06.06.14 – Wien – Berlin

| Geen reacties

Wien-Berlin

Porträt Raoul Hausmann, um 1920 van Conrad Felixmüller

In het Unteres Belvedere in Wenen loopt op het ogenblik een boeiende tentoonstelling over Wien – Berlin Kunst zweier Metropolen, zoals ook de omvangrijke en mooi vormgegeven catalogus heet. De tentoonstelling loopt nog tot en met de 15de van deze maand – niet lang meer dus.

Ik – en anderen evenzeer, denk ik – heb al zoveel tentoonstellingen over de modernistische kunststromingen gezien – in alle mogelijke aspecten – dat je vreest nooit meer iets nieuws te kunnen ontdekken.

Dat is zo, en dat is niet zo.

Deze tentoonstelling bv. : er komen uiteraard een groot aantal bekende namen terug: Schiele, Kokoschka, Meidner, Grosz etc. Maar meestal met werken die ik ofwel niet kende, ofwel die uit mijn geheugen verdwenen waren. Maar daar staat een veel groter aantal kunstenaars tegenover die ik niet of amper kende. Waar ik misschien ooit op een overzichtstentoonstelling iets van gezien heb. Maar voor vele namen geldt zelfs dat niet, die zijn mij gewoon onbekend: bv. Friederike Nechansky-Stotz, Ernst Neuschul, Hermann Nonnenmacher, Emil Orlik, Sergius Pauser, Lois Pregartbauer, enzoverder. Het klopt dat de werken van enkele bekendere meesters er duidelijk bovenuit steken, maar dat belet niet dat de kwaliteit van de tentoongestelde werken steeds overtuigend is. Ook dat maakt deze tentoonstelling tot wat ze is.

Vier afdelingen werden in de zalen onderscheiden, die min of meer chronologisch op elkaar volgen. Min of meer, zeg ik, want het is duidelijk dat er grote overlappingen zijn.

De eerste afdeling, “Secessionen” genoemd, sluit nog dicht aan bij de kunst van de 19de eeuw, met name het realisme-naturalisme en het impressionisme. Werken van Leistikow en Moll kunnen als voorbeeld genoemd worden voor dat realisme, en het schilderij ‘Donaulände im Sommer’ voor het tweede. Maar terzelfdertijd zijn in deze afdeling al werken aanwezig die duidelijk vooruitwijzen naar latere stromingen: ‘Erich Mühsam mit Vogel’ van Carl-Leopold Hollitzer  is daar mijns inziens een mooi voorbeeld van, evenals de ‘Engelszug’ van Erich Mallina.

Carl-Leopold Hollitzer - Erich Mühsam mit Vogel

Carl-Leopold Hollitzer – Erich Mühsam mit Vogel

Erich Mallina - Engelszug, 1904

Erich Mallina – Engelszug, 1904

De tweede afdeling is aan het expressionisme gewijd, en blijkbaar is die stroming een beetje als een explosie ontstaan, zo snel is ze tevoorschijn gekomen en heeft ze zich ontwikkeld. Het meest opvallende in het expressionisme is natuurlijk het min of meer verdwijnen van de getrouwe werkelijkheidsweergave om plaats te maken voor een sterke expressie (vandaar de naam uiteraard), die er niet voor terugschrikt de werkelijkheid totaal om te vormen tot er nog maar weinig herkenbaars op het schilderij over is. Maar zo ver gaan de meeste kunstenaars van het expressionisme niet. Het is ook in deze afdeling dat de meeste grote namen (zie boven, plus een Kirchner, een Hausmann, een Pechstein, een Oppenheimer…) voorkomen. Mijns inziens bevat deze afdeling ook de meest aangrijpende schilderijen van de hele tentoonstelling, zowel in de schitterende portretten (‘Bild des Verlegers Eduard Kosmack’ van Schiele, ‘Porträt Raoul Hausmann, um 1920’ van Conrad Felixmüller…) als in de prachtige apocalyptische beelden van Meidner: ‘Apokalyptische Landschaft, 1913’ en ‘Jüngster Tag, 1916’. Het is duidelijk zonder meer dat sommigen de oorlog voelden aankomen.

Egon Schiele - Bild des Verlegers Eduard Kosmack

Egon Schiele – Bild des Verlegers Eduard Kosmack, 1910

Ludwig Meidner - Apokalyptische Landschaft, 1913

Ludwig Meidner – Apokalyptische Landschaft, 1913

De derde afdeling heet ‘Dada und Kinetismus’. In het eerste deel vinden we vooral collages van al dan niet bekende dadaïsten, alsmede satirische tekeningen. De satire overheerst hier zonder meer. In het tweede deel daarentegen, over wat hier ‘kinetisme’ genoemd wordt, overheerst een pure en totale abstractie. Dit lijkt me gewoon de logische verderzetting van sommige aspecten die al in het expressionisme zelf aanwezig waren. Het is de afdeling die mij eigenlijk het minst zegt, ook al vind ik sommige schilderijen toch wel ‘mooi’,… als versiering aan een wand.

hoech

Hannah Höch – Die Journalisten, 1925

De vierde afdeling, en de laatste draagt als titel ‘neue Sachlichkeit’, wat ik een beetje vreemd vind. Ik weet natuurlijk uit de literatuur dat dit een stroming is uit de jaren twintig-dertig, en die chronologisch dus inderdaad na de stromingen uit de andere afdelingen kwam. Maar de tentoongestelde schilderijen – of toch een groot deel ervan – zouden wat mij betreft evengoed in de tweede afdeling hebben kunnen hangen, want ze verschillen amper van hun expressionistische evenknieën. Misschien iets zachter, iets minder nadrukkelijk expressief. Maar toch. Twee voorbeelden slechts: ‘Jonny spielt auf, 1928’ van Bettina Ehrlich-Bauer, en ‘Jazzband, 1927’ van Carry Hauser hebben met nieuwe zakelijkheid weinig of niets te maken. Van andere, bv. werken van Pregartbauer en Gustav Wunderwald kun je dat wel zeggen: de eenvoudige, bijna zakelijke, tot het wezenlijke beperkte manier van schilderen, het realisme daarbij, dat doet inderdaad zakelijk aan. Terwijl een prachtig schilderij als ‘Das verspätete Nachtgespenst und die Trunkenbolde’ van Franz Sedlacek dan weer vooruitwijst naar het surrealisme.

Franz Sedlacek - Das verspätete Nachtgespenst und die Trunkenbolde, 1931

Franz Sedlacek – Das verspätete Nachtgespenst und die Trunkenbolde, 1931

Alle tentoongestelde werken zijn in de catalogus afgebeeld. Deze bevat daarenboven uitstekende kortere opstellen van specialisten, en er zijn ook veel kleinere afdelingen en dito opstellen over de tijdschriften die de kunststromingen begeleidden, en waarvan de belangrijkste uiteraard Die Aktion en Der Sturm waren.

Veel herkend dus, zeker wat de grote lijnen betreft, maar evenzeer veel nieuwe dingen ontdekt, met name in de details (het belangrijkste wellicht in dit geval), nl. de tentoongestelde kunstenaars en hun werken.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


5 × 4 =