12.04.14 – Beria

| Geen reacties

Een biografie waarin van de eerste tot de laatste pagina voortdurend depreciërende adjectieven worden gebruikt, zowel tegenover het onderwerp van die biografie als tegenover de andere personages en het systeem waarin ze leefden en werkten, kan dat een objectieve biografie genoemd worden?

Waarschijnlijk niet. Maar even waarschijnlijk was dat ook niet de bedoeling. Vermoedelijk wou de auteur van een dergelijke biografie op de eerste plaats zichzelf afschermen door van het eerste ogenblik af duidelijk te maken dat ze geen enkele sympathie vertoonde voor het onderwerp van haar studie (kwestie van haar kansen op een hoogleraarschap zuiver te houden?); en daarnaast is het onderwerp van haar biografie, nl. de baas van de geheime politie in de laatste jaren van Stalins Sovjet-Unie, van 1938 tot 1953 nl., Lavrentii Beria, inderdaad – om het zeer eufemistisch te zeggen – niet echt de meest frisse van de in de politiek rondlopende figuren geweest.

Maar kan dat een goede biografie zijn?

Waarschijnlijk wel. Want een door en door subjectieve benadering van de feiten sluit niet altijd uit dat de weergave van die feiten op zich juist kan zijn. Objectiviteit en subjectiviteit omarmen elkaar hier, in die zin dat de weergave van de feiten wel juist, adequaat en objectief kan zijn, maar dat de interpretatie die een auteur aan die feiten kan geven daarentegen van een zeer subjectieve (bejahende of verneinende) instelling kan getuigen. Dat is wat m.i. in deze biografie gebeurt.

beriaAmy Knight heeft met Beria Stalin’s First Lieutenant (Princeton University Press, Princeton New Jersey, 1993) een door en door subjectieve, maar wel een duidelijke en goede biografie geschreven. Daarenboven is het voor zover ik kan overzien, nog steeds de enige wetenschappelijk bedoelde biografie van deze figuur in een Westerse taal. En Knight was een van de eerste onderzoekers die gebruik hebben kunnen maken van de sinds ongeveer 1990 vrijgekomen archieven uit de Sovjet-Unie, en zij heeft daar door haar kennis van het Russisch ook ruim gebruik van gemaakt. Dat is trouwens éen van de zeldzame positieve gevolgen van de overwinning van het westen in de koude oorlog.

Voor zover de bronnen het toelaten volgt Knight het hele openbare leven van Beria vanaf zijn geboorte tot zijn dood (waarvan niet eens vaststaat wanneer die plaatsvond). Ik heb de indruk dat zij daarbij vertrekt vanuit de geslaagde politicus van de jaren veertig en vijftig, dwz dat zij zijn leven beschrijft vanuit het perspectief van wat Beria geworden is en bereikt heeft. Ofschoon zij nogal eens gebruik maakt van verwijzingen naar de psychoanalyse (er bestaat een onderdeel daarvan dat zich expliciet bezighoudt met de psychoanalytische interpretatie van historische figuren en gebeurtenissen), gaat zij toch niet zo ver dat ze het hele leven van haar hoofdfiguur vanuit jeugdtrauma’s of zo interpreteert (met een van haar bijfiguren, nl. Stalin, heeft ze wel de neiging dat te doen). Ze focust integendeel vooral op de maatschappelijke en politieke omgeving waarin de jonge Beria terechtkwam, en hoe hij daarop reageerde, en er gebruik van maakte. Veel daarvan heeft uiteraard met toeval te maken – dat is bij bijna alle dergelijke politieke figuren het geval -, en met wat ‘Zeitgeist’ heet, een spook waar zij zich niet op beroept, maar dat toch duidelijk in de verf wordt gezet wat de praktische gevolgen ervan betreft, en dan denk ik vooral aan het ontstaan van marxistische kringen in het Georgië van het begin van de 20ste eeuw, en waar maatschappelijk betrokken jongeren zich waarschijnlijk moeilijk aan konden onttrekken – een beetje zoals 1968. Ook Beria kwam in die kringen terecht, en door zijn intelligentie en daadkracht en sluwheid (daar is blijkbaar werkelijk iedereen het over eens) nam hij ook al vlug leidende functies op. Na de oorlog en de burgeroorlog, toen Georgië bij de Sovjet-Unie kwam ontwikkelde hij zich tot een topbureaucraat, zowel in de geheime diensten, de politiediensten, de partij als de staat.

