07.04.14 – De Laatste Jaren van de Sovjet-Unie

| Geen reacties

Boeken (memoires of andere) lezen van overwinnaars in de geschiedenis heeft weinig of geen zin; veel meer dan (zelf)bedrog, leugens en ideologie zal je er zelden in vinden.

Anders is het met boeken van de verliezers van de geschiedenis. In de meeste gevallen hebben zij helemaal niets meer te verliezen, en zullen zij dus veel meer geneigd zijn de zaken niet mooier voor te stellen dan ze zijn. Hoewel ze langs de andere kant – zoals alle mensen – ook een goed beeld van zichzelf willen tonen natuurlijk. Ook dergelijke boeken moeten dus steeds omzichtig bekeken worden. Maar wat het ruwe feitenmateriaal betreft, prefereer ik zeker de verliezers.

Twee van die verliezers zijn Jegor Ligatschow en Nicolai Ryschkow. Beide hebben enkele jaren geleden hun herinneringen gepubliceerd aan de laatste jaren van de Sovjet-Unie, en die beide boeken werden vorig jaar ook in het Duits vertaald: Wer verriet die Sowjetunion? (Edition Berolina, Berlin 2013) van Ligatschow, en Mein Chef Gorbatschow; die wahre Geschichte eines Untergangs (Verlag Das Neue Berlin, Berlin, 2013) van Ryschkow.

LigatschowBeiden waren belangrijke, ja topfiguren in de partij en in de staat, met grote en belangrijke verantwoordelijkheden. Beiden hebben meegewerkt aan het uitdenken en het uitwerken van wat nadien ‘perestrojka’ genoemd zou worden, en zij stonden daar vanaf het begin dus ook totaal achter. Door het westen en diens Russische handlangers werden en worden zij ‘conservatieven’ genoemd, maar dat klopt duidelijk niet. Uit beider boeken blijkt duidelijk dat in het begin, vanaf pakweg 1985 de hele top van de Sovjet-Unie ervan overtuigd was dat er drastische veranderingen moesten plaatsgrijpen, op de eerste plaats in het economische systeem, maar ook in het politieke systeem van de Sovjet-Unie. Bij dat uitgangspunt was iedereen het er ook nog over eens hoe ver die veranderingen en verbeteringen dienden te gaan. Wat de economie betreft, kwam het er eigenlijk op neer dat ze een systeem wilden invoeren dat zeer sterk geleken zou hebben op het huidige systeem van China – zonder dat daar overigens ooit naar verwezen werd.

De eerste jaren, tot pakweg 1988 leek dat ook aardig te lukken, want er werden belangrijke successen geboekt. Maar toen begon het totaal mis te lopen. Hoe dat kon, moet de lezer van beide boeken grotendeels zelf afleiden. De auteurs geven wel veel feitenmateriaal, maar hoe het tot zulke feiten kon komen, zeggen zij niet expliciet.

Daar is op de eerste plaats bv. de pers. Die werd grotendeels ‘vrij’ gemaakt, maar alras bleek dat de grootste TV-zenders en kranten zich haast van de ene dag op de andere (bijna alsof het in het geniep voorbereid was) ontwikkelden tot media die eigenlijk nog maar één doel hadden: de partij en de staatsstructuren totaal ondermijnen en onderuit halen. En op de tweede plaats kun je de ‘glasnost’ aanhalen: het toelaten van andere partijen. Vooral in de periferie heeft dat onmiddellijk geleid tot de opkomst van vaak extreem nationalistische groepen (waarvan je mag aannemen – ook al zeggen de auteurs dat nergens – dat ze door het buitenland gefinancierd werden), waardoor een middelpuntvliedende kracht ontstond die uiteindelijk geleid heeft tot de afsplitsing van verschillende staten, vaak onder leiding van de meest extremistische krachten (in de Baltische landen bv. krachten die de SS als een bevrijdingsbeweging zien en nog ieder jaar in Riga een optocht houden te hunner ere).

RyschkowBeide auteurs zijn het er ook over eens dat tot ongeveer 1990 nog iets daartegen gedaan had kunnen worden. Wat dat ‘iets’ is, zeggen zij niet. Maar het is wel impliciet duidelijk, en dat is waarom het westen en diens Russische handlangers hen ‘conservatieven’ noemen: zij wilden de basis van het systeem, d.i. de socialistische uitgangspunten behouden, maar het systeem wel verbeteren. Maar om dat te doen hadden zij de macht niet, ook al hadden zij waarschijnlijk wel het gros van de bevolking achter zich (bij een referendum bv. sprak het overgrote merendeel van de bevolking zich uit voor het behoud van de Sovjet-Unie). Voorstanders van een radicale breuk en een totale terugkeer naar het kapitalisme zaten tot in de hoogste gremiën van de macht en konden openlijk of bedekt alles saboteren wat niet in hun kraam paste. Dat zijn niet lang daarna overigens de stinkendrijke oligarchen geworden die Rusland nu nog steeds in hun greep hebben.

Volgens Ligatschow is Gorbatschow de hoofdverantwoordelijke, Ryschkow vertoont daarover meer twijfel. Maar Gorbatschow was wel de machtigste man van het land, en had inderdaad orde op zaken kunnen stellen en het veranderingsproces in andere, d.i. langzamere en meer bedachte banen kunnen voeren. Heeft hij dat niet gedaan omdat hij het niet wou, of omdat hij het niet kon? Op die vraag geven de auteurs geen antwoord. Zelf leid ik uit hun memoires af dat Gorbatschow eigenlijk niet bekwaam was om zo’n land te leiden (Gromyko, die hem mee aan de macht heeft geholpen – zeer tot zijn spijt overigens, later – en die de meest ervaren topminister was, kwam alvast tot die conclusie). Daarenboven liet hij zich al snel omringen met mensen die zonder meer een dubbele agenda hanteerden.

Misschien deed hij dat zelf ook. Later heeft hij gezegd dat het eigenlijk zijn bedoeling geweest was vanaf het begin het ‘communistische’ systeem te vernietigen. Maar je kent dat: je stelt je bepaalde doelen, je bereikt net het tegenovergestelde, en je ijdelheid (beide auteurs zijn het er wel over eens dat Gorbatschow zeer ijdel was, en iets van een Messias in zich had) verplicht je te zeggen dat het eigenlijk dat is wat je wilde. Maar dat zullen we uiteraard wel nooit weten.

Overigens, Ligatschow is tot op de dag van vandaag communist gebleven, bij Ryschkow is dat onduidelijker. De eerste verwacht zelfs opnieuw omwentelingen in socialistische zin, gelet op de toestand van de economie van Rusland en de gevolgen daarvan op de bevolking (één voorbeeld: de gemiddelde levensverwachting is tegenover de Sovjettijd met 10 jaar gezakt!!!). Maar of dat realistisch is, alleen al gelet op de ecoapocalyps die op ons toekomt?!

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


twee × vijf =