05.07.14 – Hoekstra

| Geen reacties

Han G. Hoekstra is niet de grootste dichter in Nederland, en evenmin de bekendste. In Vlaanderen zal hij overigens nog minder bekend zijn. Zijn Verzamelde Gedichten vormen één boekje van een honderdvijftigtal bladzijden en dat corpus was in 1956, toen een eerste versie ervan verscheen onder de titel De Zandloper al grotendeels afgesloten. In de tweede uitgave, uit 1972 kwamen daar nog acht verspreid gepubliceerde gedichten bij en dat was het dan.

Joke Linders & Janneke van der Veer hebben enkele jaren geleden al een biografie over Hoekstra gepubliceerd (Han G. Hoekstra, biografie, Uitgeverij Ambo, Amsterdam, 2011) die ik nu las en waar ik toch wel wat van opgestoken heb.

Bijvoorbeeld dat Hoekstra eigenlijk vooral bekend is dank zij zijn gedichten voor kinderen, waar hij eerder mee begon dan Annie M.G. Schmidt; hij heeft deze laatste zelfs rechtstreeks beïnvloed en aangespoord. Het beroemde schaap Veronica van deze laatste had bv. een voorloopster bij Hoekstra. Verder was Hoekstra blijkbaar bekender en beziger als journalist bij het sociaal-democratische verzetsblad  Het Parool dan als dichter. Zijn dichterscarrière liep slechts van begin jaren dertig, toen zijn eerste bundel verscheen, tot midden jaren vijftig toen zijn eerste verzamelde gedichten verschenen.

hoekstraDe biografie van beide dames weet een goed verband te leggen tussen het privéleven van Hoekstra en de tijd waarin hij werkte en leefde. Dat was ook wel nodig in dit geval, want dat privéleven op zichzelf was eigenlijk nauwelijks de moeite waard om er een biografie aan te wijden. Het feit dat hij uit een eerder arm milieu stamde, de vrouwen graag zag (hij huwde vier keer en had vier kinderen bij drie van hen) en heel graag een pikketanissie dronk, en tot aan zijn pensioen als journalist verbonden bleef aan Het Parool vormen inderdaad geen grote stof voor een biografie. Daarom is het interessant om zo’n op zich niet belangrijke figuur duidelijk in de tijdsomstandigheden te plaatsen. Dat doen beide dames dan ook, te beginnen al bij het milieu waarin Hoekstra opgroeide en de grote klassenverschillen die toentertijd nog in Nederland bestonden (en elders trouwens eveneens): we zijn nog voor de grote oorlog die, ook al bleef Nederland daarbuiten, repercussies had op het hele land.

Hoekstra was blijkbaar een goeie leerling, maar verder studeren zat er uiteraard niet in voor iemand van zijn klasse. In de jaren twintig en dertig kwam hij in de journalistiek terecht en in het literaire wereldje, waar hij gesteund werd door vooraanstaande critici (Campert, Greshoff, Dubois…) , die zijn werk gunstig bespraken en waarvan sommigen, Campert met name, vrienden werden. De biografen citeren veel uit de poëzie van Hoekstra, waaronder ook nooit eerder gepubliceerde gedichten. In die jaren twintig en dertig schreef Hoekstra nog vooral gedichten voor volwassenen zeg maar, pas in de jaren dertig is hij ook poëzie voor kinderen gaan schrijven, en dat zou later dus het belangrijkst worden. Ook als criticus was hij actief, zowel in de krant als in literaire tijdschriften, vaak omwille van het geld dat zeker in die crisistijd van de jaren dertig, maar ook later altijd welkom was. Hoekstra zat, zoals zovele hele of halve bohemiens vaak op zwart zaad (hij moest trouwens ook onderhoudsgeld betalen voor zijn vrouwen) en dat duurde tot aan zijn dood. Ook een erg praktisch man was hij niet, want hij was zich blijkbaar niet bewust van bepaalde toch niet onaanzienlijke pensioenrechten die hij had en waar anderen hem attent op moesten maken.

Ondanks het feit dat hij na de oorlog, tijdens de wederopbouw steeds een vaste baan behield en via de bekende literaire cenakels van Amsterdam (De Kring met name) veel contacten had, liet de literatuur het hoe langer hoe meer afweten. Wellicht had dat ook te maken met de opkomst van de Vijftigers, waar Hoekstra eigenlijk geen affiniteit mee had, ook al was hij met sommigen onder hen goed bevriend. Hij is altijd klassiek blijven schrijven, in de vanouds geijkte vormen. Op de verhouding van hun onderwerp tot de nieuwere literatuur gaan de biografen niet in, wat misschien een beetje jammer is. Maar misschien was er geen materiaal?

Na zijn pensioen ging het bergaf. Langzaamaan kwamen de Hersenschimmen opzetten, en wel de agressieve variant.

De beide dames hebben hun werk in elk geval grondig gedaan, daarvan getuigt de lijst van personen die ze interviewden voor hun boek, de archieven die ze doorpluisden en het tamelijk uitgebreide apparaat. Daarenboven weten ze vlot genoeg te schrijven om de lezer tot het einde geboeid te houden.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


een × 5 =