In Georgië duurde dat tot 1938, toen werd hij naar Moskou ‘geroepen’, om daar dezelfde functies uit te oefenen. Knight weet op basis van minutieuze onderzoeksarbeid een zeer goed beeld te tekenen van wat in feite niet meer was dan een gewone toppoliticus, maar die in zeer specifieke omstandigheden zijn werk moest uitoefenen. Toen hij naar Moskou kwam, waren de grote zuiveringen al grotendeels voorbij, vandaar dat Beria minstens bij de bevolking het voordeel van de twijfel kreeg. Nochtans was hij evenmin als zijn voorgangers en medestanders van een kleintje (een lijk meer of minder) vervaard. Des te meer verwondert het mij toch, dat hij na Stalins dood zich ineens ontpopte tot iemand die de scherpe kantjes van het regime wou afslijten, mensen uit de werkkampen vrij liet, de vele volkeren binnen de Sovjet-Unie meer autonomie wou toekennen, en in ’t algemeen minder repressief tewerk wou gaan. Knight ziet in hem zelfs een Andropov c.q. Gorbatschov avant la lettre. Of dat klopt laat ik in het midden. Maar blijkbaar was hij zich wel bewust van het feit dat hervormingen dringend nodig waren.

En hier raken we, denk ik, aan enkele tekortkomingen van deze biografie. Knight weet niet duidelijk te maken hoe het komt dat deze eerste hervormingspogingen mislukten. Ze ziet de hele politiek van de leiding van de Sovjet-Unie als een gevecht binnen een grote krabbenmand, waarbij iedereen bang was voor iedereen en iedereen iedereen naar het leven stond. Dat klopt uiteraard volledig. Maar Knight vergeet dat zoiets helemaal niet typisch is voor de communistische partij van de Sovjet-Unie, maar voor alle, werkelijk alle politieke partijen. Moest Beria met exact dezelfde genen later en hier in het Westen geboren zijn, dan was hij wellicht evenzeer een toppoliticus geworden (het bloed kruipt nu eenmaal waar het niet gaan kan), maar hij had nooit kunnen handelen zoals hij in zijn tijd en land heeft kunnen doen. Ook in onze zgn. ‘democratische’ partijen staat iedereen iedereen naar het leven, worden er iedere dag gevechten geleverd tussen verschillende fracties om meer macht, meer invloed enz. Ook in al die partijen is nepotisme een deugd, en als het moet zelfs politieke moord (André Cools – en omertà is wel degelijk een socialistische en bij uitbreiding een politieke deugd).

Ik zal wel weer overdrijven, maar toch: ik kan me niet van de indruk ontdoen dat je nergens zoveel mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis en zelfs regelrechte psychopaten tegenkomt als in regeringen, ministeriële kabinetten en parlementen – en dat ongeacht het regime.

Dat dit tot niet ergere dingen voert, heeft enkel en alleen te maken met het politieke systeem waarin we leven. Lenin wou niks hebben van de triasleer en in de Sovjet-Unie heeft dat dan ook nooit bestaan. Vandaar dat de macht van de partij absoluut kon zijn. Hier is dat veel minder het geval, ook al moeten we dat ook niet overdrijven: het is het verschil tussen absolute willekeur en minder absolute willekeur. Maar ik vrees dat Knight iemand is die gelooft in het begrip ‘rechtsstaat’. En zoiets bestaat niet echt, net zomin als ‘democratie’. Er zijn wel aanzetten toe, dat wel, zeker op politiek gebied bij ons. Maar daar staat tegenover dat de socialistische staten dan weer veel ‘democratischer’ waren op sociaal en economisch gebied. Alles herleiden tot individueel machtsstreven kan niet kloppen. Politieke figuren leven en handelen niet in een vacuum. Ook dat is een tekortkoming van dit boek: ik heb de indruk dat Knight weinig of niets afweet van de theoretische uitgangspunten van de bolchevieken, zij gaat er in elk geval amper op in. En daarbij maakt zij ook feitelijke fouten, bv. wanneer ze het heeft over de nationaliteitenpolitiek van de veelvolkerenstaat Sovjet-Unie. Beweren dat overal in dat land het enige doel van het centrum was te russificeren, en dat dus een groot-Russische, nationalistische politiek gevoerd werd, is de feiten geweld aan doen. Het was werkelijk wel wat genuanceerder en ingewikkelder dan dat, zowel op theoretisch vlak als in de praktijk.

Op het privéleven van Beria gaat ze amper in; blijkbaar was hij een werkpaard die met enkele uren slaap toekon. Ook gaat ze niet in op de beschuldigingen als zou Beria regelmatig jonge vrouwen van de straat hebben geplukt om die dan te verkrachten. Daarvoor is nooit enig bewijs aangebracht, en dat behoort m.i. vooral tot de gore fantasie van geheime diensten en hun propaganda. Wel gaat ze ervan uit dat Beria medeverantwoordelijk zou zijn geweest (met Stalin) voor de moord op Kirov (volgens velen het uitgangspunt van de grote zuiveringen). Ook daar is geen enkel bewijs voor, maar het past wel in haar kraam van leiders die enkel aan samenzweringen en het bevredigen van hun machtswellust denken.

Maar hoe dit ook zij, het was lang geleden dat ik nog eens iets gelezen had over de Stalintijd. En ondanks de tekortkomingen en vooroordelen, is dit toch een geslaagde biografie. Of ze nog verkrijgbaar is, weet ik niet; maar antiquarisch zal dat zeker het geval zijn.

Delen:

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


negentien + 18 =