16.07.14 – Kronprinz Rudolf

| Geen reacties

Historische romans heb ik, voor zover ik me herinner natuurlijk, maar zeer weinig gelezen. Historische werken, van meer synthetische aard, daarentegen wel; hoewel ook niet al te veel. Eigenlijk moet zo’n werk voor mij aan twee criteria voldoen: op de eerste plaats moet het schitterend geschreven zijn, historici moeten dus ook stilisten zijn (voorbeelden daarvan zijn Huizinga bij ons en reeds in de 19de eeuw Michelet in Frankrijk). En op de tweede plaats moeten zij zich bij het schrijven van hun werk baseren op grondig en minutieus archiefonderzoek. Dat was bv. wel het geval bij Michelet, maar duidelijk minder bij Huizinga. Vandaag de dag zul je waarschijnlijk maar zeer weinig historici meer tegenkomen die zondigen tegen die tweede eis, maar jammer genoeg wel die tegen de eerste eis zondigen. Maar dat zal wel te maken hebben met een algemene tijdgeest, die ervoor zorgt dat kinderen en tieners niet meer leren schrijven.

hamannIn het werk dat zij gewijd heeft aan de laatste troonopvolger van de k.u.k. monarchie (Brigitte Hamann: Kronprinz Rudolf, ein Leben, Piper Verlag, München, 2006) voldoet Brigitte Hamann volkomen aan beide criteria. Misschien leert men in het Duitstalige gebied van Europa wel nog schrijven. Daarenboven slaagt zij er wonderwel in een van de grootste valkuilen die dit onderwerp inhoudt volledig te omzeilen: de kitsch van Mayerling, waar al zovele kitschfilms, flutromannetjes en alle mogelijke en onmogelijke complottheorieën over zijn voortgebracht.

Ofschoon zij summier ingaat op de geschiedenis van Oostenrijk-Hongarije, op de toenmalige actualiteit en op de verhoudingen tussen het Weens hof en de andere Europese machten, vereist het boek toch nog een zekere politieke en historische voorkennis, zeker vanaf het ogenblik dat Rudolf zelf effectief in die politiek tussenkomt.

Als kind werd de kroonprins al grondig kapotgemaakt door ‘opvoeders’ die uit het leger afkomstig waren en het kind op hun sadistische manier ‘tucht’ en ‘discipline’ wilden bijbrengen: door koudwaterdouches, door het kind op te sluiten, te zeggen dat een grote beer hem zou komen halen, door het kind ’s nachts te wekken met revolverschoten enzoverder enzovoort. Op zijn zevende kwam zijn moeder daarachter (die zich eigenlijk amper met haar kroost bemoeide) en deed voor een keer iets goeds: ze stelde haar veto tegen dat soort ‘opvoeding’ en eiste andere opvoeders, die ze dan zelf uitkoos en die grotendeels niet meer uit de adel, maar uit de eerder vooruitstrevende bourgeoisie afkomstig waren. Waarschijnlijk hebben die echt hun intellectuele stempel kunnen drukken op de jonge prins, die veel meer een intellectueel werd dan welke andere Habsburger ook. Zo begon hij zich bv. voor ornithologie te interesseren en publiceerde daar in de loop van zijn leven heel veel over; sommige van die publicaties worden blijkbaar vandaag nog vermeld.

Maar het belangrijkste aspect van een dergelijke biografie van een publiek persoon is natuurlijk het politieke aspect en hoe dat verwoven is met het persoonlijke leven van het onderwerp. Aan de top van het hof, en bij zijn vader (waar de kroonprins blijkbaar z’n hele korte leven doodsbang voor was) werd hij vanaf het begin politiek kortgehouden, in die zin dat hij weinig of geen kans kreeg zich voor iets in te zetten; de reden daarvoor was blijkbaar de directe omgeving van de prins, die eigenlijk enkel uit progressieve mensen uit de burgerij bestond, van krantenuitgevers over hoogleraren tot kunstenaars. Blijkbaar was Rudolf vanaf het ogenblik dat hij zelfstandig kon denken een vreemde eend in de Habsburgse bijt.

Het verwondert dan ook niet dat hij, die zich sterk voor politiek interesseerde en zich het lot van zijn vaderland al vroeg begon aan te trekken, andere wegen zocht om zijn mening kenbaar te maken. Dat gebeurde d.m.v. brochures die onder schuilnamen in het buitenland gepubliceerd werden, maar vooral door artikelen in de vooruitstrevende Weense pers, die echter ook onder pseudoniem moesten verschijnen. Hamann is hierbij zeer voorzichtig. Ze schrijft enkel die artikelen inderdaad aan Rudolf toe, waarvan een autograaf van zijn hand bewaard is gebleven. Van andere stelt zij dat ze stilistisch en inhoudelijk bijna van de kroonprins moeten zijn, maar dat dit bij gebrek aan autograaf, niet absoluut zeker is. Zij gaat dus in elk geval zeer wetenschappelijk te werk.

