07.06.14 – Gertrud Kolmar

| Geen reacties

kuhnHet boek dat Dieter Kühn aan Gertrud Kolmar wijdde, is bedoeld als biografie, maar beantwoordt amper aan de criteria (academische of iets minder strenge) die aan een biografie gesteld worden (Dieter Kühn: Gertrud Kolmar, Leben und Werk, Zeit und Tod, S. Fischer Verlag, Frankfurt am Main, 2008). Er komt geen noemenswaardige bibliografie in voor (wel worden in een bijlage enkele door hem gebruikte werken kort besproken), er zijn geen voetnoten, de schrijver komt voortdurend in zijn tekst tussen, ten eerste om te zeggen wat hij aan het doen is, ten tweede om persoonlijke commentaar te leveren, en last but not least om fictieve brieven in zijn tekst in te lassen. Hij zegt dat gelukkig wel, maar toch.

Een academische biografie is dit dus allerminst. Maar is het daarom ook een slechte biografie?

Hij volgt het leven van Gertrud chronologisch, en gaat vooreerst in op het milieu waarin zij met haar broer en zus opgroeide, een welgesteld milieu: haar vader was een van de topadvocaten in het Duitsland van de Wilhelminische tijd en de Weimarrepublik. Zij zal dus zijn opgevoed met een sterk gevoel voor rechtsregels en wellicht rechtvaardigheid. Religieus was haar ouderlijk milieu niet, en zijzelf heeft nooit een voet in een synagoge gezet; het was dus een seculier milieu, waarin godsdienst amper een rol speelde. Belangrijk in de ogen van Kühn is het feit dat zij als jonge vrouw een abortus ondergaan zou hebben. Kühn geeft daar geen enkel bewijs van, en stelt zelf expliciet dat daar geen bewijs voor is. Toch gebruikt hij dat ‘feit’ niet enkel om bepaalde gedichten autobiografisch te interpreteren (terwijl hij nota bene zelf even expliciet stelt dat je dat niet mag doen) maar wat ik vooral schokkend vind is het feit dat hij haar houding tijdens de nazitijd van daaruit interpreteert: zij zou nl. straf verdienen en boete moeten doen, zo was volgens Kühn haar houding. Ook daarvoor haalt Kühn nergens een bewijs aan. Het ligt veel meer voor de hand haar weigering om Duitsland te verlaten te interpreteren vanuit haar sterke band met haar vader, die haar zorg nodig had, en wellicht uit het feit dat deze vader een advocaat was en dus aan rechtsregels geloofde, niet kon of wou inzien dat macht altijd voor recht gaat.

De sterkste kant van Kuhns biografie is de beschrijving van haar leven tijdens het nazisme. In detail gaat hij in op de vooral juridische manier waarop de nazi’s het leven van hen die zij als joden beschouwden zuur en uiteindelijk quasi onmogelijk maakten. Hij is daarin zo gedetailleerd dat dit boek (net zoals het dagboek van Klemperer van tijdens de nazitijd) gemakkelijk gebruikt kan worden om de maatregelen van de nazi’s tegen de joden grondig te vergelijken met de maatregelen van de entiteit tegen de Palestijnen. De overeenkomsten springen in het oog, maar ook de verschillen natuurlijk. Over het einde van Kolmar is niets geweten. Enkel dat zij in 1943 naar Auschwitz werd afgevoerd. Of ze onmiddellijk naar de gaskamers moest, of nog een tijd gewerkt heeft in het kamp – niemand weet het. Zoals niemand de exacte datum van haar dood kent. In zo’n geval kun je beter bij de (weinige) feiten blijven, en geen beschrijvingen van derden van het ‘leven’ aldaar inlassen, zoals Kühn doet.

Goed zijn ook de vele vergelijkingen die Kühn trekt met andere schrijvers, en met auteurs van dagboeken uit die tijd (Kolmar zelf heeft blijkbaar geen dagboek bijgehouden). Die schrijvers zijn vaak nazischrijvers, wat een scherp contrast oplevert met het eigen werk van Kolmar, dat zich grotendeels bij het modernisme aansluit. Toch heeft dat verschil haar niet belet vriendschapsbanden aan te knopen met de ‘völkische’ auteur Keller. Of met Ina Seidel die eveneens tot de bluboauteurs behoorde zonder een echt uitgesproken nazi te zijn. De citaten uit brieven en dagboeken schetsen een boeiend algemeen beeld van die tijd, zeker ook omdat over haar eigen leven vaak details ontbreken. Ze schreef wel veel brieven aan haar zuster Hilde in Zwitserland, maar die waren uiteraard onderhevig aan censuur, en daarin kon dus niets negatiefs gezegd worden; als bron zijn zij dus niet echt veel waard.

Over het werk zelf van Kolmar zegt hij niet echt veel dat beklijft; hij citeert wel heel veel, volledige gedichten vaak, maar daarbij blijft hij meestal aan de oppervlakte, echte diepgravende analyses vind je niet in dit boek. Maar voor een eerste kennismaking met dit werk zelf is dat natuurlijk wel een goede zaak. Een voorbeeld slechts: Kolmar heeft een hele cyclus gewijd aan Robespierre. Kühn begrijpt dat niet en verwijst de lezer naar de bijlage, waar hij daar ogenschijnlijk dieper op ingaat. Maar dat is onzin: alles wat hij doet is stellen dat Robespierre = Hitler = Stalin. Met andere woorden: hij gaat op deze cyclus in op een totaal a- en zelfs antihistorische wijze door enkel op enkele details en extreem oppervlakkige schijnovereenkomsten te focussen.

woltmannNee, dan was de vorige biografe van Kolmar (Johanna Woltmann: Gertrud Kolmar – Leben und Werk, Wallstein Verlag, Göttingen, 1995) wel wat beter, want zij gaat veel dieper op deze cyclus in, waarbij ze zowel de historische kant als de psychonanalytische kant duidelijk, objectief en gedetailleerd behandelt.

Naast lyrisch werk ( dat inmiddels in een grondige driedelige kritische uitgave verschenen is in 2003) schreef Kolmar ook voor het theater. Kühn gaat daar wel op in, maar zeer kort en eigenlijk verwijst hij haar hele theaterproductie naar de prullenmand. Misschien omdat daar ook een stuk over Robespierre (niet bepaald Kühns lieveling) bij is? Hoe dan ook, vijf jaar na haar lyrisch werk verschenen ook Die Dramen, en daaruit blijkt dat het nogal meevalt met dat theater. Sommige stukken werden trouwens inmiddels opgevoerd en niet zonder enig succes. Van dat alles werd bij het leven van de schrijfsters welhaast niets gepubliceerd: drie bundeltjes, het eerste uitgegeven door haar vader in een kleine oplage, als privédruk; de twee andere in 1934 en 1938, in de nazitijd dus, hetgeen betekent dat ze enkel nog in ‘joodse’ milieus verkocht en besproken konden worden. Het overgrote deel van dit belangrijke werk is dus postuum verschenen. Maar er blijkt wel uit dat zij één van de boeiendste en grootste Duitse dichters was uit de eerste helft van de vorige eeuw.

Het boek van Kühn is wel een goeie inleiding tot het werk van Kolmar, en biedt een goed overzicht van haar leven, maar gelet op de beperkingen die ik hier aanhaalde, prefereer ik toch nog steeds de biografie van Johanna Woltmann, ook al verscheen die op een ogenblik dat er van een kritische editie van het werk nog geen sprake was.

 

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


twintig − vier =