft verder geen enkel belang, in de roman wordt het wààrgemaakt, en daar komt het op aan. Natuurlijk heeft een dergelijke visie met de psychische gevolgen van de oorlog te maken, die ervoor zorgen dat de hoofdfiguur gaat zwalpen, zich moeilijk nog binden kan.

Dat heeft ook repercussies op de impliciete poëtica van het boek. Over de klassieke auteurs als Dickens, Hardy ea wordt bv. gezegd: “Everyone and anything in their stories fits neatly into the bigger framework, as it were. They are stories of trust, basically. Trust in the unshakeable bond between words and the essence of things…”Waarna de vraag volgt: “D’you believe we’re still able to tell stories of trust, Edgard?”  Deze passage (vele dialogen zijn in het Engels geschreven, omdat bijfiguren Engelsen zijn en sommige passages zich in Engeland afspelen) wordt ahw geïllustreerd door het geheel van Mortiers roman, die zoals gezegd geen rechtlijnig verhaal meer vertelt, vertellen kan. In deze zin is deze passage een verre en late echo van een beroemd geworden zin van Rilke (uit Malte Laurids Brigge als ik het wel heb): “Dass man erzählte, wirklich erzählte, das muss vor meiner Zeit gewesen sein.” (Ik citeer uit het hoofd.)

De roman is zodoende een telg van de modernistische traditie uit de 20ste eeuw, en een gezonde en goed geschreven telg, ook al kun je je afvragen hoe lang dit impressionistisch proza beklijft en je bijblijven zal.

000

satanstangoEen roman van een totaal andere soort is Satanstango (Laszlo Krasznahorkai: Satanstango, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2012), ook al schrijft ook die zich in diezelfde modernistische traditie in; maar dan een andere kamer van die traditie, die immers een huis is met véle kamers. Deze roman doet me eerder aan Kafka denken.

Ook hier is de plot mager: een groep mensen wachten in een bled op een soort verlosser, die hen moet komen halen en naar een aangenamer leven leiden. Een zeer interessant en actueel gegeven uiteraard. Het grootste deel van het boek bestaat uit de beschrijvingen van de wachtenden, en van enkele medebewoners van het bled, die niet zo geloven in profeten en dus niet meegaan wanneer de omineuze Irimias en zijn factotum Petrina uiteindelijk opdagen en de groep wegvoeren…niemand weet waarheen, want dat duidt de auteur slechts mondjesmaat aan. Blijkbaar worden ze aan het werk gezet in onderbetaalde jobs (zeer actueel inderdaad) en uit één hoofdstuk (waarin mensen van een geheime dienst rapporten van iemand moeten omzetten in een ‘fatsoenlijke’ taal) blijkt dat de profeet eigenlijk slechts een politiespion is, ofschoon ook dat enkel gesuggereerd wordt. Het zou bv. ook de alcoholische dokter van het bled kunnen zijn, die de anderen inderdaad bespioneert en dossiers over hen bijhoudt.

Evenveel onzekerheden dus als bij Das Schloss, maar met dien verstande dat de onzekerheden hier op de eerste plaats bij de lezer terechtkomen, terwijl die K. nog goed volgen kon, want daar hadden we in zekere zin nog met een klassieke roman te doen, met een echte plot. Hier weet je eigenlijk amper wat er gebeurt, net zoals de protagonisten die Irimias volgen, blindelings. Doordat iets dergelijks frustreert, zorgt het er terzelfdertijd voor dat het boek je toch aanspreekt.

Het enige dat me werkelijk tegensteekt is de totale afwezigheid van empathie voor zijn figuren bij de verteller (de auteur?). Je krijgt de indruk met een verslag van een entomoloog te doen te hebben over een speciale insectensoort, waar nog niet veel van geweten is. Het zijn allemaal sukkels en minkukels, zowel de volgelingen als degenen die ‘thuis’ blijven. En Irimias lijkt me eerder een gewiekste schurk. Het wereldbeeld van de verteller kent dus enkel mislukkingen, waar hij eigenlijk met verachting op neerkijkt.

Net zoals Kafka’s roman is het tenslotte voor velerlei interpretaties vatbaar. Je kunt er een absoluut negatief beeld van de condition humaine in zien, of een politieke fabel, of nog andere dingen, te veel waarschijnlijk om op te noemen.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


negen − 5 =