Hoofdkenmerk van al deze geheime bijdragen is een sterk vooruitstrevende burgerlijk-liberale tendens met zelfs begrip voor de opkomende vertegenwoordigers van de arbeidersklasse, en een expliciet zich afzetten tegen de politiek van het Weense hof en de regering, tegen de adel en ook de clerus, die in het Oostenrijk-Hongarije van die tijd nog veel te veel macht had volgens de kroonprins. M.a.w.: je kon deze jonge prins gerust als een klasseverrader beschouwen (woord dat Hamann uiteraard nooit gebruikt), een tegenstander van het ancien régime, en iemand die vooral de industriële ontwikkeling (het kapitalisme dus) zeer genegen was. Door dit alles heen bleef hij ook cultureel actief, bv. door de uitgave te patroneren van een meerdelige encyclopedie “Die Monarchie in Wort und Bild”, die door de prachtige uitvoering ervan nog steeds een kijkens- en lezenswaardige uitgave is – ook al is ze uiteraard inmiddels sterk verouderd.

Een aspect van Rudolfs leven, waar ik geen weet van had is wat je zijn ‘geheime leven’ zou kunnen noemen, d.i. het feit dat hij graag ‘incognito’ door Wenen dwaalde en volkskroegen bezocht. Dat hij daar ook wel eens liefjes opscharrelde heeft dan weer eerder nefaste gevolgen gehad in de vorm van een venerische ziekte – Hamann noemt ze niet, maar het zal wel syfilis geweest zijn – waar toen niets tegen te doen was. Dat zal zeker hebben bijgedragen tot de fysische en psychische aftakeling op het einde van zijn leven.

Het spreekt vanzelf dat iemand als de kroonprins van zo’n groot rijk niet onbemerkt kan tussenkomen in kranten die de politiek van het keizerlijke hof niet best gezind zijn; of dat hij een kring rond zich kon scharen van vooruitstrevende, voor die tijd linkse mensen zonder dat zoiets voor tegenspraak en heftige oprispingen van de kant van de tegenpartij zou zorgen. Toch viel dat tot in het laatste decennium van zijn leven, dat zijn de jaren tachtig van de 19de eeuw nogal mee. Dat uitte zich door de opkomst van twee nefaste en levensgevaarlijke stromingen in Oostenrijk-Hongarije, waar Rudolf zich zeer sterk tegen te weer heeft gesteld, hetgeen hem echter enkel nog meer vijanden bezorgde – ook aan het hof. Daar was vooreerst het zeer sterk opkomende antisemitisme, geïncarneerd a.h.w .in de figuur van Karl Lueger (die nota bene nog steeds een standbeeld heeft in Wenen) en in enkele conservatieve bladen. Hamann citeert daar regelmatig uit, en het is gewoon verbijsterend: alle achterlijke scheldproza dat later berucht zou worden via Der völkische Beobachter of Der Stürmer was daar en toen al volledig aanwezig. Plus kwam daarbij de opkomst van de Duitsnationalen, die een aansluiting (Anschluss werd het toen al genoemd) van de Duitstalige gebieden van de monarchie aan Duitsland wilden. Die laatsten werden duidelijk gesteund vanuit Berlijn (Bismarck en Wilhelm II) en de politiek van Rudolf was er dan ook een van Oostenrijk-Hongaars patriotisme, dat regelrecht inging tegen de aspiraties van de Duitsers. Rudolf moest niks van Bismarck en keizer Wilhelm hebben, verachtte hen zelfs en zag in hen wat ze waren: volkomen onbetrouwbaar en totaal oorlogszuchtig. Van Berlijn uit verwachtte Rudolf toen al een Europese oorlog, die slechts enkele decennia later zou uitbreken, maar die dan ook werkelijk tot het einde van de monarchie zou leiden – iets dat Rudolf eveneens al voorzien had.

De laatste hoofdstukken van het boek gaan natuurlijk over Mayerling, en het spreekt weer eens voor de auteur dat zij dat op een zeer accurate, afstandelijke en wetenschappelijke wijze doet, waarbij zij het leven en het eind van de prins en zijn geliefde dag per dag volgt. Daarbij ruimt ze op met alles wat niet bewezen kan worden, d.w.z. waarvoor geen bronnen meer zijn. En vele bronnen betreffende deze laatste dagen zijn inderdaad verdwenen; maar er blijft nog genoeg over om een scherp beeld te schetsen – los van alle valse romantiek. Zij verliest haar objectiviteit enkel een heel klein beetje wanneer ze het over Vetsera heeft: het meisje werd blijkbaar in de keuken gedumpt onder enkele vuile doeken, en dat voor enkele dagen, nog vol bloed en met de ogen wijdopen. Geen fraaie bedoening uiteraard, en de aanwezigheid van dit tweede lijk werd overigens tot het einde van de monarchie niet toegegeven door het Weense hof.

Brigitte Hamann (die overigens enkele decennia geleden al de uitgeefster en inleidster was van de gedichten van Rudolfs moeder, Elisabeth, bijgenaamd Sissi, als “Das poetische Tagebuch”) heeft met deze herwerkte en uitgebreide versie van haar biografie een schitterend boek gepubliceerd, dat ook zeer vele lithografieën en foto’s uit de tijd bevat, wat het geheel nog aantrekkelijker maakt.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


12 + veertien =