15.04.14 – Deschner

| Geen reacties

In wat als laatste van mijn zelfuitgegeven boekjes bedoeld is, staat o.m. het volgende ‘gebed’:

“God, laat Deschner lang genoeg leven om zijn levenswerk, waarvan enkel nog het 10de en laatste deel moet verschijnen, tot een goed einde te brengen!”

deschnerDat tiende deel van zijn Kriminalgeschichte des Christentums verscheen verleden jaar. Je zou dus kunnen zeggen dat God mijn gebed verhoord heeft. Temeer daar ook Die Politik der Päpste in datzelfde jaar in een nieuwe, bijgewerkte uitgave verscheen. Dat kan beschouwd worden als een aanvulling (delen 11 en 12) op die tiendelige reeks. Maar dat tiende deel heeft hij zelf nog klaargestoomd, tot de uitputting toe is hij eraan blijven werken, zo hoorde ik. Die aanvulling is door een medewerker bijgewerkt, omdat hij het vooral fysiek niet meer aankon.

Deschner werd vaak verweten dat zijn kritiek op de kerken (op de eerste plaats de katholieke, maar later ook de protestantse kerken) zo eenzijdig is. Dat klopt in die zin dat hij ook de caritasinvalshoek had kunnen kiezen, zoals die vooral aan de basis van die kerken, en meer tegen die kerken in dan parallel ermee, in de praktijk werd gebracht. Soms, maar hoe veel en hoe vaak, als je het vergelijkt met de bloeddorstigere aspecten!  Want de katholieke en andere kerken zijn, hoe je het ook draait of keert, op de eerste plaats machtsinstrumenten geweest, en niets anders. Alles werd daaraan opgeofferd. En dus lijkt het me niet meer dan normaal dat Deschner dat aspect benadrukt heeft. Overigens is niemand er ooit in geslaagd zijn kritiek op de kerk als machtsinstituut fundamenteel te weerleggen, en dat zegt al heel wat.

Hoe ik ooit op Deschner attent werd gemaakt, weet ik niet meer zeker. Ik meen me te herinneren dat Paul De Wispelaere ooit over hem geschreven heeft in het tijdschrift Komma. Het eerste boek dat ik van hem las moet De kerk en haar kruis geweest zijn, en waarschijnlijk vond ik dat zo goed, dat ik ook andere werken van hem ben gaan lezen. Zijn levenswerk, waaraan hij slechts op latere leeftijd – hij was al zestig, dacht ik – begonnen is, heb ik vanaf het eerste deel gevolgd.

Op 8 april j.l. is hij gestorven, op de gezegende leeftijd van 89 jaar. Ik denk niet dat er in het Duitsland van de 20ste eeuw mensen geweest zijn die de principes van de Verlichting zo sterk en overtuigend hebben toegepast als Karlheinz Deschner in zijn strijd tegen alle mogelijke vormen van obscurantisme, ook in de politiek bv. Maar het feit alleen dat zijn reeks in tien delen is kunnen verschijnen zonder veel moeilijkheden en bij een grote Duitse uitgever (Rowohlt), bewijst dat zijn werk haar nut heeft gehad. Zelfs in Duitsland leven het katholicisme en protestantisme niet meer zoals voordien, en hebben ze veel van hun macht ingeboet. Hoewel dat nog niet zo ver gaat als bv. in België. Maar in andere landen is er nog maar amper begonnen met datzelfde verlichtingswerk, in Polen bv.

Sommigen zien in de islam de nieuwe vijand waartegen ten strijde getrokken moet worden. Het klopt inderdaad dat een tiendelige Kriminalgeschichte des Islam op dit ogenblik binnen de islam niet geschreven of gepubliceerd kan worden. Maar de strijd tegen de islam zoals die hier in het westen gepredikt wordt, heeft ook sterke imperialistische kanten, die enkel misbruik maken van het obscurantisme van de islam om een eigen westers, economisch gekleurd obscurantisme op te dringen. Deschner heeft zich, voor zover ik het kan overzien, nooit uitgesproken over de islam. Maar wel tegen de politiek van het westen.

Met Deschner is hoe dan ook een grote meneer gestorven, en een goede Duitser.

Delen:

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


vijf × 3 =